So, what is The New Aesthetic?
05/11/12 19:08 Denk aan: Kunst

It all started with James Bridle’s Tumblr, followed by a much-discussed essay by Bruce Sterling. Think of portraits made out of pixels (or sculptures even), #iseefaces, but also soundscapes constructed through algorithmic software. No wait, actually it started in the 60’s, as Darko Fritz showed. The first computer art was made; multidisciplinary artists used biology, artificial intelligence and well, art, to create a new vision of reality. Now this ‘computer art’ has exploded into the new aesthetic, boasting neon colour, freaky videos and retweets. How does the computer see the world? How does it recognize humans? Interpret patterns? And how do we in turn respond to that? Tijmen Schep called it ‘painting the black box colourful again’ (but also asking whether it would not be better to actually open it) – which resonated nicely with Frank Kloos proclaiming Malevich Black Square the first (and most radical) pixel painting ever.
Translation is a key word in the talks: for example, as David Berry shows, how do computers recognize humans? And what does that say about what it means to be human? How do the different ‘languages’ translate between human and machine, machine and human and machine-to-machine? Opinions differ as to which degree humans are already machines themselves. Are we caught in algorithms, tying us down like spider webs? Has ‘computationality’ already gone so far that we cannot escape or fight back? David Berry doesn’t agree, although his account of Google’s future plans heading at ‘augmented humanity’, not only predicting but also actually replacing our innermost thoughts, definitely hits my ‘creepy line’.
The positive thing about The New Aesthetic, whether it’s an art movement, design form or empty bucket, is that the work it produces makes this tension within the computated human world visible. The big goal for a long time has been precisely to make technology invisible, with the result that we don’t realize the state of computing we actually live in. Through glitch, distorted audio, memes, datamoshing, -bending et cetera this can be again foregrounded. Moreover, it can be done in a way that doesn’t just reach the closed-in academic world or the small group of online activists, but an enormous part of the online community. Actually, everyone online helps spread the word. Or image. Or sound.
The New Aesthetic seems a truly democratic art form, but maybe it is at the same time too grand an equalizer. Is it really OK to have an art work that’s taken days, weeks, maybe months to conceptualize and construct (next to the years of education preceding the creative moment) put up next to a funny meme rolling out of a meme generator in a few seconds, on a standard Tumblr? Isn’t that contradictive to the idea of creating some kind of consciousness of the algorithms controlling us? It’s good to see theory, art, design and debate come together. So, what is this New Aesthetic thing? Open the box and have a look.
Check the book New Aesthetic, New Anxieties, written during a Book Sprint at V2, Rotterdam. And visit the exhibition Coded Perception at SETUP (until November 18).
Comments
Zelfportret via datavisualisatie
21/01/12 16:39 Denk aan: Internet

Het is interessant om te zien hoeveel informatie er met een paar simpele tooltjes uit een online profiel te halen is. Niet alleen van jezelf, maar ook van je vrienden. Als je dat op je scherm ziet verschijnen, in honderden regels onder elkaar, word je je daar wel bewust van. Daarnaast krijg je door het (al dan niet creatief) bewerken van die data ook inzicht in jezelf. En het levert mooie plaatjes op, zoals het mozaïek van al mijn Facebook-foto's.
Als inleiding vertelt schrijver David Mulder over zijn kunstproject 'Turf'. Een jaar lang turfde hij werkelijk alles in zijn dagelijks leven, van kopjes koffie via wc-bezoek naar uren slaap. Turven is op zich geen moderne hobby, er zijn altijd mensen geweest die dag in dag uit hun gewicht, drankgebruik, sigaretten of calorieën hebben bijgehouden. Denk maar aan Bridget Jones. Het beschrijven van je 'quantified self' is een natuurlijk, menselijk verlangen. Maar die beschrijving is nu veel makkelijker geworden, zeker waar het gaat om het verwerken van de gegevens.
Het gaat ook verder dan alleen cijfertjes en statistieken: via de cijfertjes, die automatisch in grafieken en kaarten inzichtelijk worden gemaakt, maak je je levensverhaal zichtbaar. En dat kan anders uitpakken dan je had verwacht. Zoals het mozaïek van foto's: bij elkaar geplaatst in een grid vertonen de foto's één groot portret. Wat spreekt daaruit? Het zijn mijn herinneringen, maar samen vormen die een beeld dat andere mensen weer op hun eigen manier interpreteren.
Het turven, merkte Mulder, beïnvloedt je daadwerkelijke gedrag omdat je nu eenmaal van tevoren een ideaalbeeld van jezelf hebt – zelfs in de meest alledaagse, betekenisloze handelingen. Dat geldt ook voor het 'online turven', als je het bijhouden van je online profielen zo kunt noemen. Een voorbeeld dat ik wel herken is Last.fm, dat automatisch bijhoudt welke muziek je afspeelt. Heb ik bezoek met een belabberde muzieksmaak, dat mijn iTunes overneemt, dan krimp ik ineen van schaamte bij de gedachte aan mijn online voor iedereen te raadplegen Last.fm-lijst.
Al van oudsher geldt dat we graag verhalen vertellen over onszelf. Iets bestaat misschien pas in de reflectie erop. Als iets niet past in ons overkoepelende verhaal, ook al is het maar als afwijkend zijlijntje, dan schrappen we het uit onze realiteit. En die reflectie, dat vertellen, loopt nu veelal via sociale media. Anders dan vroeger zijn we zijn daar nu voortdurend, in real time mee bezig. Op vakantie wacht je niet meer tot je thuis bent om je definitieve verhaal te vertellen aan de thuisblijvers, maar ben je dag in dag uit dat verhaal aan het updaten. Haast als een echte roadnovel of zelfs een ouderwets feuilleton.
Daar stonden ze aan het eind van de middag dan allemaal bij elkaar: eindeloze rijen met al mijn statusupdates van Facebook en Twitter. Normaal gesproken kijken we niet vaak terug naar wat we allemaal ooit hebben geantwoord op de vraag 'what's happening'. Al was het maar omdat je moet weten hoe je al die data bij elkaar schraapt. Dat brengt wel reflectie op gang. Is dit wie ik ben? Wie ik wil zijn?
Bovenaan las ik: 'Iemand probeerde me net aan het schrikken te maken door heel hard in mijn gezicht te roepen: EY, IK BEN SCHIZOFREEN! Maar ik schrok niet. Hij had eerst namelijk heel lief hallo gezegd.' Ik herinner me dat ik dit op Facebook zette, maar niet de gebeurtenis zelf. Hetzelfde kun je met foto's hebben, vooral uit je kindertijd. Herinner je je echt dat moment, of alleen de foto die je al talloze malen hebt gezien? Maar er is een groot verschil wanneer je alles in real time boekstaaft (natuurlijk niet alles, alleen zij die nog nooit daadwerkelijk op Twitter hebben gekeken, denken dat mensen alle kopjes koffie noemen die ze op een dag drinken). Je wordt een personage in een verhaal dat niet eens op waargebeurde feiten gebaseerd hoeft te zijn. Een verhaal dat je zelf schrijft en dat tegelijkertijd jou schrijft. Want je mag een personage zijn in een half fictief verhaal, zodra het verloop van dat verhaal je gedrag gaat beïnvloeden, is het maar al te reëel.
Dat kun je allemaal heel erg vinden. Ik denk dat het alleen maar erg is als je je van die half-fictieve status niet bewust bent. Daarom is het goed om eens een middag aan een datavisualisatiezelfportret te knutselen. Bovendien kun je het ten goede aanwenden: je wordt voortdurend geconfronteerd met jezelf en daardoor aangezet tot gedragsveranderingen. Meestal nog ten goede ook, omdat je wilt overeenstemmen met een bepaald ideaalbeeld. Dat is de andere kant van het doemdenken dat de nadruk legt op de prestatiedruk en competitiedrang die met sociale media gepaard zouden gaan. Ook niet onbelangrijk: het prikkelt de creativiteit. En dat vind ik eh, leuk.
Workshop Data-is-me bij SETUP, 14 januari 2012
