Herfst, tweemaal
22/09/11 23:06 Denk aan: Literatuur
'Ja ja, hoor de blaadjes waaien. Maar wat schoot ik daarmee op?'
Uit: Yves Petry, De maagd Marino
---
Voor de verachters van de binnenkamer
Waarom ga ik nog altijd naar buiten,
ik weet wat daar is.
De langgerekte fluittoon de aangrenzende
resten, de drooggekookte klaarheid der dingen:
precieze verhoudingen.
En daar heb ik dus een schijthekel aan
(een regenbui balsemt milddadig)
dat alles is zoals het is
waarom ga ik nog wandelen, om een esdoorn in zijn esdoorn-zijn
te sterken? (hierachter sterven er geruisloos)
de esdoorn moet zijn eigen rottige zelf maar toeknikken
Van de heerlijke nieuwe dichter Maarten van der Graaff.
Comments
Armando wint VSB-prijs: 'radicale somberte'
27/01/11 15:00 Denk aan: Literatuur
'Op Armando!'
'Op de wanhoop!'
Armando won gisteren met Gedichten 2009 de VSB-Poëzieprijs voor de beste bundel van het afgelopen jaar. 81 is hij inmiddels, maar hij heeft dus nog niets aan relevantie ingeboet.
Juryvoorzitter Maaike Meijer noemde de grondstemming van Armando 'radicale somberte'. Een rake typering, die de poëzie ook direct in een verband plaatst met andere radicale sombermansen (mijn persoonlijke associatie: Michel Houellebecq). Neem het gedicht 'Een galg', dat hij bij de prijsuitreiking ook voorlas:
Ze dachten we gaan de aarde beklimmen,
we gaan de dood verjagen, we
zegenen de regen, we
brengen stenen naar de stad.
Ze zwoegden
en bouwden moeizaam een galg.
Het ijkpunt van Armando - zegt men steevast - blijft de oorlog. Het steengoeie van een gedicht als dit is natuurlijk dat het het ijkpunt achter zich laat. Ook zonder de (persoonlijke) ervaring van oorlog is het een krachtig gedicht, dat de lezer of luisteraar iets zegt over de mens, de dood, het lijden en vooral de onontkoombaarheid daarvan. De voordracht van de oude Armando, zittend op het lage podium, niet elke letter even helder meer articulerend, vond ik erg indrukwekkend. De woorden komen binnen, hard als een stomp in de maagstreek.
Dat deed me terugdenken aan een aantal schilderijen die ik van hem zag op een tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam, samengesteld door Koningin Beatrix. Grote doeken, geen kleur, alleen wit en zwart. Ik houd van grote zwarte vlakken (zoals bij de Van Doesburgh die ik jarenlang als muurschildering had). Je kunt erin verdrinken, ze benemen je de adem. Je eigen lijden is dan opeens nietig, onbetekenend. Dat is de reden dat kunst in het teken van het lijden zo mooi en noodzakelijk kan zijn: het heft je eigen lijden op in het zicht van de absolute somberte. Ik vond de schilderijen haast letterlijk verpletterend, die intense zwartheid - zowel van vorm als inhoud. Misschien niet de meest subtiele kunst, maar wel effectief. Ik hou van effect, dat moet gezegd worden.(Heuglijk nieuws dus dat het Armando Museum dat zo noodlottig getroffen werd door brand, misschien naar Utrecht komt!)
Nu zou je denken dat ik geen fijne avond gehad kan hebben. Dat is niet waar, want Armando is een vrolijke, grappige man, met de lachers op zijn hand. Hij wilde de avond eindigen met een lolletje, verklaarde hij. Na het laudatio las hij geen gedichten uit de prijswinnende bundel voor, maar twee sprookjes, één over een leeuw en één over een muis. Prachtig en inderdaad lollig.
Mijn bewondering steeg daarmee tot grote hoogten. Een immens pessimisme, gekoppeld aan levenslust, geestigheid en sprookjes over dieren: dan heb je me al vier keer mee. Ik herken me er ook in. Onlangs had ik een gesprekje waarin ik verstrikt raakte in mijn eigen woorden. Ik houd van sombere, zware literatuur, zei ik. Ja, daarin ben ik wel een pessimist. Maar ik bén geen pessimist, ik zou mezelf juist eerder een optimist noemen. Misschien, peinsde ik, geloof ik eigenlijk niet in mijn eigen optimisme en zoek ik in de literatuur mensen die wel de waarheid durven te zeggen. Daar schrok ik van, dat ik dat zei. Alsof ik mezelf betrapte, en mezelf al jarenlang voor de gek houd. Zou Armando het ook zo zien? Moet hij schrijven over 'radicale somberheid' om in het leven vrolijk en geestig te kunnen zijn? En andersom - vrolijk zijn om in de kunst de allerzwartste afgrond in te kunnen kijken? Nee, het 'dringt zich aan me op, en dat is geen lolletje,' zegt hij in het filmpje dat hem introduceerde en dat ook in hieronder is terug te zien.
'Ik kan niks,' verklaart Armando ook. Raar dat mensen het zo goed vinden. Nou, da's dus niet waar en niet raar. Armando besloot: 'Nogmaals: neem me niet kwalijk.' Doen we niet.

'Op de wanhoop!'
Armando won gisteren met Gedichten 2009 de VSB-Poëzieprijs voor de beste bundel van het afgelopen jaar. 81 is hij inmiddels, maar hij heeft dus nog niets aan relevantie ingeboet.
Juryvoorzitter Maaike Meijer noemde de grondstemming van Armando 'radicale somberte'. Een rake typering, die de poëzie ook direct in een verband plaatst met andere radicale sombermansen (mijn persoonlijke associatie: Michel Houellebecq). Neem het gedicht 'Een galg', dat hij bij de prijsuitreiking ook voorlas:
Ze dachten we gaan de aarde beklimmen,
we gaan de dood verjagen, we
zegenen de regen, we
brengen stenen naar de stad.
Ze zwoegden
en bouwden moeizaam een galg.
Het ijkpunt van Armando - zegt men steevast - blijft de oorlog. Het steengoeie van een gedicht als dit is natuurlijk dat het het ijkpunt achter zich laat. Ook zonder de (persoonlijke) ervaring van oorlog is het een krachtig gedicht, dat de lezer of luisteraar iets zegt over de mens, de dood, het lijden en vooral de onontkoombaarheid daarvan. De voordracht van de oude Armando, zittend op het lage podium, niet elke letter even helder meer articulerend, vond ik erg indrukwekkend. De woorden komen binnen, hard als een stomp in de maagstreek.

Nu zou je denken dat ik geen fijne avond gehad kan hebben. Dat is niet waar, want Armando is een vrolijke, grappige man, met de lachers op zijn hand. Hij wilde de avond eindigen met een lolletje, verklaarde hij. Na het laudatio las hij geen gedichten uit de prijswinnende bundel voor, maar twee sprookjes, één over een leeuw en één over een muis. Prachtig en inderdaad lollig.
Mijn bewondering steeg daarmee tot grote hoogten. Een immens pessimisme, gekoppeld aan levenslust, geestigheid en sprookjes over dieren: dan heb je me al vier keer mee. Ik herken me er ook in. Onlangs had ik een gesprekje waarin ik verstrikt raakte in mijn eigen woorden. Ik houd van sombere, zware literatuur, zei ik. Ja, daarin ben ik wel een pessimist. Maar ik bén geen pessimist, ik zou mezelf juist eerder een optimist noemen. Misschien, peinsde ik, geloof ik eigenlijk niet in mijn eigen optimisme en zoek ik in de literatuur mensen die wel de waarheid durven te zeggen. Daar schrok ik van, dat ik dat zei. Alsof ik mezelf betrapte, en mezelf al jarenlang voor de gek houd. Zou Armando het ook zo zien? Moet hij schrijven over 'radicale somberheid' om in het leven vrolijk en geestig te kunnen zijn? En andersom - vrolijk zijn om in de kunst de allerzwartste afgrond in te kunnen kijken? Nee, het 'dringt zich aan me op, en dat is geen lolletje,' zegt hij in het filmpje dat hem introduceerde en dat ook in hieronder is terug te zien.
'Ik kan niks,' verklaart Armando ook. Raar dat mensen het zo goed vinden. Nou, da's dus niet waar en niet raar. Armando besloot: 'Nogmaals: neem me niet kwalijk.' Doen we niet.
Experiment: laat iemand aan jou een gedicht voorlezen
15/01/11 10:18 Denk aan: Literatuur

Daar kwam ik achter toen ik bij zes hoogleraren langsging om gedichten op te nemen om te gebruiken op het Huis van de Poëzie. Dat leverde een paar bijzondere, ik zou bijna zeggen, intieme momenten op. Hoe werkt dat en werkt het bij iedereen? Ik denk dat het werkt op een vergelijkbare manier als het schrijven van Ik herinner me... dat daadwerkelijk herinneringen tot leven brengt of het formuleren van een goed voornemen, dat voorwaarde is voor het uitvoeren van dat voornemen.
Heel sec: als je een gedicht voorleest, praat je hardop tegen iemand en bezig je een bijzondere taal, met metaforen, rijmwoorden, enjambementen en wat dies meer zij. Je spreekt bedachtzaam, met nadruk op bepaalde woorden of juist niet, met een aarzeling aan het eind van de regel, met verschillende toonhoogtes. Kort gezegd: met aandacht voor wat je zegt en met aandacht voor degene die luistert.
Diegene die luistert is de andere helft van de vergelijking, zoals de Engelsen mooi zeggen. (De Engelsen zeggen wel heel lelijk 'read aloud'. Dat maakt het vóórlezen nog veel rijker aan betekenis.) De luisteraar stelt zich open, luistert naar de ander, probeert chocola te maken van wat hij hoort. Je droomt een beetje weg, fixeert je blik op de boekenkast of de hoek van het plafond. Je hoort opeens echt de stem van de voorlezer. En je hoort hoe hij bedachtzaam spreekt, waar de nadruk komt te liggen, hoe hij misschien aarzelt zonder dat dat de bedoeling was, zich bijna verspreekt en ondertussen het gedicht recht probeert te doen.
Dan is het gedicht voorbij. Een minuut later valt er een stilte. Misschien is die een moment ongemakkelijk - je zit daar met z'n tweeën na een handeling die niet geheel alledaags is (dit is dus ook heel anders dan een literaire avond waar dichters hun teksten via de microfoon een slecht verlichte zaal in sturen). En dan, dan komen de mooie gesprekken opeens, zonder verdere aanloop of loos gekwebbel. Door de speciale aandacht die het gedicht al heeft losgemaakt voor praten, luisteren, de taal en de betekenis. Dat is iets wat alleen het gedicht doet. Ik heb nog gedacht dat het misschien ook met muziek zou werken of met een prozatekst, maar dat denk ik niet. (Dat zal vast ook iets doen, maar weer iets anders dan anders.)
Blijft de vraag over: werkt het bij iedereen? Dat weet ik niet. De hoogleraren vormen niet echt een representatieve groep en het aantal is te laag om er iets algemeens over te zeggen. Een empirisch onderzoekje naar deze werking lijkt me wel interessant. Dus ik zou zeggen: neem de proef op de som en vraag iemand een gedicht voor te lezen. Dit bijvoorbeeld.
Het zwarte gat is niet zwart
16/12/10 18:45 Denk aan: Wetenschap

Het is misschien an unlikely couple, natuurkunde en poëzie. Een wetenschapper werkt weliswaar vanuit zijn fascinaties, het persoonlijke mag voor hem begin- noch eindpunt zijn. Voor de dichter is het zintuiglijke het uitgangspunt, zo stelde Jeroen van Dongen in zijn inleiding op het thema. Twee verschillende werelden, maar geen wereld van verschil. De poëzie zal zich ook moeten loszingen uit het zuiver persoonlijke en de waarneming, ook zintuiglijk, staat aan de basis van wetenschappelijke kennis. Beelden en metaforen zijn voor zowel natuurkundigen als dichters onmisbaar, zo bleek.
Zelfs een begrip als een ‘quark’ is eigenlijk een metafoor. Niemand heeft ooit een quark gezien of aangeraakt. Het is deel van een wiskundig model dat op dit moment de beste, meest accurate beschrijving vormt van de wereld op de allerkleinste schaal. Verlinde is een specialist op het gebied van de snaartheorie. Hij begon zijn lezing met de geschiedenis van het zwarte gat. Einsteins relativiteitstheorie veronderstelt het bestaan van zwarte gaten, maar pas veertig jaar geleden muntte John Wheeler de term. Het begrip van zwarte gaten is sindsdien goed op gang gekomen. Daarvoor is de relativiteitstheorie niet toereikend – op het niveau van de allerkleinste deeltjes gaat de voorspellende theorie van Einstein niet meer op. Om te beschrijven wat er op de ‘planckschaal’ gebeurt, is de kwantummechanica nodig. En, aldus Verlinde, daarvoor is de snaartheorie onmisbaar.
‘Is het mogelijk dat we zelf misschien zwarte gaten in ons lichaam meedragen?’ was een van de vragen uit het publiek. Dat lijkt vergezocht, maar in zijn lezing ging Verlinde nog veel verder. Daarmee liet hij zien dat de theoretische natuurkunde evengoed als de poëzie niet zonder verbeelding kan. ‘Stel je voor dat deze ruimte, de Aula, een zwart gat is. Wij zijn er allemaal in opgesloten en zullen er nooit meer uit kunnen. Op de horizon van het zwarte gat staat informatie geschreven over wat zich in het gat bevindt. Dus de muren van de Aula dragen piepkleinste deeltjes met informatie over ons bij zich.’ Het was een verontrustende gedachte om tot in de eeuwigheid in de Aula te zitten opgesloten, maar het gedachte-experiment zette zeker de verbeelding aan het werk. Verlinde ging nog een stap verder, want stel dat de informatie die op de muur is gecodeerd de werkelijkheid is en wij slechts nullen en enen? Leven we misschien in The Matrix?

[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]
Wens
04/07/10 18:18 Denk aan: Leven
In de wachtkamer stond een boom van spaanplaat. Aan de gefiguurzaagde takken hingen kaartjes. ‘Ik wens het ziekenhuis toe…’ stond erop gedrukt. Ik ging zitten en las de aanvullingen op de stippellijntjes. ‘Meer geld voor de zorg!’ ‘Dat dokter De Vries heel lang mag blijven.’
Op de onderste tak hing een kaartje waarop iemand in zakelijk handschrift had geschreven: ‘Meer poëzie voor patiënten, medewerkers en bezoekers.’ Een onverwachte wens; het ziekenhuis is niet de meest poëtische plek die je je kunt voorstellen. Wie zou het geschreven hebben? Vast geen medewerker, die hebben geen tijd om wenskaartjes aan een boom te hangen. Er zaten twaalf mensen in kuipstoeltjes te wachten op hun beurt om bloed te laten prikken. Het digitale systeem was kapot en de verplegers moesten zelf de nummers door de wachtkamer roepen. Ze zagen er verhit uit. Hoeveel minuten kregen ze per nummertje?
Was het dan een patiënt geweest? Iemand die in plaats van een tijdschrift door te bladeren een kaartje had gepakt om zijn wens op te schrijven? Nee, patiënten hadden wel iets anders aan hun hoofd dan gedichten. Het vooruitzicht van de naald leidt niet direct tot lyrische beschouwingen. Het was vast een bezoeker geweest, die het ziekenhuis beschouwde als een oponthoud in zijn gezonde leven, een kille plek die wel wat schoonheid kon gebruiken.
Ik keek nog eens om me heen. Wat heb je aan poëzie in een ziekenhuis? Mijn wens zou zijn: een oplaadpunt voor de OV-chipkaart. Daar was weinig poëtisch aan. Ik wilde net een kaart pakken toen mijn nummer omgeroepen werd.
Met mijn mouw opgestroopt zat ik in de doktersstoel. Naast me stond een rieten mandje waarin buisjes met mijn naam erop klaar lagen. De verpleegster bette de binnenkant van mijn elleboog, snoerde een riem om mijn bovenarm. ‘Maak maar een vuist.’ Ze pakte de naald. Ik keek weg.
‘Ik heb eb.’ De zin stond op een poster die met punaises aan de muur tegenover me was geprikt. ‘Doet dat zeer?’ De verpleegster verwisselende het buisje aan de naald, ze moest er vijf vullen. ‘Nee, zegt de zee / de zee heeft geen zeer.’ Vanonder een watje werd de naald weer uit mijn arm getrokken. ‘Klaar!’ Ik glimlachte.
In de wachtkamer zaten nog steeds tien, twaalf mensen. Dezelfden, misschien anderen. Ze spoelden hier aan en trokken weer weg, een klein beetje lichter gemaakt. De buisjes met bloed bleven in lange rijen achter, gekoeld, niet kil.
Op weg naar buiten keek ik nogmaals naar het kaartje op de onderste tak van de spaanplaten boom. ‘Meer poëzie voor patiënten, medewerkers en bezoekers.’ Daaronder stond nog iets wat ik eerder niet had opgemerkt: ‘Z.O.Z.’ Ik draaide het kaartje niet om. Dat was niet meer nodig.
Column voor More, zie www.thomasmore.nl
Het gedicht is van Frank Eerhart (‘ik zie de zee’)

_________________________________________________________________________________
Gerelateerde artikelen:
Op de onderste tak hing een kaartje waarop iemand in zakelijk handschrift had geschreven: ‘Meer poëzie voor patiënten, medewerkers en bezoekers.’ Een onverwachte wens; het ziekenhuis is niet de meest poëtische plek die je je kunt voorstellen. Wie zou het geschreven hebben? Vast geen medewerker, die hebben geen tijd om wenskaartjes aan een boom te hangen. Er zaten twaalf mensen in kuipstoeltjes te wachten op hun beurt om bloed te laten prikken. Het digitale systeem was kapot en de verplegers moesten zelf de nummers door de wachtkamer roepen. Ze zagen er verhit uit. Hoeveel minuten kregen ze per nummertje?
Was het dan een patiënt geweest? Iemand die in plaats van een tijdschrift door te bladeren een kaartje had gepakt om zijn wens op te schrijven? Nee, patiënten hadden wel iets anders aan hun hoofd dan gedichten. Het vooruitzicht van de naald leidt niet direct tot lyrische beschouwingen. Het was vast een bezoeker geweest, die het ziekenhuis beschouwde als een oponthoud in zijn gezonde leven, een kille plek die wel wat schoonheid kon gebruiken.
Ik keek nog eens om me heen. Wat heb je aan poëzie in een ziekenhuis? Mijn wens zou zijn: een oplaadpunt voor de OV-chipkaart. Daar was weinig poëtisch aan. Ik wilde net een kaart pakken toen mijn nummer omgeroepen werd.
Met mijn mouw opgestroopt zat ik in de doktersstoel. Naast me stond een rieten mandje waarin buisjes met mijn naam erop klaar lagen. De verpleegster bette de binnenkant van mijn elleboog, snoerde een riem om mijn bovenarm. ‘Maak maar een vuist.’ Ze pakte de naald. Ik keek weg.
‘Ik heb eb.’ De zin stond op een poster die met punaises aan de muur tegenover me was geprikt. ‘Doet dat zeer?’ De verpleegster verwisselende het buisje aan de naald, ze moest er vijf vullen. ‘Nee, zegt de zee / de zee heeft geen zeer.’ Vanonder een watje werd de naald weer uit mijn arm getrokken. ‘Klaar!’ Ik glimlachte.
In de wachtkamer zaten nog steeds tien, twaalf mensen. Dezelfden, misschien anderen. Ze spoelden hier aan en trokken weer weg, een klein beetje lichter gemaakt. De buisjes met bloed bleven in lange rijen achter, gekoeld, niet kil.
Op weg naar buiten keek ik nogmaals naar het kaartje op de onderste tak van de spaanplaten boom. ‘Meer poëzie voor patiënten, medewerkers en bezoekers.’ Daaronder stond nog iets wat ik eerder niet had opgemerkt: ‘Z.O.Z.’ Ik draaide het kaartje niet om. Dat was niet meer nodig.
Column voor More, zie www.thomasmore.nl
Het gedicht is van Frank Eerhart (‘ik zie de zee’)
_________________________________________________________________________________
Gerelateerde artikelen:
- Namendiefstal Column More 84
- Geheim Column Radboud info 83
- Stilte Column Radboud info 82
- Oordeel Column Radboud info 81
- Verdichting Column Radboud info 80
- Schrijven Column Radboud info 79
Aleksander Wat: Verdoemd
28/01/10 16:41 Denk aan: Literatuur
Verdoemd
Eerst droomde ik van een koffiemolen.
Een heel gewone. Zo’n ouderwetse. Donker koffiekleurig.
(Als kind hield ik ervan het dekseltje open te klappen, te kijken en ogenblikkelijk dicht te slaan. Met angst, trillend! Tot mijn tanden klapperden. Het was alsof ik erin werd fijngemalen! Ik heb altijd geweten dat het slecht moest aflopen.)
Lees verder
Szymborska, De ontdekking
06/12/09 14:42 Denk aan: Literatuur

Of Mere Being
21/07/09 22:20 Denk aan: Literatuur

Of Mere Being
The palm at the end of the mind,
Beyond the last thought, rises
In the bronze distance.
A gold-feathered bird
Sings in the palm, without human meaning,
Without human feeling, a foreign song.
You know then that it is not the reason
That makes us happy or unhappy.
The bird sings. Its feathers shine.
The palm stands on the edge of space.
The wind moves slowly in the branches.
The bird’s fire-fangled feathers dangle down.
--- Wallace Stevens, 1954
Zojuist stuitte ik op dit gedicht. Het geeft me kippenvel. Voorbij de laatste gedachten zit een dier. En dat dier weet door niet te weten. Kippenvel, omdat ik het prachtig vind, ontroerend, maar ook heel griezelig. Een verstild beeld, niet omdat het leven eruit is weggeslopen, maar omdat het erin samengebald zit, dreigend op de rand van uitbarsting. Zoals de zwarte monoliet uit 2001: A Space Odyssey. Het begin van het menselijk bewustzijn, maar ook het eindpunt, meer nog: ’the end of the mind’ standing ’on the edge of space.’ Lees verder
Wat te doen met 25 miljoen? (en een kredietcrisis)
13/12/08 16:12 Denk aan: Literatuur

Morgen win ik de staatsloterij.
Iedereen belt me op.
Vrienden, collega’s, speelkameraden
klasgenoten, ooms, oude liefdes.
We spreken af in De Klok.
Het feest duurt tot de morgen.
Ik betaal alle schulden.
Ik geef een geheim aantal blanco cheques weg.
Ik koop een theater voor Karin
een planetarium voor Niek
en een tuin voor Ivo.
Mijn moeder krijgt een serie kleinkinderen
mijn vader een tropische republiek.
Dan ga ik een hectare in de bergen kopen
en een hotel in Coïmbra.
Daar schrijf ik met Arjen AapNoot Vuur.
Ik schenk de staat mijn geboorteplaats
het stedelijk museum mijn zegen.
Ik steun de bescherming van de Yeti
en het instituut voor schaamte-bestrijding.
Dag en nacht rijden auto’s door de straten
met luidsprekers op het dak.
'Sparen is zonde!’
'Laat de rijken de crisis betalen!’
Dus: Winkeliers, dichters en werklozen.
Wanhoopt niet! Wanhoopt niet!
De Maecenas komt!
K. Michel
Uit: Ja! Naakt als de stenen.
Meulenhoff, 1989. Lees verder
Ik heb eb
22/10/08 17:34 Denk aan: Leven

In de bloedprikruimte van het ziekenhuis hangen postergedichten. Goed idee: je hebt iets om naar te kijken en concentreert je op het lezen. Voor je het weet zijn de tubes weer gevuld en krijg je een watje om te stelpen. Gelukkig zijn de gedichten op de posters vaak makkelijk, meer versjes dan poëzie, anders is de verpleegster klaar voor je bij de laatste regel bent. Ze worden ook regelmatig vervangen.
Bloedprikken krijgt daarmee iets stemmigs. Dat komt ook door de sfeer in de wachtruimte. Ik bedoel niet de sfeer die iedereen benauwt zodra hij witte jassen ziet en die specifieke ziekenhuisgeur ruikt. Nee, in de wachtruimte voor de bloedpoli (lekker woord) wordt nog ouderwets gewacht.
Vroeger was dat heel normaal, tegenwoordig wachten mensen eigenlijk nooit meer. Ze bellen, mailen, lezen een gratis krant of roken bij de rookpaal (een heel andere actie dan gewoon een peuk opsteken). Allemaal dingen die in het ziekenhuis niet mogen. Toegegeven: de Metro ligt hier ook in de gangen, maar niemand leest hem.
Zo zit je dan heel rustig met tien, vijftien mensen te wachten. Geen mobiel, geen sigaret, geen krant. Sommige mensen maken een praatje. Op mompeltoon. Af en toe klinkt de zoemer en verdwijnt iemand in een bloedprikcabine. Als ze eruit komen hoor je ze zachtjes fluisteren: 'ik heb eb, doet dat zeer? nee zegt de zee, een zee heeft geen zeer.’
(gedicht Frank Eerhart, beeld Milja Praagman)
Techniek in de literatuur IV
24/08/08 13:29 Denk aan: Literatuur
Zomer
18/07/08 10:42 Denk aan: Literatuur
Zomer
Hoogopschietende bomen langs gemene greppel
En dat midden in de stad. Een kruising van twee, drie wegen,
Druk genoemd, maar in slepende schaduwen verlaten.
Dan: een kip, drie, vier kuikens,
Ontwaakt door de stilte van geen verkeer,
Spelen een slalom tussen de bomen, langs het water.
Ik draai links en weer links, mijn hoofd links
Maar zij tokkelen in tegengestelde richting een hoekje om.
Tot in de late uren delen wij de opgewektheid.
Lees verder
Hoogopschietende bomen langs gemene greppel
En dat midden in de stad. Een kruising van twee, drie wegen,
Druk genoemd, maar in slepende schaduwen verlaten.
Dan: een kip, drie, vier kuikens,
Ontwaakt door de stilte van geen verkeer,
Spelen een slalom tussen de bomen, langs het water.
Ik draai links en weer links, mijn hoofd links
Maar zij tokkelen in tegengestelde richting een hoekje om.
Tot in de late uren delen wij de opgewektheid.
Lees verder
Het dier Hugo Claus
07/07/08 14:55 Denk aan: Literatuur
Vandaag als aanvulling op mijn stukje over De Wandelaar van Adriaan van Dis een gedicht van Hugo Claus, waarin hij zeer wijs over dieren dicht. Lees verder
Flirt met het concrete
30/06/08 12:10 Denk aan: Literatuur
Vandaag herlas ik de inleiding die ik schreef bij Memento. Nagelaten vertalingen van Gerard Rasch. Elders op deze site is er een deel uit te vinden. Lees verder
