Michel Houellebecq
Boeken voorjaar 2011: een terugblik
19/06/11 14:23 Denk aan: Literatuur

Justine Le Clercq - De roemlozen. Podium
In 2006-2007 volgde ik de masterclass Literair schrijven van Uitgeverij Querido. Justine Le Clercq was een van mijn 'klasgenoten'. In februari debuteerde zij met haar roman De roemlozen. En ik debuteerde met een videorecensie (check ook mijn videorecensie van Max Blecher):
Joris van Casteren - Het zusje van de bruid. Prometheus
Over Het zusje van de bruid, dat ook in februari verscheen, is nogal wat ophef geweest. Het autobiografische 'relaas van een onmogelijke liefde' zou oneerbiedig zijn, parasiteren op het ongeluk van anderen en verleidde een recensente zelfs tot een furieuze persoonlijke afrekening met de schrijver (lees dan liever deze intelligente bespreking). Ik las het pas onlangs en schreef er zelf (nog) niet over. Het is een verontrustend verhaal, dat zeker, maar naar mijn mening verteld met veel mededogen en een soort 'stille kracht'. Van Casteren gebruikt zijn nuchtere, kale stijl om afstand te creëren tot een zeer tragische geschiedenis uit zijn eigen leven. Dat levert een bijzondere combinatie op van een haast journalistiek verslag met een uiterst persoonlijke verbondenheid. Afstand gepaard aan nabijheid, zonder grote woorden of sentimentaliteit. Het heeft me lang bezig gehouden.
Michel Houellebecq - De kaart en het gebied. Arbeiderspers
Al lang verschenen, controversieel geworden en gelauwerd in Frankrijk, maar wij moesten nog even wachten. Aan de ene kant is dat zuur, aan de andere kant is het goed dat de vertaler de tijd krijgt en geen broddelwerk aflevert louter om de verkoopcijfers. Het was de moeite van het wachten waard: over de gedachtekunst van Michel Houellebecq - De kaart en het gebied.
Dezso Kosztolanyi - De avonturen van Kornel Esti. Van Gennep
Yes! Kornel Esti komt nog een keer tot leven! riep ik een half jaar geleden uit. Iedereen die Esti al kende, zal hetzelfde zeggen, anderen krijgen de kans om kennis te maken met een vriend voor het leven. Dezso Kosztolanyi - De avonturen van Kornel Esti
Joep Dohmen en Maarten van Buuren - De prijs van de vrijheid. Ambo
Het boek naar aanleiding van de reeks Levenskunst bij Studium Generale, die ik presenteerde (zie ook 10 schrijvers en denkers over Levenskunst). Op 11 april vond de presentatie plaats, ook bij Studium Generale. Lees daarover bij De prijs van de vrijheid na de dood van God. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik het boek nog niet gelezen heb. Heugelijk nieuws voor het najaar: vanaf 7 september zijn de heren terug met een tweede serie Levenskunst, over deugden en ondeugden.
Saul Frampton - Speel ik met mijn kat, of speelt ze met mij? Ambo
Deze is doorgeschoven naar de zomer en verschijnt dus weer in het lijstje tips voor straks.
John Gray - Het onsterfelijkheidscommité. Ambo
Het enige boek waar ik naar uitzag dat ik niet heb gelezen. Stom.
Twee boeken van dit voorjaar die ook het vermelden waard zijn: Moeten wij van elkaar houden van Bas Heijne. En misschien geen hoogstaande literatuur, maar wel stof tot nadenken: de biografie van Julian Assange, de man die de wereld verandert.
Comments
Michel Houellebecq - De kaart en het gebied
02/06/11 11:19 Denk aan: Literatuur

Wat uit de kunst van Martin blijkt, is dat het in dit boek te doen is om werk. En dat is precies wat De kaart en het gebied, maar eigenlijk alles van Houellebecq, zo interessant maakt. Hij schrijft over het meest basale uitgangspunt van de westerse wereld, dat wat je persoonlijke leven grotendeels structureert, dag in dag uit: werk. En wat daarmee samenhangt: geld.
De mens is een slaaf van zijn werk en van zijn inkomen, dat weten we inmiddels wel. Geld koopt een mooie oude dag, als je wilt een mooie dood, maar geen liefde of gezondheid. Al die rijke en succesvolle mensen zijn totaal uitgeblust, zelfs de seks wil niet meer lukken. De eenzaamheid sijpelt door het boek heen, en zelfs die roept op den duur bij de personages geen weerstand meer op. Sterker, de eenzaamheid wordt een gekozen bestemming.
Lees verder
De prijs van de vrijheid na de dood van God
12/04/11 17:59 Denk aan: Filosofie

Moderne vrijheid
Waar komt dat moderne vrijheidsbegrip vandaan? Prof. Maarten van Buuren opende met een inleiding op de geschiedenis van de moderne vrijheid. Nietzsche verklaarde God dood en maakte daarmee een einde aan de richtinggevende instantie in het leven. De mens verwierf daarmee een enorme vrijheid om zijn eigen richting te kunnen volgen – maar hij verloor orde en duidelijkheid. Vrijgemaakt van onderdrukking, wordt de mens geconfronteerd met de vraag waartoe hij vrij is. ‘De prijs van de vrijheid is de prijs die we hebben moeten betalen voor de moord op God,’ aldus Van Buuren.
Vervolgens stelde Dostojevski de volgende vraag: als God dood is, is dan alles toegestaan? Hoeveel vrijheid kan een mens eigenlijk aan? Zal niet iedereen elkaar uitroeien – de mens is de mens een wolf, toch? Sartre ging nog een stap verder. Als God dood is, is alles contingent. De wereld, de mens, ons leven: alles is toevallig en zonder noodzaak. Daar kun je op twee manieren op reageren: jezelf wijsmaken dat er tóch een richtinggevende instantie is. Of de absolute vrijheid op je nemen en je leven als een project zelf ontwerpen. In de levenskunst zal de een echter beter slagen dan de ander. En zo komt Van Buuren uit bij Michel Houellebecq, die laat zien dat grotere vrijheid gelijk opgaat met grotere ongelijkheid.
Postseculiere orde
Het grote streven van de westerse mens, gaat prof. Joep Dohmen verder, is niettemin het leiden van een eigen leven. De vraag hoe dat moet is actueler dan ooit, nu de modernisering die ten tijde van Nietzsche en Dostojevski werd ingezet, volledig is gerealiseerd. We leven in een postseculiere orde, die radicaal verschilt van een halve eeuw geleden, toen Dohmen en Van Buuren opgroeiden. We moeten nu onze eigen levensstijl ontwikkelen, we ontkomen er niet aan. Joep Dohmen wijst op het belang van de context als het gaat om levenskunst. Aan de hand van Michel Foucault, Peter Bieri en Charles Taylor legt hij uit dat vrijheid altijd gesitueerd is.
Foucault wijst er bijvoorbeeld op dat identiteit beïnvloed wordt door veel verschillende factoren. Toch is hij geen determinist, we zijn niet helemaal overgeleverd aan onze genen, ons brein of onze omgeving. De vraag is dan waar de marge ligt van de vrijheid. Niet alleen werken externe factoren in op wie we zijn, ook zijn we zelf altijd ingebed in een gemeenschap. Leven doe je met anderen. Zoals Taylor zegt gaat het om een driehoek van jezelf, de ander en de omgeving. Daarbinnen ontvouwt zich je leven, en de waarde van je keuzes hangt samen met de wereld waar je in staat. Het kan niet zo zijn dat elk individu maar kiest wat hij wil, zonder dat je nog van waarde kunt spreken. Precies in die gerichtheid op de samenleving ziet Dohmen antwoorden voor de actuele vraag hoe we met vrijheid om moeten gaan.
De rol van de wetenschap
Hoe moet dat dan? Kan de wetenschap daar ook nog een rol in spelen? Dohmen en Van Buuren, beiden hoogleraar, blijken nogal sceptisch over de wetenschap. Volgens Dohmen moeten we oppassen voor een al te wetenschappelijke samenleving, de ‘expertsamenleving’. De wetenschap kan niet vertellen hoe je moet handelen, hoe je leven te leiden. Daarmee gaan zij in tegen de heersende tendens om wetenschap juist als basis te zien van de staatsinrichting, economie, moraal, tot individueel handelen en oordelen aan toe. Denk maar aan de liefde die wordt gereduceerd tot hormonale oprispingen of de rechtspraak die steeds meer laat afhangen van de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek – psychisch, forensisch of juridisch.
Joep Dohmen stelt dat we op zoek moeten naar een gedeeld hypergood om de samenleving (weer) op orde te krijgen en met de uitdagingen van de toekomst – wetenschap, technologie, duurzaamheid – om te kunnen gaan. Hij is optimistisch: het zal hard werken zijn, maar dat hypergood moet te vinden zijn. Niet door wetenschap, maar door filosofie. Maarten van Buuren ziet de ontdekking van zo'n hypergood nog niet gebeuren. Maar ook hij ziet geen heil in wetenschap. Wat zegt die over mij? Niets, de wetenschap kan mij niet vertellen wat ik moet kiezen of doen. Zij heeft pas belang nadat die fundamentele levensvragen beantwoord, of ten minste onderzocht zijn.
Zo lijken Van Buuren en Dohmen toch terug te zijn bij hun oorspronkelijke tegenstelling van zwartkijker en optimist. In elk geval geloven ze beiden in de kracht van de literatuur en filosofie. En er wordt vanavond harder gelachen dan ooit tevoren in het Academiegebouw.
Verder kijken en lezen
De lezing van gisteren is hier terug te zien. De serie Levenskunst liep in 2009-2010 en is ook online terug te zien. In september 2011 start het vervolg op deze serie bij Studium Generale. Lees op dit blog ook 10 schrijvers en denkers over levenskunst.
[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]
Grensssituaties
13/02/11 12:48 Denk aan: Literatuur

Het begrip is een uitvinding van de existentialistische filosoof Karl Jaspers. Het duidt op situaties die 'tot op de bodem raken', waardoor je 'uit de baan van de gewone gang' wordt geslingerd en waarin je 'radicaal op jezelf teruggeworpen' bent. De oorlog is een archetypische grenssituatie, net als de dood. Ook de wat lichtere versie kun je je makkelijk voorstellen: het einde van een relatie, ontslag en werkloosheid. Je zit in een grenssituatie tussen twee werelden in, het vóór en het ná, een breuk die uiteindelijk je leven zal structureren (vóór en ná Pietje). De grenssituatie kun je je ook ruimtelijk voorstellen, niet alleen als een individuele overgang in het leven, maar ook als tussenwereld. Daar waar de doden wonen, de frontlinies van een oorlog, of zoals in De pest van Camus, waar de pestepidemie op zichzelf een grenssituatie is, maar de stad in quarantaine ook.
De grenssituatie is zo populair onder existentialistische schrijvers en filosofen omdat je daarin de heilige drie-eenheid van de existentialisten aan het werk ziet: vrijheid, verantwoordelijkheid en keuzes. Uit de grenssituatie kun je alleen ontsnappen door een keuze te maken in vrijheid, zonder je te iets aan te trekken van conventies. De grenssituatie werpt je helemaal terug op jezelf en niemand kan er iets aan doen, behalve jezelf.
Daarom is de grenssituatie natuurlijk ook zo populair in de literatuur, of in elk geval in een vertakking ervan. Als ik kijk naar de geschiedenis van mijn persoonlijke favorieten exploreren ze allemaal het grensgebied:
- van de monsters van Stephen King (een monster is een wezen dat onbegrensd is, het overtreedt gangbare categorieën zoals levend/dood of mens/dier),
- via de fantastische wereld van Edgar Allan Poe (het fantastische is dat waarvan je niet met zekerheid kunt zeggen of het echt gebeurt of niet, voor geen van beide is bewijs te leveren),
- naar de koortswanen van Dostojevski (wat speelt zich af in het hoofd en wat in de buitenwereld - dat is totaal onduidelijk),
- en zelfs mijn allervroegste favoriet: De dolle tweeling-reeks, die zich afspeelt in de wereld van de kostschool, een grensgebied bij uitstek, want het is tegelijk thuis en niet-thuis, school en niet-school, de kinderen zijn vrij van hun ouders maar horig aan de juffen en matrones.
Misschien ben ik nu de literatuur naar het model toe aan het interpreteren. Alles wat krom is valt recht te praten. Want hoe zit het dan met Proust? Ja, die is voortdurend ziek, wat een grenssituatie op zichzelf is. Hij neemt deel aan het leven en toch niet. Vriendin Albertine wordt aan het lijntje gehouden, het is aan en toch uit - de grenssituatie die we allemaal misschien wel het beste kennen (dat, en de dood). En Grunberg, en Houellebecq? Wat is hun grenssituatie dan?
Een andere manier om literatuur te schematiseren (wat altijd verhelderend werkt tot een bepaald punt waarop het belachelijk wordt, zoals hierboven) is het conflict. Er is een hoofdpersoon, die een doel wil bereiken. Er is een ander personage dat dat verhindert: de tegenstrever. Ik vind dit persoonlijk een oersaai schema. Interessant wordt het als je het combineert met de grenssituatie. In plaats van een duidelijke protagonist en antagonist, zoals dat dan heet, zijn beiden verenigd in één en hetzelfde personage. Dáár begint de Echte Literatuur, waar iemand zowel streeft naar een doel als zichzelf van dat doel afhoudt. Zonder precies te weten waarom. Het tragische geïnternaliseerd. Zie Grunberg en Houellebecq.
De weg uit een grenssituatie is de keuze. Net als bij het intern-tragische. Door te kiezen stel je grenzen vast, definieer je categorieën, maak je een eind aan de twijfel. Dat helpt natuurlijk niet als je vecht tegen monsters als Dracula of geesten uit de schemerwereld. Dan moet je handelen. Misschien is kiezen wel hetzelfde als handelen. De keuze als een daad. Niet per se een vrije daad, niet per se een goede of een rationele daad, en misschien wel een tragische daad. Dat laat de literatuur wel zien. The instant of decision is madness, wist Kierkegaard al.
(de afbeelding is het schilderij 'In limbo’ van Odd Nerdrum)
7 boeken om naar uit te zien in 2011
22/12/10 09:21 Denk aan: Literatuur

Twee romandebuten:
Justine Le Clercq - De roemlozen. Podium, februari
In 2006-2007 volgde ik de masterclass Literair schrijven van Uitgeverij Querido. Justine Le Clercq was een van mijn 'klasgenoten'. In februari debuteert zij met haar roman De roemlozen. Leuk! Uit de aanbieding:
'Haar vader is een héél bekende kunstenaar, haar moeder een vrouw met een hysterische inslag. Hoewel Titine niets liever wil dan normaal opgroeien, hangt de roem van haar vader en de eeuwige verongelijktheid van haar moeder als een zware schaduw over haar kinderjaren. Zelfs wanneer ze de afgetrapte villa uit haar jeugd al lang heeft verlaten en in Den Haag, omringd door vrienden, een carrière als scenariste probeert op te bouwen, komt het verleden steeds weer terug. Soms letterlijk, in de vorm van haar moeder die op de meest ongelegen momenten aandacht vraagt voor haar grillen. Of in de vorm van langverdrongen herinneringen, bijvoorbeeld aan Titines verdwenen broertje. Pas wanneer Titine de confrontatie rechtstreeks aangaat, blijkt de werkelijkheid gecompliceerder dan gehoopt.'
Joris van Casteren - Het zusje van de bruid. Prometheus, mei
Nog een romandebuut waar ik benieuwd naar ben, namelijk van Joris van Casteren, die eerder het fenomenale Lelystad afleverde (zie ook hier). Zat er dik in dat hij met een roman bezig was. Hoewel ook Het zusje van de bruid een autobiografisch verhaal is. In het geval van Van Casteren is dat geen reden om bang te worden.
'Het zusje van de bruid is het geanonimiseerde verslag van een krankzinnige periode uit het leven van schrijver Joris van Casteren, waarin hij getuige was van de grondige zelfvernietiging van de jonge vrouw met wie hij samenwoonde. Met een scherp oog voor detail en een plezierige dosis zelfspot reconstrueert hij de huiveringwekkende relatie tussen twee jonge mensen die elkaar nooit zullen weten te bereiken. Het is een fascinerend portret van een gedoemde liefde aan het begin van de eenentwintigste eeuw.'
Vertaalde geheide bestseller:
Michel Houellebecq - De kaart en het gebied. Arbeiderspers, mei
Al lang verschenen, controversieel geworden en gelauwerd in Frankrijk, maar wij moeten nog even wachten. Aan de ene kant is dat zuur, aan de andere kant is het goed dat de vertaler de tijd krijgt en geen broddelwerk aflevert louter om de verkoopcijfers. Ik hou van de zwartgallige en toch sentimentele wereld van Houellebecq (check bijvoorbeeld Houellebecq: Mogelijkheid van een eiland. Gelukkig miserabel). Zou dit zijn beste zijn?
Vertaalde geheide klassieker:
Dezso Kosztolanyi - De nieuwe bekentenissen van Kornel Esti. Van Gennep, februari
Yes! Kornel Esti komt nog een keer tot leven! Check Kornel Esti, de enige held in dit verhaal en Nero, de bloedige dichter. Wat een schrijver.
'We dromen er allemaal van om ooit gelukkig te zijn. Wat stellen we ons daarbij voor? Bijvoorbeeld een kasteel aan zee, een vrouw, kinderen, misschien geld of roem. Dat is flauwekul. (...) Het kasteel heeft geen bouwtekeningen. De vrouw die we ons voorstellen, heeft geen lichaam of ziel. De kinderen in onze dromen krijgen nooit de mazelen en over roem durven we nooit vast te stellen dat die voor het grootste deel bestaat uit onderhandelingen met uitgevers. Gelukkig bestaat natuurlijk wel. Maar dat is iets totaal anders. Wanneer ik het gelukkigst was? Ik kan het je vertellen, als je wilt.'
Drie maal filosofie:
Joep Dohmen en Maarten van Buuren - De prijs van de vrijheid. Ambo, april
Het boek naar aanleiding van de reeks Levenskunst bij Studium Generale, die ik presenteerde (zie ook 10 schrijvers en denkers over Levenskunst). Op 11 april vindt de presentatie plaats, ook bij Studium Generale.
'Literatuurwetenschapper Maarten van Buuren en filosoof Joep Dohmen analyseren de conditie van de moderne mens aan de hand van lichte en donkere schrijvers en filosofen – van Montaigne tot Houellebecq, en van Foucault tot Pascal Mercier. Wat verschijnt is een rijk palet van levenshoudingen: vitale en krachtige, maar ook sombere en sceptische.'
Saul Frampton - Speel ik met mijn kat, of speelt ze met mij? Ambo, april
Een geniale titel en dan gaat dit boek ook nog over Montaigne. Zo'n boek moet wel op mijn lijf geschreven zijn. Niet in de aanbiedingsfolder, maar wel online aangekondigd:
'Volgens Montaigne gaat het er in het leven niet zozeer om zo veel mogelijk kennis te vergaren, maar te proberen de onvatbare ervaring die het leven is, te accepteren. We moeten niet krampachtig proberen de betekenis van het leven te doorgronden - we moeten het zelf zin geven. Met Speel ik met mijn kat of speelt ze met mij? laat Saul Frampton zien dat Montaignes gedachtegoed nog steeds springlevend is en ons kan inspireren om de kunst van het leven te verstaan.'
John Gray - Het onsterfelijkheidscommité. Ambo, maart
'Een historisch palet van spiritisten, mediums, cryonisten en andere zieners - en een diepe reflectie over de grenzen van het menselijk bestaan. John Grays prikkelende nieuwe boek is een briljante analyse van de pogingen van de mensheid om te gaan met haar eenzame plek in de kosmos. Tegelijk vertelt het de vaak obscure geschiedenis van het streven naar onsterfelijkheid. Zo vertelt hij het verhaal van de spiritistische bewegingen onder Engelse intellectuelen en politici die geloofden dat wij kunnen communiceren met de doden. En hij schetst hoe communistische wetenschappers van het 'Onsterfelijkheidscomité' geloofden dat ze de mensheid konden bevrijden van de dood.
Het resultaat is een diepe en verontrustende reflectie op wat het betekent mens te zijn. Sinds Darwin weten we dat de dood het einde is en dat onze soort uiteindelijk zal verdwijnen. Zoekers naar onsterfelijkheid proberen een uitweg te vinden uit deze onwelkome waarheid. Maar hoeveel kennis hij ook vergaart, de mens zal blijven wie hij is - en de implicaties daarvan nopen tot deemoed.'
De kaart is niet het gebied
10/09/10 23:57 Denk aan: Filosofie

De kaart is niet het gebied is een uitspraak van Alfred Korzybski, uit 1931. Dat klinkt als een open deur. Maar zoals vaker: denk er eens echt over na. Wat is een kaart eigenlijk? En een gebied? De kaart is een weergave van een gebied. Wat impliceert dat? Als het woord weergave valt, kun je je geld erop zetten dat de open deur bij het eerste zuchtje tocht met een klap dicht slaat.
Goed, een kaart is een schematische, geschaalde weergave van iets, gemaakt om orde aan te brengen, voor een gebruiker. Het gebied, dat is allereerst het land. Of is het dat waar een kaart van gemaakt is, land of niet? Voorbeeld: kranten staan tegenwoordig vol infographics, een soort kaarten. Van de politiek, van de olieramp in Mexico, van uitstervende dieren. Zijn dat ook gebieden? Waarom niet.
De politiek is echter niet een tastbaar ding, een stuk land dat je kunt doorkruisen en in kaart brengen. De politiek is altijd al in kaart gebracht. Politiek is een vorm van in kaart brengen, die kaart aanpassen, herdefiniëren, aanpassen aan de veranderende omstandigheden of veranderen met als doel de omstandigheden te veranderen. De politiek is een kaart van het grondgebied. Het gebied zelf is dus een kaart van een ander gebied. En misschien geldt dat wel voor alles. Iedereen die boven Nederland heeft gevlogen, weet dat het land lijkt op een kaart ervan.
Gregory Bateson: 'het gebied is altijd al een representatie, door het netvlies, de hersenen, de taal, het schrijven. Het proces van weergeven zal dat er steeds uitfilteren, zodat de psychische wereld slechts gevormd wordt door kaarten van kaarten, tot in het oneindige.' (bron van alle aangehaalde citaten: Wikipedia)
Toch is het in al die gevallen wel mogelijk om een onderscheid te maken tussen de een en het ander. In sommige gevallen, valt zelfs dat onderscheid weg. Die gevallen zijn kunst. Neil Gaiman zegt over sprookjes dat je die niet na kunt vertellen, je kunt ze alleen vertellen. (Dat er nu juist van sprookjes enorm schematische structuren bestaan, doet even niet terzake.) Hetzelfde hoor je wel over poëzie. Als een dichter zijn punt zou kunnen uitleggen in een betoog, had hij wel een betoog geschreven. Het gedicht is het punt, het valt met zichzelf samen. 'De meest nauwkeurig mogelijke kaart zou het gebied zijn, en zou dus volmaakt nauwkeurig en volmaakt zinloos zijn. Het sprookje is de kaart, die het gebied is.'
Nauwkeurigheid is het sleutelwoord. Een kunstenaar maakt iets wat zo nauwkeurig is (wat uiteraard iets totaal anders is dan netjes of ordelijk) dat je het niet op een andere manier kunt uitdrukken. Van het gebied is geen kaart te maken. De enige manier om het gebied van de kunst te verkennen is door de kunst als kaart van zichzelf te gebruiken. Hooguit kunnen verhalen van ervaren reizigers je helpen opmerkzaam te maken van landmarks.
Het begon met een gebied waar een kaart van werd gemaakt. Vervolgens vielen gebied en kaart samen. Jean Baudrillard gaat nog verder: 'Het gebied gaat niet langer vooraf aan de kaart, en overleeft die ook niet. Toch gaat de kaart vooraf aan het gebied – het voorafgaan van simulacra – en daardoor wordt het gebied teweeggebracht.' Met andere woorden: de verhouding is omgekeerd. De kaart brengt het gebied voort. Hiervan is de politiek weer een goed voorbeeld.
Of deze meervoudige verhouding tussen kaart en gebied misschien ook van toepassing is op vertaling en vertaalde, de oorspronkelijke Franse roman van Houellebecq en de Nederlandse vertaling van De Haan, vraag ik me af. En op dit stukje daar weer over? De Nederlandse Wikipedia-pagina is een vertaling van het Engelse lemma, dat weer put uit bronnen op internet en uit de bibliotheek, annotaties bij teksten die al dan niet bestaan en die iets beschrijven dat misschien alleen in de 'psychische wereld' zoals Bateson noemt. Wat is kaart en wat is gebied? Het gebied van de literatuur is natuurlijk ook een kaart van een ander gebied - de werkelijkheid of de literaire traditie of de persoonlijkheid van een auteur, die op zichzelf ook weer een kaart zijn van en verwijzen naar een volgend gebied...
Ironie en zelfironie: 7 opmerkingen
27/08/10 17:52 Denk aan: Filosofie

1. Ik moet bij ironie altijd denken aan de film Reality Bites, waarin Winona Ryder de kans krijgt zich te presenteren aan een tv-bobo. De dame in powersuit zegt neerbuigend: Define irony. Winona staat met haar bek vol tanden. Haar vriendje Ethan Hawke, aan wie ze even neerbuigend en vol verontwaardiging het voorval vertelt, antwoordt zonder nadenken. 'Het tegenovergestelde zeggen van wat je eigenlijk bedoelt, met de bedoeling dat wel duidelijk te maken.'
2. De ironie van Socrates: jezelf dommer voordoen dan je bent om de onwetendheid van de ander te ontmaskeren.
3. De ironie van Kierkegaard bouwt voort op die van Socrates. Ironie inzetten om reflectie op gang te brengen en vraagtekens te zetten bij alles wat je weet, alle vooroordelen die je hebt. Je hebt eerder te veel kennis dan te weinig. Uiteindelijk is zijn ironie een oneindige, absolute negativiteit die in zichzelf verdwijnt. Eindeloze reflectie, die uiteindelijk resulteert in onbegrijpelijkheid. Toch maakt zijn voortdurende ironie van Kierkegaard een uitzonderlijk humoristisch filosoof. Humoristischer ook dan Socrates. En dat heeft misschien wel te maken met zelfironie.
4. Wat is dan zelfironie? Sowieso is duidelijk dat ironie iets te maken heeft met het zelf. De filosofen zetten het in om de ander iets over zichzelf te leren. Maar dat klinkt ontzettend pedant: ik zal jou eens even wat over jezelf leren, maar doe dat door het omgekeerde te zeggen van wat ik bedoel. Hier heeft Socrates soms wel een handje van, als ik het mag zeggen. Dan doet Kierkegaard het beter. Hij voert allerlei personages op, alter ego's, pseudoniemen en heteroniemen waarachter zijn eigen zelf totaal versnippert. Hoe zelfironisch wil je het hebben? Jezelf laten verdwijnen achter talloze in elkaar spiegelende personages en auteurs, om de ander eens over zichzelf te laten reflecteren.
5. Dat klinkt weer als een veel te ernstig, nobel doel. De ironische distantie, is dat niet gewoon de methode van een slappeling die nooit eens zijn ware gezicht durft te tonen? Dat betoogde ik immers na het zien van Zomergast Annet Malherbe. Al die fascinaties, niets is meer een échte obsessie, alles is wegwuifbaar met een hand waarachter een vergoelijkend lachje klinkt. Ironie, dat is toch lachen? En zelfironie, dat is toch lachen om jezelf?
6. Dan zijn we weer terug bij Kierkegaard, die lachte om zichzelf, maar met een enorme ernst. Sorry, ik ontkom er niet aan. Of denk aan Houellebecq, die de neiging naar het sociale van de mens beschrijft als ironie van de evolutie: je kan er om lachen, maar niet hartelijk, eerder wanhopig. Oscar Wilde, die leefde als een personage (in de negentiende eeuw kon je dit woord makkelijk zo gebruiken), met een zelfironie die volkomen ernstig was. Uiteindelijk ontkomt ironie niet aan ernst, omdat het doel ervan ernstig is, met gebruikmaking van de methodiek van humor: omkering, overdrijving, acteerwerk.
7. Zelfonderzoek als mythe ging precies om die dingen: omkering (je leven als kernachtig verhaal voorstellen terwijl het in werkelijkheid chaotisch is), overdrijving (niemand gelooft werkelijk dat hij een mythische held is) en acteerwerk (je moet desondanks een klein beetje geloven dat je een mythische held bent). Uiteindelijk leert het je precies het omgekeerde van wat je zegt: want het leven is onbegrijpelijk toevallig, begint zonder aanleiding en stopt zonder afsluiting. En hooguit een decennium na je dood is iedereen je alweer vergeten. Hoe ironisch.
_________________________________________________________________________________
Gerelateerde artikelen:
- Zomergasten: Annet Malherbe, fascinaties en obsessie
- Oscar Wilde at boeken Ironie als leven
- Denis Grozdanovitch - De moeilijke kunst van het bijna-nietsdoen
- Posthume herinneringen van Bras Cubas en Flaubert's Parrot
- Over liefde: Solovjov en Kierkegaard
- Houellebecq: Mogelijkheid van een eiland. Gelukkig miserabel
10 schrijvers en denkers over Levenskunst
16/06/10 12:02 Denk aan: Filosofie
1. Schrijven is een vorm van zelfonderzoek. Door je gedachten te ordenen en onder woorden te brengen, vergaar je zelfkennis. Zelfkennis is een voorwaarde voor een goed leven: je leert omgaan met de veranderlijke aard van het leven. Schrijven biedt daarbij een houvast, maar ook de mogelijkheid om op onderzoek uit te gaan en ideeën uit te proberen. Had Montaigne nu geleefd, dan had hij vast een weblog gehad.
Michel de Montaigne: De melancholie van de wijsheid
2. Lezen is een vorm van zelfonderzoek. Filosofische of literaire teksten, zoals de maximes van La Rochefoucauld, confronteren de lezer met zijn waarden, door een andere (interpretatie van de) werkelijkheid voor te spiegelen. Soms is die confrontatie zo heftig dat je liever niet verder leest. Maar juist dan is het zaak om zo eerlijk mogelijk jezelf in de ogen te zien. La Rochefoucauld: Authenticiteit en eigenbelang – het lastige evenwicht van de honnête homme
3. Schep je eigen waarden, los van de groep. Mensen zoeken aansluiting bij groepen en ideologieën, omdat ze onzeker zijn en beschermd willen worden. Maar dat werkt je eigenlijk alleen maar tegen. Er is geen set van gegeven waarden die absoluut is en waar je je aan moet conformeren. Levenskunst gaat om het zoeken en scheppen van je eigen waarden. Friedrich Nietzsche: ‘De dood van God’ maakt de weg vrij voor een authentieke levenskunst
4. Er zijn geen antwoorden, alleen standpunten. Als God dood is, is dan alles geoorloofd? Misschien, misschien ook niet. De literatuur kan beide antwoorden in hetzelfde werk geven, zoals in de grote romans van Dostojevski. Hij toont meerdere theorieën en gezichtspunten zonder een oordeel te vellen. Het is aan de lezer om de polyfone perspectieven te onderzoeken en tegen elkaar af te wegen en zijn eigen standpunt in te nemen. Fjodor Dostojevski: Mensen zijn dom en slecht
5. Levenskunst is zorg voor jezelf. Het doel van levenskunst is vrijheid. Datgene wat de vrijheid om je leven vorm te geven zoals je wilt in de weg zit, verdient de meeste zorg. Je leeft en zorgt altijd in een context en de vrijheid daarin is altijd beperkt. Zorg voor jezelf brengt daardoor automatisch zorg voor de ander met zich mee. Michel Foucault: Het leven een kunstwerk
6. Ook loslaten is deel van levenskunst. In de mystieke ervaring of roes verlies je je kenmerkende eigenschappen en val je buiten de heersende moraal. Het is belangrijk om de mystieke ervaring niet meteen op te vullen met allerlei gegevenheden, maar te onderzoeken. Hoe stevig sta je in je schoenen, als de grond onder je voeten verdwijnt? Robert Musil: Mystiek zonder God
7. Authenticiteit kan niet zonder het gemeenschappelijke. De bron van een authentieke levenshouding ligt in het individu, maar krijgt pas echt gestalte in relatie tot de ander. Dialoog en het onderzoeken van gedeelde waarden zijn essentieel in het vormgeven van je eigen leven. Charles Taylor: ‘sociale authenticiteit’
8. De mens is absoluut vrij en absoluut alleen. Er zijn een paar gegevenheden in het leven, zoals je geslacht en je afkomst, maar er is geen doel of opdracht. Door keuzes te maken en je bewust te zijn van je verhouding tot de buitenwereld, schep je het project van je eigen leven. Pas in de praktijk van het existeren, ontstaat er zoiets als een essentie of basis. Jean-Paul Sartre en het existentialisme
9. Cognitieve afwegingen leiden tot goede keuzes. Er zijn altijd meerdere opties als je voor een beslissing gesteld staat. Die verschillende opties kun je onderzoeken, rationeel en emotioneel en met gebruik van je voorstellingsvermogen. Dan zal je wil de juiste keuze maken en daarvoor gaan. De toekomst staat niet vast; je hebt de macht haar met je vrije wil te veranderen. Peter Bieri / Pascal Mercier: Levenskunst als denkproces
10. Middenin de pijn staan en hard stampen. Via onderzoek naar je meest pijnlijke en duistere ervaringen, kom je tot de kern van wat het betekent om mens te zijn en jezelf te zijn. Hoe doe je dat? Door veel te lezen en door te schrijven. Want, zo leerde Montaigne al: schrijven is een vorm van zelfonderzoek. Michel Houellebecq: alleen in boeken jezelf kunnen zijn
Kijk de volledige lezingen over deze schrijvers en denkers terug via de website van Studium Generale.

_________________________________________________________________________________
Gerelateerde artikelen:
2. Lezen is een vorm van zelfonderzoek. Filosofische of literaire teksten, zoals de maximes van La Rochefoucauld, confronteren de lezer met zijn waarden, door een andere (interpretatie van de) werkelijkheid voor te spiegelen. Soms is die confrontatie zo heftig dat je liever niet verder leest. Maar juist dan is het zaak om zo eerlijk mogelijk jezelf in de ogen te zien. La Rochefoucauld: Authenticiteit en eigenbelang – het lastige evenwicht van de honnête homme
3. Schep je eigen waarden, los van de groep. Mensen zoeken aansluiting bij groepen en ideologieën, omdat ze onzeker zijn en beschermd willen worden. Maar dat werkt je eigenlijk alleen maar tegen. Er is geen set van gegeven waarden die absoluut is en waar je je aan moet conformeren. Levenskunst gaat om het zoeken en scheppen van je eigen waarden. Friedrich Nietzsche: ‘De dood van God’ maakt de weg vrij voor een authentieke levenskunst
4. Er zijn geen antwoorden, alleen standpunten. Als God dood is, is dan alles geoorloofd? Misschien, misschien ook niet. De literatuur kan beide antwoorden in hetzelfde werk geven, zoals in de grote romans van Dostojevski. Hij toont meerdere theorieën en gezichtspunten zonder een oordeel te vellen. Het is aan de lezer om de polyfone perspectieven te onderzoeken en tegen elkaar af te wegen en zijn eigen standpunt in te nemen. Fjodor Dostojevski: Mensen zijn dom en slecht
5. Levenskunst is zorg voor jezelf. Het doel van levenskunst is vrijheid. Datgene wat de vrijheid om je leven vorm te geven zoals je wilt in de weg zit, verdient de meeste zorg. Je leeft en zorgt altijd in een context en de vrijheid daarin is altijd beperkt. Zorg voor jezelf brengt daardoor automatisch zorg voor de ander met zich mee. Michel Foucault: Het leven een kunstwerk
6. Ook loslaten is deel van levenskunst. In de mystieke ervaring of roes verlies je je kenmerkende eigenschappen en val je buiten de heersende moraal. Het is belangrijk om de mystieke ervaring niet meteen op te vullen met allerlei gegevenheden, maar te onderzoeken. Hoe stevig sta je in je schoenen, als de grond onder je voeten verdwijnt? Robert Musil: Mystiek zonder God
7. Authenticiteit kan niet zonder het gemeenschappelijke. De bron van een authentieke levenshouding ligt in het individu, maar krijgt pas echt gestalte in relatie tot de ander. Dialoog en het onderzoeken van gedeelde waarden zijn essentieel in het vormgeven van je eigen leven. Charles Taylor: ‘sociale authenticiteit’
8. De mens is absoluut vrij en absoluut alleen. Er zijn een paar gegevenheden in het leven, zoals je geslacht en je afkomst, maar er is geen doel of opdracht. Door keuzes te maken en je bewust te zijn van je verhouding tot de buitenwereld, schep je het project van je eigen leven. Pas in de praktijk van het existeren, ontstaat er zoiets als een essentie of basis. Jean-Paul Sartre en het existentialisme
9. Cognitieve afwegingen leiden tot goede keuzes. Er zijn altijd meerdere opties als je voor een beslissing gesteld staat. Die verschillende opties kun je onderzoeken, rationeel en emotioneel en met gebruik van je voorstellingsvermogen. Dan zal je wil de juiste keuze maken en daarvoor gaan. De toekomst staat niet vast; je hebt de macht haar met je vrije wil te veranderen. Peter Bieri / Pascal Mercier: Levenskunst als denkproces
10. Middenin de pijn staan en hard stampen. Via onderzoek naar je meest pijnlijke en duistere ervaringen, kom je tot de kern van wat het betekent om mens te zijn en jezelf te zijn. Hoe doe je dat? Door veel te lezen en door te schrijven. Want, zo leerde Montaigne al: schrijven is een vorm van zelfonderzoek. Michel Houellebecq: alleen in boeken jezelf kunnen zijn
Kijk de volledige lezingen over deze schrijvers en denkers terug via de website van Studium Generale.
_________________________________________________________________________________
Gerelateerde artikelen:
Michel Houellebecq: alleen in boeken kunnen leven
10/06/10 18:05 Denk aan: Literatuur

Michel Houellebecq is van jongs af aan weinig sociaal en erg teruggetrokken. Via de literatuur - eerst poëzie, later proza - ontpopte hij zich tot iemand anders. Sinds de jaren negentig is hij een van de meest controversiële schrijvers van Europa, zeer uitgesproken en niets en niemand ontziend. Zijn romans bevatten veel autobiografische elementen. Zoals Elementaire deeltjes, waar de twee halfbroers twee persoonlijkheidshelften van Michel Houellebecq zelf zijn. Dominante eigenschappen, die eerder verborgen moesten blijven omdat ze niet de mooiste zijn, komen in de literatuur aan de oppervlakte. In het geval van Houellebecq: haat.
De drie bekendste romans van Houellebecq - De wereld als markt en strijd, Elementaire deeltjes en Mogelijkheid van een eiland - vormen een drieluik. Houellebecq geeft daarin felle kritiek op de moderne maatschappij. Als hoofdschuldige wijst hij naar het doorgeschoten liberalisme en individualisme.
Is er alleen haat? Of ook een oplossing? Ja, die is er: de nieuwe mens. Die is zowel technologisch nieuw, want zal voortkomen uit klonen. Maar ook gaat het om een nieuw ethisch besef, waarin de zwakkeren op bescherming mogen rekenen. Dat klinkt zowel futuristisch als conservatief. Er is in het werk van Houellebecq steeds spanning tussen kritiek op het moderne en fascinatie voor dat moderne. Houellebecqs personages (die dicht bij hemzelf staan) zijn representanten van de moderne tijd, ze gaan daarin mee maar gaan er ook aan ten onder.
Volgens Maarten van Buuren zien we in Mogelijkheid van een eilandhoe Houellebecq tijdens het proces van schrijven van opvatting verandert. Het utopische ideaal van gekloonde, onsterfelijke mensen, vertoont te veel gebreken. Uiteindelijk verandert de roman in een dystopie: de toekomst is koud en duister, de onsterfelijke kloon kiest uit eigen beweging voor de dood. Schrijven is een manier van (zelf)onderzoek: Houellebecq heeft tijdens en dóór het schrijven de onmogelijkheid van zijn eigen utopie ingezien.
Zulk zelfonderzoek kan alleen iets opleveren als het gepaard gaat met een genadeloze eerlijkheid tegenover jezelf. Houellebecq gebruikt zijn meest pijnlijke en inktzwarte ervaringen om door te dringen tot de kern van het mens-zijn. Midden in de pijn staan en dan hard stampen: dat is waarom hij volstrekt authentiek is, zegt Van Buuren. Of is Houellebecq juist een aansteller en een acteur, zoals Joep Dohmen stelt, in zijn reactie op de lezing?
Beide kunnen kloppen. Er ligt een verschil tussen de Houellebecq uit het ‘echte leven’ en die uit de boeken – het personage Houellebecq waarin hij is ontpopt. En anders dan voor de hand ligt, is de Houellebecq uit het ‘echte leven’ niet de meest echte. Alleen in boeken kan hij volledig zichzelf en dus authentiek zijn. Dat is meteen het beste argument waarom literatuur en filosofie onmisbaar bij zijn bij het beoefenen van levenskunst.
In september verschijnt de nieuwe roman van Houellebecq in een eerste oplage van 100.000 stuks in Frankrijk. Hij zal ongetwijfeld weer genoeg stof doen opwaaien. Hopelijk ook in de hoofden van zijn lezers.
De lezing Tegen de vooruitgang is terug te zien via Studium Generale. Kijk onder Levenskunst op het Studium Generale nieuwsblog voor de andere artikelen over deze serie.
Houellebecq: Mogelijkheid van een eiland. Gelukkig miserabel
14/04/10 18:38 Denk aan: Literatuur

Publieke vijanden corresponderen
25/10/09 13:08 Denk aan: Literatuur

