10 keer antwoord op de vraag 'Waarom bloggen?' (en hoe het vol te houden)

Bloggen wordt al lang niet meer geassocieerd met schrijven over je vrijgezellenbestaan of je kat. Bloggen is volwassen geworden en heet curatie, bloggers zijn de curatoren.
1. What is curation?


2. 7 regels voor het nieuwe curatorschap: Doe wat je zegt van Theo Ploeg

Zelf een blog beginnen?
3. Bloggen is voor mij schrijven en het allerbeste boek over schrijven is On writing van Stephen King. Voor praktische tips en een schop onder je kont.
4. Lees hier online Gij zult bloggen van Ernst-Jan Pfauth of een kort overzicht van de inhoud. Het blog van Ernst-Jan Pfauth is sowieso een must-follow voor alle bloggers: pfauth.com
5. Handboek communities van Erwin Blom was voor mij een grote stimulans en heeft uiteindelijk geleid tot het nieuwsblog van Studium Generale
6. Van dit soort lijstjes zijn er talloze te vinden, je hoeft er in feite maar een te lezen als je begint met bloggen om ze vervolgens te laten voor wat ze zijn: 12 Things That Will Kill Your Blog Post Every Time. Hoewel... neem deze er ook bij, vanwege de andere insteek die vooral goed is voor de productiviteit (zoals Lesson #4: Don’t watch TV or go to meetings): 10 Lessons Seth Godin Can Teach You About Blogging

De curator/blogger is niet een onzichtbare archivaris in de kelder van het internet, maar treedt als persoon op de voorgrond. Iets over mijn eigen beweegredenen dus:
7. Verslaafd aan filosofie: waarom een weblog?
8. Na twee jaar bloggen schreef ik Jarig weblog: op naar de volgende twee jaar! Met daarin onder andere de volgende links:
a. 'Zoek uit hoe je de onderwerpen waarin je de meeste expertise hebt te gelde kunt maken en schrijf er een ‘asset’-verhaal over.' Uit: Schrijf artikelen die over jaren nog worden gelezen!
b. 'Concrete tips met een optimistische toon (Zo kan het ook!).' Uit:
Bepaal het speelveld, win de wedstrijd
c. Mik op het hoogste, er zijn al genoeg mensen die gaan voor doorsnee. Zie:
Een onrealistisch doel is de sleutel tot blogsucces

Plaatje!
9. Toffe infographic voor inspiratieloze dagen: 22 manieren om boeiende content te creëren

Ten slotte een kijktip (en de eigenlijke aanleiding om dit lijstje samen te stellen): 
10. de TED-talk van Joris Luyendijk, over het delen van je 'learning curve'. Hoe? Op een blog natuurlijk:


Tips meer dan welkom.



Bookmark and Share
Comments

'Astro' van The White Stripes

white_stripes
Een van de leukere ontdekkingen eind vorig jaar was voor mij muziekblog Nummer van de dag, waar elke dag een liedje wordt voorzien van een mooi verhaal, een analyse tot op de seconde of een grappige anekdote. Pop, soul, hiphop, rock uit tientallen jaren aan popmuziek komt er langs, altijd een verrassing. Ik vond het dan ook een eer dat ik gevraagd werd om een gastbijdrage te leveren. Uiteraard kostte het kiezen van het nummer wat hoofdbrekens (probeer het maar eens), nu het er eenmaal staat voelt het alsof ik geen andere keuze had. 02:42 raggen, jongen, meisje, gitaar, drums.

Lees mijn bijdrage op Nummer van de dag: '
Astro’ van The White Stripes - Waarom moeilijk doen als je stampen kan?



Bookmark and Share
Comments

Hoe een zin te schrijven: Stanley Fish en Dostojevski's Duivels

fishduivels
'Zichzelf blijven is het slimst - dat gelooft immers niemand.'

Deze zin komt uit Duivels van Dostojevski en is in al zijn eenvoud fantastisch. Sinds ik het boekje How To Write A Sentence And How To Read One van Stanley Fish las, valt mijn oog vaker op dit soort juweeltjes. Fish is een zinnen-aficionado, en dit boekje zijn evangelie. Eerste zinnen, laatste zinnen, gewoon mooie zinnen: hij probeert ze te begrijpen én te schrijven. Hoewel het verre van volledig is, staan er een aantal mooie overdenkingen in. Wat maakt een zin tot een goede zin? Ik las het boekje naast Duivels, dus hierbij mijn eigen overdenkingen, aan de hand van de roman van de meester.

1. Onvergetelijk goede zinnen zijn als een steen, gegooid uit onverwachte hoek. (Ik zou zeggen: als een katapult afgeschoten vanuit het struikgewas.) Een goede zin maakt steeds meer tempo om uiteindelijk hard aan te komen, bam! in je hoofd. De zin is een wereld op zichzelf, hard en af. De zin hierboven ('Zichzelf blijven is het slimst - dat gelooft immers niemand.') is een goed voorbeeld. Hij begint met een haast clichématige constatering, gekeuvel, om na de gedachtestreep een eigenzinnig wereldbeeld je hoofd binnen te katapulteren. Een wereldbeeld dat het keuvelende cliché op z'n kop zet. In vier woorden.

Of neem deze:
'Als ik op dat moment gedroomd had, zou ik het nog niet hebben geloofd.'
Dit lijkt een paradox. Meestal geloof je iets juist als je zeker weet dat je het met je eigen, wakkere ogen hebt gezien. Wat de spreker ziet is zó ongeloofwaardig dat het uit een droom lijkt te komen. Het is echter nog ongeloofwaardiger dan alle waanbeelden die een droom kan fabriceren. Of vertolkt dit misschien een diepere waarheid? Moet je alleen geloven in dat wat je droomt? De persoon die deze zin uitspreekt is alleen al door deze zin een individu, omringd door zijn eigen werkelijkheid. Duizelingwekkend, zoals de werkelijkheid bij Dostojevski zich wel vaker voordoet.

2. Zinnen kunnen 'naar voren leunen', lean forward. Dan zijn ze geen in zichzelf besloten, harde en affe wereld, maar dragen ze eerder de belofte van die wereld, die zich zal ontvouwen na de punt. Fish bespreekt zulke naar voren leunende zinnen in een hoofdstuk over eerste zinnen van romans. Wat mij betreft kunnen dat soort 'eerste zinnen' zich in het hele verloop van een boek kunnen voordoen, bij elke nieuwe plotontwikkeling.

Bijvoorbeeld, opnieuw in alle eenvoud:
'Toch gebeurde er in dit geval iets anders, iets raadselachtigs.'
Een heerlijk Dostojevskiaanse, negentiende-eeuwse zin. Er gebeurt iets. Wat gebeurt er? Niet dat ene wat je zou verwachten. Nee, iets anders. De zin roteert om het woord 'anders'. Dat slaat op 'de andere van een aantal mogelijkheden'. Maar wat er gebeurt is ook anders, buiten het gewone vallend. Iets raadselachtigs, iets wat zich opent, iets wat vragen oproept, iets complex, iets anders. Er voltrekt zich een intrige. 

3. Fish heeft ook een eenvoudige tip om zelf zulke zinnen te leren schrijven. Analyseer de zin - allereerst op de schoolse manier van grammaticale zinsontleding, vervolgens inhoudelijk (vormen de woorden een paradox? een tegenstelling? hoe volgt de informatie van de ene bijzin op de andere?). En imiteer. Hij geeft vele voorbeelden van eigen imitaties, in het volle besef dat hij met zijn imitaties de meesters niet overtreft. Vooral bij aforistische zinnen werkt het imiteren. Durf ik dat aan?

Men neme een Dostojevskiaans aforisme:
'Mijn uitgangspunt is onbeperkte vrijheid, mijn conclusie onbeperkte dictatuur.'

De structuur is duidelijk: 
Mijn uitgangspunt is [bijvoeglijk naamwoord A] [zelfstandig naamwoord B], mijn conclusie [bijvoeglijk naamwoord A] [zelfstandig naamwoord -B].

Bedenk dan waar je iets over wilt zeggen. Bijvoorbeeld over liefde. Welke haast filosofische concepten staan in het denken over liefde als B en -B tegenover elkaar? Laten we zeggen: de Ene, romantische liefde, en de toevallige aantrekkingskracht van velen. Welk bijvoeglijk naamwoord is op beide van toepassing? Laten we zeggen: eeuwig. Of hartverscheurend. Of voorbestemd. Voeg ten slotte alles bij elkaar.

'Mijn uitgangspunt is eeuwige liefde, mijn conclusie eeuwige aantrekkingskracht.'

Of:
'Mijn uitgangspunt is hartverscheurende romantiek, mijn conclusie hartverscheurende seks.'

Of:
'Mijn uitgangspunt is de voorbestemde Ene, mijn conclusie het voorbestemde toeval.'

Stanley Fish, How To Write A Sentence And How To Read One. HarperCollins Publishers, 2011

Meer over Duivels dat eerder Boze geesten heette: Waarom ik zo van Dostojevski houd
Meer over liefde hier.



Bookmark and Share
Comments

Eten, schrijven en beminnen: Virginia Woolf en Madame Sabatier

reclame2
Je moet geld verdienen om te kunnen leven. Ja, dat weet iedereen. Als pas afgestudeerde kwam dit inzicht evengoed keihard bij me aan. Geld is cruciaal. Stel dat je wilt schrijven, omdat schrijven leven is. Dan moet je dus geld hebben om te kunnen schrijven. Onzin. Schrijven doe je toch uit noodzaak, uit (brr) urgentie? Ik vond het lange tijd een onopgelost raadsel. Het ontsnapte me, die crucialiteit van geld. Tot ik A Room of One's Own van Virginia Woolf las.

Virginia Woolf begint haar voordrachten over 'women and fiction' met dat alledaagse gegeven: om te schrijven moet je geld hebben. Vrouwen en fictie? Dat is haast een fictieve combinatie, althans in 1928. Het antwoord op de vraag waarom dat zo is, is banaal: vrouwen hebben geen geld. Met geld koop je tijd - tijd om te schrijven. Zoals zij zelf deed toen ze een kleine erfenis kreeg waar ze jaarlijks van kon rondkomen. Het is een saai argument, maar wel cruciaal. Onbegrijpelijk voor mannen, in de tijd (nog niet zo lang geleden) dat vrouwen letterlijk geen muntstuk als eigen bezit konden hebben.

Bookmark and Share
Lees verder
Comments

Waarom schrijf je? Ga je voor kennis of macht?

het_moet_pijnlijk_blijven
'Waarom schrijf je?' Echt zo'n vraag waarop evenveel antwoorden als schrijvers zijn. Tegelijk zijn alle antwoorden terug te voeren op een klein aantal oerredenen. Dat viel me in elk geval op na het lezen van Het moet pijnlijk blijven. Vijftig schrijversinterviews, bijeengebracht door Frénk van der Linden en Freddy van Thijn. Dat maakt vijfhonderd pagina's aan antwoorden op die vraag 'Waarom schrijf je?' Tussendoor krijg je het gewroet in de kindertijd, de trauma's, het worstelen met geloof - al die dingen waar Nederlandse schrijvers zo goed in zijn (wat ook ligt aan de interviewers natuurlijk).

Nadat ik ze allemaal had gelezen (en dan gaan al die schrijvers wel een beetje op elkaar lijken) bedacht ik me dat er twee soorten schrijvers zijn: zij die verlangen naar controle en daarom een romanwereld optrekken die zij als een God kunnen beheersen. En zij die schrijven om de wereld zoals die is te begrijpen. Dat is een fundamenteel verschil.

Bookmark and Share
Lees verder
Comments

Op het tweede gezicht: Alain Finkielkraut - Een intelligent hart

finkielkraut
'Het kunstwerk, zei Alain in concreto, behoort niet tot de categorie van het nuttige. Als we de waarde ervan willen beoordelen, moeten we ons dus niet afvragen waartoe het voor ons van nut kan zijn, maar van welk denkautomatisme het ons bevrijdt.'

Zo opent Alain Finkielkraut het eerste essay van Een intelligent hart, een stuk over Milan Kundera. Het is een statement dat ook op alle andere essays van toepassing is, ze vat in het kort de programmatische leeswijze samen die Finkielkraut vervolgens in zijn interpretaties van literaire meesterwerken uitleeft: literatuur moet ons van denkautomatismen bevrijden. Wie die Alain is wiens woorden hier herhaald worden, is mij niet helemaal duidelijk. Finkielkraut zelf? Misschien heb ik iets over het hoofd gezien? En waar dat 'in concreto' op slaat is me ook een raadsel, er is immers niets abstracts aan vooraf gegaan. Het lijkt wel alsof Finkielkraut zijn essay in medias res begint, in het midden van het verhaal. Dat komt ook door die verleden tijd van 'zei', doorgaans voorbehouden aan fictie.

Waarom op deze manier het openingsessay beginnen? Slordigheid is het niet, dat is onbestaanbaar bij een filosoof die zo scherpzinnig over literatuur schrijft. Nee, ik denk dat het een subtiel (want kom, je leest er toch meteen overheen) spel is met wat hij later betoogt over de functie van literatuur en literatuurkritiek (deze laatste in de academische zin van het woord, geen recensie maar interpretatie). Zijn opvatting over wat literatuur is of moet zijn is best ingewikkeld. Er zijn boeken die een vluchtweg bieden uit de chaos van de werkelijkheid; romantische sprookjes, die de terreur van de willekeur ontkennen door er een betekenisvol geheel van te breien. In die sprookjes hangt alles samen, alles heeft betekenis, leidt ergens toe. Leugens zijn het.

Gek genoeg krijgt die leugenachtige betekenisvolheid gestalte in realistische verhalen. Het zijn gemakzuchtige verhalen die niet verder kijken dan de oppervlakte en daar betekenis aan opleggen. Ongeveer zoals wanneer je causale verbanden legt tussen zaken die niets met elkaar te maken hebben. Ik laat een glas vallen en precies op dat moment wordt er aangebeld, dat moet wel iets betekenen. Maar in plaats van dat zo'n betekenis een diepere laag aanboort, is ze juist een zinloze betekenis. Achter de oppervlakte blijkt dat er geen betekenis, geen samenhang is. De verhalen die dat laten zien, maken volgens Finkielkraut de echte literatuur uit. Tegenover de verhalen die toevallige gebeurtenissen aan de oppervlakte aan elkaar breien tot een leugenachtig weefsel, staan de verhalen die het weefsel uit elkaar scheuren. (Maar ook dat zijn verhalen.)

In De Grap van Milan Kundera gaat dat zo: 'De schrijver in ons en de hoofdpersoon zijn een illusie armer. Die auteur en die hoofdpersoon geloofden heilig in de eeuwige herinnering (aan mensen, dingen, daden en volkeren) en in het herstel (van daden, vergissingen, zonden en onrecht). Maar nu ontdekken zij de ondraaglijke lichtheid van het bestaan. "Alles stroomt, alles wijkt en niets houdt stand," zei Heraclitus al. En Kundera, vijfentwintig eeuwen later: "Alles zal vergeten en niets hersteld worden. In plaats van herstel (wraak of vergiffenis) komt vergetelheid. Niemand zal aangedaan onrecht herstellen, maar alle onrecht wordt vergeten. "' (cursivering van Finkielkraut)

Het zien van causale verbanden waar die niet zijn - ook herinnering en herstel vallen daaronder - is een denkautomatisme bij uitstek. Een biologisch mechanisme met evolutionair voordeel bovendien. Daar komen ook de mooiste dingen uit voort, toch is het een automatisme dat doorbroken moet worden. Kunst en literatuur gaan niet alleen over het creëren van schoonheid, maar ook om het ontmaskeren ervan. Als je die eerste zin leest, denk je automatisch: wie is Alain, van welke abstractie is dit het 'in concreto'? Wel, misschien is hij niemand en ging er niets aan deze woorden vooraf.

Ik vond het jammer dat Finkielkraut niet ook een essay over Marcel Proust schreef. Proust is bij uitstek een schrijver die van dit programma - het verscheuren van het leugenachtige weefsel van denkautomatismen - zijn levenswerk heeft gemaakt. Waar Finkielkraut het heeft over de lezer, maakt Proust het tot een gebod voor de schrijver. Schrijven draait om het doorbreken van taalautomatismen, zegt hij (niet in die woorden natuurlijk). Denk: clichés vermijden. De achterliggende reden is dezelfde, want het cliché is de uitdrukkingsvorm van het automatisme in het denken (en, ook belangrijk: in het kijken). Proust kan werkelijk woest uithalen naar hen die niet voorbij het clichématige beeld komen. Een clichématig beeld is namelijk ook gemakzuchtig en oppervlakkig en dus leugenachtig, net als de sprookjes die betekenis breien.

Dat uit zich al in gewone gesprekken. 'Hoe gaat het?' 'Druk druk druk.' - misschien het makkelijkste voorbeeld. Waarom zeggen we 'druk druk druk' alsof het één woord is. Zijn we wel druk? Willen we niet gewoon indruk maken? Is het niet een vluchtweg, een sociaal wenselijk antwoord, hoe dan ook een totale nietszeggende zinsnede? Het is een ingesleten uitdrukking (= een cliché) die staat voor het eerste gezicht. Het is de taak van de kunstenaar om daar voorbij te kijken. Dat is een heel praktisch advies: het eerste wat in je opkomt is nooit precies genoeg, zegt nooit wat er echt aan de hand is, wat je echt ziet, wat je echt voelt. Dat wat je als eerste invalt is altijd een cliché, een beeld ooit bedacht door een ander. Je moet op het tweede gezicht kijken, het derde, het vierde, net zolang tot je bij iets waarachtigs in de buurt komt (uiteraard is dat nooit helemaal te bereiken in taal). Voor mij was het lezen van Proust een ervaring alsof een weefsel voor mijn ogen werd opengescheurd, precies wat Finkielkraut van literatuur verlangt.

Het kunstwerk behoort niet tot de categorie van het nuttige, is de stelling. Het doorbreken van automatismen, zeker op de manier waarop Finkielkraut dat doet in Een intelligent hart en Proust in zijn Op zoek naar de verloren tijd is echter wel iets. Nuttig? Ja, hoe vies het ook klinkt, dat is ook nuttig.



Bookmark and Share
Comments

Essay op Humanistisch Verbond punt nl

'Weapon of War won een Gouden Kalf in de categorie beste korte documentaire. Het contrast tussen de rust van de jonge Afrikaanse soldaten en de gruwelijke daden die ze hebben begaan, maakte grote indruk op Miriam Rasch. 'Je zou bijna vergeten dat vergeving een reactie is op iets vreselijks,' schrijft ze in een essay.’

Lees het hele essay over de documentaires Weapon Of War en Pray The Devil Back To Hell op de website van het Humanistisch Verbond: Het beeld van schuld, wroeging en vergeving

'Miriam gaat vaker essays en/of columns schrijven voor onze website.' Belofte maakt schuld, dus nu op zoek naar een nieuw onderwerp!



Bookmark and Share
Comments

Hoe goed goede voornemens werken

superwoman
Het zal wel niet meer mogen, goede voornemens formuleren. Vorig jaar beschreef ik er twee: minder koffie drinken en meer herlezen. Dat eerste is gelukt. Ik vrees echter dat ik in 2010 welgeteld één (1) boek herlezen heb. Niet het minste: The Catcher in the Rye van J.D. Salinger. Ik heb er niet eens iets over geschreven, dus nu is ook het herleesmoment alweer weggezakt in mijn geheugen. Vooral de deprimerende stemming van het boek is me bijgebleven, het was veel zwarter dan ik me herinnerde.

Zoals het schrijven gedachten voortbrengt die zonder het schrijven nooit waren geboren, zo is soms ook het formuleren van een goed voornemen nodig om het uit te kunnen laten komen. De eerste voorwaarde voor het ontstaan van iets nieuws - een gedachte of een verandering in gedrag - is de explicitering, zo lijkt het. Precies zoals oud papier zichzelf niet wegbrengt, maar vraagt om iemand die opstaat en het gewoon doet. Of zoals je mailbox immer leeg blijft als je zelf nooit een mailtje stuurt en niemand je zal volgen op Twitter als je nooit twittert.

Natuurlijk ken ik ook genoeg mensen die het allemaal maar onzin vinden. Waarom zou je alleen op 1 januari beginnen met goede voornemens? Dat zijn dezelfde mensen die vinden dat Valentijnsdag stom is omdat je het hele jaar je geliefde moet verwennen en Kerst omdat je dan verplicht gezellig moet doen met je familie. Gek genoeg zijn dit ook meestal de mensen die hun geliefde eigenlijk nooit verwennen en meestal best ongezellig zijn en nooit op familiebezoek gaan. Want de reden dat je op 1 januari (of 8 januari) begint met goede voornemens is juist dat je het de rest van het jaar níet doet. 1 januari is in feite ook een soort explicitering, een voorwaarde die nodig is om überhaupt iets te laten gebeuren.

Nu zal ik iets verklappen aan hen die tot zover hebben gelezen: ik had eigenlijk een heel ander goed voornemen vorig jaar, dat ik willens en wetens heb verzwegen. Waarom? Omdat het gênant zou zijn als het niets werd en toch voorgoed op Google bleef rondzwerven. Maar aangezien het voornemen een beetje gelukt is wil ik het nu, een jaar later, wel vertellen. Mijn voornemen was om het schrijven op de een of andere manier professioneler te maken. Het werd de andere manier, want in plaats van mezelf af te beulen zonder te weten waarvoor, heb ik (al eind januari 2010) voor Studium Generale een nieuwsblog opgezet, zodat ik binnen mijn bestaande baan meer en professioneel kon gaan schrijven. Best slim van mezelf, al zeg ik het zelf. En het is een succes gebleken: niet alleen voor mij persoonlijk, maar ook voor Studium Generale als organisatie.

Uiteindelijk heb ik mezelf ook afgebeuld buiten werktijd. Dit blog onderging een subtiele gedachtewisseling (zie Jarig weblog: op naar de volgende twee jaar), wat ook zijn vruchten heeft afgeworpen. De unieke bezoekers verdubbelden (dank!) en ik krijg veel leuke en diepgaande reacties. De Groene Amsterdammer publiceerde een recensie van mijn hand en betaalde daarvoor (ook wel eens leuk). Dit jaar ga ik aan het International People's College in Helsingør een workshop geven voor de summerschool. Het voert te ver om te zeggen dat dit allemaal voortkomt uit een goed voornemen op 1 januari, maar zonder de expliciete beslissing om iets voor elkaar te krijgen, was er helemaal niets gebeurd. (Overigens heb ik ruimschoots tijd en zin om mezelf af te beulen, dus laat het horen als je me ergens voor nodig hebt.)

Was is dan mijn goede voornemen voor 2011? Het herlezen laat ik zitten. Nu wil ik weer meer klassiekers lezen - iets wat ik voorheen erg veel deed, maar de laatste tijd heb laten verslappen. Terwijl een klassieker bijna altijd zijn reputatie waarmaakt. Gelukkig zette ik het afgelopen jaar een essayreeks op voor 8WEEKLY over klassiekers, waar ik nog steeds zelf een bijdrage voor moet schrijven. Dat is er dan alvast één (1).

U raadt het al: mijn echte voornemens blijven nog even geheim. Vooruit dan, nog één laatste: Tante Lien worden. Check hieronder why.




Bookmark and Share
Comments

Verslaafd aan filosofie: waarom een weblog?

Enige tijd geleden vroeg iemand me naar aanleiding van dit blog wat de trigger is geweest om te schrijven over filosofie en zelfkennis, over literatuur als levenskunst. Waar kwam die belangstelling vandaan en vooral ook die behoefte om het allemaal wereldkundig te maken? Een goede vraag en toen ik erover nadacht, begreep ik dat het antwoord op die vraag een nogal persoonlijk verhaal is. Dit is een bewerkte versie van een praatje dat ik hield voor de nieuwe lichting Thomas More-studenten.

'Misschien is filosofie wel iets dat ons op een bepaald moment overkomt of overvalt en waar wij nogal passief tegenover staan, bijvoorbeeld een plotselinge breuk in de vanzelfsprekendheid van ons bestaan tot nu toe.' Het gaat om ‘een moment van radeloosheid, een plotselinge gebeurtenis, een flits, een bekering die niet gevolgd wordt door een geloofsbelijdenis van enige betekenis.’ (Zie ook Leesclubjes die het leven veranderen)

Ik bedacht me dat mijn verslingerd zijn aan filosofie het resultaat was van
1. een samenloop van toevallige omstandigheden waarin ik me bevond,
2. een gebeurtenis die me overkwam en
3. de wil om daar iets mee te doen.

De omstandigheden waren dat ik geen leuk werk kon vinden en graag verder zou studeren. Ik heb theoretische literatuurwetenschap gestudeerd, niet direct iets waar je een goede baan mee vindt. Ik vroeg bij de Stichting Thomas More (toen nog Radboudstichting) een beurs aan en in 2003 kreeg ik hem voor een Aanvullend Studiejaar Ethiek. Ik wilde onderzoeken waarom mensen lezen, wat ze daaruit halen en wat voor rol literatuur in je leven kan spelen. Vragen die bij literatuurwetenschap gek genoeg niet gesteld worden, sterker nog, bijna verboden waren uit angst voor ‘onwetenschappelijk’ te worden versleten. Terwijl dat toch de vraag is die aan de basis zou moeten staan. Concreet gezegd: hoe kan het dat mensen soms moeten huilen door iets wat toch gewoon inkt op papier is?

In dezelfde week in juni dat ik hoorde dat ik de beurs kreeg, kwam ook het bericht dat mijn vader ernstig ziek was. Negen maanden later, op 10 maart 2004, is hij overleden. Ik weet niet hoe het zou zijn geweest als ik op dat moment geen filosofie en ethiek studeerde, maar in elk geval hebben die twee gelijktijdige gebeurtenissen een hele grote invloed gehad op hoe ik verder ben gegaan.

Het aanvullende studiejaar was voor mij een jaar waarin ik mijn eigen leven en wereld moest herdefiniëren en de filosofie heeft me daarbij geholpen, net als de literatuur trouwens. Wat ik leerde in de colleges en gesprekken over zelfkennis, de tragedie, het existentialisme en deugdethiek, kon ik meteen toepassen op mijn eigen leven. Dat jaar heeft mijn visie op het leven totaal veranderd. Echt leuk was het natuurlijk niet, want de aanleiding was vreselijk. Maar het heeft me een verslaving opgeleverd die vooralsnog niet is verdwenen en die mijn leven een stuk interessanter maakt. Niemand heeft ooit beweerd dat het leven leuk moet zijn, toch? Ik zou wel willen beweren dat je het zo interessant mogelijk moet maken.

Uiteindelijk heb ik mijn master Wijsbegeerte gehaald en schrijf ik over literatuur en filosofie, nog steeds met die vraag in het achterhoofd: waarom lezen mensen, hoe kunnen boeken je leven veranderen? Misschien komt het raar over dat ik voor een zaal met wildvreemden zo’n persoonlijk verhaal heb gehouden en dat ik dat nu zelfs online publiceer. Maar dit verhaal moet ook een voorbeeld zijn van zichzelf. Klinkt een beetje raar, maar wat ik bedoel is dat ik wel kan schrijven over dat je voor een heel klein beetje wijsheid diep moet graven, tot op de bodem en dat je wat gevonden hebt open en bloot moet aanbieden, ook al heeft niemand er interesse in… maar ik moet mezelf daar natuurlijk niet achter verstoppen. Daarom dit antwoord aan wildvreemden op de vraag van een wildvreemde.

Toevallige omstandigheden en gebeurtenissen die je overkomen, zei ik. Maar de wil om iets met die dingen te doen is misschien wel het belangrijkste. En dat heb je min of meer zelf in de hand. Die wil en de uitvoering kwam eigenlijk pas veel later, kijk maar naar het eerste blog dat hier verscheen, namelijk in juni 2008. Opnieuw een samenloop van toevallige omstandigheden en (vervelende) gebeurtenissen: ik zat werkloos thuis en het meeste werk was te vinden in de webredactie. Dus besloot ik een site te maken. Maar een site moet gevuld worden. Bij deze.



Bookmark and Share
Comments

Schrijven over ongeluk: Pessoa

Het moeilijkste wat er is, is schrijven over ongeluk zonder pathetisch te worden. Het gaat om eenvoud. Hoe doe je dat? Zo:

'60.
SMARTELIJK INTERVAL

Als u mij zou vragen of ik gelukkig ben, zou ik u antwoorden dat ik dat niet ben.'


'80.
SMARTELIJK INTERVAL

(...) Mijn leven is alsof men mij ermee sloeg.'

Uit Het boek der rusteloosheid van Fernando Pessoa.


Deze week volgt nog een echt stukje, beloofd.



Bookmark and Share
Comments

Ernst-Jan Pfauth - Sex, blogs & rock-’n-roll

pfauth
Binnenkort op 8WEEKLY, nu al hier te lezen. Over Sex, blogs & rock-’n-roll van Ernst-Jan Pfauth - de levenskunst van een blogger.

Waar wacht je nog op?


Het zou jammer zijn als alleen (wannabe) bloggers het boekje Sex, blogs & rock-’n-roll van Ernst-Jan Pfauth lezen. Hij vertelt over zijn weg naar succes, spannende verhalen waar iedereen wat aan heeft – of je nu aan het begin staat van die weg en niet weet hoe te beginnen, of ergens halverwege je afvraagt waar de lol gebleven is.

De meeste mensen zullen Ernst-Jan Pfauth kennen als blogger bij nrcnext.nl, het nieuwsblog waar hij vanaf de start bij betrokken is. Als dit boek, een autobiografisch verhaal van een blogadept, iets duidelijk maakt, is het echter wel dat hij die ‘droombaan’ heeft gekregen door hard werken en veel lef. En een beetje geluk.

Scoop
Toeval zorgt ervoor dat Pfauth op de juiste tijd en juiste plaats is om een scoop te kunnen plaatsen op zijn pas opgezette eigen weblog. Met zijn mobiel filmt hij een akkefietje tussen Paul Witteman en Jan-Peter Balkenende, achter de schermen bij Pauw & Witteman. Het gaat erom wat hij met zijn gelukje doet. Midden in de nacht zet hij het filmpje online, voor luiheid is geen tijd. En hij durft bobo’s uit het vak te benaderen en op zichzelf te attenderen. Het toeval heb je niet in de hand, hard werken en moed wel.

Pfauth is verliefd op bloggen en spreekt erover alsof het ’t mooiste is wat hij kent. (Gelukkig komt zijn vriendin soms ook even langs, hoewel hij ook een grote blogger uit de Verenigde Staten aanhaalt, die het offer heeft gemaakt van een bestendige relatie.) Hij is verliefd op de mogelijkheden ervan, vooral voor jonge journalisten en mediaprofessionals. Dat is natuurlijk terecht, maar het leuke van Sex, blogs & rock-’n-roll is dat je het woord ‘bloggen’ kunt vervangen door elk ander woord of – godbetert – passie, en je nog steeds een verhaal leest over het waarmaken van dromen en het najagen van idealen.

Avonturen
Het is zonde om hier de spannende avonturen (ja echt, avonturen) na te vertellen die Ernst-Jan Pfauth meemaakt en die hij dankt aan het bloggen, zoals hij zegt – alsof hij dat bloggen niet aan zichzelf te danken heeft. Hij belandt als ‘Europeaan’ op een posh internetconferentie in China, begint als stagiair bij de Verenigde Naties in New York en blogt vanuit een internetcafé in Kathmandu. ‘Ik zat aan de andere kant van de wereld, in een ontwikkelingsland, in een heel kleine kamer met twee Nepalezen. Maar we lazen wel dezelfde blogs. Sterker nog, we hadden elkaar gevonden via mijn blog.’

Wat er ook gebeurt, hij beschrijft het allemaal even aanstekelijk en benadrukt steeds het positieve. Het is een verhaal over zijn weg naar succes, maar nergens vervalt Pfauth in zelfbevlekking en hij deelt oprechte schouderklopjes uit aan anderen. Dat is knap en werkt motiverend. ‘Waar wacht je nog op?’ lijkt hij te willen zeggen. Want geluk moet je ook een beetje afdwingen. Door een blog te beginnen bijvoorbeeld. Of gewoon door als klapvee bij Pauw & Witteman te gaan zitten.



Bookmark and Share
Comments

David Shields, Reality Hunger

shields
Reality Hunger van David Shields is opgebouwd uit 618 stukken tekst, sommige een enkele zin, andere een pagina lang. Het zijn citaten, samples, gedachten. Wat van Shields zelf is en wat een citaat doet er niet toe. Die hybride vorm toont wat hij ook inhoudelijk over wil brengen: de kunst van de toekomst is een collage van feit en fictie, plot en contemplatie, citaat en oorspronkelijkheid.

Tegendraads advies
Listen carefully to first criticisms of your work. Note carefully just what it is about your work that the critics don't like - then cultivate it. That's the part of you work that's individual and worth keeping.

Over kunst
The tour guide said, 'Rothko is great because he forced artists who came after him to change how they thought about painting.' This is the single most useful definition of artistic greatness I've ever encountered.

Over verhalen
Suddenly everyone's tale is tellable, which seems to me a good thing, even if not everyone's story turns out to be fascinating or well told.

Shortly after 9/11, the Defense Department hired Renny Harlin, the writer-director of Die Hard 2, to game-plan potential doomsday scenarios; in other words, fiction got called to the official aid, reinforcement, and rescue of real life, as if real life weren't always fiction in the first place.

Over schrijven
The books that most interest me sit on a frontier between genres. On one level, they confront the real world directly; on another level, they mediate and shape the world, as novels do. The writer is there as a palpable presence on the page, brooding over his society, daydreaming it into being, working his own brand of linguistic magic on it. What I want is the real world, with all its hard edges, but the real world fully imagined and fully written, not merely reported.

One of the tricks in writing a personal essay is that you have to develop a dialogue between the parts of yourself that in a way corresponds to the conflict in fiction. You cop to various tendencies, and then you struggle with these tendencies.

It's by remaining faithful to the contingencies and peculiarities of your own experience and the vagaries of your own nature that you stand the greatest chance of conveying something universal.

In de Verenigde Staten is Reality Hunger een hit (nou ja, in bepaalde kringen dan) en discussiëren voor- en tegenstanders van dit Manifesto op hoog niveau. In Nederland schreef onder andere Bas Heijne erover in NRC Handelsblad, verschenen stukken in de Groene Amsterdammer (niet vrij toegankelijk online) en is er op verschillende blogs over te lezen. Ik vind het een absolute aanrader, niet omdat je het met Shields eens moet zijn, maar omdat hij een nieuwe visie geeft op de eenentwintigste eeuw en de kunst die daarbij hoort. Dat hij en passant de traditionele roman naar de schroothoop verwijst, vind ik helemaal niet erg.



Bookmark and Share
Comments

Metadromen

treinrails
Iemand hield me in een houdgreep in mijn bed. Met een kreet schoot ik los en werd wakker. Het was een droom. Nee wacht: het was een metadroom, want ik lag in een ander bed in een andere kamer en eigenlijk hield niemand me in een houdgreep, maar die niemand was er toch. Ik werd weer wakker, nu echt.

Iedereen heeft wel eens gedroomd dat ie bijna dood ging. Ik lag eens in mijn droom op treinrails, hing aan de perronrand en probeerde met alle macht mezelf omhoog te hijsen. In de verte zag ik een trein met een onthutsende snelheid op me afkomen. Ik was zo dichtbij het veilige perron, maar het lukte niet me te bewegen. Eerder ontglipte de perronrand me, nog even en ik moest hem laten gaan. Het is maar een droom, het is maar een droom, riep ik in mezelf, maar toch was ik bang. Ik riep het zo lang en hard tot ik wakker werd - net voor de trein over me heen zou denderen. Lees verder
Comments

Stilte

Het is vaak een rommeltje in mijn hoofd, een rommeltje van geluid. In het achterhoofd klinkt een liedje, de frontaalkwab huist futiele gedachtes die gaan over koffiezetten en oversteken, en rond de stam draait een langzame, donkere kolk van levensvragen, zonder veel woorden, maar met een aanhoudende ruis.

Juist daarom houd ik van een heel speciale uitvinding: stilte. De stilte die ontstaat als je je mond houdt. Dat is best moeilijk. Luister naar de mensen om je heen en je merkt meteen dat bijna niemand het vak beheerst van stil te zijn.

Als je stil bent, is het alsof woorden en beelden rustig neerdalen, als afgevallen bladeren die door elkaar wervelen tot de wind gaat liggen. Pas als ze stil liggen, kun je ze echt bekijken en tot je door laten dringen. Stil zijn is tijd geven.

Nu is af en toe je mond houden iets anders dan uren achtereen de stilte toe te laten, dat geef ik toe. Toch hangen ze samen; het ene kan niet zonder het andere bestaan, het ene is een voorbode van het andere.

Zelf ben ik ook geen volleerd stiltekunstenaar. Mijn eerste lessen leerde ik tijdens sollicitatiegesprekken. Dat klinkt prozaïsch en misschien ook merkwaardig, maar juist op een sollicitatiegesprek is het essentieel om jezelf tijd gunnen stil te zijn. Hoe makkelijk is het niet om direct nadat een vraag is gesteld te beginnen met praten, zodat je geen antwoord geeft op de vraag, maar alleen de stilte opvult met geluid.

Als je het eenmaal een beetje onder de knie hebt, dwingt het ook respect af, heb ik gemerkt. Stil zijn getuigt van lef. Er is een kleine zelfoverwinning voor nodig om je mond te houden, al is het maar vijf seconden. Misschien zijn de meeste mensen bang om tijd verspillen. Of om niet gehoord te worden. Toch word je een stuk beter gehoord na vijf seconden stilte. Het kost niet veel, tijd is een gecondenseerd product en respect in die zin goedkoop. Stil zijn is tijd geven, aan jezelf.

Eén keer voerde ik het te ver door, toen was ik zo lang stil dat men dacht dat ik een black-out kreeg. Het is een kunst, die je lang moet oefenen voor je hem beheerst. Zes seconden kan al te veel zijn en een ongemakkelijke situatie veroorzaken. De stiltekunstenaar is noodgedwongen een autodidact.

Laatst kwam ik erachter dat stil zijn niet het hoogste is dat je kunt bereiken. Voorbij de stilte ligt een nog veel moeilijker kunst om te leren: spreken. Spreken? Ja, spreken, zonder stopwoordjes en zinloos gebabbel, het spreken dat volgt op de stilte. De grootste stiltekunstenaars zijn redenaars. Zij hebben hun gedachten zo op orde dat ze zonder stil te vallen en zonder prietpraat spreken. Hun rommeltje is opgeruimd.

Zover ben ik nog niet. Voorlopig geniet ik van de stilte, van het kijken naar de neergedwarrelde bladeren in mijn hoofd.

[verschenen als column in Radboud info 82, december 2009] Lees verder
Comments

Goed genoeg gemoed

geraamte_huis
Zat ik eergisteren nog existentieel te walgen achter mijn bureau, twee dagen later zijn de klusjes geklaard. Zoals dat wel vaker gaat, is een diep dal nodig om hoge pieken te bereiken (excuus voor deze tegelwijsheid). Vandaag heb ik de subsidieaanvraag mét zelf in elkaar gedraaide begroting en plenning persoonlijk overhandigd op het bureau van het Universiteitsfonds. Toch ruim een dag voor verstrijken van de deadline. Sindsdien loop ik met knikkende knieën rond, dus ik hoop dat ze snel uitsluitsel geven. Als ik mijn retorische, begrotende en plennende krachten goed genoeg heb ingezet, als ik met andere woorden het geld binnensleep, mag ik een groots en meeslepend project gaan leiden. Oioioi. Lees verder
Comments

Over plannen en vrolijke chaos

rubik_cube
Ik heb een hekel aan plannen maken. Ik bedoel: ik ben dol op plannetjes maken, dromen over allerlei grootse ideeën, onmogelijke projecten opstarten zonder einde in zicht, hele levens ontwerpen voor mezelf en anderen, reisgidsen lezen van A tot Z en denken dat ik alle interessante plaatsen ook ga aandoen. Maar dat is iets anders dan plannen maken, realistische schema's om je aan te houden. Ik kan het, heus, maar heb er gewoon een grondige afkeer van. Ik merk een soort existentiële walging in mijn borstkas zodra ik moet plannen (als in plennen) en dat is niet eens heel erg overdreven. Plannen is het obstakel op de weg voor de vrolijke chaos van het begin. Lees verder
Comments

Schrijf je eigen maxime

rochefoucauld
Gisteren was de aftrap van de Studium Generale-reeks over Levenskunst. Een bomvolle Aula luisterde naar een boeiende uiteenzetting over Montaigne door Joep Dohmen en de daarop volgende meeslepende discussie met Maarten van Buuren (in zijn geheel hier terug te zien). Luisterde ademloos zou ik bijna willen zeggen, maar vooral ikzelf was ademloos. Tien minuten voor aanvang verdrongen zich nog eens vijftig mensen bij de ingang van de zaal die toen al helemaal gevuld was en waarin de temperatuur tot hoogzomerse waarden was gestegen. In allerijl plaatsten we met z'n allen nog de ene stoel na de andere op het podium en toen iedereen zat, had het al acht uur geslagen en konden wij beginnen. Ademloos.

Over een maand volgt de tweede lezing in deze reeks, over François de La Rochefoucauld, door Maarten van Buuren die ook de Maximen van deze Fransman vertaalde. Van Buuren kwam zelf met het toffe idee om een wedstrijd uit te schrijven onder de noemer "Schrijf je eigen maxime". Lees hier de oproep en doe mee!


Schrijf je eigen maxime

Tussen 1664 en 1678 verschenen een aantal opeenvolgende edities van de Maximen van François de La Rochefoucauld (1613-1680). Hij voegde steeds nieuwe maximen toe en verbeterde de oude. Een maxime is een zeer bondig geformuleerde algemene waarheid over menselijk gedrag die (in het geval van La Rochefoucauld althans) een kritische inslag heeft. La Rochefoucauld ontmaskert algemeen geaccepteerde meningen over vriendschap, liefde, deugd, trouw als vormen van huichelarij waarachter ijdelheid en eigenbelang schuil gaan.

Hier volgt een recept voor het schrijven van je eigen maxime: 1. Kies een universeel probleem, bij voorkeur uit de sfeer van het menselijk handelen: liefde, dood, vriendschap, goede manieren. 2. Noteer je persoonlijke observatie. 3. Schrap tachtig procent van wat je hebt opgeschreven. 4. Monteer de overblijvende drie zinnen zodanig dat: 5. Ze de lezer treffen door hun juistheid, 6. En hem confronteren met een raadsel.

Laat je maxime voor 9 oktober achter op het forum van SG of mail de maxime naar info@sg.uu.nl o.v.v. ‘Levenskunst - Maxime’. Een jury bestaande uit Maarten van Buuren, Joep Dohmen en Miriam Rasch (ja ja) kiest de vijf meest geslaagde maximen uit de inzendingen. De vijf winnaars ontvangen op 13 oktober a.s. een exemplaar van de vertaling (door Maarten van Buuren) van de Maximen van La Rochefoucauld (indien gewenst met handtekening van Joep Dohmen en Maarten van Buuren) en een cassette met audio-cd’s van Home Academy.

Lees op het forum ook een paar voorbeelden van La Rochefoucaulds maximen.

Succes!



Bookmark and Share
Comments

Oordeel

Er zijn mensen die niet van muziek houden. Ja echt. ‘Daar heb ik niks mee,’ zeggen ze, alsof het over oude auto’s gaat. Je mag niet oordelen over de voorkeuren van een ander, dus ik zeg er verder niets over.

Nog vreemder zijn mensen die niet van dieren houden. Vooral omdat er voor iedereen wel een geschikt dier te vinden is. Ik heb zelf drie katten, die ruiken zo lekker in hun nek en zijn lui en ongenaakbaar. Anderen kiezen misschien voor een paard (edel) of een papegaai (spraakzaam) of diepzeevissen (koel en mysterieus).

Nu ga ik te ver. Dieren mag je geen menselijke eigenschappen toedichten, heb ik geleerd. Een papegaai kan nog zo spraakzaam lijken omdat hij geluiden uitstoot, dat betekent niet dat hij praat, laat staan dat hij iets te zeggen heeft. Mijn kat lijkt misschien wel tot over haar oren verliefd op de rode kater van de buren, liefde is een concept dat ik daarop plak. Eigenlijk is dat het meest respectloze wat je kan doen, omdat het voorbij gaat aan de aard van het dier, die dierlijk is en niet menselijk. Het dier is ook een ander, over wie je niet mag oordelen.

Aan de andere kant: is het niet juist het mooiste wat je kan doen? Is dat niet waarom mensen van dieren houden? Ze nodigen je uit tot een verstandhouding. Maar omdat je niet weet wat er in het beestje omgaat, zal het altijd een zoekende verstandhouding zijn. Uiteindelijk moet je accepteren dat je elkaar nooit echt zult kennen.

Dag in dag uit leef je samen, zie je de poes nuffig en zogenaamd ongeïnteresseerd bij het kattenluikje zitten tot de buurkat opduikt, en elke dag moet je constateren dat je met een wildvreemde je huis deelt. En dat je juist daarom met haar je huis deelt.

Het verschil met muziek is misschien niet zo groot. Keer op keer luister ik naar een liedje en moet ik erkennen dat ik het niet begrijp. Ik loop over straat met mijn oordopjes in en voel hoe mijn tred lichter wordt. Maar ik kan niet uitleggen waarom.

Dier en muziekstuk – beide leren ze je dat je niet op het eerste gezicht of eerste gehoor kunt oordelen. Ze bestaan en jij mag daarbij aanwezig zijn. Al zou je een oordeel uitspreken, dat horen ze toch niet, het verandert niets aan wie of wat ze zijn. Een positie die noopt tot bescheidenheid.

Wat zegt dat dan over die anderen, die niets met muziek hebben of niet van dieren houden? Daar oordeel ik niet over.

[verschenen als column in Radboud info 81, september 2009] Lees verder
Comments

Inspiratie: Antal Szerb

Soms lees je een boek, ben je er compleet weg van, schrijf je het ene na het andere citaat over, om er een jaar later achter te komen dat je simpelweg niet meer ziet wat je er ooit zo mooi aan vond. Soms overkomt je het tegenovergestelde.


Lees verder
Comments

Help, wie ben ik!

kierkegaard_corsair
Mijn zus geeft college aan de universiteit. Ze vertelde dat ze, om te ontsnappen aan het oersaaie kennismakingsrondje aan het begin van een nieuwe collegereeks, alle studenten in de groep iets over zichzelf laat vertellen aan de hand van een paar vragen. Welke vragen dan, vroeg ik natuurlijk. Had ik beter niet kunnen doen, want sindsdien verkeer ik in een identiteitscrisis. Lees verder
Comments

De Grote Onrust I

kolibrie
Hoe ongemerkt een grote mijlpaal aan je voorbij kan gaan: inmiddels heb ik meer dan honderd blogjes geplaatst. Ik heb ze allemaal genummerd in een mapje op de harde schijf staan en zag dus al van verre de honderdste aankomen. Maar toen ik het ging natellen, bleek dat ik sommige stukjes was vergeten te kopiëren naar de map. De honderdste was eigenlijk de honderdzesde, of -zevende, ik kwam er niet meer uit. Nou ja, wat maakt het uit? Heel wat. Lees verder
Comments

Schrijven en lezen met alle geweld

schietspel
Kan het schrijven over geweld leiden tot geweld? Is er een grens aan de krochten van het kwaad waarin de schrijver afdwaalt - een grens waarachter zijn gewelddadige ik ligt te wachten tot hij wakker wordt geschopt? En de lezer over geweld, loopt die niet hetzelfde gevaar? Het zijn intrigerende vragen die Hans Achterhuis stelt in zijn ijzersterke studie Met alle geweld. Lees verder
Comments

Verdediging van het recensentendom

Na het redigeren en invoeren van zo’n vijftig artikelen voor 8WEEKLY, heb ik het aangedurfd zelf een recensie te schrijven, die inmiddels online te lezen is. Het boek in kwestie is Mikado van de Duitse schrijver Botho Strauss, een verzameling miniatuurverhalen die samen een even hecht als onontwarbaar geheel vormen als een worp met mikadostokjes. Niet het makkelijkste boek om een carrière als recensent mee te beginnen. Gelukkig maar, want makkelijk is stom en moeilijk is leuk, in my book. Lees verder
Comments

Tweede literaire stad van het land?

manifest_letteren_Utrecht
Omdat ik weer een nieuw speeltje heb ontdenkt (die laat ik staan, je zou immers kunnen zeggen dat nieuwe speeltjes er vooral zijn om je gedachten af te leiden, je te laten ontdenken)... omdat ik weer een nieuw speeltje heb ontdekt, namelijk de gepersonaliseerde startpagina (waarover later meer), ben ik aan het inventariseren welke websites ik vaak bezoek en of ze een rss-feed* hebben. Lees verder
Comments

't Is om te lachen / huilen

Op woensdag heb ik vrij. Hoewel, vrij. Naast de boodschappen, het schrobben van de wc, en het werk voor 8WEEKLY, moet ik ook nog een meesterwerk produceren. En een stukkie schrijven. Lees verder
Comments