Geluk als productiviteit

leeuw_bek
Lees eerst De verhalen van ons leven - Het beest in de bek kijken

Timothy Wilson geeft - jazeker - de drie ingrediënten van geluk (dit is geluk in sociaal-psychologische zin, dus zoals dat uit statistisch onderzoek is gerold). Zin, doel en hoop. Dat zegt nog niet zoveel. Zin: een gelukkig mens heeft een stelsel van overtuigingen die een coherent antwoord bieden op grote vragen in het leven. Een geloofsovertuiging, het humanisme, of misschien wel 'uiteindelijk is alles zinloos'. Doel: een gelukkig mens is doelgericht, werkt ergens naartoe. Hoop: een gelukkig mens richt zich op wat hij kan veranderen in plaats van op het noodlot. Een gelukkig mens is een 'effectief en autonoom persoon'.

Ik noem dit alles bij elkaar de deugd van de productiviteit.

(Erg mooi klinkt het allemaal niet. Effectief, autonoom, productief. Hebben we het nog wel over geluk?)

Wil productiviteit een deugd zijn, dan moet ze wortelen in een overtuiging, doelgericht zijn en gericht op verandering. Wil een overtuiging zich uiten, op een doelgerichte manier die verandering teweegbrengt, dan heb je productiviteit.

Dat is allemaal nogal abstract. Rousseau beschrijft in zijn overigens hysterisch conservatieve 'Brief over het theater' hoe een productieve omgang met tijd leidt tot geluk. Uren gespendeerd in 'ledigheid' maken dat de tijd zelf niet veel waarde meer voor je heeft. Nog een uur gespendeerd met niets doen maakt niet uit, wanneer je al te veel tijd hebt verloren is tijd niet meer iets wat je kunt verliezen. Wie herkent dit niet? Hoe meer tijd je verlummelt, hoe moeilijker het is om weer iets te gaan doen. Alsof het kleinste klusje al onevenredig veel beslag legt op je tijd. Maar als je veel werk verzet in korte tijd, kan er altijd nog wel wat meer bij. Door de tijd te vullen groeit hij, door nietsdoen loopt hij leeg als een ballon. Zo voel je je dan ook: als een leeggelopen ballon, een herinnering aan een nooit gehouden feest.

Een andere vorm van productiviteit is samen te vatten in de (mijn) maxime: Actie is altijd beter dan geen actie. Dat heeft vooral betrekking op de omgang met andere mensen. Handelen is altijd beter dan niet handelen. Je uitspreken is altijd beter dan je niet uitspreken. Daar ben ik van overtuigd, hoewel het heel veel jaren heeft geduurd voor ik hierachter ben gekomen. Actie is altijd beter dan geen actie omdat daarin de hoop tot uiting komt, zou je met Wilson in het achterhoofd kunnen zeggen. Een maxime die uitgaat van de mogelijkheid van verandering, optimistisch, maar zonder te oordelen. Ze zegt immers niet wat je moet doen, alleen dat je moet doen.

Om weer met Nietzsche aan te komen, die als een rode draad door deze zoektocht loopt: 'aanstotelijk is al het waarlijk productieve'. Ik denk dat aanstotelijk begrepen moet worden als iets uitzonderlijks, dat niet vaak voorkomt, niet vaak voor kán komen. Iets wat veel inspanning kost, maar met weinig middelen. Iets wat in de breedte niet veel voorstelt, maar grondvesten doet schudden. De meeste mensen lijken het tegenwoordig te streven naar 'zo weinig doen met zo veel middelen als mogelijk'. Mij gaat het om zo veel mogelijk doen met zo weinig mogelijk middelen (zie ook Revolutie in het hoofd II). Dat vraagt om doelgerichtheid.

Het gaat me heus niet alleen om het ontmaskeren van trucjes die de wereld mooier doen lijken dat ze is. Ik hou van verhalen en ook van het nadenken over het narratief in je leven. Optimisme betekent voor mij niet dat de wereld schoon en goed is, maar dat je de wereld kunt veranderen, hoe ellendig die soms ook mag zijn. Het beest in de bek kijken en niet terugdeinzen, maar een tandenstoker tevoorschijn halen. In de kantlijn van De verhalen van ons leven schreef ik: actie+realisme=geluk. Dat is wel hoe je deze stukjes kunt samenvatten. Mooie eindejaarsgedachte, niet?



Bookmark and Share
Comments

Whatever doesn't kill me makes me stronger

hamer
'Whatever doesn't kill me makes me stronger.' In een zeer lezenswaardig artikel op Vanity Fair fileert de onlangs overleden schrijver Christopher Hitchens deze 'wijsheid'. Een uitspraak die van Nietzsche komt en is uitgegroeid tot een (Amerikaanse) volkswijsheid. Hitchens beschrijft de hel die hij doormaakt tijdens de behandeling van de kanker die hem uiteindelijk zou vellen. De kuren die bedoeld zijn om hem te genezen, maken hem verre van 'stronger'. Een miserabel hoopje mens is wat er van hem overblijft. Niks 'wat me niet doodmaakt, maakt me sterker'.

De analyse komt hard aan, in de beschrijving van de martelende pijnen waaraan hij lijdt. Het is een ontmaskering van de optimistische uitspraak als een trucje en een pertinente onwaarheid. Het deed me denken aan 'van de nood een deugd maken', waar ik eerder schreef. Ook een trucje, een mechanisme dat je inzet om van ellende iets moois te maken, maar dat die ellende daarmee niet wegneemt. 'Omliegen' is het woord dat erbij hoort.

Op de site van Filosofie Magazine onderzoekt Leon Heuts in een blog de betekenis van pijn in onze maatschappij. Ook lezenswaardig, zeker in het licht van Hitchens' ervaringen. 'Pijn is in de moderne samenleving bij uitstek het morele ijkpunt. Wie pijn als troefkaart uitspeelt, heeft het debat in handen. Een dier dat pijn lijdt, moet bijvoorbeeld haast wel wijzen op barbaarse handelingen.' Terwijl pijn ook als betekenisgevend gezien kan worden, zoals in de christelijke traditie bijvoorbeeld het geval is.

Is de uitspraak 'whatever doesn't kill me makes me stronger' dan niet een manier om betekenis te geven aan pijn? Ik denk het niet. Net als 'van de nood een deugd maken' wijst het juist op het willen wegnemen van de betekenis, door de pijn te ontkennen. De betekenis van de pijn wordt 'omgelogen' tot iets positiefs, tot een kracht. De essentie van de pijn, van de pure ellende zoals Hitchens die heeft ervaren, gaat daarmee verloren.

Toch denk ik wel dat ook dit een heel nuttig mechanisme is. Een van mijn zelfverklaarde motto's is 'je gaat er niet dood aan'. Eerder schreef ik:

Als mensen me aankijken alsof ze zelf een hartverzakking krijgen van het idee dat ik misschien met de kerst geen werk heb zeg ik gewoon: 'Je gaat er niet dood aan.' Soms herhaal ik met nadruk: 'Ik ga er niet dood aan.’ In Afrika ga je er dood aan, in Nederland niet. Daar schrikken mensen van. Toegegeven, mijn motto is niet fijnzinnig of genuanceerd. Maar ik bedoel precies dát: je gaat er niet dood aan als je even geen werk hebt, of als iemand je verlaat of als of als. Je kunt wel zo in de put komen dat je denkt dat je beter dood kon zijn, maar dat is iets anders. (Werk aan de winkel I)

Beetje morbide misschien, maar het is juist vrolijk bedoeld. Want:

In het gemiddelde leven komt het gemiddeld juist wel goed. We gaan allemaal dood, maar in de tussentijd komt het goed. (Dit is zelfs een motto van mijn optimistische zelf: 'ik ga er niet dood aan'. Een veilig motto, dat slechts één maal niet opgaat.) Denk aan al die bijna-ongelukken, toevallige gelukjes, vergeten verdriet, geheelde breuken, ziektes die overgaan of waar je mee leert leven. (Op zee van Toine Heijmans: over goede en slechte eindes)

'Je gaat er niet dood aan': dat is wat er overblijft als je het omliegen weghaalt en de ruimte voor betekenis openlaat. Dat is vrijheid.



Bookmark and Share
Comments

Van de nood een deugd maken: Nietzsche, Finkielkraut, Voltaire, Gilbert

escher2
1. Wat een genot als je opeens de betekenis van een staande uitdrukking of ingesleten woord begrijpt, alsof-ie zijn afgedragen kleren eindelijk uitdoet. Dat overkwam me al lang geleden (in 2004) met 'van een nood een deugd maken'. We lazen Nietzsche over de slavenmoraal, die 'idealen fabriceert': 'Ik krijg de indruk dat ze liegen; elke klank kleeft een suikerzoete zachtheid aan. De zwakte moet tot een verdienste omgelogen worden, zonder twijfel - … Ze zijn beklagenswaardig, zonder twijfel, al die mompelaars en valsemunters in hun knusse hoekjes, hoe warmpjes ze ook bij elkaar zitten - maar ze zeggen mij dat hun ellende een uitverkiezing en onderscheiding Gods is, dat je juist de honden ranselt waar je het meest aan gehecht bent…'

2. Dat veranderde voorgoed mijn blik op de wereld. Nog steeds maak ik vaak genoeg van de nood een deugd, maar het blijft steeds een verhaaltje dat ik mezelf vertel. De nood blijft nood, al zijn glorieuze naaktheid slechts ten dele verborgen onder de afgedragen kleren van de deugd. Dat klinkt niet heel prettig misschien, maar ik hou wel van een beetje ellende. Bovendien kan ik meer genieten van het 'omliegen' zoals Nietzsche het noemt, als het duidelijk is dat het een trucje is. Dan wordt omliegen kunst. En de ellende de waarheid.

3. Als je erop let hoor je voortdurend mensen deze truc toepassen en hoe vaker je het hoort, hoe ergerlijker het wordt. Wat je ook overkomt - ontslag, liefdesverdriet, een lekke band - je kunt het omliegen tot iets moois dat je niet had willen missen. (Het leven heeft geen clou, begrijp dat dan)

4. Dat doet denken aan wat Alain Finkielkraut schrijft over literatuur met een hoofdletter L. De echt grote schrijvers zijn degene die de afgedragen kleren wegrissen en laten zien wat voor vodden het eigenlijk zijn waar de waarheid zich in kleedt. (Op het tweede gezicht: Alain Finkielkraut - Een intelligent hart)

[De woede van Voltaire over de gigantische aardbeving in Lissabon in 1755 waarbij tienduizenden mensen om het leven kwamen. Dat was ook een revelatie voor me: waarom zou je in zo'n geval niet woedend mogen zijn op de natuur? Maar dan echt woedend.]

5. Maar. Moet je niet blij zijn met deze vaardigheid? Is het niet een bruikbaar overlevingsmechanisme dat we niet kunnen en willen missen, aangezien de mensheid anders meteen in een collectieve depressie ten onder zou gaan? Psycholoog Daniel Gilbert noemt het mechanisme 'cooking the facts'. Dat klinkt alvast heel anders dan slavenmoraal of 'van de nood een deugd maken'. Lekker aan de slag om van de feitjes een smakelijk geheel te maken. En we kunnen ook niet anders, want het koken vindt plaats in de keuken van het onbewuste. Volgens Gilbert maar goed ook, want zodra je doorhebt wat je aan het doen bent werkt het niet meer. Misschien omdat je dan ziet dat je aan het omliegen bent? Dat de nood nooit echt kan transformeren in een deugd? (Daniel Gilbert: over tegenslag en geluk)

6. Ik geniet juist meer van de goed uitgevoerde truc als ik weet dat het een truc is. Inderdaad, hij werkt niet meer. Whatever. In dat geval ligt geluk in schoonheid en kennis, niet in gemoedsrust.



Bookmark and Share
Comments

Daniel Gilbert: over tegenslag en geluk

Stel, je wordt voor het altaar verlaten. Dat moet wel een van de meest dramatische gebeurtenissen van je leven zijn. Het ergste wat je kan overkomen, iets wat niemand mee wil maken. Maar stel: je vraagt een aantal mannen en vrouwen die het hebben meegemaakt, die daadwerkelijk voor het altaar zijn verlaten, hoe ze die gebeurtenis zouden beschrijven. Als het ergste wat ze ooit is overkomen? Of als het beste? Tien tegen één dat een flink deel zal zeggen: verlaten worden voor het altaar is het beste wat me ooit is overkomen.

Psycholoog Daniel Gilbert, van wie dit voorbeeld afkomstig is, doet onderzoek naar hoe mensen hun toekomstig (geluks)gevoel weten in te schatten. Niet zo goed, zo blijkt. En dat vooral omdat de impact van gebeurtenissen veel groter wordt geacht dan ze in werkelijkheid is. Neem het verlatingsverhaal: uiteindelijk maak je er inderdaad een verhaal van, waarin alle elementen betekenis krijgen. 'Ik mag m'n ex wel dankbaar zijn dat ie is weggelopen, want een paar jaar later ontpopte hij zich tot crimineel.' Of (deze kun je bij elke tegenslag gebruiken): 'Deze dramatische gebeurtenis heeft me alleen maar sterker gemaakt dan ik daarvoor was.' (Hoogmoedigen willen hierbij graag Nietzsche op z'n Amerikaans aanhalen: if it doesn't kill me, it makes me stronger.) Je kunt zelfs een cirkelredenering gebruiken: door weg te lopen bij het altaar, bewees hij dat hij het niet waard was om mee te trouwen.




Bookmark and Share
Lees verder
Comments

De prijs van de vrijheid na de dood van God

levenskunst
Maarten van Buuren was de zwartkijker en Joep Dohmen de optimist in de serie Levenskunst, waarin zij handvatten voor een goed leven onderzochten aan de hand van schrijvers en filosofen. Maar eigenlijk kan alle vrolijkheid overboord, zo zeiden ze al aan het begin van de Kunst- en wetenschapslezing. Daar presenteerden zij hun boek De prijs van de vrijheid, waarin essays over de denkers en schrijvers zijn gebundeld. Niks vrijheid blijheid. Vrijheid is een last. Je kunt van je leven iets moois maken – levenskunst bedrijven – maar dat is hard werken. Niettemin is het een opgave voor iedereen die geeft om vrijheid, en dus om onze moderne verworvenheden, om iets van die vrijheid te maken. ‘Daarom hebben wij een belangrijk boek geschreven,’ aldus Joep Dohmen.

Moderne vrijheid

Waar komt dat moderne vrijheidsbegrip vandaan? Prof. Maarten van Buuren opende met een inleiding op de geschiedenis van de moderne vrijheid. Nietzsche verklaarde God dood en maakte daarmee een einde aan de richtinggevende instantie in het leven. De mens verwierf daarmee een enorme vrijheid om zijn eigen richting te kunnen volgen – maar hij verloor orde en duidelijkheid. Vrijgemaakt van onderdrukking, wordt de mens geconfronteerd met de vraag waartoe hij vrij is. ‘De prijs van de vrijheid is de prijs die we hebben moeten betalen voor de moord op God,’ aldus Van Buuren.

Vervolgens stelde Dostojevski de volgende vraag: als God dood is, is dan alles toegestaan? Hoeveel vrijheid kan een mens eigenlijk aan? Zal niet iedereen elkaar uitroeien – de mens is de mens een wolf, toch? Sartre ging nog een stap verder. Als God dood is, is alles contingent. De wereld, de mens, ons leven: alles is toevallig en zonder noodzaak. Daar kun je op twee manieren op reageren: jezelf wijsmaken dat er tóch een richtinggevende instantie is. Of de absolute vrijheid op je nemen en je leven als een project zelf ontwerpen. In de levenskunst zal de een echter beter slagen dan de ander. En zo komt Van Buuren uit bij Michel Houellebecq, die laat zien dat grotere vrijheid gelijk opgaat met grotere ongelijkheid.

Postseculiere orde
Het grote streven van de westerse mens, gaat prof. Joep Dohmen verder, is niettemin het leiden van een eigen leven. De vraag hoe dat moet is actueler dan ooit, nu de modernisering die ten tijde van Nietzsche en Dostojevski werd ingezet, volledig is gerealiseerd. We leven in een postseculiere orde, die radicaal verschilt van een halve eeuw geleden, toen Dohmen en Van Buuren opgroeiden. We moeten nu onze eigen levensstijl ontwikkelen, we ontkomen er niet aan. Joep Dohmen wijst op het belang van de context als het gaat om levenskunst. Aan de hand van Michel Foucault, Peter Bieri en Charles Taylor legt hij uit dat vrijheid altijd gesitueerd is.

Foucault wijst er bijvoorbeeld op dat identiteit beïnvloed wordt door veel verschillende factoren. Toch is hij geen determinist, we zijn niet helemaal overgeleverd aan onze genen, ons brein of onze omgeving. De vraag is dan waar de marge ligt van de vrijheid. Niet alleen werken externe factoren in op wie we zijn, ook zijn we zelf altijd ingebed in een gemeenschap. Leven doe je met anderen. Zoals Taylor zegt gaat het om een driehoek van jezelf, de ander en de omgeving. Daarbinnen ontvouwt zich je leven, en de waarde van je keuzes hangt samen met de wereld waar je in staat. Het kan niet zo zijn dat elk individu maar kiest wat hij wil, zonder dat je nog van waarde kunt spreken. Precies in die gerichtheid op de samenleving ziet Dohmen antwoorden voor de actuele vraag hoe we met vrijheid om moeten gaan.

De rol van de wetenschap
Hoe moet dat dan? Kan de wetenschap daar ook nog een rol in spelen? Dohmen en Van Buuren, beiden hoogleraar, blijken nogal sceptisch over de wetenschap. Volgens Dohmen moeten we oppassen voor een al te wetenschappelijke samenleving, de ‘expertsamenleving’. De wetenschap kan niet vertellen hoe je moet handelen, hoe je leven te leiden. Daarmee gaan zij in tegen de heersende tendens om wetenschap juist als basis te zien van de staatsinrichting, economie, moraal, tot individueel handelen en oordelen aan toe. Denk maar aan de liefde die wordt gereduceerd tot hormonale oprispingen of de rechtspraak die steeds meer laat afhangen van de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek – psychisch, forensisch of juridisch.

Joep Dohmen stelt dat we op zoek moeten naar een gedeeld hypergood om de samenleving (weer) op orde te krijgen en met de uitdagingen van de toekomst – wetenschap, technologie, duurzaamheid – om te kunnen gaan. Hij is optimistisch: het zal hard werken zijn, maar dat hypergood moet te vinden zijn. Niet door wetenschap, maar door filosofie. Maarten van Buuren ziet de ontdekking van zo'n hypergood nog niet gebeuren. Maar ook hij ziet geen heil in wetenschap. Wat zegt die over mij? Niets, de wetenschap kan mij niet vertellen wat ik moet kiezen of doen. Zij heeft pas belang nadat die fundamentele levensvragen beantwoord, of ten minste onderzocht zijn.

Zo lijken Van Buuren en Dohmen toch terug te zijn bij hun oorspronkelijke tegenstelling van zwartkijker en optimist. In elk geval geloven ze beiden in de kracht van de literatuur en filosofie. En er wordt vanavond harder gelachen dan ooit tevoren in het Academiegebouw.

Verder kijken en lezen
De lezing van gisteren is hier terug te zien. De serie Levenskunst liep in 2009-2010 en is ook online terug te zien. In september 2011 start het vervolg op deze serie bij Studium Generale. Lees op dit blog ook 10 schrijvers en denkers over levenskunst.

[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]



Bookmark and Share
Comments

Stel dat je 200 jaar oud zou worden

Stel dat je tweehonderd jaar zou worden. Maar echt, probeer te voelen wat het zou betekenen dat de mens gemiddeld tweehonderd werd in plaats van tachtig. Of nee, niet de mens gemiddeld, maar jij persoonlijk. Tijd is iets wat je moet beleven, wat je moet voelen in je eigen geest en lichaam, in ruimte en, ja, tijd. Dus als je 32 bent en je stelt je voor dat je pas eenzevende van je leven achter de rug hebt, in plaats van eenderde - hoe voelt dat dan?

De vraag kwam op in de serie Time, waarin wetenschappers vertelden over hun onderzoek naar sterfelijkheid - uiteraard met als doel onderzoek te doen naar ónsterfelijkheid. Een enkeling beweerde glashard dat de kinderen van nu al onsterfelijk zullen zijn - hoewel je beter kunt zeggen dat ze te maken hebben met 'uitgestelde sterfelijkheid'. Dood zal de mens altijd wel gaan, door ongelukken of moord, zo vertelde de wetenschapper. Alleen niet meer aan veroudering.

De meeste mensen zullen zich geen voorstelling kunnen maken van een leven zonder einde (eindeloosheid gaat hoe dan ook het voorstellingsvermogen te boven), ook niet van een leven waarin het einde volkomen arbitrair zal zijn. Als je alleen nog maar doodgaat aan auto-ongelukken en psychopaten, en voor eeuwig zult leven als je die toevallig niet tegenkomt, brrrr, wat een ellendig leven heb je dan! Wie zal er nog de straat over durven steken, wie gaat nog alleen op reis of in het donker over straat?

Tweehonderd jaar, daarentegen, daar kunnen we wat mee. Ik wel in elk geval. Tweehonderd! Perfect! De presentator van het programma sloeg de spijker op z'n kop. Ik stel nu wel rationeel de vraag 'Stel dat...' maar toen die vriendelijke natuurkundige het op tv hardop uitsprak, was het geen rationele overweging of een idee dat ik in mijn hoofd moest verwerken - ik voelde de gedachte in mijn borstkas nog voor ik de consequenties verstandelijk begreep. En ik zeg je: het was een gevoel van opluchting.

Opluchting die even lang duurde als een ademteug. Want ik ben niet het kind van nu met haar uitgestelde sterfelijkheid, ik ben waarschijnlijk net een kwart eeuw te laat geboren.

Hoewel, is dat zo erg? De meeste onderzoeken naar dit onderwerp worden uitgevoerd op wormen en muizen. Door bepaalde genen te vervangen of aan te passen, kan de levensduur van de dieren verlengd worden. Als een organisme 18.000 genen heeft zoals de muis, en er is een gen verantwoordelijk voor het verouderingsproces, dan is het een kwestie van tijd voordat dat gen getraceerd is. Van de muis naar de mens is vervolgens niet zo'n grote stap. Een jaar of twintig, dertig.

Ik denk dat die kinderen van nu de proefkonijnen van morgen zullen zijn. Hoe erg is het dan om te vroeg geboren te zijn, te oud voor een verjongingskuur? Stel dat ze een foutje maken en je niet tweehonderd jaar zult leven, maar oneindig?

Aan het einde van zijn zoektocht langs wetenschappelijk verantwoorde onsterfelijkheid hield de presentator verschillende mensen een flesje levenselixer voor. Zou je het drinken? De belofte van de eeuwige jeugd waarmaken? Het is de keerzijde van de vraag die Friedrich Nietzsche stelt in De vrolijke wetenschap. Stel je voor, dat op een keer een duiveltje je op de schouder tikt en zegt dat je dit leven nog eens moet leven en dan nog ontelbaar veel keren. Er zal niets nieuws aan zijn, iedere pijn en ieder genot, elke gedachte - ook deze - komt terug. De zandloper wordt steeds weer omgedraaid. Zou je je dan knarsetandend ter aarde werpen en de duivel vervloeken? Of zou je zeggen: nooit hoorde ik iets goddelijkers?

Voorlopig is onze sterfelijkheid nog niet uitgesteld, laat staan dat we de zoete dan wel bittere onsterfelijkheid kunnen proeven. Doet er niet toe. De belangrijkste vraag - wat zou het voor ons betekenen - kunnen we nu al stellen.



Bookmark and Share
Comments

Leestips voor een zomer met een filosofisch tintje

Dikke thrillers zijn het geijkte leesvoer op vakantie. Niks mis mee. Wil je toch ook eens iets anders? Hieronder mijn leestips voor een zomer met een filosofisch tintje. Niet te lang en niet te dik, niet te moeilijk maar zeker ook niet te makkelijk, goed te doen op de camping met een glas witte wijn erbij, stof tot nadenken en voor gesprekken onder de sterrenhemel.

1. Alain de Botton - De kunst van het reizen
Het ultieme vakantieboek. Waarom gaan mensen op reis? Steeds meer en steeds verder? Hoe zorg je ervoor dat je het vakantiegevoel langer vasthoudt? Het mooist vind ik het hoofdstuk over het vastleggen van herinneringen en details. Hoe? Door te tekenen. Al tijdens het lezen van dit boek, zul je je vakantie anders beleven, dat garandeer ik. Met plaatjes! (10 euro)

2. Ryszard Kapuscinski - Ebbenhout
Het ultieme boek over Afrika. Afrika? Ja, zelfs al mocht je niets hebben met Afrika dan is dit boek een aanrader, omdat het je beeld van Afrika voorgoed verandert. Ik ken tientallen mensen die met tegenzin aan dit boek begonnen en het vervolgens aan hun hele vriendenkring cadeau hebben gedaan. Ik was er zelf één van. Kapuscinski is de journalist met negen levens. Hoe overleef je de Sahara, een staatsgreep en vuistgrote kakkerlakken, en dat allemaal op één dag? Hij leert het je.

3. Montaigne - Essays
Alle essays bij elkaar maken een baksteen van een boek. Maar kies er een paar uit (sommige zijn maar twee bladzijden lang) en geniet van de humor en scherpte van Montaigne. Wedden dat je daarna wenst dat je hem zou kunnen ontmoeten, om met hem te proosten en met hem onder de sterrenhemel verder te praten? Er zijn kleine, thematische bundeltjes verschenen van een aantal essays, over toeval, het uiterlijk, de liefde en de vriendschap. Het leukst is natuurlijk om uit de baksteen je eigen selectie te maken. Over droefgeestigheid, kannibalen en een gedrochtelijk kind.

4. Nietzsche - Schopenhauer als opvoeder
Hier heb ik al vaker over geschreven. In negentig (leesbare!) pagina's zet Nietzsche je op scherp. Het stuk is een zelfhulpboek avant-la-lettre. Zonder de open deuren, stijlfouten en tenenkrommende bekentenissen van de populair-psychologische esoterie die vandaag de dag de wereld overstelpt. Mét opdrachten, tips en aforismen die je gedachten doen rillen van zelfbewustzijn. Onderdeel van de Oneigentijdse beschouwingen.

5. Kierkegaard - De ongelukkigste
Doe mij een plezier en lees eens iets van Søren Kierkegaard, de Deense filosoof en vader van het existentialisme. Bijvoorbeeld een stuk uit Of/of: 'De ongelukkigste'. Niet het vrolijkste stuk (twaalf pagina's ellende), maar wel huiveringwekkend mooi: 'Zoals bekend moet ergens in Engeland een graf zijn, dat zich niet onderscheidt door een prachtig monument of een weemoedig stemmende omgeving, maar door een korte inscriptie - "de ongelukkigste". Naar verluidt heeft men het graf geopend, maar geen spoor gevonden van een lijk.'

6. Rob Wijnberg - Boeiuh
Behoefte aan iets actuelers? Als je Boeiuh nog niet gelezen hebt, moet je dat zeker doen. Rob Wijnberg schrijft in dit pamflet over zijn eigen generatie (ook nog net de mijne, denk ik). Op een betrokken en persoonlijke manier. Ik ben het niet overal mee eens, maar dat zet juist aan het denken. Van Temptation Island tot wetenschap en filosofie, en van de Amsterdamse uitgaansscène tot information overlaad.

7. Marjolijn Februari, Roel Bentz van den Berg
De twee beste essayisten van Nederland (in my humble opinion) wil ik ook nog noemen. Wil je eens een keer een essay lezen, kies er een van Februari of Bentz van den Berg. De kunst van het essayschrijven beheersen ze tot in de puntjes: ze zijn persoonlijk maar stijgen boven zichzelf uit, ze zijn stellig in hun twijfel, ze schrijven kraakhelder en met humor, ze kruipen onder je huid zonder dat je het door hebt. En ideaal voor de vakantie: je kunt af en toe een hapje nemen en daarna weer verder razen door het een of andere spannende boek. Ik denk dat ik wel weet wat blijft hangen.



Bookmark and Share
Comments

Revolutie in het hoofd II

katapult
Kunst moet de wereld veranderen, een revolutie in het hoofd bewerkstelligen. Ze zet je in beweging en beweging is goed. Is dat wel zo? Als je steeds maar heen en weer beweegt, kom je ook nergens. Streven naar verandering en ontwikkeling gaat gepaard met verlangen naar stilstand en focus. In het gunstigste geval houden de twee elkaar in evenwicht. De Grote Onrust is nodig om 'waarlijk productief' te zijn, maar kan ook ervoor zorgen dat je als een windvaan rond waait, zonder richting en zonder overtuiging.

Twee dingen zijn belangrijk. Allereerst het verschil tussen materiële groei en immateriële verandering. Als het draait om materiële zaken, ga ik liever achteruit dan vooruit. Dat is tegenwoordig een onhandige eigenschap. Voor de meeste mensen staat vooruitgang of groei nu eenmaal gelijk aan 'meer bezit'. Ik heb een afwasmachine en een droger, maar leef op gespannen voet met beide apparaten. Als ik het heb over mijn (hypothetische) kluizenaarsgrot, waar ik een wortel word, heb ik het niet zozeer over geestelijke verlichting, maar om afzien. Afzien van al die goederen en gemakken waarmee we ons omringen. Back to basics, afzien in de fysieke zin. (Mijn Macbook en iPhone moeten natuurlijk wel mee.)

Aan de andere kant gaat het natuurlijk óók om het geestelijke afzien. De onderliggende aanname is dat het leven in een grot ongekende psychische concentratie met zich meebrengt. Concentratie die als een pijl naar de diepte schiet, in plaats van als een windvaan te fladderen.

Dat is het tweede: zoeken naar verandering betekent niet zoeken naar steeds weer een nieuwe kick. Het verzamelen van allerlei kicks lijkt wel op het verzamelen van steeds meer bezit en is bijna een materialistisch streven geworden. Groots en meeslepend leven is bedacht door arme kunstenaars, niet door tweeverdieners met drie buitenlandse reizen per jaar. Ook hier ga ik liever achteruit dan vooruit, en ook dit is een oneigentijdse eigenschap.

Nietzsche spreekt van het productieve dat aanstotelijk is. Ik denk dat aanstotelijk begrepen moet worden als iets uitzonderlijks, dat niet vaak voorkomt, niet vaak voor kán komen. Iets wat veel inspanning kost, maar met weinig middelen. Iets wat in de breedte niet veel voorstelt, maar grondvesten doet schudden. Is het meest aanstotelijke in deze tijd niet veel doen met weinig middelen? Juist omdat het streven van de meeste mensen is om weinig te doen met veel middelen?

Dit is allemaal erg abstract. Hoe doe je veel met weinig? Daar komt de concentratie weer om de hoek kijken. Het beeld van de windvaan leende ik van Peter Bieri. Hij beschrijft een geconcentreerde vorm van kiezen tussen een veelheid aan opties, door op een cognitieve wijze verschillende mogelijkheden tegen elkaar af te wegen. Nu denk ik dat dit niet alleen cognitief gebeurt of moet gebeuren. Juist emotie (of intuïtie) kan je de weg wijzen naar de goede keuze. Of een revolutie in het hoofd, teweeggebracht door een verhaal dat het leven verandert, muziek die de Grote Onrust wakker maakt, kunst die je ratio doet wankelen.

Een andere vorm van concentratie komt van Malcolm Gladwell. Wil je ergens goed in worden, dan moet je aan deliberate practice doen, gerichte oefening. En wil oefening gericht zijn, dan kan ze maar een klein gebied beslaan. Deliberate practice is als de pijl die een smalle gang boort naar de allerdiepste lagen. De pijl maakt geen groot gat aan de oppervlakte, maar kan wel een tunnel boren die de oppervlakte op den duur laat instorten. Eerst een revolutie, dan een evolutie. Die op haar beurt een volgende revolutie in gang kan zetten.

Ik vind van mezelf dat niet zo veel verlang, omdat ik een gezonde afkeer heb van materiële rijkdom. Niet iedereen is het daarin met me eens, ik ben vaak genoeg veeleisend genoemd. En dat is ook waar. Ik ben veeleisend in het primitieve. Niet verzamelen, maar begrijpen. Zo veel mogelijk doen met zo weinig mogelijk middelen.



Bookmark and Share
Comments

Revolutie in het hoofd I

Hoe kom je erachter wat belangrijk voor je is? Misschien wel door opmerkzaam te zijn op herhaling. Steeds weer kom je op dezelfde conclusie uit, ook al gaat het om verschillende onderwerpen. In de loop van dit blog blijkt het vaak over stilstand versus verandering te gaan. En over focus versus ontwikkeling.

Eerst maar eens die verandering en ontwikkeling. Beeldende kunst moet gevolgen hebben in de wereld, aldus de kunstcriticus (Art: de kunst van het richten). Of beter gezegd: de kunstenaar moet ernaar streven de wereld te veranderen, kunst maken die gevolgen zou kunnen hebben in de wereld. Al is het maar bij één toeschouwer. Daar ben ik het helemaal mee eens.

Karl Marx riep ook de filosofie op tot verandering: ’Filosofen hebben de wereld slechts verschillend geïnterpreteerd; het komt er op aan haar te veranderen.’ Marx lijkt te ageren tegen de stoffige studeerkamerfilosofen die alleen maar praten en schrijven over de wereld, zonder haar ooit te betreden en dus zonder haar echt te kennen.

Ook in de literatuur gaat wat mij betreft dit criterium op. Om het met Hans Goedkoop te zeggen: een verhaal moet het leven veranderen. Al is het maar van één lezer. Dat is misschien niet de wereldse revolutie die Marx verlangde, maar wel een revolutie in het hoofd. Een verhaal dat het leven verandert, biedt voornamelijk een interpretatie van de wereld. Een interpretatie die bij de lezer een verandering in gang zet, waar andere interpretaties dat niet doen.

Hetzelfde geldt ook voor muziek. Muziek biedt misschien geen rationele interpretatie van de wereld, maar kan en móet het leven evenzeer veranderen als een verhaal. Wie heeft niet via bepaalde muziek een deel van zijn identiteit ontdekt (en geschapen)? De lente dat ik The Doors leerde kennen - de lente die volgde op de winter van Nirvana's Nevermind - bepaalt nog steeds wie ik ben. De Grote Onrust, de drang naar verandering die nooit ophoudt, is daar ontkiemd. Muziek draagt de belofte van de Grote Mogelijkheden, laat je deelnemen aan een groots en meeslepend leven - ook al is het dinsdagochtend half negen en ben je op weg naar weer een dag op kantoor.

Ik denk weer aan Nietzsche: 'Wat valt hier nu eigenlijk zo algemeen in de smaak? Vooral een negatieve eigenschap: het ontbreken van alles wat aanstoot zou kunnen geven - aanstotelijk echter is al het waarlijk productieve.' Kunst die gevolgen heeft is aanstotelijke kunst. Niet in de zin van walgelijk of alleen gemaakt om te schoppen, maar in de zin van de revolutie in het hoofd.

Verandering is het streven van kunst, literatuur, muziek, filosofie. En van mij als toeschouwer, lezer, luisteraar. Ik verlang van het kunstwerk, boek, liedje dat het mij verandert. Als ontwikkeling het doel is dat ik stel voor mijn eigen, innerlijke leven, wat betekent dat dan voor mijn eigen streven in de buitenwereld, het externe leven? Moet ook ik iets maken, produceren, om de wereld te veranderen? Misschien is dat wel mijn bedoeling met dit blog. Vooralsnog vind ik het vooral leuk om verslag te doen van de revoluties in mijn hoofd, in de stille hoop dat die een kleine opstand bij anderen teweegbrengen.

Morgen meer over de andere kant van de zaak: focus en stilstand.



Bookmark and Share
Comments

10 schrijvers en denkers over Levenskunst

1. Schrijven is een vorm van zelfonderzoek. Door je gedachten te ordenen en onder woorden te brengen, vergaar je zelfkennis. Zelfkennis is een voorwaarde voor een goed leven: je leert omgaan met de veranderlijke aard van het leven. Schrijven biedt daarbij een houvast, maar ook de mogelijkheid om op onderzoek uit te gaan en ideeën uit te proberen. Had Montaigne nu geleefd, dan had hij vast een weblog gehad. Michel de Montaigne: De melancholie van de wijsheid

2. Lezen is een vorm van zelfonderzoek. Filosofische of literaire teksten, zoals de maximes van La Rochefoucauld, confronteren de lezer met zijn waarden, door een andere (interpretatie van de) werkelijkheid voor te spiegelen. Soms is die confrontatie zo heftig dat je liever niet verder leest. Maar juist dan is het zaak om zo eerlijk mogelijk jezelf in de ogen te zien. La Rochefoucauld: Authenticiteit en eigenbelang – het lastige evenwicht van de honnête homme

3. Schep je eigen waarden, los van de groep. Mensen zoeken aansluiting bij groepen en ideologieën, omdat ze onzeker zijn en beschermd willen worden. Maar dat werkt je eigenlijk alleen maar tegen. Er is geen set van gegeven waarden die absoluut is en waar je je aan moet conformeren. Levenskunst gaat om het zoeken en scheppen van je eigen waarden. Friedrich Nietzsche: ‘De dood van God’ maakt de weg vrij voor een authentieke levenskunst

4. Er zijn geen antwoorden, alleen standpunten. Als God dood is, is dan alles geoorloofd? Misschien, misschien ook niet. De literatuur kan beide antwoorden in hetzelfde werk geven, zoals in de grote romans van Dostojevski. Hij toont meerdere theorieën en gezichtspunten zonder een oordeel te vellen. Het is aan de lezer om de polyfone perspectieven te onderzoeken en tegen elkaar af te wegen en zijn eigen standpunt in te nemen. Fjodor Dostojevski: Mensen zijn dom en slecht

5. Levenskunst is zorg voor jezelf. Het doel van levenskunst is vrijheid. Datgene wat de vrijheid om je leven vorm te geven zoals je wilt in de weg zit, verdient de meeste zorg. Je leeft en zorgt altijd in een context en de vrijheid daarin is altijd beperkt. Zorg voor jezelf brengt daardoor automatisch zorg voor de ander met zich mee. Michel Foucault: Het leven een kunstwerk

6. Ook loslaten is deel van levenskunst. In de mystieke ervaring of roes verlies je je kenmerkende eigenschappen en val je buiten de heersende moraal. Het is belangrijk om de mystieke ervaring niet meteen op te vullen met allerlei gegevenheden, maar te onderzoeken. Hoe stevig sta je in je schoenen, als de grond onder je voeten verdwijnt? Robert Musil: Mystiek zonder God

7. Authenticiteit kan niet zonder het gemeenschappelijke. De bron van een authentieke levenshouding ligt in het individu, maar krijgt pas echt gestalte in relatie tot de ander. Dialoog en het onderzoeken van gedeelde waarden zijn essentieel in het vormgeven van je eigen leven. Charles Taylor: ‘sociale authenticiteit’

8. De mens is absoluut vrij en absoluut alleen. Er zijn een paar gegevenheden in het leven, zoals je geslacht en je afkomst, maar er is geen doel of opdracht. Door keuzes te maken en je bewust te zijn van je verhouding tot de buitenwereld, schep je het project van je eigen leven. Pas in de praktijk van het existeren, ontstaat er zoiets als een essentie of basis. Jean-Paul Sartre en het existentialisme

9. Cognitieve afwegingen leiden tot goede keuzes. Er zijn altijd meerdere opties als je voor een beslissing gesteld staat. Die verschillende opties kun je onderzoeken, rationeel en emotioneel en met gebruik van je voorstellingsvermogen. Dan zal je wil de juiste keuze maken en daarvoor gaan. De toekomst staat niet vast; je hebt de macht haar met je vrije wil te veranderen. Peter Bieri / Pascal Mercier: Levenskunst als denkproces

10. Middenin de pijn staan en hard stampen. Via onderzoek naar je meest pijnlijke en duistere ervaringen, kom je tot de kern van wat het betekent om mens te zijn en jezelf te zijn. Hoe doe je dat? Door veel te lezen en door te schrijven. Want, zo leerde Montaigne al: schrijven is een vorm van zelfonderzoek. Michel Houellebecq: alleen in boeken jezelf kunnen zijn

Kijk de volledige lezingen over deze schrijvers en denkers terug via de website van Studium Generale.



Bookmark and Share
_________________________________________________________________________________

Gerelateerde artikelen:
Comments

Rolmodellen van Thomas More tot 50 Cent


'A man for all seasons' werd Thomas More door zijn vrienden genoemd. En die vrienden waren zelf al niet de minste: Erasmus was More's beste vriend. In een brief schreef More aan hem 'my darling', en Erasmus hield het bij mellitissime Thoma ('zoetste Thomas'). 'A man for all seasons' klinkt in hedendaagse oren misschien niet direct als een aanbeveling. Het riekt naar draaikonterij en opportunisme of naar de manier waarop verschillende mensen en partijen voorgangers claimen. Nietzsche is in die zin ook een man voor alle seizoenen (van de massaliteit van de nazi's tot de artistieke Einzelgänger), net als alle filosofen van de Verlichting. Lees verder
Comments

Stukkies elders: authenticiteit, medicatie en poëzie

Economische keuzes: voorbij de rationaliteit
Een verzekering tegen een ongeluk door een terroristische aanslag verkoopt beter dan gewoon een verzekering. Terwijl de kans op zo’n aanslag veel kleiner is. Iedereen weet dat en toch zijn mensen bereid meer te betalen. Hoe kan dat? De economische wetenschap is jarenlang uitgegaan van de mens als rationeel wezen. Onterecht, aldus prof. dr. Henriëtte Prast, gedragseconoom en columnist, verbonden aan de WRR. Rationele modellen beschrijven een ideale gang van zaken die verre van realistisch is. De gedragseconomie kijkt naar wat mensen echt doen als ze economische beslissingen maken en probeert de systematiek daarin te ontdekken. Lees verder

Charles Taylor: ‘sociale authenticiteit’
Authenticiteit is een kernbegrip in de literatuur en filosofie, zo blijkt uit de serie Levenskunst. Joep Dohmen en Maarten van Buuren komen in hun lezingen en discussies steeds hierop terug. Wat het inhoudt, hoe je authentiek wordt en in welke verhouding het authentieke individu tot de gemeenschap staat: daarop is geen eenduidig antwoord te geven. De lezing van Joep Dohmen over de hedendaagse filosoof Charles Taylor – schrijver van onder meer The Ethics of Authenticity – cirkelde rond deze vragen. Lees verder

Nietzsches ‘dood van God’ maakt de weg vrij voor een authentieke levenskunst
Friedrich Nietzsche staat wel bekend als ‘de filosoof met de hamer’. Zijn uitspraak ‘God is dood’ is zelfs op T-shirts terug te vinden. Nietzsche is ook te lezen als filosoof van de levenskunst, waarbij het gaat om zelfstilering en bevestiging van het leven. Hoe zijn deze twee interpretaties met elkaar te rijmen? Joep Dohmen gaf in zijn lezing voor de serie Levenskunst vorig najaar een grondige inleiding op Nietzsches moraal en op de oproep tot zelfverwerkelijking die daar nog steeds van uitgaat. Lees verder

Innovatie van medicijnen loont niet, bangmakende reclame wel
‘Voelt u zich wel eens gespannen, maakt u zich zorgen en kunt u niet meer genieten van activiteiten die u eerder leuk vond, zoals winkelen? Dan is Havidol voor u!’ Wacht eens even, Havidol? Dat klinkt verdacht veel als have it all. Inderdaad, het gaat hier om een persiflage op de manier waarop geneesmiddelen tegenwoordig ‘in de markt’ worden gezet door grote farmaceutische bedrijven. Een persiflage die helaas stoelt op een onaangename werkelijkheid, aldus professor Huub Schellekens (UU) in zijn lezing Over regulering van angst. Bij het uitvinden en produceren van geneesmiddelen gaat het allang niet meer om de mens, maar om de centen. Reclame is de grootste kostenpost, beurskoersen het belangrijkste doel. Lees verder

De literaire expressie van angst: angst als productieve kracht
Waar vrees gericht is op een object in het hier en nu (spinnen, hoogtes), is angst een ongericht gevoel. Het onderscheid tussen angst en vrees kwam eerder al naar voren bij Damiaan Denys en ook dr. Hans van Stralen haalt het aan in zijn deel van de lezing ‘De literaire expressie van angst’. Uit de bijdrage van dichter Ingmar Heytze blijkt dat angst nog veel meer vormen aanneemt. Stilstand, beweging en productie zijn begrippen die steeds terugkeren. Lees verder

Authenticiteit en eigenbelang: het lastige evenwicht van de honnête homme
François de La Rochefoucauld is bekend van zijn maximes: puntige uitspraken over de mens. Ze verschenen in een vertaling van Maarten van Buuren bij de Historische Uitgeverij. In de serie Levenkunst hield Van Buuren dit najaar een lezing over La Rochefoucauld. Hij vertelde hoe hij in de maximes een heel nieuwe laag ontdekte, toen hij er ter voorbereiding van de lezing met een ethische bril naar keek. De maximes achtervolgen de lezer met vragen die hem in zijn waarden confronteren. Houdt de auteur mij een spiegel op of herken ik me totaal niet? Lees verder



Bookmark and Share
Comments

Het fluïdum van de roem

'Op de vraag wat ik later wilde worden, antwoordde ik altijd: de kleine zeemeermin.' We lachen om deze schattige bekentenis van mijn collega. 'Ik antwoordde altijd: beroemd' voeg ik toe. En dat is zo, ik wilde beroemd worden. Liefst als actrice. Toen ik eenmaal door kreeg dat beroemde actrices dag en nacht achtervolgd worden door viezeriken met een telelens, dat ze altijd hun make-up tip top in orde moeten hebben, en dat de beroemde acteurs met wie ze omgaan eigenlijk heel dom zijn, wilde ik geen actrice meer worden. Beroemd, dat nog wel. Lees verder
Comments

Ik ga op vakantie en ik neem mee...

Een vliegticket naar Nice, de sleutel van een huis in de Provence, een medicijntasje mét medicijnpaspoort voor het geval de douane me aanhoudt, een huurauto voor acht personen voorzien van gps (de zogenaamde 'twentyeight', huh? oh, Citroën C8) en Nietzsche.

Wat klopt hier niet? Het feit dat ik dertig ben en geen kinderen heb.

Voeg toe de iPhone en herhaaldelijke oproepen van het schoonthuisfront - de laatste twee overigens niet bijeen, want de iPhone bleek niet te werken in het buitenland. Even maakte ik een stiekem vreugdedansje, want ik was toch wel bang voor alomtegenwoordig internet op vakantie. Jammer dat daarvoor in de plaats herhaaldelijke oproepen naar het T-Mobilethuisfront de Provençaalse ochtenden opluisterden.

Ik heb ooit twee weken niet gedoucht op vakantie - misschien wordt het nu duidelijk dat ik mij soms Gordon voelde. Ik bedoel de Gordon uit het programma waarin hij Nederlanders vergezelt op vakanties waar hij overduidelijk niet thuishoort. Ik wilde me er met een Gordonlach vanaf maken, maar dat joeg Jeroen bijna gillend naar huis.

Bij de afwas met teil en sop probeerde ik erachter te komen wat er aan de hand was. Sinds een half jaar doet de afwasmachine mijn afwas en dat geeft me altijd een ongemakkelijk gevoel. Net als de droger die mijn was droogt. Als de afwas al schoon wordt, krijgt hij ook een buitenwereldlijke glimmering mee en de was wordt wel droog, maar ook een maat kleiner.

Vlak voor de vakantie zag ik de film Into the Wild van Sean Penn, over een jongen (Christopher McCandless) die al zijn spaargeld weggeeft en Alaska in trekt. Hij kayakt het volkomen uitgestorven onbekende tegemoet, da’s toch iets anders dan met z’n allen. Hij doucht nooit en heeft zeker geen gps. Het loopt dan ook niet goed met hem af. Ik geef mijn spaargeld niet weg en hoop niet slecht af te lopen, maar ik miste wel iets van Into the Wild bij mijn Dans la Provence.

Waar gaat dit heen? Ik vroeg het aan de vrouw van de gps en kreeg een onbevredigend antwoord (roew kwaatrewengdeu). Daar zat ik met mijn onscheurbare wegenkaart nog strak in de vouw: geen idee waar we ons bevonden en hoe we daaruit zouden komen. Opeens zag ik dat de buitenwereldlijke glimmering die over al die toeristen in de Provence en de Côte d'Azur ligt, dezelfde is als die de Sun achterlaat op mijn glazen.

Op het strand sloeg ik Nietzsches Oneigentijdse beschouwingen op (de kaft in het zand gedrukt, want niemand hoeft dat te zien). Aha! Er bestaat een woord voor de hang naar samen kayakken, naar afwasmachines en gps-dames: filistercultuur. En een diagnose: 'Wat valt hier nu eigenlijk zo algemeen in de smaak? Vooral een negatieve eigenschap: het ontbreken van alles wat aanstoot zou kunnen geven - aanstotelijk echter is al het waarlijk productieve.'

Dat is waar het aan ontbrak: aanstoot geven (altijd leuk om te vertellen dat je wel eens twee weken niet hebt gedoucht op vakantie) en productief zijn: de afwas doen, de weg uitvogelen, een internetcafé zoeken, de glimmering van je lijf spoelen.

Ik vouwde mijn kaart uit, riep 'tout droit!' en alsnog gingen we een avontuurtje tegemoet. Volgend jaar ga ik op vakantie en neem ik mee: een auto zonder gps, een onscheurbare wegenkaart, afwasmiddel en Nietzsche. Gordon mag gewoon thuis blijven, hij zou Alaska maar koud vinden.



Bookmark and Share
Comments

Word wie je bent!

psychologie_magazine
‘Word wie je bent’ is de oproep van Psychologie Magazine. Opvallend, want eigenlijk is het meer een slogan voor hun zusje Filosofie M. Ik moest in elk geval meteen aan Nietzsche denken, die meer dan een eeuw geleden al opriep om, inderdaad, te worden wie je bent.

Toevallig kocht ik onlangs Oneigentijdse beschouwingen (1873-1876) van Nietzsche, waarin het stuk ‘Schopenhauer als opvoeder’ staat. Schopenhauer als opvoeder, ik hoor het sissen al beginnen: die vrouwonvriendelijke, zwartgallige en machtsbeluste negentiende-eeuwer als opvoeder? Dacht het niet! Gelukkig gaat het niet over Schopenhauer als opvoeder voor iedereen, maar voor Nietzsche zelf.

Of moet ik zeggen Nietzsches zelf? Het gaat hem erom dat de mens moet toewerken naar zijn betere zelf, dat ergens al bestaat (in het hoofd, in de lucht, in de toekomst, het onderbewuste bestond toen nog niet echt). Maar hoe kom je erachter wat dat is, dat betere zelf? In de Bijbel zal je het Nietzsche niet zien vinden (hij verklaarde God immers dood), bij het proletariaat of de christen-democraten evenmin. Hij vond het bij Schopenhauer.

Het mooie van het stuk is dat het een vlijmscherp zelfhulpboek avant-la-lettre is. Zonder al die open deuren, stijlfouten en tenenkrommende bekentenissen van de populair-psychologische esoterie die vandaag de dag de wereld overstelpt. Maar mét opdrachten, tips en aforismen die je gedachten doen rillen van zelfbewustzijn.

Nietzsche vond in Schopenhauer zijn opvoeder, wie de onze is ligt geheel aan onszelf. Om je betere ik te realiseren (uiteraard een proces dat je nooit kunt voltooien), moet je weten wat dat betere ik is, en om daar achter te komen, heb je een opvoeder nodig.

Ik zal meteen met de deur in huis vallen: de mijne is Marcel Proust. Nog zo iemand die niet vies is van bruikbare handvatten voor het leven en uitspraken over dood, liefde, seks, alcohol, feest, herinnering, tijd, vliegtuigen, koetsen, kerken, stenen, strand, meisjes en jongens waar je weken zoet mee bent, en dat alles verpakt in de mooiste zinnen die bestaan.

Je opvoeder vertelt je wie je eigenlijk bent, en wie je dus moet worden. (In mijn geval: geniaal schrijver met ongelofelijk veel mensenkennis, en die ook van een borrel houdt). Gekkenwerk om daar in je eentje achter te moeten komen. Iemand die dat betere zelf al heeft gerealiseerd moet het je laten zien, al is het decennia later via de omweg van een boek. (Overigens niet vergeten dat het voorbeeld weliswaar kan doen lijken dat hij zijn betere zelf heeft gerealiseerd, maar dat natuurlijk net zo min voor elkaar heeft gekregen als dat jij dat ooit zou kunnen.)

Bizar idee dat je beter zou kunnen worden van leipe artikelen in een maandblad. Ik wil niet voorgeschreven krijgen wat ik moet doen, in een simpel vierstappenplan. Ik wil aan het denken gezet worden en mezelf op volledig doordachte gronden iets voorschrijven. Daar heb je de filosofie voor nodig, of de literatuur. Maar het liefst allebei.



Bookmark and Share
Comments