Gelegenheidsoptimist: Ode aan het zwart

Armando_gefechtsfeld
Een ode aan het zwart – kan dat wel als gelegenheidsoptimist? Toegegeven, het zwart is allereerst het angstaanjagende, overrompelende zwart, dat je kan omsluiten als plotseling invallend duister – zo ondoordringbaar dat je bijna niet durft te ademen. Een groot doek van Armando waar je per ongeluk te dicht op gaat staan. De randen rafelig in je ooghoeken, zodat je geen uitweg meer ziet. Het omvouwt je, beknelt je, houdt je gevangen. Doodeng en fantastisch tegelijk. Bij zo’n doek begon mijn liefde voor het zwart, al klinkt zo’n liefde misschien masochistisch.

Onlangs zag ik van Armando een ander werk, met daarop een bosrand. (Ik stel het maar even zo droog, los van de beladenheid van het werk.) Een ander zwart, dat toch hetzelfde is. De bosrand markeert de grens naar een andere wereld, of nee, de bosrand ís die grens, een niet-op-zichzelf bestaand gebied, zoals de lijn tussen twee aangrenzende kleurvlakken niet bestaat. Als je de eerste boom voorbijgaat kom je in het land van de  sprookjes. Als dat te aangenaam klinkt: de bosrand verbergt ook de wereld van Twin Peaks, het zwartste sprookje voor volwassenen. Maar je stapt die eerste bomenrij niet voorbij, want een bosrand is iets waar je van een afstand naar kijkt. Je probeert door te dringen in de duisternis. Onmogelijk. Zelfs op de helderste zomerdag kun je niet door het bos heen kijken. Waardoor je blijft kijken, enigszins verontrust en met kippenvel op je blote armen. De dreiging die van het zwart van de bosrand uitgaat is te groot, te onbekend. Ze vibreert van ontembare wildheid. Het zwart temmen, dat moet de volgende stap zijn.

Lees verder bij De Optimist: Gelegenheidsoptimist: Ode aan het zwart



Bookmark and Share
Comments

David Acheson, Theo van Doesburg en de schoonheid van getallen

david_acheson
Een gedistingeerde wiskundige uit Oxford die elektrische gitaar speelt en op John Cleese lijkt: dat is David Acheson, die gisteren een lezing gaf bij Studium Generale. Had ik een avondje vrijaf, ging ik nog op die harde stoelen van het Academiegebouw zitten. Ik heb absoluut geen wiskundeknobbel, maar ik ben wel gevoelig voor de schoonheid van wiskunde, getallen als kunst. Een gevoeligheid waar elke wiskundige mee begint, denk ik. In elk geval Acheson, die zijn liefde verklaarde aan de 'wonderful theorems' en 'beautiful proofs' van zijn vakgebied. Wiskunde is een kunst omdat het in zichzelf, zonder toepassing en zonder praktische afgeleide, mooi en bijzonder genoeg is om te beoefenen.

Daar houd ik wel van. Ergens in dit alfamens (gelukkig geen -mannetje) van verhalen en woorden zit een wiskundige verstopt die kickt op getallen en lijnen. Het is de aantrekkingskracht van orde en eenvoud, die toch verbazingwekkend onbegrijpelijk is. Acheson liet in zijn lezing verschillende voorbeelden zien, bijvoorbeeld van een som waarvan de uitkomst pi is. Pi! Hoe toevallig is dat? Niemand begrijpt wat pi in die som doet, het is eenvoudig, mooi, helder en onbegrijpelijk. (Denk ik, misschien is het raadsel wel te verklaren.) Lees verder
Comments

Arjen Grolleman R.I.P.

Arjen Grolleman is dood. Weinig overlijdensberichten van bekende mensen hebben mij meer aan het wankelen gebracht dan dat van KinkFM-opperhoofd Arjen Grolleman. 37 jaar pas. Een held van míjn tijd, een levende held, tot gisteren. Nu behoort hij tot die andere categorie helden, waartoe ook Theo van Doesburg behoort.

Ik luisterde gisteren onder het koken naar Avondland, zijn radioprogramma. Pas na een tijdje viel me op dat ik geen dj hoorde, alleen muziek. Ik besteedde er niet echt aandacht aan. Twee uur later zag ik de eerste berichten op Twitter. De laatste tweet van Grolleman zelf stamde van 17 uur eerder. Nu, de ochtend erna, mis ik bij het ontbijt de rare, grappige tweets van Grolleman die hij vaak de hele nacht door plaatste. (Man, slaap jij wel eens, heb ik me vaak afgevraagd.)

Hij meldde eens op Twitter dat hij daar hetzelfde probeerde te doen als op de radio: lullen over goeie muziek, citaten van filosofen en dichters erdoorheen strooien en afronden met een poep- en piesgrap. En dat deed hij ook. Je kunt keihard rocken, helemaal naar de klote gaan en bij thuiskomst Aristoteles open slaan. (Vrienden van mij weten dat dit is hoe ik zelf ook probeer te leven.) Hij ging een stap verder en bracht het op de radio. Op prime time ouwehoeren over Kierkegaard, hem vervolgens te kakken zetten en een plaat van Editors erin knallen. Of die keer, jaren geleden, dat hij minutenlang de Ursonate van dadaïst (en vriend van Theo van Doesburg) Kurt Schwitters liet horen. Geweldig. Ik moet nog lachen als ik eraan terugdenk.

Verder heb ik niet zoveel te zeggen. Ik kende hem niet persoonlijk (hoewel dat als Twittervolger bijna zo voelt). Alles wat ik kan zeggen zou meer over mezelf gaan en doet hier niet terzake. (Zoals al die stukjes die altijd verschijnen als iemand overlijdt, de persoonlijke herinneringen van nietszeggende mensen.) Het enige wat ik wil is dat mensen die hem wél persoonlijk kenden weten dat hij 'zomaar iemand' al tien jaar lang elke dag aan het lachen heeft gemaakt, aan het denken heeft gezet en muziek heeft laten ontdekken.

Kurt Schwitters' Ursonate:




Bookmark and Share
Comments

Theo van Doesburg, held

Op de valreep bezocht ik de tentoonstelling over Theo van Doesburg in Leiden (morgen voor het laatst te bezichtigen). Van Doesburg is mijn held, al jaren. Waarom? Mijn eerste kennismaking was in het college Nederlandse letterkunde, waar hij 'de enige dadaïst van Nederland werd genoemd'. Hij zou altijd in de schaduw hebben gestaan van de veel beroemdere Piet Mondriaan. Onterecht, vind ik. De enige dadaïst was ook constructivist, schrijver, redacteur van het belangrijkste tijdschrift uit de twintigste eeuw De Stijl, architect, glas-in-lood- en meubelontwerper. En natuurlijk schilder.


In mijn eerste woninkje in Lunetten maakte ik een muurschildering van de Compositie XVIII in drie delen (1920). Dit werk bestaat uit drie schilderijen die samen een driehoek vormen. Het middelpunt van het schilderij ligt daarom buiten het doek. Ik had het uit een boek overgenomen, netjes de afmetingen uitgerekend en met een liniaal overgetrokken en ingekleurd. Heel vaak heb ik naar het onbestaande middelpunt van de drie doeken gestaard, gewoon op de bank in Lunetten. Het origineel zag ik pas later in het Kröller-Müller museum.

Lees verder
Comments