Over de ernst als deugd

ernst
Waarom is eenzaamheid eigenlijk een ondeugd, vroegen Maarten 't Hart en Jelle Brandt Corstius zich in Zomergasten af. De vraag herinnerde me een passage uit de (al eerder aangehaalde) dagboeken van Susan Sontag, waarin ze stelt dat seriousness voor haar een deugd is, de belangrijkste richtsnoer in haar leven. Later noemde ze zichzelf een zealot of seriousness. Ik vond het een opvallende uitspraak, omdat in deze eenentwintigste eeuw serieusheid of, in mooier Nederlands, ernst, eerder als ondeugd wordt gezien.

Niets zo erg als een gebrek aan humor. Vraag het aan datingsites (humor is belangrijker dan intelligentie of uiterlijk), reclamebureaus (zelfs waspoeders moeten met een kwinkslag aan de vrouw gebracht) en journaallezers (geinig bruggetje naar het weerbericht als statussymbool).

Ernst is op z'n best grappig.
Een grappig intermezzo tussen het lachen.


Ik doe daar ook aan mee, dat geef ik meteen toe. Ik gloei van binnen als iemand me humoristisch vindt, wat een compliment! Bij het presenteren voor Studium Generale kan mijn avond niet meer stuk als een volle zaal grinnikt om mijn ingestudeerde grapje. Maar ik stoor me wel aan de alomtegenwoordigheid van humor op alle mogelijke momenten en plekken, ook als de situatie niet om een lach of een relativerende opmerking vraagt. Niet alleen omdat de grappen vaak niet eens grappig zijn, maar ook omdat ernst soms gewoon fijn is.

Waarom is ernst zo in diskrediet geraakt? Terug naar Susan Sontag en Reborn. Zoals altijd las ik nadat ik het boek uit had wat recensies op internet. Het viel me op dat de ontvangst van Reborn (in vertaling: Herboren) heel wisselend was. De meeste besprekers vonden de dagboeken hysterisch, egocentrisch, en saai, wat op zich al een merkwaardige combinatie is. Anderen roemden juist Sontags invoelend vermogen, vonden haar twijfels ontroerend en haar abstracte zelfanalyses intelligent.

'De meeste besprekers' zijn in dit geval mannelijke recensenten, 'de anderen' vrouwelijke. Ik heb het vermoeden dat die grote verschillen tussen de waardering van mannelijke en vrouwelijke lezers iets te maken hebben met de 'seriousness' die Sontag beoefende als een deugd. Seriousness die mannelijke recensenten niet serieus nemen, maar afschieten met de predikaten 'hysterisch' en 'saai' - immers typisch vrouwelijke eigenschappen.

Zou het zo zijn dat het enorme ophemelen van humor iets mannelijks is? De onderzoeken die uitwijzen dat humor de belangrijkste eigenschap voor een partner is, melden vaak een verschil. Mannen willen namelijk een vrouw die kan lachen om hun grap, vrouwen willen door de man aan het lachen worden gemaakt.

Het is vrij zeker dat Susan Sontag niet om een willekeurige grap van een man zou lachen. Exit Sontag. Vrouwen kunnen zich denk ik beter verplaatsen in ernst opgevat als deugd. Nu weet ik ook heus wel dat dat niet altijd even prettig is, van die vrouwen die alles veel te serieus nemen en nooit eens iets kunnen afdoen met een flauwe grap - maar toch valt er iets te zeggen voor een herwaardering van de ernst, daar waar ernst op zijn plaats is.



Bookmark and Share
Comments

Over herinneringen

1. In Kopenhagen ging ik naar het allereerste adres waar ik ooit woonde: Finsensvej 10C. Ik ben er niet geboren, dat gebeurde in het ziekenhuis om de hoek, en heb er maar twee jaar gewoond. Ik herinnerde me dan ook helemaal niets van de straat of de omgeving. Jaren geleden ging ik met mijn moeder naar het tweede adres, daar vlakbij. Ook daar woonden we maar twee jaar. Daar wist ik nog heel veel van. Ik liep rond op het appartementencomplex en wees: hier om de hoek is een speeltuin met een dichte glijbaan, daar verderop de kleuterschool. Dat kan ik nu niet meer. Ik herinner me niet meer wat ik als vierjarige meemaakte, maar ik herinner mijn herinnering van toen ik er later terugkwam.

2. Iedereen zal zich wel eens hebben afgevraagd: herinner ik me wat er gebeurd is of de foto's die ervan bestaan? (Een heel andere vraag is: herinner ik me een echte gebeurtenis, of was het een droom?) Was ik wel eens over de brug tussen Funen en Seeland gereden? vroeg iemand me. Ik wist het niet meer. Ik zag de brug voor me, maar dat kon net zo goed een tv-beeld zijn. Google leert dat de brug in 1998 voltooid is, dus ik moet er zeker overheen zijn gereden, voor het laatst in 2001. Misschien herinner ik het me, misschien ook niet. Voor sommige reizigers is het reden genoeg om geen foto's meer te maken. Ik deed in Kopenhagen het omgekeerde: mijn foto's zijn snapshots van gedachten die ik me wil herinneren. Zoals het bejaarde stel dat in de trein van 12.39 naar Humlebaek flessen Tuborg dronk. Dat is in Denemarken niet een uitzonderlijk plaatje, maar een alledaags moment.

3. In haar dagboek (Reborn) noteert Susan Sontag een paginalange lijst van details uit haar herinnering. Details uit haar kindertijd, uitspraken van familieleden, gelezen boeken, namen van klasgenoten, etenswaren, 'Deciding about God'. Er is geen samenhang, geen chronologie, geen uitleg. De naakte feiten.

4. Siri Hustvedt vertelt in The Shaking Woman over een methode die ze gebruikt om het geheugen op gang te brengen bij geestelijk gestoorden die ze schrijfles geeft. Begin gewoon met een vel papier en schrijf op: I remember… De rest volgt vanzelf, in een 'ketting van associaties'. Door het opschrijven (met de hand), gebeurt het ook: 'Ik herinner me…' zet de herinnering in gang. Het is een memory machine. Hustvedt beschrijft een patiënt met geheugenverlies, die door te schrijven zijn herinneringen terugkreeg. 'The talking Neil had amnesia. Neil's writing hand did not.'

5. Hoe weet je of wat je opschrijft, ook niet een tweedehands herinnering is? Doet die vraag er wel toe? Is niet alle herinnering een constructie, een verhaal? Susan Sontag doet alsof ze een boekhoudkundig rapport van haar jeugd geeft, geheel objectief en waarheidsgetrouw. Eigenlijk had ze overal 'I remember' voor moeten zetten. Die contextuering maakt wat volgt tot een verhaal. David Shields schrijft in Reality Hunger dat zich herinneren eigenlijk hetzelfde is als fictie schrijven. Of beter gezegd: de grens tussen feit en fictie is blurry tot non-existent. Feiten zijn altijd een constructie of interpretatie, en fictie is altijd gebaseerd op de werkelijkheid. 'Did this happen? Yes. Did this happen in this way? The answer to that, if you're a grown-up, is "Not necessarily."'

6. Als je je iets herinnert van vroeger, toen je klein was, zie je jezelf dan van buiten of van binnen? Ik zie mezelf altijd van buiten, van een paar meter afstand (hoewel ik mezelf natuurlijk in werkelijkheid natuurlijk nog nooit van buiten heb gezien). Herinnering is nooit een directe herbeleving van het herinnerde moment. Je gaat als het ware op reis terug in de tijd, en je tegenwoordige oudere zelf is aanwezig bij het kind dat je was. De herinnering deelt je in tweeën. (Behalve de mémoire involontaire van Marcel Proust. Maar ook die onvrijwillige herinnering moet door het bewustzijn en de reflectie gaan, wil ze betekenis krijgen.)

7. In Kopenhagen las ik wat in Stadia op de levensweg, van een van de beroemdste Kopenhagenaars aller tijden: Søren Kierkegaard. Het boek begint met een mijmering over het verschil tussen geheugen en herinnering. Reflectie, waarbij je je opdeelt in tweeën om van een afstand naar jezelf te kijken, is het kenmerk van herinnering (en een van de hoogste waarden waar Kierkegaard altijd op uit komt). Feitenlijstjes representeren het geheugen, ze worden neergepend zonder reflectie. Door jezelf tot subject te maken - 'I remember' - stap je van het geheugen over op de herinnering.

finsensvej
8. Een ander kenmerk van herinnering volgens Kierkegaard, is dat ze het beste gedijt bij contrastwerking. (Wie heeft niet een keer een gelukkig ogenblik verstoord zien worden door de herinnering aan ongeluk.) 'Wanneer het geheugen steeds weer wordt opgefrist, verrijkt het de ziel met een massa details, die de herinnering verstrooien.' (Het gaat dus eerder om een verarming dan een verrijking.) Stom idee dus om naar mijn geboortestad af te reizen? Ach, van de Finsensvej herinnerde ik me toch al niets meer. En nu kan ik af en toe terugdenken aan het saluut dat die twee bejaarden in de trein leken te geven aan het leven, of aan hun beroemde stadsgenoot.



Bookmark and Share
Comments

Tussen haakjes


(Twee persoonlijkheden bezitten is de definitie van een jammerlijk lot.)


De essays van Susan Sontag stonden al een tijdje op mijn leeslijstje. Ook al staat er al jaren een bundeling van in mijn kast - Waar de nadruk ligt - ik kwam er niet toe ze er ook uit te pakken.

Hoe stom dat was, ontdekte ik toen ik dan eindelijk het boek opensloeg en gewoon in het eerste essay begon te lezen. Al meteen stuitte ik op bovenstaand citaat, dat me het vermogen verder te lezen voor een kwartier ontnam.

Lees verder
Comments