Gedachtekunst: de bosrand
25/11/09 18:05 Denk aan: Leven

Comments
Gedachtekunst: bootjes, armbandje, chaos
14/10/09 21:15 Denk aan: Leven

Hoe ga je om met Slimey de Naaktslak?
24/07/09 19:36 Denk aan: Leven

In z'n achteruit het paradijs verlaten
20/07/09 15:30 Denk aan: Leven

Inmiddels ben ik zelf al jarenlang onderdeel van het werkende gilde (sinds kort bovendien van het belachelijkste aller gilden, namelijk dat van de ambtenarij) en betrap ik mezelf op deze verzuchtingen. Maar nooit te lang, nooit tot na de vakantie. Die verzuchting, het verlangen naar de vrijheid waar je even aan mag proeven maar die al bitter smaakt omdat hij tijdelijk is, ontstaat en verdwijnt bij mij door de aard van het vrij zijn zelf. Wat ik bedoel is het volgende. Op vakantie heb je opeens zoveel tijd om handen dat je vanzelf gaan peinzen. Over de wereld (zeker als je je in een nieuwe omgeving bevindt), over de mensen, over jezelf. Natuurlijk lijkt vanaf de camping het dagelijkse kantoorbestaan het tegengestelde van het paradijs. En wat voelt het heerlijk eens alle gedachten dóór te kunnen denken, zonder al die afleiding van het gejaagde leven. Nooit meer werken! Altijd filosoferen!
Na een dag of twee peinzen kom je erachter dat je de gedachten nooit tot het eind kunt doordenken, omdat er geen eind is aan een gedachte. Wat een hopeloosheid. Stel je voor dat je werkelijk altijd vrij zou zijn: een eindeloze tijd vol eindeloze gedachten. Een idee om depressief van te worden. En je weet: uiteindelijk zul je terugkeren naar huis, het kantoor weer binnenstappen en een jaar niet meer peinzen, omdat je meteen slaapt als je hoofd het kussen raakt. Dus al die verzuchtingen en verlangens zijn ook nog eens zinloos.
Dit is het omslagpunt van de vakantie - wat mij betreft het punt waar de vakantie pas echt begint. Alle eindeloze gedachten die zich aandienen worden direct een verdwijnpunt ingezogen, waarvan niet eens duidelijk is waar het zich bevindt. Het grote mijmeren begint. Je houdt je onledig met het observeren van de andere campinggasten, schudt eens wat druppels van de tent of maakt een uitje naar de stad. Je loopt naar de tram, zit in de tram, kijkt op de kaart, stapt uit, zal ik een foto maken, gaan we wandelen of een museum, of eerst een biertje drinken, ja eerst maar een biertje. En wat eten we vanavond? Eerst maar wandelen, maar waarheen? Ach, kijk hem nou!
Mensen die thuiskomen van vakantie en nog steeds in de fase zitten waarin je de slavernij van het werken vervloekt en verlangt naar het onmogelijke (want denk maar niet dat die mensen er gelukkig van zouden worden als ze van de ene dag op de andere niets meer om handen zouden hebben, onnut zouden zijn, geen aanspraak meer hadden), die hebben de ware vakantiefase nooit bereikt. Als ze terugkomen op kantoor zeggen ze tegen elkaar: 'Het was paradijselijk.' Niemand blijkt zich vergist te hebben. Een enkeling is in z'n achteruit terug komen rijden. Maar dat lijkt nu te onnozel om over op te scheppen. Hij schaamt zich. 'Wij vonden het paradijs,' zegt hij, de plek waar schaamte niet bestaat.
Ik heb ze gezien, vanuit mijn campingstoel, de mensen die zo verlangen naar een eindeloze vrijheid, dat ze vergeten te genieten van de vrijheid onder hun neus, in de voortent van het gemijmer.
Tijd om te oefenen in levenskunst
01/07/09 20:57 Denk aan: Filosofie

Een voorgesprek met een filosoof over levenskunst is wel wat anders dan een kroeggesprek over het leven. Ik mag dan zelf filosofie hebben gestudeerd, als je tegenover iemand zit die al decennia nadenkt met een grote N, kom je niet weg met gemeenplaatsen of bijdehante ironie. Filosofie, zo is me wel weer duidelijk geworden, is hardop nadenken. Prachtig om dat aan te mogen horen, redelijk confronterend als je vervolgens zelf weer aan het woord bent.
Twee dingen heb ik uit de voorgesprekken al begrepen. Levenskunst is hard werken. Probleem is natuurlijk dat het nooit ophoudt tot het echt ophoudt. Je kunt nooit eens op je lauweren rusten, altijd is er weer een nieuwe situatie, nieuwe personen, nieuwe inzichten om mee te dealen, al was het maar omdat je zelf steeds ouder wordt en verandert. Mocht je eens dezelfde situatie twee keer meemaken, wat op zich al onmogelijk is, dan ben je nog niet dezelfde die het meemaakt. Je hebt dat immers al eens meegemaakt.
Toch is het mogelijk om je te oefenen. Hoe, daar zullen de lezingen meer duidelijkheid over geven. Een ander thema dat steeds terugkomt is tijd. Niet gek, want zodra je het hebt over het leven, heb je het over tijd. Zoals bij het oefenen: oefenen is tijdgebonden. De levenskunst is een kunst die zich ontvouwt in de tijd. Maar ook inhoudelijk komt de filosofie steeds terug op tijd: een van de dingen die een ware levenskunstenaar kenmerken is zijn verhouding tot de tijd. Meest bekend is de verhouding tot de dood. Het hele leven is een Sein zum Tode, zei Heidegger al en dat bedoelde hij niet eens zo morbide als het klinkt. Pas als je je verhoudt tot de dood (en de meeste mensen doen dat niet eens), ben je werkelijk vrij en vrijheid is toch wel een van de hoofdvoorwaarden voor een levenskunstig leven.
Maar ook de verhouding tot het nu is essentieel. Zodra je het daarover gaat hebben, verzeil je gauw in de terminologie van de zelfhulplectuur. Leef in het nu! Wees bewust van het heden! Pluk de dag! Hoe die clichés te vermijden? Misschien door te beseffen dat die clichés uiteindelijk weinig met het nu te maken hebben. Altijd gaat het bij zulke goeroes om de toekomst: als je leert leven in het nu, zal je in de toekomst gelukkig zijn en je doelen bereiken.
Toch denk ik dat een leven in het heden ook niet alles is. Ik heb het zo druk gehad de afgelopen tijd, dat ik nauwelijks aan iets anders kon denken dan 'nu, nu. nu!' Voor je het weet raak je gestrest omdat je te weinig tijd hebt.
Nú heb ik vakantie. Ik ben blij dat ik een paar uur de tijd heb om me te verheugen op de komende weken. 'Wachten is oude tijd die te lang heeft gestaan’ schreef Tonnus Oosterhof. Maar soms is wachten jonge tijd, waarin de dag die je gaat plukken tot bloei komt.
Werk aan de winkel I
23/09/08 21:37 Denk aan: Filosofie

Ik denk zulke dingen ook op vakantie (vooral van die zielige zwerfkatjes). Ik heb alleen net iets meer reden voor zulke gedachten, want ik zit op een tijdelijk contractje. Bij mij dus geen dagdromen maar bittere noodzaak. Met de kerst moet ik een nieuwe baan, anders wacht de onvrijheid van de - getsie - werkzoekende.
Een goedbedoeld advies dat mensen mij vaak en graag geven: nu kan je wel fîjn erachter komen wat je écht wil. Los van het feit dat zij ervan uitgaan dat ik dat niet weet, vind ik dit een zeer nutteloos advies als het gaat om het vinden van werk. Het doet me denken aan een gesprek dat ik een keer had met een studiegenoot. We stonden met zo'n honderd man in de bus van de campus in Nijmegen naar het station. 'Keuzevrijheid is de grootste leugen van de westerse maatschappij!' riep ik, met rollende r’en en grommende g's. 'Weet je eindelijk wat je wil, zit er nog niemand op je te wachten!' Ha, het werkte, mensen voelden zich aangesproken.
Toen schrok ik. Mijn studiegenoot had in Afrika gewoond en iets met ontwikkelingssamenwerking gedaan. Hij ging me vast wijzen op de penibele situatie van vele Afrikanen die niet eens hun avondeten kunnen kiezen. Ik begon me al te schamen toen hij lachend zei: 'Ja in Afrika is er hoe dan ook geen werk, dus als je besluit dat je onder een boom wil zitten en het fruit verkopen dat eruit valt, dan doe je dat gewoon. Geen regeltjes of belastingformulieren.' Een verfrissend inzicht.
Als mensen me aankijken alsof ze zelf een hartverzakking krijgen van het idee dat ik misschien met de kerst geen werk heb zeg ik gewoon: 'Je gaat er niet dood aan.' Soms herhaal ik met nadruk: 'Ik ga er niet dood aan.’ In Afrika ga je er dood aan, in Nederland niet. Daar schrikken mensen van. Toegegeven, mijn motto is niet fijnzinnig of genuanceerd. Maar ik bedoel precies dát: je gaat er niet dood aan als je even geen werk hebt, of als iemand je verlaat of als of als. Je kunt wel zo in de put komen dat je denkt dat je beter dood kon zijn, maar dat is iets anders.
Toch gaat 'je gaat er niet dood aan' niet altijd op. Als mensen doodgaan, bijvoorbeeld. Dan zul je een genuanceerder motto moeten hanteren, dat niet uitgaat van het negatieve, maar van het positieve. Voor mij is dat: je hebt altijd een keus. Maar dan ook altijd. Natuurlijk kun je er niet voor kiezen dat iemand niet doodgaat, net zo min als dat je contract toch niet afloopt. Je hebt misschien wel niets te kiezen, behalve dat je toch elke dag om half acht opstaat. Nou, dat is dan een keus. Zodra je iets kiest, heb je weer controle over een deel van je leven, hoe klein het ook is. Zodra je kiest, word je wie je bent. Bij mij werkt dat.
Motto 2 heb ik geleend van Sartre, en vervolgens naar eigen inzicht aangepast. Hij is bespuugd (in elk geval figuurlijk) vanwege zijn uitspraak dat zelfs mensen in concentratiekampen een keus hadden. Hoe ga je eraan? Met opgeheven hoofd of niet? Hoe eng zo'n uitspraak ook is, er zit een waarheid in. Hij is eng omdat het eerste motto niet meer van toepassing is, en de meeste mensen vinden dat al luguber genoeg.
Laat de morbiditeit je niet misleiden. Ik ben een optimist. Als ik zeg dat ik er niet dood aan ga, dan is dat vrolijk bedoeld. En mijn keuze is altijd eerst en voor al: het leven.
Nu heb ik nog niets gezegd van wat ik wilde zeggen. Wordt vervolgd...
Ik ga op vakantie en ik neem mee...
17/09/08 17:26 Denk aan: Leven

Wat klopt hier niet? Het feit dat ik dertig ben en geen kinderen heb.
Voeg toe de iPhone en herhaaldelijke oproepen van het schoonthuisfront - de laatste twee overigens niet bijeen, want de iPhone bleek niet te werken in het buitenland. Even maakte ik een stiekem vreugdedansje, want ik was toch wel bang voor alomtegenwoordig internet op vakantie. Jammer dat daarvoor in de plaats herhaaldelijke oproepen naar het T-Mobilethuisfront de Provençaalse ochtenden opluisterden.
Ik heb ooit twee weken niet gedoucht op vakantie - misschien wordt het nu duidelijk dat ik mij soms Gordon voelde. Ik bedoel de Gordon uit het programma waarin hij Nederlanders vergezelt op vakanties waar hij overduidelijk niet thuishoort. Ik wilde me er met een Gordonlach vanaf maken, maar dat joeg Jeroen bijna gillend naar huis.
Bij de afwas met teil en sop probeerde ik erachter te komen wat er aan de hand was. Sinds een half jaar doet de afwasmachine mijn afwas en dat geeft me altijd een ongemakkelijk gevoel. Net als de droger die mijn was droogt. Als de afwas al schoon wordt, krijgt hij ook een buitenwereldlijke glimmering mee en de was wordt wel droog, maar ook een maat kleiner.
Vlak voor de vakantie zag ik de film Into the Wild van Sean Penn, over een jongen (Christopher McCandless) die al zijn spaargeld weggeeft en Alaska in trekt. Hij kayakt het volkomen uitgestorven onbekende tegemoet, da’s toch iets anders dan met z’n allen. Hij doucht nooit en heeft zeker geen gps. Het loopt dan ook niet goed met hem af. Ik geef mijn spaargeld niet weg en hoop niet slecht af te lopen, maar ik miste wel iets van Into the Wild bij mijn Dans la Provence.
Waar gaat dit heen? Ik vroeg het aan de vrouw van de gps en kreeg een onbevredigend antwoord (roew kwaatrewengdeu). Daar zat ik met mijn onscheurbare wegenkaart nog strak in de vouw: geen idee waar we ons bevonden en hoe we daaruit zouden komen. Opeens zag ik dat de buitenwereldlijke glimmering die over al die toeristen in de Provence en de Côte d'Azur ligt, dezelfde is als die de Sun achterlaat op mijn glazen.
Op het strand sloeg ik Nietzsches Oneigentijdse beschouwingen op (de kaft in het zand gedrukt, want niemand hoeft dat te zien). Aha! Er bestaat een woord voor de hang naar samen kayakken, naar afwasmachines en gps-dames: filistercultuur. En een diagnose: 'Wat valt hier nu eigenlijk zo algemeen in de smaak? Vooral een negatieve eigenschap: het ontbreken van alles wat aanstoot zou kunnen geven - aanstotelijk echter is al het waarlijk productieve.'
Dat is waar het aan ontbrak: aanstoot geven (altijd leuk om te vertellen dat je wel eens twee weken niet hebt gedoucht op vakantie) en productief zijn: de afwas doen, de weg uitvogelen, een internetcafé zoeken, de glimmering van je lijf spoelen.
Ik vouwde mijn kaart uit, riep 'tout droit!' en alsnog gingen we een avontuurtje tegemoet. Volgend jaar ga ik op vakantie en neem ik mee: een auto zonder gps, een onscheurbare wegenkaart, afwasmiddel en Nietzsche. Gordon mag gewoon thuis blijven, hij zou Alaska maar koud vinden.