Free's van Bill Callahan en de verjaardag van Søren Kierkegaard
05/05/13 10:22 Denk aan: Muziek


Wat heeft muzikant Bill Callahan te maken met filosoof Søren Kierkegaard? Je leest het in mijn Nummer van de Dag.
I’m standing in a field
A field of questions
As far as the eye can see
Is this what it means to be free?
Or is this what it means to belong to the free?
Gefeliciteerd met de vader van het existentialisme! En met de nooit terug te geven last van de vrijheid.
En lees ook mijn vorige nummer van de dag over The White Stripes. Meer over Kierkegaard vind je onder Kierkegaard.
Comments
F.M. Dostojevski – De Grootinquisiteur, uit De broers Karamazov
11/11/12 21:00 Denk aan: Literatuur

Sevilla, zestiende eeuw. Christus is teruggekeerd op aarde, verricht een wonder, wordt opgepakt en opgesloten door de inquisitie. De brandstapel wacht. In de nacht bezoekt de Grootinquisiteur zijn gevangene en legt hem uit hoe de wereld nu (dat wil zeggen, in de zestiende eeuw) in elkaar zit. De kerk heerst weliswaar in naam van Christus, maar dat is schijn. In werkelijkheid hanteren ze de principes van de duivel: ‘Geef de mens brood, beheers zijn geweten en heers over de wereld.’ Christus is haast een moderne held – hoewel we hem zelf niet horen en alleen leren kennen via de woorden van de Grootinquisiteur. De nadruk op vrijheid, kennis en individualiteit die aan Christus wordt toegeschreven, staat lijnrecht tegenover de gehoorzaamheid die de kerk eist, het dom houden van de mensen en het streven naar gemeenschappelijkheid (eigenlijk: world domination). Het maakt van deze Christus een voorloper van de twintigste-eeuwse, existentiële mens. Misschien kunnen we zeggen, een echt eind-negentiende-eeuws mens, de tijd waarin Dostojevski de parabel schreef. In de kern draait deze monoloog om de vrijheid. Hieronder enkele gedachten over vrijheid en behoefte, geluk en het zwijgen.
*
Wat is de betekenis van de vrijheid? Laat ik proberen de verschillende denkbewegingen in de tekst te ontrafelen. Christus staat voor het geloof in vrijheid, geloof belijden in vrijheid. ‘Ik wil jullie vrijmaken’ – dat is de ware vrijheid. De kerk van de Grootinquisiteur heeft de mensen deze vrijheid afgepakt en er een illusie van vrijheid voor in de plaats gezet. Hij beweert dat mensen de vrijheid helemaal niet aankunnen. In feite is dat de existentialistische formulering van ‘de last van de vrijheid’. De mens kan niet omgaan met vrijheid; zodra hij die heeft, zoekt hij naar manieren om ervan af te komen, ‘ergens voor te kunnen knielen’. Is de vrijheid echt zo beangstigend?
*
In de woorden van de inquisiteur herkennen we wel een psychologisch inzicht dat hout snijdt. Namelijk: in hoeverre kun je vrij zijn als je behoeftig bent, ‘brood’ nodig hebt. Wat voor betekenis kan vrijheid hebben als je honger hebt? De moderne, existentiële vrijheid is misschien wel een elitair probleem. Je zult eerst moeten zorgen voor je behoeftes voor je je met zoiets als vrijheid kunt bezighouden.
Omgekeerd leveren die behoeftes je ook een excuus om je niet met vrijheid – die last – bezig te hoeven houden. Is de moderne, ‘elitaire’ mens niet almaar bezig met het najagen van behoeftes – laat hij zich niet gewillig knechten door het consumentisme, zoals dat dan heet, om maar niet met die ware opgave van vrijheid geconfronteerd te worden? Waar gaat het najagen van je behoeftes over in onvrijheid? Het is een val waar iedereen in gevangen zit: je bent niet vrij als je niet zelfstandig in je eigen behoeftes kunt voorzien. Je moet wel een mate van vrijheid opgeven voor het materiële. Maar het is heel makkelijk je in het materiële te verliezen en steeds meer behoeftes voor jezelf te creëren die om vervulling vragen, zodat je maar niet over ‘dat andere’ hoeft na te denken.
*
De Grootinquisiteur zegt: vrijheid tast het geluk van de massa aan. Haast niemand kan omgaan met de last van de vrijheid – men gaat daaronder gebukt en wij leveren de mensheid een gunst door haar die last af te nemen, te ontlasten. Geluk is rust, deemoed, vrij zijn van zorgen. Hij stelt vervolgens dat dit betekent: alleen de zwakke gelukkig kan zijn. Het schokkende is dat de Grootinquisiteur regelrecht toegeeft dat hij aan bedrog en leugens doet om zo de macht te verkrijgen.
Is vrijheid een overschat goed, dat geluk in de weg staat? Willen wat je hebt, is wel als recept voor geluk gegeven, in plaats van willen wat je niet kunt krijgen. Dat houdt ook in dat je een deel van je vrijheid (in wensen, dromen en verlangen) moedwillig moet opgeven, om gemoedsrust en dankbaarheid ervoor in de plaats te krijgen. Het probleem ligt natuurlijk in de dwang van de Grootinquisiteur: hij houdt de mensen klein en zwak, onder het mom van zelfopoffering. Terwijl geluk toch ook te maken heeft met een besef van accomplishment: niet meer willen dan je hebt, maar dan wel wetende dat wat je hebt in elk geval deels uit jezelf is voortgekomen. Rust mag een belangrijk bestanddeel zijn, maar dan wel rust na activiteit, productie. Deemoed, ja, maar dan iets als reflectieve deemoed. Ik noteerde eens: Geluk = Rust (na actie) + Reflectie (in realisme). Dichterbij een definitie ben ik nog niet gekomen.
*
Het einde van de monoloog intrigeert. Christus heeft de hele woordenstroom lang niet geantwoord. In feite geeft hij gehoor aan het bevel van de inquisiteur, die begint met te zeggen: ‘Zwijg!’. Als de tirade – een soort anti-preek – voorbij is, staat Christus op en geeft zijn aanklager een kus. Dan gebiedt de Grootinquisiteur hem om te gaan. Wat betekent die kus? Waarom laat de Grootinquisiteur Christus gaan? Maar even goed: waarom gaat hij? Hij doet precies wat de Grootinquisiteur van hem eist. Sommige toeschouwers ergerden zich aan de passiviteit van Christus. Waarom zegt hij niets terug? Waarom oefent hij niet daadwerkelijk zijn vrijheid uit door zich te verdedigen? Die passiviteit stoort.
Het zwijgen is echter ook op te vatten als een protest, weliswaar onhoorbaar, maar niet minder actief. Door te zwijgen laat Christus zien (horen) hoe het niet dwingen van mensen eruit kan zien, geeft hij tegenwicht aan de luidruchtige, van woorden overladen, bevelende tirannie van de Grootinquisiteur. Christus illustreert in zijn stille, zwijgende, stilzwijgende houding wat vrijheid is. Die is oneindig groot, niet in te vullen, niet op voorhand vorm te geven. Zijn zwijgen wordt zo een spiegel voor de ziel. Of de Grootinquisiteur in bezit is van een ziel valt te betwijfelen. Hij veroordeelt Christus zonder blikken of blozen tot de brandstapel. Maar dan zijn laatste woorden – ga heen en keer nooit weer… die tonen aan dat hij is in elk geval in staat is bewogen te worden.
De grootinquisiteur. Over het geloof van de vrijheid. Gespeeld door Paul Cobben en Quinten Rutten, 3 november 2012, Eindhoven.
Alicja Gescinska - De verovering van de vrijheid. Van luie mensen, de dingen die voorbijgaan
31/01/12 07:24 Denk aan: Filosofie

Een interessant, maar helaas weinig overtuigend uitgewerkt standpunt. Dat komt vooral omdat Gescinska (1981) zichzelf volkomen overschreeuwt. De verovering van de vrijheid. Van luie mensen, de dingen die voorbijgaan begint als een veelbelovend filosofisch exposé vanuit een persoonlijk gevoed vraagstuk. Dat helaas eindigt in een kakofonie van boude politiek-maatschappelijke stellingen en uitroeptekens.
Lees verder op 8WEEKLY: Dan liever Oblomov
Blijf bij ons van Florence Tonk: Twee soorten vrijheid
09/12/11 12:25 Denk aan: Literatuur

Wie wil je worden? Wat wil je doen? De vrijheid om je eigen leven vorm te geven en uit alle mogelijke levenspaden zelf een pad te kiezen en te volgen lijkt vanzelfsprekend. Maar die vrijheid is niet alleen een verworvenheid, ze is ook een opgave. Door de jonge, Nederlandse vrouw Emma in het afgelegen Oekraïense dorp Zagoeblene neer te zetten, laat Florence Tonk in haar roman Blijf bij ons zien dat vrijheid alles behalve vanzelfsprekend is.
De filosofie onderscheidt twee soorten vrijheid. Negatieve vrijheid betekent dat je niet beperkt wordt door externe omstandigheden zoals armoede, gevangenschap of onderdrukking. Is die vrijheid eenmaal bereikt, dan pas komt er ruimte voor positieve vrijheid; de vrijheid om keuzes te maken en je te ontwikkelen vanuit een interne motivatie. Emma beschikt over beide soorten vrijheid, maar wat doet ze ermee? Weinig. Haar vriend krijgt een baan aangeboden in de Oekraïne en zij gaat mee. Uit interne overtuiging? Nou nee: 'Ze is hier aangespoeld dankzij Rogier.'
In het appartement in Kiev verveelt ze zich en ze trekt zich terug in een vervallen datsja op het platteland. Daar leert ze mensen kennen die niet eens aan de eerste vorm van vrijheid toekomen. De dorpsbewoners maken weliswaar het beste van hun armetierige bestaan, maar blijven gevangenen van hun bestaan. De kernramp bij Tsjernobyl die hun geliefden heeft ontnomen, slecht onderwijs en algeheel gebrek bepalen hun levensloop. Weggaan is haast onmogelijk.
Emma droomt over een leven met haar minnaar Fedja. Ze weet dat het bij dromen moet blijven. Niet alleen is hij getrouwd, hij zal ook nooit met haar een leven op kunnen bouwen in Nederland. 'Eerst zat zijn land van binnen op slot, en nu van buiten.' Ze ziet hem voor zich, op de bank van haar gedroomde Nederlandse thuis. Een gevangene, die van zijn cel in Zagoeblene overgeplaatst is naar een andere cel een paar duizend kilometer verderop.
Het opent haar de ogen voor haar eigen bevoorrechte positie. En voor het feit dat ze daar bar weinig gebruik van maakt. Waarom heeft ze zich eigenlijk laten aanspoelen in Zagoeblene? Misschien juist om weg te lopen voor de opgave van de vrijheid. 'Misschien is dat het, misschien vormt Zagoeblene de ultieme ontsnapping aan die vraag waar ze al haar hele leven voor wegloopt. Wegkruipen tussen de mensen die niets te willen hebben in een dorp waar niets is, niets valt te willen. Waar je het moet doen met aarde, lucht, groen, een mottige dorpswinkel, een bushalte en een school.'
Tonk laat de landerige onbepaaldheid van Emma's leven in het dorp met een knal uit elkaar spatten. Of zij nu wél een eigenhandige keuze zal maken en haar leven op een positieve manier richting zal geven, kom je niet echt te weten. Dat maakt niet zoveel uit. Het is de worsteling die aan een keuze vooraf gaat die interessante literatuur oplevert. Emma vertrekt in het ongewisse. De arme dorpelingen blijven achter met hun eigen worstelingen. Net als de lezer.
En 'het is alsof er een barst in de wereld wordt gedrukt, waar allerlei nieuwe, opwindende, afschrikwekkende mogelijkheden doorheen sijpelen.'
Dit stuk maakt deel uit van de Blogtournee over Blijf bij ons.
Vrijheid en noodzakelijkheid voor iedereen
28/12/10 11:20 Denk aan: Filosofie

Daarin gaat het niet over de meest eenvoudige materie. De ziel is een besmet begrip in de filosofie en dan onderzoekt hij het ook nog aan de hand van moeilijke Duitsers als Wilhelm Dilthey en Heidegger. Wat de ziel is, hangt samen met de vraag naar vrijheid en noodzakelijkheid. Als je uitgaat van het bestaan van de ziel, zit daar meteen een zekere noodzakelijkheid in: je hebt hem en je hebt het er ook maar mee te doen. Maar zonder dat je er in vrijheid ook daadwerkelijk iets mee doet, blijft de ziel… zielloos.
Visser maakt dat in een passage over Kierkegaard en Heidegger invoelbaar en voor iedereen begrijpelijk. Kierkegaard schrijft uiteindelijk steeds naar het religieuze toe. Hij stelt: 'Ik ben een christen.' Om te vervolgen: 'Bén ik een christen?' Heidegger breidt deze gedachtegang uit. Hij zegt: 'Ik ben er.' En vraagt: 'Bén ik er?'
Dat is allemaal nog erg abstract. Visser laat echter zien hoe dit verder door kan werken. Je kunt namelijk van alles invullen in de twee zinnetjes. Zelf schrijft hij: 'Ik ben vader van mijn kinderen.' Duidelijk. Maar: 'Bén ik vader?' Dat kan iedereen zelf uitproberen. 'Ik ben…' 'Bén ik…?' Als het goed is voel je de filosofie knarsend in werking treden.
Visser schrijft: 'Die vraag, die een feitelijke stand van zaken op slag verandert in de mogelijkheid die zij existentieel gezien is, staat voorop. Zij kan zich tot op mijn sterfbed blijven aandienen.'
Wat betekent dat precies? Dat laatste geeft aan dat het in de filosofie van Heidegger steeds uitloopt op je verhouding tot de dood. Het is de dood die maakt dat we onszelf dit soort vragen stellen. De dood is daarmee het punt geworden waarin het leven samenbalt, een soort prisma waarin het leven is gevangen maar ook naar alle kanten uitstraalt. Pas op het sterfbed eindigt de zingeving van het leven, de vraag 'Bén ik' blijft zich tot dat moment steeds weer aandienen. Maar dat betekent natuurlijk niet dat je tussendoor die vraag niet ook over andere dingen mag stellen, als een soort deelonderzoekjes binnen het grote geheel.
'Ik ben blogger.' 'Bén ik een blogger?' De omkering opent een scala aan vragen, waarden, aannames, twijfels, mogelijkheden. Van een 'feitelijke stand van zaken' - inderdaad, ik hou een weblog bij, dus ik ben blogger, klaar over en uit, zaak gesloten - ga ik over naar 'de mogelijkheid die zij existentieel gezien is' - de zaak is heropend. Met andere woorden: noodzakelijkheid verandert in vrijheid.
Van hieruit kun je verder redeneren over wát zich in deze vrijheid openbaart (de ziel?), en of de 'existentiële mogelijkheid' al dan niet een opdracht of verplichting met zich meebrengt. Wat je daar verder ook van maakt, om de vraag 'Bén ik…?' kan niemand heen. Dat is een soort philosophy for the millions. Mooi.
