Zelfportret via datavisualisatie

FB-fotomozaiek_klein
Zelfs als je niet een heel fanatieke internetter bent, laat je voortdurend een online spoor van data achter. Als je achter je computer zit, maar ook elke keer als je incheckt met je OV-chipkaart. Heb je ook nog een zakelijk profiel, een Facebookaccount en een twittermanie - zoals ik - dan groeit de berg informatie die er over je te vinden is op internet uit tot een Mount Everest, in kiezelsteentjes uiteengeslagen (maar ik reis wel anoniem). Onoverzichtelijk, gevaarlijk, privacygevoelig, dat weten we inmiddels wel. Maar met wat hulp is al die data ook op een andere manier te interpreteren. Op een workshop datavisualisatie bij SETUP in Utrecht leerde ik een digitaal zelfportret te maken. Een blik in de spiegel die misschien zelfs een stapje in de richting van zelfverwerkelijking kan betekenen.

Het is interessant om te zien hoeveel informatie er met een paar simpele tooltjes uit een online profiel te halen is. Niet alleen van jezelf, maar ook van je vrienden. Als je dat op je scherm ziet verschijnen, in honderden regels onder elkaar, word je je daar wel bewust van. Daarnaast krijg je door het (al dan niet creatief) bewerken van die data ook inzicht in jezelf. En het levert mooie plaatjes op, zoals het mozaïek van al mijn Facebook-foto's.

Als inleiding vertelt schrijver David Mulder over zijn kunstproject 'Turf'. Een jaar lang turfde hij werkelijk alles in zijn dagelijks leven, van kopjes koffie via wc-bezoek naar uren slaap. Turven is op zich geen moderne hobby, er zijn altijd mensen geweest die dag in dag uit hun gewicht, drankgebruik, sigaretten of calorieën hebben bijgehouden. Denk maar aan Bridget Jones. Het beschrijven van je 'quantified self' is een natuurlijk, menselijk verlangen. Maar die beschrijving is nu veel makkelijker geworden, zeker waar het gaat om het verwerken van de gegevens.

Het gaat ook verder dan alleen cijfertjes en statistieken: via de cijfertjes, die automatisch in grafieken en kaarten inzichtelijk worden gemaakt, maak je je levensverhaal zichtbaar. En dat kan anders uitpakken dan je had verwacht. Zoals het mozaïek van foto's: bij elkaar geplaatst in een grid vertonen de foto's één groot portret. Wat spreekt daaruit? Het zijn mijn herinneringen, maar samen vormen die een beeld dat andere mensen weer op hun eigen manier interpreteren.

Het turven, merkte Mulder, beïnvloedt je daadwerkelijke gedrag omdat je nu eenmaal van tevoren een ideaalbeeld van jezelf hebt – zelfs in de meest alledaagse, betekenisloze handelingen. Dat geldt ook voor het 'online turven', als je het bijhouden van je online profielen zo kunt noemen. Een voorbeeld dat ik wel herken is Last.fm, dat automatisch bijhoudt welke muziek je afspeelt. Heb ik bezoek met een belabberde muzieksmaak, dat mijn iTunes overneemt, dan krimp ik ineen van schaamte bij de gedachte aan mijn online voor iedereen te raadplegen Last.fm-lijst.

Al van oudsher geldt dat we graag verhalen vertellen over onszelf. Iets bestaat misschien pas in de reflectie erop. Als iets niet past in ons overkoepelende verhaal, ook al is het maar als afwijkend zijlijntje, dan schrappen we het uit onze realiteit. En die reflectie, dat vertellen, loopt nu veelal via sociale media. Anders dan vroeger zijn we zijn daar nu voortdurend, in real time mee bezig. Op vakantie wacht je niet meer tot je thuis bent om je definitieve verhaal te vertellen aan de thuisblijvers, maar ben je dag in dag uit dat verhaal aan het updaten. Haast als een echte roadnovel of zelfs een ouderwets feuilleton.

Daar stonden ze aan het eind van de middag dan allemaal bij elkaar: eindeloze rijen met al mijn statusupdates van Facebook en Twitter. Normaal gesproken kijken we niet vaak terug naar wat we allemaal ooit hebben geantwoord op de vraag 'what's happening'. Al was het maar omdat je moet weten hoe je al die data bij elkaar schraapt. Dat brengt wel reflectie op gang. Is dit wie ik ben? Wie ik wil zijn?

Bovenaan las ik: 'Iemand probeerde me net aan het schrikken te maken door heel hard in mijn gezicht te roepen: EY, IK BEN SCHIZOFREEN! Maar ik schrok niet. Hij had eerst namelijk heel lief hallo gezegd.' Ik herinner me dat ik dit op Facebook zette, maar niet de gebeurtenis zelf. Hetzelfde kun je met foto's hebben, vooral uit je kindertijd. Herinner je je echt dat moment, of alleen de foto die je al talloze malen hebt gezien? Maar er is een groot verschil wanneer je alles in real time boekstaaft (natuurlijk niet alles, alleen zij die nog nooit daadwerkelijk op Twitter hebben gekeken, denken dat mensen alle kopjes koffie noemen die ze op een dag drinken). Je wordt een personage in een verhaal dat niet eens op waargebeurde feiten gebaseerd hoeft te zijn. Een verhaal dat je zelf schrijft en dat tegelijkertijd jou schrijft. Want je mag een personage zijn in een half fictief verhaal, zodra het verloop van dat verhaal je gedrag gaat beïnvloeden, is het maar al te reëel.

Dat kun je allemaal heel erg vinden. Ik denk dat het alleen maar erg is als je je van die half-fictieve status niet bewust bent. Daarom is het goed om eens een middag aan een datavisualisatiezelfportret te knutselen. Bovendien kun je het ten goede aanwenden: je wordt voortdurend geconfronteerd met jezelf en daardoor aangezet tot gedragsveranderingen. Meestal nog ten goede ook, omdat je wilt overeenstemmen met een bepaald ideaalbeeld. Dat is de andere kant van het doemdenken dat de nadruk legt op de prestatiedruk en competitiedrang die met sociale media gepaard zouden gaan. Ook niet onbelangrijk: het prikkelt de creativiteit. En dat vind ik eh, leuk.

Workshop Data-is-me bij SETUP, 14 januari 2012



Bookmark and Share
Comments

De verhalen van ons leven - Het beest in de bek kijken

wilson
Hoe kan het dat ik, literatuurvreter en verhaalverslaafde, me zo verzet tegen die mooie menselijke mechanismen die je notabene via verhalen laten dealen met tegenslag en ellende? Dat ik handige motto's als 'whatever doesn't kill me makes me stronger' en 'van de nood een deugd maken' wegzet als trucjes en zelfbedrog? Is dat niet een beetje gek? En: zie ik het allemaal nog wel zitten? Nog één keer dan, om te laten zien dat het heus meevalt met het verhaal, en met mij.

Al eerder schreef ik dat ik optimistisch van aard ben en productiviteit als deugd beschouw. Daarin zit dan ook de positieve wending aan wat ik tot nu toe steeds - ik geef het toe - enigszins negatief heb beoordeeld. Timothy Wilson zette me op het spoor, door zijn boek De verhalen van ons leven, met de nogal omineuze ondertitel 'Verander je zelfbeeld en verbeter je bestaan'. Die titel belooft meer dan het boek waarmaakt, want in feite presenteert Wilson enkele resultaten uit zijn sociaal-psychologische onderzoek naar groepsvorming, identiteit en processen van uitsluiting. Het meer theoretische gedeelte over de zogenaamde 'verhaalbewerkingsmethode' levert echter interessant materiaal om verder over te peinzen.

De methode van verhaalbewerking is op zich niet heel nieuw: bij psychische nood gaat het erom je perceptie van een gebeurtenis te veranderen, eerder dan de gebeurtenis zelf. Wilson beschrijft de specifieke methode die te maken heeft met het verhaal dat iemand zichzelf vertelt. Door schrijfoefeningen is dat verhaal heel letterlijk te 'bewerken' (hierbij denk ik meteen aan Susan Sontag en Siri Hustvedt, zie Over herinneringen). Via het beschrijven van een gebeurtenis in een narratief, kun je je gevoelens over die gebeurtenis loskoppelen van de gebeurtenis zelf. Je neemt er afstand van en die afstand geeft je een zekere macht. Hoe je de gebeurtenis interpreteert, welke gevoelens en oordelen daarbij horen, is geen vaststaand gegeven meer, maar iets wat je zelf ten dele bepaalt.

Maar leidt dat niet tot - bijvoorbeeld - van de nood een deugd maken? Nee, want de gebeurtenis zelf blijft juist onaangeroerd, die verandert niet. In Vrij Nederland staat een prachtig interview met filosoof René Gude, die een been verloor aan kanker en nog steeds niet is genezen. Hij lijkt in de (ronduit miserabele) praktijk te brengen wat ik hier beschrijf: '"Shit is shit," onderkent Gude volgens de bevriende socioloog Herman Vuijsje, en toch blijft hij bij zijn intellectuele credo: geen negativisme a.u.b.' Zijn methode is 'tafelen', dat wil zeggen, het benoemen van de feiten en mogelijkheden, zonder daarover te oordelen. Als je oordelen toelaat, komen ook de emoties en dan slaat de verwarring toe. Een heel rationele manier om met ellende om te gaan. En een keiharde. 'Shit is shit' immers. Gude zegt zelf: 'Ik heb het compliment gekregen dat ik heel positief ben, maar als je keek naar wat wij aan het doen waren, dan waren wij het beest voortdurend in de bek aan het kijken.'

Dat is mooi uitgedrukt: het beest in de bek kijken. En het beest heeft een verrotte, stinkende, walmende muil, daar mag je van uitgaan. Waar zit het positieve dan in? In het niet oordelen. 'Negatief' is op zichzelf al een beoordeling. Misschien is het daarom ook eerder een houding van neutraliteit (ik kan natuurlijk niet over de situatie van Gude spreken, dus dit bedoel ik meer in het algemeen), van openheid. En dan kom ik weer uit bij dat waar ik eerder ook mee eindigde: vrijheid. Hoe beperkt ook, hoe verrot en stinkend die muil ook is die op het punt staat dicht te klappen en je op te vreten; door erin te kijken, je hoofd er helemaal in te steken, uit nieuwsgierigheid of beter weetgierigheid, ben je vrij. Ik geloof daar heilig in. Wie durft mij dan nog pessimist te noemen?

Dan is er nog de deugd van de productiviteit. Lees verder...



Bookmark and Share
Comments

Jennifer Egan - A Visit from the Goon Squad

egan
'How did I get from A to B?'

Op een brakke zaterdagmiddag, languit liggend op de bank, sloeg ik A Visit from the Goon Squad open. Pas toen het uit was, 350 pagina's verder (met, vooruit, een kleine bladspiegel), kwam ik van de bank af. Dat was me lang niet overkomen, zo'n leeservaring waarbij het boek jou lijkt op te vreten en je niet anders kunt dan je overgeven en hopen dat je het einde haalt. Maar er was meer.

Ergens op de helft, het was al avond en donker, leek het alsof ik werd opgetild en neergezet op een andere plek, in een andere tijd. Amsterdam, begin jaren negentig, op de bank bij mijn vader thuis. Ook zaterdagavond, en ook met een boek. Ik was over in de hoofdstad voor een van die tweewekelijkse weekendjes waar zoveel kinderen van gescheiden ouders herinneringen aan zullen hebben. Saai was het toen, maar nu ik er zomaar terugkom, twee decennia later, probeer ik het gevoel zo lang mogelijk vast te houden.

Een echte Proustiaanse 'mémoire involontaire', die je buiten de tijd plaatst en je daardoor voor even onsterfelijk maakt. Net als Proust probeer ik te doen alsof ik niks doorheb, ik lees gewoon verder en spied ondertussen om me heen. Boven me kan ik in de reflectie van het kantelraam mezelf zien zitten op de bank, Jennifer Egan in de hand, een glas wijn op tafel. Door dat glas wijn lijk ik op mijn vader, deze zaterdagavond. En ook nog steeds op mezelf zoals ik twintig jaar geleden was. Toch is dat niet genoeg reden waarom het kantelraam tegelijkertijd het Amsterdamse appartement lijkt te reflecteren. Het heeft natuurlijk ook te maken met het boek dat ik aan het lezen ben.

Jennifer Egan is net als ik een fan van Proust. Vast niet toevallig dat juist haar boek zo'n sterke Proustiaanse ervaring oproept. Twee motto's uit Op zoek naar de verloren tijd gaan aan het verhaal vooraf, waarvan er één direct verwijst naar de onvrijwillige herinnering die de tijd weet te overstijgen en op te heffen. En de goon squad uit de titel (knokploeg in de Nederlandse vertaling), dat is de tijd. De tijd die ons allemaal een keer op de bek komt slaan. Maar dat is het niet wat me op een Utrechtse bank naar boven doet kijken in een Amsterdamse reflectie. 'How did I get from A to B?' Dáár gaat het om.

Het is alleen de grote kunst die zo'n simpele vraag vol kan laden met betekenis en gewicht kan geven. Zo zwaar kan maken omdat je hele leven daar opeens in vervat blijkt te liggen. Alle personages stellen zichzelf die vraag, de een explicieter dan de ander: hoe ben ik hier gekomen, na al die tijd? What the fuck happened? Egans personages, die zich bewegen in de wereld van de muziek - met de bijbehorende verdovende middelen - lijken een stuk tijd te hebben verloren en moeten daar weer naar op zoek. Ondertussen zijn ze ergens aangekomen, door diezelfde tijd in de rug geduwd, zonder te kunnen stoppen, struikelend over hun eigen voeten. Ouder (en niet veel wijzer) kijken ze terug en zien ze dat het onherroepelijk is, de weg die ze in zijn geslagen, het punt B waar ze zijn aangekomen.

De personen in Egans roman hebben iets fatalistisch over zich. Het zullen die verdovende middelen misschien zijn, waardoor ze keuzes hebben gemaakt zonder door te hebben dat het keuzes waren (niet kiezen is ook kiezen, immers). Een prachtig citaat - dat betrekking heeft op een reliëf van Orpheus en Euridice - vat het fatalistische gevoel samen: 'He sensed between them an understanding too deep to articulate: the unspeakable knowledge that everything is lost.' Dan zul je terugblikkend op de verstreken tijd een reconstructie moeten maken die enigszins hout snijdt. Maar doen we dat niet allemaal? We schrijven een verhaal over ons leven, in ons hoofd of in gesprekken met vrienden en proberen dat zoveel mogelijk samenhang te geven.

'How did I get from A to B?' Nou, laat me je eens een verhaal vertellen…

Er zit een hoofdstuk in A Visit from the Goon Squad dat bestaat uit een powerpointpresentatie, iets wat iedere recensent wel even opmerkt. Maar waar gaat die presentatie over? Dat is natuurlijk veel interessanter. Het gaat over stiltes in muziek. Liedjes waarin secondelange stiltes zitten, als deel van het nummer. Stiltes die de muzikanten, managers en groupies van Egan in hun leven node missen. Het is de stilte waarin je jezelf de vraag kunt stellen hoe je hier, op dit punt bent aanbeland. De stilte waarin de knokploeg van de tijd je op je bek komt slaan. En ook de stilte waarin de tijd wordt opgeheven, je heel even onsterfelijk bent, terug in een Amsterdams appartement in het begin van de jaren negentig. De stilte van een brakke zaterdagmiddag, die overgaat in een avond en een nacht, waarin het boek jou opvreet, in plaats van andersom.



Bookmark and Share
Comments

Daniel Gilbert: over tegenslag en geluk

Stel, je wordt voor het altaar verlaten. Dat moet wel een van de meest dramatische gebeurtenissen van je leven zijn. Het ergste wat je kan overkomen, iets wat niemand mee wil maken. Maar stel: je vraagt een aantal mannen en vrouwen die het hebben meegemaakt, die daadwerkelijk voor het altaar zijn verlaten, hoe ze die gebeurtenis zouden beschrijven. Als het ergste wat ze ooit is overkomen? Of als het beste? Tien tegen één dat een flink deel zal zeggen: verlaten worden voor het altaar is het beste wat me ooit is overkomen.

Psycholoog Daniel Gilbert, van wie dit voorbeeld afkomstig is, doet onderzoek naar hoe mensen hun toekomstig (geluks)gevoel weten in te schatten. Niet zo goed, zo blijkt. En dat vooral omdat de impact van gebeurtenissen veel groter wordt geacht dan ze in werkelijkheid is. Neem het verlatingsverhaal: uiteindelijk maak je er inderdaad een verhaal van, waarin alle elementen betekenis krijgen. 'Ik mag m'n ex wel dankbaar zijn dat ie is weggelopen, want een paar jaar later ontpopte hij zich tot crimineel.' Of (deze kun je bij elke tegenslag gebruiken): 'Deze dramatische gebeurtenis heeft me alleen maar sterker gemaakt dan ik daarvoor was.' (Hoogmoedigen willen hierbij graag Nietzsche op z'n Amerikaans aanhalen: if it doesn't kill me, it makes me stronger.) Je kunt zelfs een cirkelredenering gebruiken: door weg te lopen bij het altaar, bewees hij dat hij het niet waard was om mee te trouwen.




Bookmark and Share
Lees verder
Comments

Het leven heeft geen clou, begrijp dat dan

veerboot
In sommige boeken valt alles op zijn plek, en juist het afgemaakte karakter van het verhaal is onbevredigend. Alles klopt en alles heeft betekenis en dat strookt niet bepaald met mijn ervaring. Bovendien is het ietwat saai.

Hetzelfde gevoel krijg ik als mensen op die manier hun leven proberen te duiden. Ik sprak met een Russische vrouw die in elke vezel mijn tegendeel was. Elke uitspraak die we deden, wees erop dat Russische en Nederlandse vrouwen wel de twee polen moeten zijn van wat er zo'n beetje mogelijk is in het vrouwelijke spectrum. Dat stel ik zo generaliserend omdat het hele gesprek (en we brachten een middag en avond samen door) steeds weer uitkwam op culturele verschillen, geworteld in overtuigingen waar je normaal gesproken niet zo bij stil staat. Kort gezegd: ik heb me nooit zó geëmancipeerd en atheïstisch gevoeld als toen.

We zaten op de veerboot naar Helsingborg. Ik hield de deur open voor een kind. 'I cannot believe you opened the door… for a man!' zei zij. 'A man? He was fourteen years old, a kid.' 'Yes, but he is a man. You do not hold the door for a man.' Ik protesteerde. 'No,' ging ze verder, 'you have to let the man help you, or you will never find a man. And then you will remain incomplete, like one half, unhappy and unfulfilled.' Wow.



Bookmark and Share
Lees verder
Comments

10 filosofische vragen om over het verhaal van je leven na te denken

lifestory
Wat is het echte leven? Een verhaal dat je jezelf vertelt? Is het niet een illusie dat het leven zich keurig als een verhaal ontvouwt? Of je nu vindt dat de notie 'levensverhaal' leugenachtig of achterhaald is, of juist graag jezelf beschouwt als hoofdpersoon in je eigen one-woman-show, het verhaal biedt een goede vorm voor zelfonderzoek. Al was het maar om erachter te komen waar het verhaal ontspoort. Hieronder tien vragen die je jezelf kunt stellen bij het nadenken over het verhaal van je leven.
Lees ook 10 filosofische vragen op weg naar zelfkennis

1. Welk mythische verhaal vertelt jouw leven? Wat is het scharnierpunt?
Je kunt zeggen dat een mythe een beschreven verhaal is waarvan de kern een uitvergroting is. Die uitvergroting vertelt over de oorsprong van iets - de mens, het leven, of een deel daarvan; liefde, oorlog, broederschap. Wat gebeurt er als je van je eigen leven een verhaal maakt en streeft naar mythische proporties? Wat is het oorspronkelijke verhaal van je leven? Wat ga je uitvergroten? (Creatief zelfonderzoek: streven naar mythe en verhaal)

2. Waar in je levensverhaal ben je een onbetrouwbare verteller?
Julian Barnes schrijft: 'what is useful to us generally conflicts with what is true'. True. Daarin ligt het vervelende van die narratieve levensopvatting: je kunt alles wel zo draaien dat het past in een lopend verhaal. Je maakt je ervaringen bruikbaar, maar of het ook recht doet aan de werkelijkheid? We zijn allemaal onbetrouwbare vertellers als het gaat om ons levensverhaal. Waar zit een conflict tussen wat mooi past in het verhaal en dat wat in werkelijkheid gebeurde? (We zijn allemaal onbetrouwbare vertellers)

3. Als je het hebt over het echte leven, waar heb je het dan over? En als spel?
'Dit is pas het echte leven!' Of; 'Na je afstuderen begint het echte leven.' Wat is dan het niet-echte leven? Je kunt het leven, echt of niet, ook omschrijven als een spel: het is doelgericht, interactief, conflictueus et cetera. (Het echte leven? Een spelletje)

4. Welke voorbeeldfiguren heb je? En welke waarden hangen aan hem/haar vast?
Een goed voorbeeld doet navolgen. Ik heb het vaker gehad over de methode van zelfonderzoek, die uitgaat van de vraag op wie je zou willen lijken. Naar aanleiding van de lezing van Joachim Duyndam over voorbeeldfiguren ging ik nadenken over wie voor mij als voorbeeldfiguur geldt. En belangrijker nog: waarom. Want de waarde die zo'n figuur representeert is een waarde die leidend voor je is. (Persoonlijke waarden: wat heb je eraan?)

5. Waardoor word je beperkt in je autonomie?
Laten we voor het gemak even ervan uitgaan dat elk individu autonoom is en beschikt over een vrije wil. Dan nog wordt die onafhankelijk door allerlei invloeden beperkt. Afkomst, sekse, ideologie, opvoeding… je kan het zo gek niet bedenken. Dit zijn de heteronome invloeden in je leven. Zonder die in kaart te brengen, zul je nooit ook maar een schijn van kans hebben als autonoom individu, of je nu gelooft in de vrije wil of niet. (Hoe onzichtbare factoren je leven sturen: zenuwen, kleding, taal)

6. Wat voor attributen, zoals kleding, gebruik je om je identiteit uit te drukken?
Het is misschien niet goed om je te profileren alleen door je kleding, zonder dat er iets achter schuil gaat. Maar via kleding en andere attributen kun je je identiteit benadrukken. Liever dan de mode te volgen, kun je in je eigen stijl tonen wie je bent. Je kunt daar maar beter over nadenken, want de omgeving zal via je kleding altijd een oordeel proberen te vormen over de naakte mens die eronder zit. (Mode, kleding, stijl en identiteit: over het kiezen van een winterjas)

7. Ga je voor kennis of voor macht? Schoonheid of waarheid?
Er zijn twee soorten schrijvers beweerde ik: zij die verlangen naar controle en daarom een romanwereld optrekken die zij als een God kunnen beheersen. En zij die schrijven om de wereld zoals die is te begrijpen. Dat is een fundamenteel verschil. Je kunt dit ook vertalen naar een meer algemene levenshouding. Ga je voor macht of voor kennis? Voor schoonheid of waarheid? En wat betekenen die begrippen dan? (Waarom schrijf je? Ga je voor kennis of macht?)

8. Wat is een mens?
Je kunt jezelf beschouwen als brein, als aap of als ziel: rationeel, emotioneel, spiritueel. Uitgaande van je genen, van je geschiedenis of van je ideeën. Nature of nurture, gegevenheden en mogelijkheden. Wat is het belangrijkst? (Brein, aap, ziel: wat is de mens? Drie boeken)

9. Hoe is je houding tegenover tijd?
Alle filosofie is leren sterven… of: leren omgaan tijd. Je verhouding met de tijd bepaalt in hoge mate je houding tegenover jezelf. Tijd is natuurlijk ook een belangrijk verhaalelement. Wanneer is de tijd snel gegaan, waar ligt een breuk in de tijd? Ben je een laatbloeier, vroegwijs, vroegrijp. Is je levensverhaal een rechte lijn of misschien cyclisch? (Triptiek van de verleden tijd in je persoonlijk leven)

10. Het verhaal van het lichaam
Ik heb het hier niet vaak over de fysieke kant van het leven. Maar je bent natuurlijk een lichaam. Dat is ook een verhaal om te vertellen. (Naar wat voor orde leef je? Sociale, culturele en fysieke invloeden)



Bookmark and Share
Comments

Op het tweede gezicht: Alain Finkielkraut - Een intelligent hart

finkielkraut
'Het kunstwerk, zei Alain in concreto, behoort niet tot de categorie van het nuttige. Als we de waarde ervan willen beoordelen, moeten we ons dus niet afvragen waartoe het voor ons van nut kan zijn, maar van welk denkautomatisme het ons bevrijdt.'

Zo opent Alain Finkielkraut het eerste essay van Een intelligent hart, een stuk over Milan Kundera. Het is een statement dat ook op alle andere essays van toepassing is, ze vat in het kort de programmatische leeswijze samen die Finkielkraut vervolgens in zijn interpretaties van literaire meesterwerken uitleeft: literatuur moet ons van denkautomatismen bevrijden. Wie die Alain is wiens woorden hier herhaald worden, is mij niet helemaal duidelijk. Finkielkraut zelf? Misschien heb ik iets over het hoofd gezien? En waar dat 'in concreto' op slaat is me ook een raadsel, er is immers niets abstracts aan vooraf gegaan. Het lijkt wel alsof Finkielkraut zijn essay in medias res begint, in het midden van het verhaal. Dat komt ook door die verleden tijd van 'zei', doorgaans voorbehouden aan fictie.

Waarom op deze manier het openingsessay beginnen? Slordigheid is het niet, dat is onbestaanbaar bij een filosoof die zo scherpzinnig over literatuur schrijft. Nee, ik denk dat het een subtiel (want kom, je leest er toch meteen overheen) spel is met wat hij later betoogt over de functie van literatuur en literatuurkritiek (deze laatste in de academische zin van het woord, geen recensie maar interpretatie). Zijn opvatting over wat literatuur is of moet zijn is best ingewikkeld. Er zijn boeken die een vluchtweg bieden uit de chaos van de werkelijkheid; romantische sprookjes, die de terreur van de willekeur ontkennen door er een betekenisvol geheel van te breien. In die sprookjes hangt alles samen, alles heeft betekenis, leidt ergens toe. Leugens zijn het.

Gek genoeg krijgt die leugenachtige betekenisvolheid gestalte in realistische verhalen. Het zijn gemakzuchtige verhalen die niet verder kijken dan de oppervlakte en daar betekenis aan opleggen. Ongeveer zoals wanneer je causale verbanden legt tussen zaken die niets met elkaar te maken hebben. Ik laat een glas vallen en precies op dat moment wordt er aangebeld, dat moet wel iets betekenen. Maar in plaats van dat zo'n betekenis een diepere laag aanboort, is ze juist een zinloze betekenis. Achter de oppervlakte blijkt dat er geen betekenis, geen samenhang is. De verhalen die dat laten zien, maken volgens Finkielkraut de echte literatuur uit. Tegenover de verhalen die toevallige gebeurtenissen aan de oppervlakte aan elkaar breien tot een leugenachtig weefsel, staan de verhalen die het weefsel uit elkaar scheuren. (Maar ook dat zijn verhalen.)

In De Grap van Milan Kundera gaat dat zo: 'De schrijver in ons en de hoofdpersoon zijn een illusie armer. Die auteur en die hoofdpersoon geloofden heilig in de eeuwige herinnering (aan mensen, dingen, daden en volkeren) en in het herstel (van daden, vergissingen, zonden en onrecht). Maar nu ontdekken zij de ondraaglijke lichtheid van het bestaan. "Alles stroomt, alles wijkt en niets houdt stand," zei Heraclitus al. En Kundera, vijfentwintig eeuwen later: "Alles zal vergeten en niets hersteld worden. In plaats van herstel (wraak of vergiffenis) komt vergetelheid. Niemand zal aangedaan onrecht herstellen, maar alle onrecht wordt vergeten. "' (cursivering van Finkielkraut)

Het zien van causale verbanden waar die niet zijn - ook herinnering en herstel vallen daaronder - is een denkautomatisme bij uitstek. Een biologisch mechanisme met evolutionair voordeel bovendien. Daar komen ook de mooiste dingen uit voort, toch is het een automatisme dat doorbroken moet worden. Kunst en literatuur gaan niet alleen over het creëren van schoonheid, maar ook om het ontmaskeren ervan. Als je die eerste zin leest, denk je automatisch: wie is Alain, van welke abstractie is dit het 'in concreto'? Wel, misschien is hij niemand en ging er niets aan deze woorden vooraf.

Ik vond het jammer dat Finkielkraut niet ook een essay over Marcel Proust schreef. Proust is bij uitstek een schrijver die van dit programma - het verscheuren van het leugenachtige weefsel van denkautomatismen - zijn levenswerk heeft gemaakt. Waar Finkielkraut het heeft over de lezer, maakt Proust het tot een gebod voor de schrijver. Schrijven draait om het doorbreken van taalautomatismen, zegt hij (niet in die woorden natuurlijk). Denk: clichés vermijden. De achterliggende reden is dezelfde, want het cliché is de uitdrukkingsvorm van het automatisme in het denken (en, ook belangrijk: in het kijken). Proust kan werkelijk woest uithalen naar hen die niet voorbij het clichématige beeld komen. Een clichématig beeld is namelijk ook gemakzuchtig en oppervlakkig en dus leugenachtig, net als de sprookjes die betekenis breien.

Dat uit zich al in gewone gesprekken. 'Hoe gaat het?' 'Druk druk druk.' - misschien het makkelijkste voorbeeld. Waarom zeggen we 'druk druk druk' alsof het één woord is. Zijn we wel druk? Willen we niet gewoon indruk maken? Is het niet een vluchtweg, een sociaal wenselijk antwoord, hoe dan ook een totale nietszeggende zinsnede? Het is een ingesleten uitdrukking (= een cliché) die staat voor het eerste gezicht. Het is de taak van de kunstenaar om daar voorbij te kijken. Dat is een heel praktisch advies: het eerste wat in je opkomt is nooit precies genoeg, zegt nooit wat er echt aan de hand is, wat je echt ziet, wat je echt voelt. Dat wat je als eerste invalt is altijd een cliché, een beeld ooit bedacht door een ander. Je moet op het tweede gezicht kijken, het derde, het vierde, net zolang tot je bij iets waarachtigs in de buurt komt (uiteraard is dat nooit helemaal te bereiken in taal). Voor mij was het lezen van Proust een ervaring alsof een weefsel voor mijn ogen werd opengescheurd, precies wat Finkielkraut van literatuur verlangt.

Het kunstwerk behoort niet tot de categorie van het nuttige, is de stelling. Het doorbreken van automatismen, zeker op de manier waarop Finkielkraut dat doet in Een intelligent hart en Proust in zijn Op zoek naar de verloren tijd is echter wel iets. Nuttig? Ja, hoe vies het ook klinkt, dat is ook nuttig.



Bookmark and Share
Comments

We zijn allemaal onbetrouwbare vertellers

barnes_frightened
Je leven begrijpen als een verhaal; toen ik daar voor het eerst over hoorde, was het wel een openbaring. Inmiddels ben ik een beetje aan het terugkomen op deze 'narratieve' filosofie. Dat heeft twee redenen. Ten eerste is de narrative turn wel erg populair geworden. En daarnaast is het verhaal van het leven ook geen sluitend verhaal.

Om met het eerste te beginnen. Ik heb altijd een beetje last van recalcitrantie bij populaire zaken. Kinderachtig, ik weet het. Zodra iedereen ergens mee wegloopt, heb ik het alweer gehad. Toch schuilt er ook meer achter. Overal kun je tegenwoordig cursussen volgen om je levensverhaal op te tekenen of je familiegeschiedenis te schrijven. Het is te gemakkelijk geworden, te plat. Iedereen wil wel hoofdpersoon zijn in een unieke vertelling. Alle complexiteit van het concept wordt afgevlakt tot er een eenvoudige mal overblijft. Giet je leven erin en er komt een kunstzinnige creatie uit, je hebt je zin, een zinvol leven. Nee, zo werkt het niet.

Voor de echte duiding moet je dan toch bij de echte literatuur zijn. Ik lees nu Julian Barnes' boek over de dood - beter: over zijn doodsangst, Nothing To Be Frightened Of. Hij schrijft: 'what is useful to us generally conflicts with what is true'. True. Daarin ligt het vervelende van die narratieve levensopvatting: je kunt alles wel zo draaien dat het past in een lopend verhaal. Je maakt je ervaringen bruikbaar, maar of het ook recht doet aan de werkelijkheid? Vooruit, ik ben de eerste om toe te geven dat zoiets als de werkelijkheid ook volkomen onbetrouwbaar is. Maar er is een fine line tussen 'alles is perceptie' en regelrecht fabuleren.

Het gaat er ook niet om dat het verhaal te ver afdrijft van iets als waarheid. (Want wat is nou helemaal waarheid?) Eerder gaat het om de zelfverloochening die dan in het spel is. Denken in verhaallijnen ontneemt je het zicht op jezelf, op dat wat tegen je eigen vooroordelen ingaat. Barnes noemt ons dan ook 'onbetrouwbare vertellers'. True.

Ik schreef dat ik een beetje terugkom op de narratieve filosofie. Dat is niet helemaal waar, ik kom er niet op terug, maar ik denk dat je erdoorheen moet gaan. Het denken over jezelf in termen van hoofdpersonage in een verhaal dat zich in de loop van je leven ontvouwt, levert namelijk ook heus wel veel op. Door het verleden te analyseren, leer je de toekomst vorm te geven. Het losgeslagen projectiel kan zo een iets rechtere baan krijgen. Op die baan liggen obstakels, er zijn orkanen en je hebt al sinds je geboorte een afwijking naar links, maar toch.

Misschien is dat het leven: eerst lijkt alles een enorme chaos en denk je niet dat je ooit iemand zal worden met een interessant levensverhaal (of je denkt, dat komt vanzelf als ik ouder ben). Vervolgens drukt dat leven je met je neus op de feiten, die om je heen dwarrelen als de geldbiljetten in de windcabines van ouderwetse spelshows. Je kunt ze nooit allemaal te pakken krijgen, er nooit een nette rode draad doorheen rijgen. Als je dan maar besluit om te gaan zitten tot de wind is gaan liggen, heb je aan het eind helemaal niets. Ook geen lol in het spel.

Ik gebruik altijd een soortgelijke metafoor in erg turbulente tijden. Het voelt dan alsof er een wolk van ballonnen om je heen wordt opgelaten en je probeert ze allemaal vast te grijpen. Aan dunne touwtjes die bijna onzichtbaar zijn zweven ze steeds verder omhoog de lucht in, terwijl jij op de grond staat, op je tenen, te proberen ze allemaal te pakken. Als je er een hebt, laat je de ander weer los. En dat je denkt in metaforen is tegelijk een bewijs dat het leven wel degelijk een verhaal is.



Bookmark and Share
Comments

Waarom ik zo van Dostojevski houd

boze_geesten
Ik hoef maar enkele tientallen pagina's te lezen in een roman van Dostojevski - Boze geesten in dit geval - om in enkele zinnen te kunnen vertellen waarom ik zo van hem hou.

De ambtenaar met een nietszeggend baantje op het Russische platteland werkt 'met administratieve wellust'. Het is een gewemel van kleurloze types, 'die op hun veertigste opeens uitgroeien tot personages'. Waarop je alleen nog kunt uitroepen: 'Ik verzeker u, dat ik met mijn neus in een intrige ben gevallen.'

Daar smul ik van. Vooruit, de ietwat oubollige vertaling die al meer dan een halve eeuw meegaat, is daar mede debet aan. Maakt het uit? Het is precies die oubolligheid, de kneuterigheid van de notabelen met hun drankneus, de revolutionaire jongeling met zijn bleke, maar buitengewoon knappe gezicht, het bleue meisje dat oppervlakkig ademt - die de onvermijdelijke ondergang zo hartverscheurend en zelfs beangstigend maakt. Want die ondergang zit natuurlijk besloten in de wellust, al is ze administratief, in het uitgroeien tot personage en het vallen in een intrige.

De wellust wordt een kwelling en de drankneus een delirium.

Maar niet iedereen gaat ten onder. Sommigen, misschien zelfs de meesten, blijven hun kneuterige zelf. Zoals in De idioot, wanneer de notabelen en jongedames zich na de hardop voorgelezen afscheidsbrief van een revolutionaire jongeling met ziekelijk gelaat, eens goed uitrekken en gapend de zonsopgang bekijken. Vreselijk. Ook al is die jongeling op zichzelf een kwelling en een delirium. (Zie De biecht van Ippolit.)

Het heeft ook iets troostrijks. Als ik op kantoor tussen de ambtenaren mijn taken verricht, denk ik graag even aan die administratieve wellust. En als ik de chaos van het leven overzie, bedenk ik dat ik ben uitgegroeid tot personage, en dat lang voor mijn veertigste. Met mijn neus in een intrige gevallen, dat klinkt goed. Onvermijdelijk. Dramatisch, kunstzinnig, romantisch. Een wending, een clou, catharsis aan de einder.

Dostojevski geeft mij misschien wel de stem om een verhaal te vertellen, zoals Sennett schreef. Het is niet mijn eigen stem, maar maakt dat uit? Het is wel mijn verhaal.



Bookmark and Share
Comments

Richard Sennett: verhaal zonder ontknoping

Maar als je een gewone werknemer bent, moet je je stem vinden. Dan moet je, zoals onze voorvaders uit de Renaissance, principes van continuïteit en eenheid vinden in de manier waarop je je concrete ervaring vertelt.

'Stem' is zowel een persoonlijk als een sociaal vraagstuk. Fragmentarische ervaringen in de tijd bijeenhouden vereist het vermogen een stap terug te doen van de verwondende of desoriënterende macht van iedere gebeurtenis. Je stem vinden vereist het nemen van enige distantie ten opzichte van het onmiddellijke. Louter uitlevering aan het ogenblik verzwakt je stem.

(…)

Als ik een kenmerk moest noemen van die dragende, verschillen registrerende stem, dan is dat het afwijzen van het zoeken naar een ontknoping in iemands eigen levensverhaal. Er is continuïteit aangebracht, die de verschillende gebeurtenissen door omvang en context met elkaar verbindt, maar de persoon wiens stem mondig is geworden, verwacht geen catharsis, geen plotselinge, verblindende openbaring van heelheid.

(…)

Op dezelfde manier vereist een humane zienswijze ook nu de omarming van het toeval en de breuk. Humanisme verwijst deels naar het besluit van het zelf om continuïteiten te maken van die slecht passende stukjes ervaring, door er zowel in als buiten te staan.

Richard Sennett in De Groene Amsterdammer, 'De mens als werk in uitvoering' (25 november 2010, 134/47)



Bookmark and Share
Comments

Een leven interpreteren: Hans Goedkoop en Joachim Duyndam

Biografie
‘Hoe doe je dat nou, leven?’ Een vraag die iedereen zich stelt, maar waar niemand helemaal op zichzelf antwoord op kan vinden. Ervaringen van anderen kunnen als een leidraad dienen bij het nadenken hierover. Het spiegelen van je eigen leven aan dat van een ander persoon helpt je betekenis te geven aan wat je doet en belangrijk vindt. Dat is dan ook een van de redenen om biografieën te lezen. Daarin verschilt een biografie niet zo veel van een roman of van andere fictieve verhalen. In de derde dubbellezing voor de serie over de biografie, door Hans Goedkoop en Joachim Duyndam, kwam naar voren dat het onderscheid tussen feit en fictie in een biografie niet scherp te trekken is. En eigenlijk doet dat er ook niet toe.

Goedkoop schreef de biografie van Herman Heijermans en werkt momenteel aan die van Renate Rubinstein. Een biografie draait evenzeer om een held, een personage, als een roman, zo zegt hij. Het verhaal van een leven draait om vormende ervaringen, waarin de binnenwereld botst met de buitenwereld. Waar streeft het personage naar en wat zijn de obstakels die hij of zij daarbij ontmoet? Het beantwoorden van zulke vragen moet wel voorbij de feiten gaan die voorhanden zijn – het gaat om de interpretatie van de feiten, de ordening in een betekenisvol verband. De meest geëigende vorm daarvoor, stelt Goedkoop, is het verhaal. Vertellen we over ons eigen leven niet voortdurend verhalen? En lopen feit en fictie daarbij niet onherroepelijk door elkaar heen?

Goedkoop gaf een interessant voorbeeld uit het leven van Renate Rubinstein. Op jonge leeftijd verloor zij haar vader in de oorlog. Later had ze steeds weer problemen in haar relaties met mannen. Zelf zei ze daar later over: ‘ik zoek achter elke man mijn vader’. Of dit nu de waarheid is of niet, is niet zo belangrijk. Het gaat erom dat zij naar deze zelf gevonden waarheid ging leven. Dit zal iedereen herkennen uit zijn eigen leven: je geeft voortdurend betekenis aan het verleden, aan je karakter, aan de ervaringen die je opdoet met de mensen om je heen. Die betekenis werkt door in de toekomst, je gaat er letterlijk ‘naar leven’. Wie kan dan nog een grens trekken tussen wat echt zo is of was en wat niet?

Joachim Duyndam gaat nog verder en begint zijn lezing met een fictief verhaal, namelijk dat van Robinson Crusoë. Duyndam is hoogleraar aan de Universiteit voor Humanistiek en doet onderzoek naar voorbeeldfiguren. Voorbeeldfiguren zijn mensen – uit het verleden, uit een roman of biografie, familieleden of juist BN’ers – die als inspiratie dienen in je leven. Inspiratie, zo zegt Duyndam, is iets anders dan een klakkeloos navolgen van wat iemand doet. Eerder is inspiratie een actieve houding, die je in beweging zet. De waarde die een voorbeeldfiguur representeert, bijvoorbeeld trouw of standvastigheid, moet je toepassen in je eigen leven en concreet maken.

Ook bij het bestuderen van voorbeeldfiguren draait het om interpretatie, oftewel hermeneutiek. Net als bij het schrijven van een biografie komt de betekenis pas tot stand in een wisselwerking tussen het subject (de auteur) en het object (het onderwerp). In welke context leeft diegene? Hoe verschilt die van mijn eigen situatie? Welke keuzes maakt iemand en hoe verhoud ik mij daartoe? Het verhaal van een ander leven zegt iets over het verhaal van je eigen leven. Het maakt daarbij niet uit dat biografieën meestal over uitzonderlijke personen gaan. Als een spiegel alleen maar jezelf reflecteert zoals je bent, word je er immers niet veel wijzer van.

---

Volgende week is de laatste aflevering in de reeks over biografie. Dan spreken Michaël Stoker en Peter Valkenet over de dichters Pessoa en Lorca, bijna mythische figuren bij wie de biografische verhalen zich haast hebben losgezongen van het leven dat zij ooit leidden.

De lezing van Hans Goedkoop en Joachim Duyndam is hier terug te zien. Geïnteresseerd in de rol van literatuur en filosofie bij het interpreteren van je leven? Kijk dan ook eens bij het programma Levenskunst, dat in het vorige collegejaar draaide en waarvan de opnames via de website zijn terug te zien.

[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]



Bookmark and Share
Comments

Creatief zelfonderzoek: streven naar mythe en verhaal

Zelfkennis is belangrijk, maar de vorm waarin je die kennis giet ook. Aan suffe feiten over jezelf heb je niets en leuk zijn ze ook niet. Zelfonderzoek is pas boeiend als het je op een creatieve manier bezighoudt. Nog mooier: als het ergens toe leidt.

Niemand schrijft wetten voor over de methoden en resultaten van zelfonderzoek. Sterker nog, de ongelimiteerde vrijheid die je bij dat onderzoek hebt, is precies wat het onderzoek zo leuk maakt. Wie controleert het waarheidsgehalte van jouw kennis? Bestaat er überhaupt een waarheid over het zelf? De vraag stellen is hem beantwoorden. Waarom dan niet helemaal los gaan bij het nadenken over je leven? Als je echt een beetje inzicht hebt in wie je bent, hou je jezelf heus met beide benen op de grond. Hieronder een paar ideeën voor een creatief zelfonderzoek, met jezelf als de held van een zelfgeschreven verhaal. Op weg naar een glorieus einde.

'Self-study of any seriousness aspires to myth. Thus do we endlessly inscribe and magnify ourselves.' (David Shields) Oftewel: Een serieuze zoektocht naar zelfkennis streeft naar mythe, om jezelf steeds verder een verhaal in te schrijven en je persoonlijkheid te vergroten.

Bookmark and Share
Lees verder
Comments

David Shields, Reality Hunger

shields
Reality Hunger van David Shields is opgebouwd uit 618 stukken tekst, sommige een enkele zin, andere een pagina lang. Het zijn citaten, samples, gedachten. Wat van Shields zelf is en wat een citaat doet er niet toe. Die hybride vorm toont wat hij ook inhoudelijk over wil brengen: de kunst van de toekomst is een collage van feit en fictie, plot en contemplatie, citaat en oorspronkelijkheid.

Tegendraads advies
Listen carefully to first criticisms of your work. Note carefully just what it is about your work that the critics don't like - then cultivate it. That's the part of you work that's individual and worth keeping.

Bookmark and Share
Lees verder
Comments