Arnon Grunberg - De man zonder ziekte
02/06/12 13:06 Denk aan: Literatuur

Hij werpt een blik op zijn zus. Eigenlijk is ze nog geen mens, eerder een constructie die niet ten einde gebouwd is, ze is het vermoeden van een mens, een bouwput, en hij hoopt dat ze nu eindelijk zal worden afgebouwd. … Misschien was dit een transactie: hij zou sterven, zij genezen.
Wat gebeurt er in een tragedie? Je maakt keuzes, bewuste keuzes die een andere uitkomst hebben dan verwacht. Dat doet Sam ook. Misschien is hij niet heel erg overtuigd, maar hij vaart op zijn rationaliteit en neutraliteit. Helaas voor hem, er zijn andere, oncontroleerbare krachten aan het werk. In de goden geloven we niet meer, maar dat betekent niet dat we geen speelbal meer zijn van het lot.
'De man zonder ziekte': dat klinkt als een goede start in het leven. Toch lijkt de familie van Sam gedetermineerd, met zijn gehandicapte zus en vroeg gestorven vader. 'Waar hebben we dit aan verdiend?' vraagt zijn moeder als haar zoon gemarteld en wel terugkomt van een opdracht in Irak. Sam weet: ik had beter moeten opletten. De man zonder ziekte klinkt bij nader inzien dreigend. Zo'n smetteloos figuur moet een lesje leren. Vrij zijn van ziekte maakt je aantrekkelijk voor het noodlot.
Onzichtbare krachten trekken je je lot binnen, of ze nu onzichtbaar zijn omdat ze zich letterlijk onder de grond bevinden, of ergens onder de oppervlakte van jezelf. Onder valse voorwendselen wordt Sam naar Irak gelokt, maar dat doet er niet zoveel toe. Het moest hem overkomen, hij moest zijn lesje leren. Al zijn keuzes zijn in feite vooropgezet, er is niets bewusts aan. Hij mag mooie woorden spreken over zijn idealen van architectuur die genereus is, van de gevende architect die met een beetje geluk zoveel geld verdient dat zijn zusje haar behandeling in Amerika kan krijgen. Maar misschien is hij alleen maar architect geworden om deze tragedie te ondergaan. Wat hem overkomt is niet een gevolg van zijn toevallige bestaan als architect, hij is architect geworden zodat dit hem kon overkomen.
Waarom? Om exemplarisch te zijn (zoals een personage van Grunberg betaamt). En wat voor lesje? Een lesje van het onbewuste, zou ik zeggen. Hij is het slagveld waar een oorlog woedt tussen rationaliteit en irrationaliteit. In het Midden-Oosten gelden rationele beslissingen niet meer en regeert het toeval met een onontkoombaarheid die we niet kunnen vatten. Soms doet Sam het juiste, zoals zich niet verzetten tegen zijn bewakers. Louter toeval. Bewust bedacht, maar toevallig. (Overigens vind ik het haast dapper te noemen hoe Grunberg het Midden-Oosten als locus van het irrationele aanwijst. Zacht gezegd komt de regio er niet goed van af. Het is er vies, onrechtvaardig en pervers; en als er al iets mooi is, is het slechts vernis en krioelen daaronder de kakkerlakken.)
Als ik nog Literatuurwetenschap studeerde, zou ik zeggen dat de ruimte van het Midden-Oosten het onbewuste is en Zwitserland het bewuste. Of zelfs all the freudian way gaan: het Id en het Superego met Sam daartussenin. Nu ik dit zo opschrijf, komt het me voor dat juist de ontmoeting tussen die twee de interessantste passages van het boek uitmaken. De redding door het Rode Kruis uit de hell-hole van Irak, het moment dat de vertegenwoordiger van de Zwitserse ambassade hem opzoekt in zijn cel in Dubai. Wrange scènes, vooral omdat zo pijnlijk duidelijk wordt dat het westen - het rationele, schone bewuste - absoluut niet kan omgaan met de irrationele, onbewuste smerigheid die óók over de mensen wordt uitgestort.
Mijn eerste reactie op De man zonder ziekte was: wat een kil boek. Dat vind ik nog steeds. Maar misschien is kilheid de enig mogelijke reactie voor Sam, zijn vriendin Nina en alle andere personages. De martelende werkelijkheid van Irak, gespiegeld aan de beangstigende krochten van het onbewuste is zo confronterend, daar kun je alleen maar afstand van proberen nemen. Je gevoelens uitschakelen, doorgaan met je leven, succesvol zijn, geld verdienen - dat is de manier waarop we geacht zijn ons te gedragen.
Ze schudt haar hoofd. 'Het is zinloos,' zegt ze. 'Iedereen maakt fouten, maar je hebt je lesje geleerd.' Ze klinkt streng en liefdevol.
Wat zou hij dan precies geleerd moeten hebben? Ze hadden zijn neus gebroken en dat zou een lesje moeten zijn? De martelkamer bleek een sanatorium, hij is er al met al als een beter mens uit gekomen. Is dat wat de mensen willen horen?
Sam neemt een hap van de appeltaart, die goed gelukt is. Bakken kan ze. De smaak van de gekaramelliseerde appels stemt hem mild. Misschien heeft Nina gelijk. Hij zal zijn lot aanvaarden, niet meer proberen het verleden te doorgronden in de ijdele hoop dat het verleden verandert als je het begrijpt.
Maar we kennen ook allemaal de zachte drang waarmee 'het verschrikkelijke' aan ons trekt, alsof het ons aangelijnd houdt als een hond. Als we te ver afdwalen haalt het ons met tedere rukjes weer naar zich toe. En maar al te graag geven we daaraan gehoor, gaan we terug de diepte in, zoals Sam terug gaat naar de regio waar hij gemarteld werd.
Hij zou erbij moeten horen maar hij kan zich niet aan de indruk onttrekken dat hij er niet bij hoort, dat hij naast hun vrolijkheid staat zoals zijn zus naast gezonde mensen.
Hoewel het dus ontegenzeggelijk een kil boek is, zonder mededogen en meedogenloos (twee verschillende dingen), lijkt dat me ook juist de sleutel tot het verhaal. Hoe zijn we zo kil geworden? Hoe verhoudt de emotionele kilheid die beschaving heet, zich tot emotionele kilheid die marteling mogelijk maakt? Afstand nemen van het irrationele, het absurde, het perverse betekent niet dat dat ook afstand neemt van jou. Dat is het moderne noodlot, dat je achtervolgt en waaraan niet te ontsnappen valt. Toch nog een lesje geleerd.
Comments
Ingmar Heytze, Ademhalen onder de maan: Nu alleen zijn is verboden
13/02/12 07:36 Denk aan: Literatuur

Eerst ben je samen en gelukkig; dan ben je alleen tussen de mensen; daarna alleen nog alleen; en uiteindelijk is er niets behalve het niets. Als dat besef eenmaal is doorgedrongen kun je beter terug gaan denken: van het levenloze niets terug naar jezelf, al is dat eenzaam, naar de anderen hoe gevoelloos ze ook zijn, om te eindigen bij het begin, bij jou.
Bij het lezen van de nieuwe bundel van Ingmar Heytze, Ademhalen onder de maan, slinger je steeds heen en weer tussen de verre uithoeken van het steenkoude en levenloze heelal dat zich uitstrekt ver voorbij de maan, naar het piepkleine leven dat je leidt, in een huis, met mensen die, ja, ademhalen maar evengoed levens leiden zonder zin.
Julian Barnes beschrijft in Nothing to be frightened of, zijn fenomenale essay over zijn angst voor de dood, 'le réveil mortel - the wake-up call to mortality'. Het moment waarop je ineens weet: ik ga dood. En dood betekent: niks meer. Waardoor leven misschien ook wel niks betekent. Je kunt je wel een god wanen en soms de touwtjes van de wereld in je handen voelen, in elk geval de touwtjes van je eigen leven. Als de man achter de schermen, die alle schermen tegelijk ziet, zoals Heytze schrijft. Maar het blijft een waan. Als je ver genoeg kijkt moet je zien dat er geen god is en dat jij hem niet bent.
Het absurde, heet dat in goed filosofisch jargon.
Ach, zo'n betekenisloos heelal, het heeft ook wel iets prettigs. Je hebt met niemand iets te schaften, behalve met jezelf. En van jezelf kun je in elk geval op aan. Toch? Mwah. 'Wie zou je ermee hebben behalve jezelf, en zelfs dat valt te bezien.' (Binnen en buiten) De ander dan? 'Maar ik zou niemand weten, alleen jij, en zelfs bij ons heb ik zo mijn vraagtekens.' (Achter ons)
Heytze weet heel goed de tragiek te vangen van dat ietwat sneue hoopje mens dat tegen beter weten in er nog iets van probeert te maken. Sneu hoopje, omdat je in het licht van dat enorme, mechanische heelal maar 'één tussen miljarden' bent. Het is moderne tragiek: doorgaan omdat het niet anders kan, niet tegengewerkt door een god of het noodlot, maar voortgedreven door de tijd. De tijd, die is nog veel meedogenlozer dan welke god ook. God, die liet nog plaats voor hoop. Zelfs die is er niet meer voor ons, wij die 'op weg zijn naar ons onbestaan, voorgoed verloren’. (Schaduwen)
Zo voortgedreven door de tijd, ligt de hoop (toch eigenlijk een projectie op de toekomst) vooral in de herinnering. Terug dus, naar het samenzijn, 'niet langer alleen'. De wens en de hoop zijn niet gericht op een hiernamaals of een betekenisvol leven, maar op het terugdraaien van de tijd. Ik hoef niemand te vertellen dat dat onmogelijk is. Dat maakt het verlangen tragisch. En ook mooi. Er is in dit lege universum veel schoonheid te vinden. Niet zozeer in het licht, maar juist in de duisternis. 'The tunnel at the end of the light', zoals Bukowski in het motto dicht, verandert van een duistere, enge plek in een veilige haven.
Er staan veel regels (soms zinnen) in de bundel die je wilt onthouden. Trefzekere tragiek. (Dat is in elk geval een zekerheid die de dichter nog geboden is.) Het mooiste gedicht vind ik 'Het uur van het schaap'. Het is duister en eng en zeker niet veilig. Maar het biedt je één absolute zekerheid.
'Nu alleen zijn is verboden.'
Geluk, ambivalentie en tragiek: Martha Nussbaum en levenskunst
18/01/12 12:53 Denk aan: Filosofie

Ethiek
Wat is dan het goede? Dat blijft nogal impliciet. Een belangrijk onderdeel van Nussbaums beschrijving van het goede is dan ook dat het niet singulier of eenduidig is. Voor Plato was het goede weliswaar moeilijk te bereiken, maar in zijn aard wel helder. Nussbaum volgt Aristoteles in zijn kritiek op deze enkelvoudige opvatting van het goede. Zoals de titel van haar boek over dit onderwerp zegt, is zij geïnteresseerd in The Fragility Of Goodness, de broosheid van het goede.
Die broosheid is te beschrijven aan de hand van het tragische. Aristoteles heeft uitgebreid de tragedies bestudeerd en geeft die een plaats in zijn ethiek. Van de tragici leren we dat waardevolle zaken in het leven niet altijd commensurabel zijn. Een beroemd voorbeeld is Antigone. Zij staat voor de beslissing of zij haar overleden broer de laatste eer zal bewijzen, of de koning gehoorzamen die haar dat verboden heeft. Hier bestaat geen juiste keuze, beide opties zijn even ‘waarden-vol’ en door te kiezen voor het ene, moet zij het andere laten. Het is een tragische situatie bij uitstek, waarin de kwetsbaarheid van Antigone wordt getoond, maar ook de kwetsbaarheid van het goede zelf.
Hiermee is nog niet bepaald wat het goede dan precies inhoudt. Bestaat het alleen in ‘vervuilde’ vorm, vermengd met het noodlot en het tragische? Hoe moeten we ons daar dan toe verhouden? Nussbaum legt de nadruk op het individuele, concrete mensenleven, en op vorming die gericht is op zowel het praktisch denkvermogen als de emoties. Via de literatuur en kunst, zoals het verhaal van Antigone, kunnen we meer leren over de vele verschillende verschijningsvormen die het goede kan hebben. Het goede krijgt gestalte in een individueel, uniek leven zoals van Antigone. Bovendien leren we over de worstelingen met het noodlot die ieder mens zal moeten leveren.
Bildung
Ook de filosofie van het onderwijs gaat tegenwoordig hoofdzakelijk uit van ‘nut’ als leidend principe. In haar veelbesproken pamflet Not For Profit (Niet voor de winst), pleit Nussbaum voor een andere vorm van onderwijs, waarin de studenten allereerst een werk- en levenshouding ontwikkelen waarin plaats is voor zelfstandigheid, betrokkenheid en sensibiliteit.
In die vorming komt het pluralisme van ‘het goede’ weer terug. Onderwijs moet uitgaan van het bestaan van verschillende waarden en tradities en zich niet beroepen op ‘heilige boeken’. Dit onderwijs geënt op ‘liberal arts’ is er juist voor iedereen. Daar is wel een kanttekening bij te maken, want de invulling lijkt wat elitair. Niet iedereen heeft het in zich om Sophokles en zijn Antigone te doorgronden.
Politieke filosofie en capabilities
Nussbaum lijkt in haar politieke filosofie wel uit te gaan van mogelijkheden (capabilities) die alle mensen gemeenschappelijk hebben. Niet in gelijke mate, en ook niet terug te brengen tot één goed – want het goede is ook hier meervoudig van aard. Maar wat het precies inhoudt, raakt steeds verder op de achtergrond. In haar politieke denken is de vraag niet meer ‘Wat is een goed leven?’ maar ‘Wat is een slecht leven?’ Met andere woorden, het draait om het definiëren van de minimale voorwaarden voor sociale rechtvaardigheid. Positieve vorming en zelfverwerkelijking raken daarmee enigszins uit zicht. Bovendien, stelt Maarten van Buuren in de discussie na de lezing, is het tragische besef hier ook verdwenen. Er zijn talloze mensen die wel capabilities bezitten, maar die op een of andere manier niet tot ontwikkeling weten te brengen.
De verbinding tussen het vroege werk van Martha Nussbaum, dat meer op de individuele ontwikkeling via literatuur en kunst gericht is – en het latere, politiek-filosofische oeuvre, is daardoor niet makkelijk te expliciteren. Misschien moeten we weer terug naar de duizenden jaren oude tragedies. Treedt bij die Griekse personages immers niet steeds de onontkoombare verknooptheid van het persoonlijke en politieke naar voren?
Het persoonlijke en politieke zullen zeker ook in de volgende lezing voor de serie Levenskunst aan bod komen. Op 7 februari spreekt Maarten van Buuren over Machiavelli. De lezing over Martha Nussbaum is hier terug te zien.
[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]
Geluk als productiviteit
27/12/11 13:28 Denk aan: Leven

Timothy Wilson geeft - jazeker - de drie ingrediënten van geluk (dit is geluk in sociaal-psychologische zin, dus zoals dat uit statistisch onderzoek is gerold). Zin, doel en hoop. Dat zegt nog niet zoveel. Zin: een gelukkig mens heeft een stelsel van overtuigingen die een coherent antwoord bieden op grote vragen in het leven. Een geloofsovertuiging, het humanisme, of misschien wel 'uiteindelijk is alles zinloos'. Doel: een gelukkig mens is doelgericht, werkt ergens naartoe. Hoop: een gelukkig mens richt zich op wat hij kan veranderen in plaats van op het noodlot. Een gelukkig mens is een 'effectief en autonoom persoon'.
Ik noem dit alles bij elkaar de deugd van de productiviteit.
(Erg mooi klinkt het allemaal niet. Effectief, autonoom, productief. Hebben we het nog wel over geluk?)
Wil productiviteit een deugd zijn, dan moet ze wortelen in een overtuiging, doelgericht zijn en gericht op verandering. Wil een overtuiging zich uiten, op een doelgerichte manier die verandering teweegbrengt, dan heb je productiviteit.
Dat is allemaal nogal abstract. Rousseau beschrijft in zijn overigens hysterisch conservatieve 'Brief over het theater' hoe een productieve omgang met tijd leidt tot geluk. Uren gespendeerd in 'ledigheid' maken dat de tijd zelf niet veel waarde meer voor je heeft. Nog een uur gespendeerd met niets doen maakt niet uit, wanneer je al te veel tijd hebt verloren is tijd niet meer iets wat je kunt verliezen. Wie herkent dit niet? Hoe meer tijd je verlummelt, hoe moeilijker het is om weer iets te gaan doen. Alsof het kleinste klusje al onevenredig veel beslag legt op je tijd. Maar als je veel werk verzet in korte tijd, kan er altijd nog wel wat meer bij. Door de tijd te vullen groeit hij, door nietsdoen loopt hij leeg als een ballon. Zo voel je je dan ook: als een leeggelopen ballon, een herinnering aan een nooit gehouden feest.
Een andere vorm van productiviteit is samen te vatten in de (mijn) maxime: Actie is altijd beter dan geen actie. Dat heeft vooral betrekking op de omgang met andere mensen. Handelen is altijd beter dan niet handelen. Je uitspreken is altijd beter dan je niet uitspreken. Daar ben ik van overtuigd, hoewel het heel veel jaren heeft geduurd voor ik hierachter ben gekomen. Actie is altijd beter dan geen actie omdat daarin de hoop tot uiting komt, zou je met Wilson in het achterhoofd kunnen zeggen. Een maxime die uitgaat van de mogelijkheid van verandering, optimistisch, maar zonder te oordelen. Ze zegt immers niet wat je moet doen, alleen dat je moet doen.
Om weer met Nietzsche aan te komen, die als een rode draad door deze zoektocht loopt: 'aanstotelijk is al het waarlijk productieve'. Ik denk dat aanstotelijk begrepen moet worden als iets uitzonderlijks, dat niet vaak voorkomt, niet vaak voor kán komen. Iets wat veel inspanning kost, maar met weinig middelen. Iets wat in de breedte niet veel voorstelt, maar grondvesten doet schudden. De meeste mensen lijken het tegenwoordig te streven naar 'zo weinig doen met zo veel middelen als mogelijk'. Mij gaat het om zo veel mogelijk doen met zo weinig mogelijk middelen (zie ook Revolutie in het hoofd II). Dat vraagt om doelgerichtheid.
Het gaat me heus niet alleen om het ontmaskeren van trucjes die de wereld mooier doen lijken dat ze is. Ik hou van verhalen en ook van het nadenken over het narratief in je leven. Optimisme betekent voor mij niet dat de wereld schoon en goed is, maar dat je de wereld kunt veranderen, hoe ellendig die soms ook mag zijn. Het beest in de bek kijken en niet terugdeinzen, maar een tandenstoker tevoorschijn halen. In de kantlijn van De verhalen van ons leven schreef ik: actie+realisme=geluk. Dat is wel hoe je deze stukjes kunt samenvatten. Mooie eindejaarsgedachte, niet?
The Social Network: 6 keer (geen) tragedie
30/01/11 12:22 Denk aan: Film

1. De fatale vrouw
Hoewel er geen grote vrouwenrollen zijn, draait alles in The Social Network om meisjes. Wat drijft de mannen in hun streven naar de top? Vrouwen. In de eerste scène wordt Zuckerberg gedumpt - de directe aanleiding voor het ontstaan van een website waar tegenwoordig 500 miljoen mensen wereldwijd een profiel hebben. Vrouwen en seks, dat is waar de wereld op draait, aldus Zuckerberg. Hij heeft de pijnlijke les van zijn ex-vriendin heel goed geleerd en omgezet in een gigasucces.
2. De eer
Iets minder geprononceerd in The Social Network is ander klassiek tragisch motief: de eer. De film wordt verteld via twee rechtszaken die tegen Mark Zuckerberg zijn aangespannen. Uiteraard gaat het daarin om geld, een stukje van de taart. De achterliggende drijfveer, dat wat alles in beweging zet, is echter eer. De gebroeders Winklevoss klagen Zuckerberg aan omdat hij hun idee zou hebben gestolen. Wanneer besluiten ze om naar de rechter te stappen om hun gelijk te halen? Nadat ze een belangrijke roeiwedstrijd verliezen, van - kan het meer onterend - 'the Dutchies'. (Terwijl het eerder onterend werd gevonden om als Harvard man je gelijk bij de rechter te bevechten.) En dan die rare vriendschap tussen Zuckerberg en Saverin die gedoemd is kapot te gaan. 'Is het omdat ik werd toegelaten tot de Phoenix-club en jij niet?' vraagt Saverin aan zijn voormalige boezemvriend. Hoe kinderachtig het ook is, hoe onbelangrijk zo’n clubje ook klinkt, de wereld draait op dit soort trivialiteiten. De sociale vorm van het butterfly-effect is de rode draad in deze film. Excellent.
3. De dunne scheidslijn tussen mannenvriendschap en rivaliteit
Zie 2. De eer.
4. Toeval
Alle bovenstaande redenen zijn samen te vatten onder de noemer 'toeval', beter: 'onvermijdelijk toeval'. Dat is weer een andere, seculiere manier om te zeggen: noodlot. Klinkt paradoxaal, onvermijdelijk toeval. Iets wat onvermijdelijk is, is geen toeval toch? Misschien niet. Het onvermijdelijke kiest een toevallige vorm om zich te manifesteren. Neem het meisje bij wie Sean Parker, latere zakenpartner van Zuckerberg, voor het eerst hoort over Facebook. (Overigens: weer een meisje dat richting geeft aan het streven van een man.) Dat meisje is totaal onbelangrijk, wie zij is, is toevallig. Maar dat Parker in contact moest komen met Facebook, is onvermijdelijk. Het hele verhaal van The Social Network is op deze manier te ontleden.
5. De held
Dat Zuckerberg uit die berg toevalligheden de juiste kansen weet te pikken, maakt van hem een held. Een van de interessantste dingen van de film vond ik de manier waarop de geest van Zuckerberg wordt verbeeld. Je leert niets over zijn gevoelsleven of zijn innerlijke gedachten, je zult het moeten doen met wat hij hardop zegt. (Wat een opluchting om eens niet lastig te worden gevallen door een voice-over.) Uit wat hij zegt en ook hóe hij het zegt blijkt de werking van een bijzondere geest. Merkwaardige associaties en gedachtensprongen, afgevuurd in een razendsnel tempo. Hij heeft een scherp oog voor kansen, hij herkent in het toevallige het onvermijdelijke. Voortdurend vertaalt hij individuele hang-ups naar algemene concepten. Briljant. De hele film vertrekt uit de juridische vraag of hij nu wel of niet het Facebook zelf bedacht heeft. Maar uiteindelijk gaat het erom dat hij Facebook herkend heeft als the next big thing.
6. Geen ondergang
Toch is The Social Network geen tragedie en Zuckerberg geen tragische held. Een tragische held creëert met zijn scherpe geest, gedreven door vrouwen of eer geen miljardenbedrijf, maar zijn eigen ondergang. Hij maakt met de beste bedoelingen krachten los die hij niet kan beheersen en die hem zullen doden of krankzinnig maken. Denk maar aan Oedipus, of Romeo en Julia. Goed, Zuckerberg verliest zijn beste vriend, maar hij krijgt er een nieuwe voor terug. Hij verlangt nog steeds naar het meisje dat hem (terecht) aan de kant heeft gezet, zonder hoop dat zij het verlangen ooit zal beantwoorden. Maar dat is nou niet echt genoeg om van een tragisch einde te spreken. Het verhaal ís natuurlijk ook nog lang niet geëindigd. Zuckerberg heeft naar het schijnt gezegd dat hij het jammer vindt dat er een film over hem is gemaakt terwijl hij nog leeft. Dat kan ik me van hem voorstellen. Voor de kijker is juist het feit dat deze film een verhaal vertelt dat in werkelijkheid zich nog aan het ontvouwen is, fascinerend en buitengewoon post-post-postmodern.
De Wandelaar
04/07/08 12:50 Denk aan: Literatuur

