Julian Baggini over het 'ware zelf' als netwerk
01/02/12 11:17 Denk aan: Filosofie
'Is there a real you?' is de oeroude vraag die Julian Baggini stelt in zijn TED-talk. En de vraag is niet retorisch, maar echt open. Er is misschien wel een 'real you' of anders gezegd een 'true self', maar alleen als je wilt accepteren dat iets 'waar' kan zijn en tegelijk dynamisch en veranderlijk.
We zien het zelf graag als een kern, een pit die onveranderlijk blijft. Die pit heeft een aantal dingen, als handtasjes waar ze vrolijk mee heen en weer zwaait of als een backpack met zich meesleept: herinneringen, overtuigingen, eigenschappen. Julian Baggini stelt een andere weergave van het zelf voor. Door de pit gaat een kruis en wat blijft zijn de handtasjes, die aan elkaar verknoopt zijn in een netwerk als een rattenkoning. Het zelf is het netwerk. Je ik is decentraal, hoe gek dat ook klinkt.
Baggini gebruikt een inzichtelijke vergelijking. Van water zeggen we ook niet dat het een kern heeft die twee tasjes vasthoudt met een H erop en één met een O; het water is H2O. Net zo kun je het zelf beschouwen. En net zoals niemand het in zijn hoofd zal halen water daarom een illusie te noemen, is deze vorm van het zelf geen reden om het dan maar af te doen als illusoir.
Op TED-waardige wijze sluit Baggini zijn lezing vrij hysterisch, met een lofzang op de mogelijkheden die dit 'decentrale zelf' biedt. Want als het zelf bestaat uit de connecties tussen overtuigingen, herinneringen et cetera, dan bestaat daarin ook de mogelijkheid het te veranderen. Of (zou ik zeggen) de ontwikkeling ervan te beïnvloeden.
De conclusie is kan op een tegeltje: je ware zelf moet je niet zoeken, maar maken. Mooi.

We zien het zelf graag als een kern, een pit die onveranderlijk blijft. Die pit heeft een aantal dingen, als handtasjes waar ze vrolijk mee heen en weer zwaait of als een backpack met zich meesleept: herinneringen, overtuigingen, eigenschappen. Julian Baggini stelt een andere weergave van het zelf voor. Door de pit gaat een kruis en wat blijft zijn de handtasjes, die aan elkaar verknoopt zijn in een netwerk als een rattenkoning. Het zelf is het netwerk. Je ik is decentraal, hoe gek dat ook klinkt.
Baggini gebruikt een inzichtelijke vergelijking. Van water zeggen we ook niet dat het een kern heeft die twee tasjes vasthoudt met een H erop en één met een O; het water is H2O. Net zo kun je het zelf beschouwen. En net zoals niemand het in zijn hoofd zal halen water daarom een illusie te noemen, is deze vorm van het zelf geen reden om het dan maar af te doen als illusoir.
Op TED-waardige wijze sluit Baggini zijn lezing vrij hysterisch, met een lofzang op de mogelijkheden die dit 'decentrale zelf' biedt. Want als het zelf bestaat uit de connecties tussen overtuigingen, herinneringen et cetera, dan bestaat daarin ook de mogelijkheid het te veranderen. Of (zou ik zeggen) de ontwikkeling ervan te beïnvloeden.
De conclusie is kan op een tegeltje: je ware zelf moet je niet zoeken, maar maken. Mooi.
Comments
10 filosofische vragen om over het verhaal van je leven na te denken
10/04/11 16:36 Denk aan: Filosofie

Lees ook 10 filosofische vragen op weg naar zelfkennis
1. Welk mythische verhaal vertelt jouw leven? Wat is het scharnierpunt?
Je kunt zeggen dat een mythe een beschreven verhaal is waarvan de kern een uitvergroting is. Die uitvergroting vertelt over de oorsprong van iets - de mens, het leven, of een deel daarvan; liefde, oorlog, broederschap. Wat gebeurt er als je van je eigen leven een verhaal maakt en streeft naar mythische proporties? Wat is het oorspronkelijke verhaal van je leven? Wat ga je uitvergroten? (Creatief zelfonderzoek: streven naar mythe en verhaal)
2. Waar in je levensverhaal ben je een onbetrouwbare verteller?
Julian Barnes schrijft: 'what is useful to us generally conflicts with what is true'. True. Daarin ligt het vervelende van die narratieve levensopvatting: je kunt alles wel zo draaien dat het past in een lopend verhaal. Je maakt je ervaringen bruikbaar, maar of het ook recht doet aan de werkelijkheid? We zijn allemaal onbetrouwbare vertellers als het gaat om ons levensverhaal. Waar zit een conflict tussen wat mooi past in het verhaal en dat wat in werkelijkheid gebeurde? (We zijn allemaal onbetrouwbare vertellers)
3. Als je het hebt over het echte leven, waar heb je het dan over? En als spel?
'Dit is pas het echte leven!' Of; 'Na je afstuderen begint het echte leven.' Wat is dan het niet-echte leven? Je kunt het leven, echt of niet, ook omschrijven als een spel: het is doelgericht, interactief, conflictueus et cetera. (Het echte leven? Een spelletje)
4. Welke voorbeeldfiguren heb je? En welke waarden hangen aan hem/haar vast?
Een goed voorbeeld doet navolgen. Ik heb het vaker gehad over de methode van zelfonderzoek, die uitgaat van de vraag op wie je zou willen lijken. Naar aanleiding van de lezing van Joachim Duyndam over voorbeeldfiguren ging ik nadenken over wie voor mij als voorbeeldfiguur geldt. En belangrijker nog: waarom. Want de waarde die zo'n figuur representeert is een waarde die leidend voor je is. (Persoonlijke waarden: wat heb je eraan?)
5. Waardoor word je beperkt in je autonomie?
Laten we voor het gemak even ervan uitgaan dat elk individu autonoom is en beschikt over een vrije wil. Dan nog wordt die onafhankelijk door allerlei invloeden beperkt. Afkomst, sekse, ideologie, opvoeding… je kan het zo gek niet bedenken. Dit zijn de heteronome invloeden in je leven. Zonder die in kaart te brengen, zul je nooit ook maar een schijn van kans hebben als autonoom individu, of je nu gelooft in de vrije wil of niet. (Hoe onzichtbare factoren je leven sturen: zenuwen, kleding, taal)
6. Wat voor attributen, zoals kleding, gebruik je om je identiteit uit te drukken?
Het is misschien niet goed om je te profileren alleen door je kleding, zonder dat er iets achter schuil gaat. Maar via kleding en andere attributen kun je je identiteit benadrukken. Liever dan de mode te volgen, kun je in je eigen stijl tonen wie je bent. Je kunt daar maar beter over nadenken, want de omgeving zal via je kleding altijd een oordeel proberen te vormen over de naakte mens die eronder zit. (Mode, kleding, stijl en identiteit: over het kiezen van een winterjas)
7. Ga je voor kennis of voor macht? Schoonheid of waarheid?
Er zijn twee soorten schrijvers beweerde ik: zij die verlangen naar controle en daarom een romanwereld optrekken die zij als een God kunnen beheersen. En zij die schrijven om de wereld zoals die is te begrijpen. Dat is een fundamenteel verschil. Je kunt dit ook vertalen naar een meer algemene levenshouding. Ga je voor macht of voor kennis? Voor schoonheid of waarheid? En wat betekenen die begrippen dan? (Waarom schrijf je? Ga je voor kennis of macht?)
8. Wat is een mens?
Je kunt jezelf beschouwen als brein, als aap of als ziel: rationeel, emotioneel, spiritueel. Uitgaande van je genen, van je geschiedenis of van je ideeën. Nature of nurture, gegevenheden en mogelijkheden. Wat is het belangrijkst? (Brein, aap, ziel: wat is de mens? Drie boeken)
9. Hoe is je houding tegenover tijd?
Alle filosofie is leren sterven… of: leren omgaan tijd. Je verhouding met de tijd bepaalt in hoge mate je houding tegenover jezelf. Tijd is natuurlijk ook een belangrijk verhaalelement. Wanneer is de tijd snel gegaan, waar ligt een breuk in de tijd? Ben je een laatbloeier, vroegwijs, vroegrijp. Is je levensverhaal een rechte lijn of misschien cyclisch? (Triptiek van de verleden tijd in je persoonlijk leven)
10. Het verhaal van het lichaam
Ik heb het hier niet vaak over de fysieke kant van het leven. Maar je bent natuurlijk een lichaam. Dat is ook een verhaal om te vertellen. (Naar wat voor orde leef je? Sociale, culturele en fysieke invloeden)
Verslaafd aan filosofie: waarom een weblog?
20/11/10 19:55 Denk aan: Leven
Enige tijd geleden vroeg iemand me naar aanleiding van dit blog wat de trigger is geweest om te schrijven over filosofie en zelfkennis, over literatuur als levenskunst. Waar kwam die belangstelling vandaan en vooral ook die behoefte om het allemaal wereldkundig te maken? Een goede vraag en toen ik erover nadacht, begreep ik dat het antwoord op die vraag een nogal persoonlijk verhaal is. Dit is een bewerkte versie van een praatje dat ik hield voor de nieuwe lichting Thomas More-studenten.
'Misschien is filosofie wel iets dat ons op een bepaald moment overkomt of overvalt en waar wij nogal passief tegenover staan, bijvoorbeeld een plotselinge breuk in de vanzelfsprekendheid van ons bestaan tot nu toe.' Het gaat om ‘een moment van radeloosheid, een plotselinge gebeurtenis, een flits, een bekering die niet gevolgd wordt door een geloofsbelijdenis van enige betekenis.’ (Zie ook Leesclubjes die het leven veranderen)
Ik bedacht me dat mijn verslingerd zijn aan filosofie het resultaat was van
1. een samenloop van toevallige omstandigheden waarin ik me bevond,
2. een gebeurtenis die me overkwam en
3. de wil om daar iets mee te doen.
De omstandigheden waren dat ik geen leuk werk kon vinden en graag verder zou studeren. Ik heb theoretische literatuurwetenschap gestudeerd, niet direct iets waar je een goede baan mee vindt. Ik vroeg bij de Stichting Thomas More (toen nog Radboudstichting) een beurs aan en in 2003 kreeg ik hem voor een Aanvullend Studiejaar Ethiek. Ik wilde onderzoeken waarom mensen lezen, wat ze daaruit halen en wat voor rol literatuur in je leven kan spelen. Vragen die bij literatuurwetenschap gek genoeg niet gesteld worden, sterker nog, bijna verboden waren uit angst voor ‘onwetenschappelijk’ te worden versleten. Terwijl dat toch de vraag is die aan de basis zou moeten staan. Concreet gezegd: hoe kan het dat mensen soms moeten huilen door iets wat toch gewoon inkt op papier is?
In dezelfde week in juni dat ik hoorde dat ik de beurs kreeg, kwam ook het bericht dat mijn vader ernstig ziek was. Negen maanden later, op 10 maart 2004, is hij overleden. Ik weet niet hoe het zou zijn geweest als ik op dat moment geen filosofie en ethiek studeerde, maar in elk geval hebben die twee gelijktijdige gebeurtenissen een hele grote invloed gehad op hoe ik verder ben gegaan.
Het aanvullende studiejaar was voor mij een jaar waarin ik mijn eigen leven en wereld moest herdefiniëren en de filosofie heeft me daarbij geholpen, net als de literatuur trouwens. Wat ik leerde in de colleges en gesprekken over zelfkennis, de tragedie, het existentialisme en deugdethiek, kon ik meteen toepassen op mijn eigen leven. Dat jaar heeft mijn visie op het leven totaal veranderd. Echt leuk was het natuurlijk niet, want de aanleiding was vreselijk. Maar het heeft me een verslaving opgeleverd die vooralsnog niet is verdwenen en die mijn leven een stuk interessanter maakt. Niemand heeft ooit beweerd dat het leven leuk moet zijn, toch? Ik zou wel willen beweren dat je het zo interessant mogelijk moet maken.
Uiteindelijk heb ik mijn master Wijsbegeerte gehaald en schrijf ik over literatuur en filosofie, nog steeds met die vraag in het achterhoofd: waarom lezen mensen, hoe kunnen boeken je leven veranderen? Misschien komt het raar over dat ik voor een zaal met wildvreemden zo’n persoonlijk verhaal heb gehouden en dat ik dat nu zelfs online publiceer. Maar dit verhaal moet ook een voorbeeld zijn van zichzelf. Klinkt een beetje raar, maar wat ik bedoel is dat ik wel kan schrijven over dat je voor een heel klein beetje wijsheid diep moet graven, tot op de bodem en dat je wat gevonden hebt open en bloot moet aanbieden, ook al heeft niemand er interesse in… maar ik moet mezelf daar natuurlijk niet achter verstoppen. Daarom dit antwoord aan wildvreemden op de vraag van een wildvreemde.
Toevallige omstandigheden en gebeurtenissen die je overkomen, zei ik. Maar de wil om iets met die dingen te doen is misschien wel het belangrijkste. En dat heb je min of meer zelf in de hand. Die wil en de uitvoering kwam eigenlijk pas veel later, kijk maar naar het eerste blog dat hier verscheen, namelijk in juni 2008. Opnieuw een samenloop van toevallige omstandigheden en (vervelende) gebeurtenissen: ik zat werkloos thuis en het meeste werk was te vinden in de webredactie. Dus besloot ik een site te maken. Maar een site moet gevuld worden. Bij deze.

'Misschien is filosofie wel iets dat ons op een bepaald moment overkomt of overvalt en waar wij nogal passief tegenover staan, bijvoorbeeld een plotselinge breuk in de vanzelfsprekendheid van ons bestaan tot nu toe.' Het gaat om ‘een moment van radeloosheid, een plotselinge gebeurtenis, een flits, een bekering die niet gevolgd wordt door een geloofsbelijdenis van enige betekenis.’ (Zie ook Leesclubjes die het leven veranderen)
Ik bedacht me dat mijn verslingerd zijn aan filosofie het resultaat was van
1. een samenloop van toevallige omstandigheden waarin ik me bevond,
2. een gebeurtenis die me overkwam en
3. de wil om daar iets mee te doen.
De omstandigheden waren dat ik geen leuk werk kon vinden en graag verder zou studeren. Ik heb theoretische literatuurwetenschap gestudeerd, niet direct iets waar je een goede baan mee vindt. Ik vroeg bij de Stichting Thomas More (toen nog Radboudstichting) een beurs aan en in 2003 kreeg ik hem voor een Aanvullend Studiejaar Ethiek. Ik wilde onderzoeken waarom mensen lezen, wat ze daaruit halen en wat voor rol literatuur in je leven kan spelen. Vragen die bij literatuurwetenschap gek genoeg niet gesteld worden, sterker nog, bijna verboden waren uit angst voor ‘onwetenschappelijk’ te worden versleten. Terwijl dat toch de vraag is die aan de basis zou moeten staan. Concreet gezegd: hoe kan het dat mensen soms moeten huilen door iets wat toch gewoon inkt op papier is?
In dezelfde week in juni dat ik hoorde dat ik de beurs kreeg, kwam ook het bericht dat mijn vader ernstig ziek was. Negen maanden later, op 10 maart 2004, is hij overleden. Ik weet niet hoe het zou zijn geweest als ik op dat moment geen filosofie en ethiek studeerde, maar in elk geval hebben die twee gelijktijdige gebeurtenissen een hele grote invloed gehad op hoe ik verder ben gegaan.
Het aanvullende studiejaar was voor mij een jaar waarin ik mijn eigen leven en wereld moest herdefiniëren en de filosofie heeft me daarbij geholpen, net als de literatuur trouwens. Wat ik leerde in de colleges en gesprekken over zelfkennis, de tragedie, het existentialisme en deugdethiek, kon ik meteen toepassen op mijn eigen leven. Dat jaar heeft mijn visie op het leven totaal veranderd. Echt leuk was het natuurlijk niet, want de aanleiding was vreselijk. Maar het heeft me een verslaving opgeleverd die vooralsnog niet is verdwenen en die mijn leven een stuk interessanter maakt. Niemand heeft ooit beweerd dat het leven leuk moet zijn, toch? Ik zou wel willen beweren dat je het zo interessant mogelijk moet maken.
Uiteindelijk heb ik mijn master Wijsbegeerte gehaald en schrijf ik over literatuur en filosofie, nog steeds met die vraag in het achterhoofd: waarom lezen mensen, hoe kunnen boeken je leven veranderen? Misschien komt het raar over dat ik voor een zaal met wildvreemden zo’n persoonlijk verhaal heb gehouden en dat ik dat nu zelfs online publiceer. Maar dit verhaal moet ook een voorbeeld zijn van zichzelf. Klinkt een beetje raar, maar wat ik bedoel is dat ik wel kan schrijven over dat je voor een heel klein beetje wijsheid diep moet graven, tot op de bodem en dat je wat gevonden hebt open en bloot moet aanbieden, ook al heeft niemand er interesse in… maar ik moet mezelf daar natuurlijk niet achter verstoppen. Daarom dit antwoord aan wildvreemden op de vraag van een wildvreemde.
Toevallige omstandigheden en gebeurtenissen die je overkomen, zei ik. Maar de wil om iets met die dingen te doen is misschien wel het belangrijkste. En dat heb je min of meer zelf in de hand. Die wil en de uitvoering kwam eigenlijk pas veel later, kijk maar naar het eerste blog dat hier verscheen, namelijk in juni 2008. Opnieuw een samenloop van toevallige omstandigheden en (vervelende) gebeurtenissen: ik zat werkloos thuis en het meeste werk was te vinden in de webredactie. Dus besloot ik een site te maken. Maar een site moet gevuld worden. Bij deze.
Werken aan jezelf: krabben en schrappen
30/10/10 12:26 Denk aan: Leven

Werken aan jezelf kost tijd, dat is het grootste probleem. Daarnaast lijdt het aan een imagoprobleem: wie krijgt er geen jeuk bij die openingszin hierboven? Ik wel. Toch heb ik me maar opgegeven, want het was gratis of heel goedkoop en een goed excuus om eens achter de computer vandaan te komen. En wie weet wat je er niet van oppikt? Ik besloot me als een nieuwsgierige onderzoeker op te stellen en alles neutraal te ondergaan. Scepticisme is een gezonde houding, zeker in zaken van de geest, maar neutraliteit is mijns inziens beter.
Het scepticisme wordt natuurlijk ook wel een beetje uitgelokt door die vreselijke termen, zoals 'persoonlijke kracht' waar je dan 'in moet gaan staan'. Als je neutraal luistert en meedoet, kom je erachter dat het gaat om zelfvertrouwen en het ontdekken van dat waar je goed in bent. Klinkt al een stuk minder eng. Of neem mindfulness - heel leuk en aardig, maar als de trainer erbij vertelt dat het in het Nederlands ook wel 'opmerkzaamheid' wordt genoemd, waarom noem je het dan niet… opmerkzaamheid?
Heb ik er wat van opgestoken, los van die taalkwesties? Wel, dat ik dol ben op massages, al dan niet stoel-, wist ik al. (Altijd goed om nog eens bevestigd te krijgen.) Verder ben ik niet veel wijzer geworden. Aan het begin van de week grapte ik dat ik aan het eind een ander mens zou zijn. Zover is het niet gekomen. Geeft niet, want ik heb wel genoeg ideeën opgedaan om over na te denken, neutrale ideeën die je eerst moet ontdoen van hun jeukende terminologie, om vervolgens jezelf mee om de oren te slaan. En wijzer te worden.
Waar het op neer komt is volgens mij schrappen, stroomlijnen, beperken, samenvatten, richting, doel en aandacht. Uiteindelijk komt alles wat die trainers en zelfs de masseur doen, neer op het structureren van een veelheid aan gedachten en wensen, tot de belangrijkste daarvan overblijven. Die moet je voor ogen houden, daar richt je je aandacht op. Waar je goed in bent, daar kun je beter in worden. Heeft u al jeuk?
Om al het geouwehoer eens te stoppen moet ik misschien concreet worden. Dat heb ik al eerder gezegd: na het geschrijf over allerlei ideeën en abstracties, is het misschien tijd om te laten zien hoe het werkt. Zoals de werking van een chemische reactie. Door te schrijven verander je, door te schrijven over jezelf verander je jezelf.
Naar wat voor orde leef je? Sociale, culturele en fysieke invloeden. De Nacht van Descartes I
24/09/10 09:32 Denk aan: Filosofie

De orde in het recht kan heteronoom of autonoom van aard zijn. Een heteronome rechtsorde komt van buiten: god bijvoorbeeld, of erfopvolging. Autonomie in het recht wil zeggen dat je zelf wilt bepalen welke normen je volgt, of je überhaupt normen volgt. De orde ligt dan in elk mens zelf. Dit lijkt me ook van toepassing op het persoonlijke leven, los van wetten en gezag. Vroeger werd bepaald hoe je je leven leidde door een orde die van boven over de mens heerste. Tegenwoordig willen we zelf bepalen hoe we ons leven leiden, welke keuzes we maken en welke maatstaven belangrijk zijn.
Als je jezelf wilt leren kennen en begrijpen, is het goed om soms eens 'over jezelf recht te spreken'. Met een blinddoek op en een weegschaal in de hand kijken naar de daden die je hebt gepleegd en een reconstructie maken hoe het zover heeft kunnen komen. Dan is het ook goed om te onderzoeken waar je eigen orde vandaan komt. Is die in hoofdzaak autonoom of heteronoom? Ik denk dat in deze tijd de autonome, 'individuele' orde meer bepaald wordt van buiten dan we misschien willen toegeven.
Eigenlijk weet iedereen dat natuurlijk. Je ouders, je vrienden, de omstandigheden waarin je leeft - dat heeft allemaal invloed op wie je bent en welke keuzes je maakt. Dat is vanzelfsprekend. Klein voorbeeld: zelfs als ik heel boos ben wil ik nooit van huis gaan zonder afscheid te nemen. Dat is echt iets wat ik van huis uit heb meegekregen. Ik kan niet begrijpen dat anderen dat niet hetzelfde voelen - stel dat je onder een auto komt! Het is mijn hoogst individuele normpje, maar die heb ik niet zelf bedacht, hij is me ingeprent door mijn moeder.
Niet alleen ouders en vrienden beïnvloeden je normatieve kader, ook boeken, films, televisieseries, eigenlijk alles wat je maar tot je neemt en tot een interesse uitgroeit (of juist niet). Ik moet bekennen dat ik me lange tijd liet leiden door romantische idealen over dichters en rocksterren. Dat doet elke jongere misschien, maar ik merk dat het gedroomde bestaan van vrijheid, rebellie en gevaarlijke ideeën nog steeds in mijn achterhoofd (of misschien eerder in mijn milt of alvleesklier) als een soort golvende beweging aan me trekt. Dat zou je in kaart moeten brengen, zoals dat ook in Zomergasten gebeurt - dat is eigenlijk een drie uur durend onderzoek naar de herkomst van je autonome innerlijke orde. Die dus, opnieuw, lang niet zo autonoom blijkt te zijn.
Ten slotte heb je ook nog de fysieke omstandigheden die inwerken op je autonomie. Lichamelijke omstandigheden als ziekte en gebrek (om het even ouderwets uit te drukken), en gewoon het feit dat je een mens bent met een menselijk gestel. Denk alleen al aan de onderzoeken die uitwijzen dat knappe mensen meer bereiken in het leven omdat ze knap zijn, of dat nu komt omdat ze meer goodwill van anderen krijgen of dat ze meer zelfvertrouwen hebben. (Overigens was mijn ervaring bij Literatuurwetenschap dat jonge, blonde, slanke meiden harder moesten werken om serieus te worden genomen als academica dan middelmatig uitziende jongemannen. Een frustratie die mijn orde zeker mede gevormd heeft.)
Er zijn wetenschappers die alle autonomie afwijzen en zeggen dat de vrije wil niet bestaat: we doen dingen voor we weten dat we ze doen, laat staan voordat we beslissen om het te doen. Onze hersenen zouden zo in elkaar zitten dat ze je voortdurend een idee voorschotelen van vrije wil en bewustzijn, maar eigenlijk is dat een illusie. In dat laatste geval is de orde noch autonoom, noch heteronoom te noemen. Want ook de vurende neuronen in mijn hersenen zijn nog altijd mijn vurende neuronen, of ik daar nou invloed op heb of niet. (In die onderzoeken staat altijd 'bijna alle beslissingen' of 'vrijwel zeker alle handelingen'. Prima, één procent vrije wil is nog altijd een vrije wil en niet geen vrije wil.) Ik dwaal af.
Wellicht is het een mooi project: alle heteronome zaken in kaart brengen die je autonomie, persoonlijke 'rechtsorde' beïnvloeden. Dat moet dan op een paar niveaus gebeuren:
Sociaal: waar kom je vandaan, wie zijn je vrienden en waarom (in de - impliciete - keuze voor je vrienden vinden heteronomie en autonomie elkaar).
Cultureel: waar hou je van, waar liggen je interesses, welke idealen volg je en waarom.
Fysiek: hoe werken je fysieke eigenschappen mee of tegen? Zijn ze een beperkingen om het leven te leiden dat je wilt? Zijn de beperkingen misschien een aansporing om meer te maken van je leven?
Ik denk dat steeds hetzelfde zal blijken. De orde waarnaar mensen tegenwoordig leven is misschien wel individueel en hoogst particulier, maar niet autonoom. Anders zou er een leeg gat overblijven, gevuld met niets. Als je dat eenmaal beseft, kun je beter verdedigen waarom je precies je eigen keuze maakt en niet een andere. Maar het behoedt je voor de arrogantie die ook een beetje bij deze tijd hoort, waarin iedereen zijn eigen zogenaamd autonome orde boven die van alle anderen stelt. Als je inziet dat die ook berust op zaken buiten jezelf, kun je erover discussiëren, eraan twijfelen, hem beoordelen en resocialiseren. Met een blinddoek op en een weegschaal in de hand.
Blogkermis: persoonlijke groei
15/09/10 11:05 Denk aan: Internet

Ik ga de andere stukken lezen. En wie weet organiseer ik zelf ook eens een blogkermis over zelfkennis of levenskunst.
Mislukking en het karakter als catastrofe
01/09/10 14:08 Denk aan: Filosofie

Is niet alles in het leven gedoemd te mislukken, al was het maar doordat er onvermijdelijk een eind aan komt? Is het dan niet beter de mislukking te omarmen, om je schouders te slaan als een mantel, er helemaal in te verdwijnen?
Het leven is een aaneenschakeling van mislukkingen, maar juist in die mislukkingen, in de kleinzieligheid en miezerigheid ervan, ligt het grootse drama van de mens besloten.
Zo raakt de mislukking alweer aan het mythische. De catastrofale mislukking, die trekken krijgt van een tragische ondergang. Opnieuw een scharnierpunt waaromheen het leven draait.
Het is moeilijker om creatief zelfonderzoek te doen naar je leven als mislukking dan als mythisch verhaal. 'I know of nothing more difficult than knowing who you are and having the courage to share the reasons for the catastrophe of your character with the world.' (Uit David Shields, Reality Hunger)
De catastrofe van je karakter… dat gaat nog een stap verder. Je leven kan mislukken, misschien heeft het lot niets voor je in petto. Je kunt je leven zelfs moedwillig laten mislukken, er een project van maken en de ondergang zo goed mogelijk orkestreren. (Ooit was ik dat van plan: 'Ik woonde in Lunetten, daar wonen veel leuke mensen, maar ook veel mislukte mensen. Ik had een knipperlichtrelatie en een kat. Geen werk en niet eens recht op een uitkering. Aan alle randvoorwaarden was voldaan.'). In het ene geval kun je er niets aan doen, in het andere geval is er toch nog íets gelukt.
De catastrofe van je karakter: daar kun je zelf niets aan doen, maar je kunt er ook geen eer aan behalen. Het is de bodem van de mislukking. Is elk karakter een catastrofe? Zo klinkt het wel. Als je maar diep genoeg graaft, kom je vanzelf op die bodem terecht, de keiharde, betonnen bodem waar niets meer op kan groeien. Geen project, geen verantwoording, geen troost.
Het stopt niet bij het bereiken van de bodem. Je moet weer naar boven klimmen, om wat je hebt gevonden 'met de wereld te delen'. Zónder er een prachtig, mythisch verhaal van te bakken.
Wat mij betreft is dit een definitie van literatuur (een van vele mogelijke definities). Graven tot op de bodem van je catastrofale karakter, de mislukking recht in de ogen kijken en weer omhoog klimmen om de hele wereld je vondsten te tonen.
Creatief zelfonderzoek: streven naar mythe en verhaal
25/08/10 15:51 Denk aan: Filosofie

Niemand schrijft wetten voor over de methoden en resultaten van zelfonderzoek. Sterker nog, de ongelimiteerde vrijheid die je bij dat onderzoek hebt, is precies wat het onderzoek zo leuk maakt. Wie controleert het waarheidsgehalte van jouw kennis? Bestaat er überhaupt een waarheid over het zelf? De vraag stellen is hem beantwoorden. Waarom dan niet helemaal los gaan bij het nadenken over je leven? Als je echt een beetje inzicht hebt in wie je bent, hou je jezelf heus met beide benen op de grond. Hieronder een paar ideeën voor een creatief zelfonderzoek, met jezelf als de held van een zelfgeschreven verhaal. Op weg naar een glorieus einde.
'Self-study of any seriousness aspires to myth. Thus do we endlessly inscribe and magnify ourselves.' (David Shields) Oftewel: Een serieuze zoektocht naar zelfkennis streeft naar mythe, om jezelf steeds verder een verhaal in te schrijven en je persoonlijkheid te vergroten.
Het gaat hier om drie dingen: zelfonderzoek als mythe, schrijven en vergroting. Je kunt zeggen dat een mythe een beschreven verhaal is waarvan de kern een uitvergroting is. Die uitvergroting vertelt over de oorsprong van iets - de mens, het leven, of een deel daarvan; liefde, oorlog, broederschap. Wat gebeurt er als je van je eigen leven een verhaal maakt en streeft naar mythische proporties? Wat is het oorspronkelijke verhaal van je leven? Wat ga je uitvergroten?
De 21e eeuw is de eeuw van het verhaal. Alle media draaien op verhalen, haast nog liever van 'gewone' mensen dan van buitengewone sterren. In de filosofie bestaat de belangstelling voor het verhaal als structuur voor zelfonderzoek al langer. Je leven interpreteren als een verhaal is een manier om je leven zin te geven, maar ook om je herinneringen te structureren en de chaos van het bestaan te temmen.
Dat heeft niet alleen betrekking op het verleden. Juist door je leven op die manier te interpreteren, maak je een richtsnoer voor de toekomst. Wat is de mythische kern van je leven? Als je die vraag hebt beantwoord, kun je ook een visie op de toekomst ontwikkelen. Niet als een noodlottig vooruitzicht, het verhaal als een keten van gebeurtenissen waaraan niet te ontsnappen is, maar als een verhaal waar je zelf tegelijk de schrijver én hoofdpersoon van bent. 'Je moet iets vinden wat bij jouw leven past - een principiële kern die veertig jaar artistieke arbeid kan doorstaan.' (Art: de kunst van het richten)
Het leven ís geen verhaal, mensen vertellen hun verhaal. Uitzondering op deze regel is het mythische leven van Oscar Wilde, die de uitspraak muntte 'Life imitates art'. In zijn geval kun je beter zeggen: 'Life is art'. Waar zou jij voor kiezen? Een leven dat de kunst imiteert en daardoor aan schoonheid wint, of een leven dat een kunstwerk is en daardoor niet ontkomt aan tragiek en ironie?
Ik voel me zelf aangetrokken door de mythe van gedaanteverwisseling. Zoals bij de grootste sterren, die hun gedaanteverwisselingen zo ver uitvergroten dat ze ongrijpbaar worden. Hun verhaal is gefragmenteerd, een collage van hoogtepunten. Als een slang stropen ze hun huid af en komt er een nieuwe gedaante tevoorschijn. Het is de mythe van Bob Dylan in I'm Not There.
'Er zijn sterren die er op hameren dat ze altijd zichzelf zijn gebleven, met andere woorden: miezerig gepeupel. Mythische sterren zul je dat niet horen zeggen. Zij blijven nooit zichzelf, omdat dat zelf niet bestaat; ze blijven nooit dezelfde, omdat ze voor hun sterrendom al anders waren. De voorwaarde voor onsterfelijkheid: je verleden dood verklaren en jezelf opnieuw geboren laten worden. De woestijn in trekken en je ziel aan de duivel verkopen. Keer op keer.'
We zijn niet allemaal een ster van de magnitude van Bob Dylan of Oscar Wilde. Dat velen dat wel aspireren, bewijzen de steeds verder uitgekauwde realityprogramma's echter wel. Wat je verder ook van die shows denkt, ze maken iets duidelijk over het scheppen van je eigen verhaal en je eigen mythe, hoe klein of individueel die ook zijn.
'Er zijn zoveel realityprogramma's dat je kunt zeggen dat inmiddels tientallen mensen per jaar een niet-reëel leven leiden, hoewel ik het toch niet meteen mythisch zou willen noemen. Figuranten in een verhaal, dat ze zelf niet schrijven. Enkelen weten het verhaal naar hun hand te zetten en het fictieve voor zichzelf om te buigen in realiteit.' Succes hebben degenen die streven naar mythe, zichzelf het verhaal in schrijven en (een deel van) zichzelf uitvergroten. 'Het is zaak om het verhaal naar je hand te zetten en het fictieve om te buigen in realiteit.' Dan ontstaat een chemische reactie tussen fictie en realiteit. Doe er je voordeel mee.
Schrijf je een traditioneel verhaal met een enkelvoudige plot of een gefragmenteerd verhaal gebaseerd op gedaanteverwisseling? Er is nog een derde optie. Zowel de enkelvoudige plot als de opeenvolgende gedaanteverwisselingen zijn lineair van aard. Wat gebeurt er als je het nu probeert te beschrijven? Leg het heden onder een vergrootglas, blaas het op tot alle details zichtbaar zijn. Wie zie je? Gokje: je ziet meerdere versies van jezelf.
Ieder mens heeft meerdere rollen: kind, geliefde, professional. Je kunt je afvragen of je dan wel jezelf bent. Maarten Doorman zegt: 'Aan de ene kant is het onverstandig om te proberen jezelf te zijn - want het zal je niet lukken - en is het beter om goed na te denken over de rol die je speelt. Maar tegelijkertijd rijst daarbij de vraag: wie is het die die rol verzint? Ben je dat dan niet toch weer zelf?' Juist door een caleidoscopische blik op het nu, met al die verschillende versies van jezelf die daarin rondlopen, merk je dat die vraag er niet echt toe doet. 'Liever zie ik de rol als een uitvergroting van een bepaalde eigenschap van jezelf. Je draait bij wijze van spreken een kant van je gezicht naar het licht.'
Voelt het een beetje ongemakkelijk om zoveel met jezelf bezig te zijn, jezelf op te blazen tot mythische proporties en de heldenrol te spelen in een zelfgeschreven verhaal? Denk dan aan wat filosoof Frank Meester zegt: 'We fantaseren over ons leven, proberen er een mooi verhaal van te maken waarin we zelf een heldenrol spelen. Dat noemen we dan ijdel. En daar is niets mis mee.'
Reizen met Herodotos en Kapuściński
12/08/10 07:59 Denk aan: Literatuur

Deze passage uit Het verslag van mijn onderzoek van Herodotos haalt Ryszard Kapuściński aan in Reizen met Herodotos. Herodotos was zijn grote voorbeeld, niet alleen als reisjournalist maar ook als mens. Kapuściński vertelt over de oude Griek die als eerste de wereld wilde beschrijven en daarbij alleen van zijn eigen waarneming uitging, van de verhalen die hij zelf hoorde en de gesprekken die hij zelf voerde en beschrijft via die weg ook zichzelf. Het is een zelfportret in spiegelschrift.
Wie Kapuściński was, laat hij zien in de volgende alinea:
'Zei Amestris iets tegen haar schoonzus toen ze haar onder handen nam? Schold ze haar uit onder het langzaam, stukje voor stukje, afsnijden van haar borst (het scherpe staal was toen nog onbekend)? Schudde ze met haar vuist waarin ze een bebloed mes vasthield? Of hijgde ze alleen en siste ze van de haat? Hoe gedroegen de lijfwachten de het slachtoffer stevig moesten vasthouden? Ze gilde het zeker uit van de pijn, ze trok en probeerde zich los te rukken. Stonden zij naar de vrouwenborsten te kijken? Zwegen ze, geschrokken? Giechelden ze stiekem? Of viel de schoonzus, omdat haar gezicht toegetakeld werd, telkens weer flauw en moest ze om de haverklap met water worden besprenkeld? En de ogen? Heeft de echtgenote van de koning haar ogen uitgestoken? Herodotos zegt er niets over. Was hij het vergeten? Of was het misschien Amestris die het vergeten was?'
Deze vragen stelde een oude Griek niet, het zijn vragen die dateren van na de uitvinding van de psychologie en de modernistische literatuur. Dat doet niets af aan de grootheid van Herodotos, maar toont wel de eigen grootheid van Kapuściński. Juist zijn bescheiden opstelling, in de schaduw van zijn leermeester, doet hem schitteren.
Daarnaast geeft Kapuściński op zijn beurt een les, stelt een voorbeeld als schrijver en als mens. Het is zo makkelijk om een neutraal verslag van extreme gruwelijkheden te lezen en weer te vergeten. Pas als je de vragen stelt die daarachter schuilgaan, dringt de intensiteit ervan tot je door. Het is van groot belang die vragen te blijven stellen, ook al kun je ze niet beantwoorden.
10 schrijvers en denkers over Levenskunst
16/06/10 12:02 Denk aan: Filosofie
1. Schrijven is een vorm van zelfonderzoek. Door je gedachten te ordenen en onder woorden te brengen, vergaar je zelfkennis. Zelfkennis is een voorwaarde voor een goed leven: je leert omgaan met de veranderlijke aard van het leven. Schrijven biedt daarbij een houvast, maar ook de mogelijkheid om op onderzoek uit te gaan en ideeën uit te proberen. Had Montaigne nu geleefd, dan had hij vast een weblog gehad.
Michel de Montaigne: De melancholie van de wijsheid
2. Lezen is een vorm van zelfonderzoek. Filosofische of literaire teksten, zoals de maximes van La Rochefoucauld, confronteren de lezer met zijn waarden, door een andere (interpretatie van de) werkelijkheid voor te spiegelen. Soms is die confrontatie zo heftig dat je liever niet verder leest. Maar juist dan is het zaak om zo eerlijk mogelijk jezelf in de ogen te zien. La Rochefoucauld: Authenticiteit en eigenbelang – het lastige evenwicht van de honnête homme
3. Schep je eigen waarden, los van de groep. Mensen zoeken aansluiting bij groepen en ideologieën, omdat ze onzeker zijn en beschermd willen worden. Maar dat werkt je eigenlijk alleen maar tegen. Er is geen set van gegeven waarden die absoluut is en waar je je aan moet conformeren. Levenskunst gaat om het zoeken en scheppen van je eigen waarden. Friedrich Nietzsche: ‘De dood van God’ maakt de weg vrij voor een authentieke levenskunst
4. Er zijn geen antwoorden, alleen standpunten. Als God dood is, is dan alles geoorloofd? Misschien, misschien ook niet. De literatuur kan beide antwoorden in hetzelfde werk geven, zoals in de grote romans van Dostojevski. Hij toont meerdere theorieën en gezichtspunten zonder een oordeel te vellen. Het is aan de lezer om de polyfone perspectieven te onderzoeken en tegen elkaar af te wegen en zijn eigen standpunt in te nemen. Fjodor Dostojevski: Mensen zijn dom en slecht
5. Levenskunst is zorg voor jezelf. Het doel van levenskunst is vrijheid. Datgene wat de vrijheid om je leven vorm te geven zoals je wilt in de weg zit, verdient de meeste zorg. Je leeft en zorgt altijd in een context en de vrijheid daarin is altijd beperkt. Zorg voor jezelf brengt daardoor automatisch zorg voor de ander met zich mee. Michel Foucault: Het leven een kunstwerk
6. Ook loslaten is deel van levenskunst. In de mystieke ervaring of roes verlies je je kenmerkende eigenschappen en val je buiten de heersende moraal. Het is belangrijk om de mystieke ervaring niet meteen op te vullen met allerlei gegevenheden, maar te onderzoeken. Hoe stevig sta je in je schoenen, als de grond onder je voeten verdwijnt? Robert Musil: Mystiek zonder God
7. Authenticiteit kan niet zonder het gemeenschappelijke. De bron van een authentieke levenshouding ligt in het individu, maar krijgt pas echt gestalte in relatie tot de ander. Dialoog en het onderzoeken van gedeelde waarden zijn essentieel in het vormgeven van je eigen leven. Charles Taylor: ‘sociale authenticiteit’
8. De mens is absoluut vrij en absoluut alleen. Er zijn een paar gegevenheden in het leven, zoals je geslacht en je afkomst, maar er is geen doel of opdracht. Door keuzes te maken en je bewust te zijn van je verhouding tot de buitenwereld, schep je het project van je eigen leven. Pas in de praktijk van het existeren, ontstaat er zoiets als een essentie of basis. Jean-Paul Sartre en het existentialisme
9. Cognitieve afwegingen leiden tot goede keuzes. Er zijn altijd meerdere opties als je voor een beslissing gesteld staat. Die verschillende opties kun je onderzoeken, rationeel en emotioneel en met gebruik van je voorstellingsvermogen. Dan zal je wil de juiste keuze maken en daarvoor gaan. De toekomst staat niet vast; je hebt de macht haar met je vrije wil te veranderen. Peter Bieri / Pascal Mercier: Levenskunst als denkproces
10. Middenin de pijn staan en hard stampen. Via onderzoek naar je meest pijnlijke en duistere ervaringen, kom je tot de kern van wat het betekent om mens te zijn en jezelf te zijn. Hoe doe je dat? Door veel te lezen en door te schrijven. Want, zo leerde Montaigne al: schrijven is een vorm van zelfonderzoek. Michel Houellebecq: alleen in boeken jezelf kunnen zijn
Kijk de volledige lezingen over deze schrijvers en denkers terug via de website van Studium Generale.

_________________________________________________________________________________
Gerelateerde artikelen:
2. Lezen is een vorm van zelfonderzoek. Filosofische of literaire teksten, zoals de maximes van La Rochefoucauld, confronteren de lezer met zijn waarden, door een andere (interpretatie van de) werkelijkheid voor te spiegelen. Soms is die confrontatie zo heftig dat je liever niet verder leest. Maar juist dan is het zaak om zo eerlijk mogelijk jezelf in de ogen te zien. La Rochefoucauld: Authenticiteit en eigenbelang – het lastige evenwicht van de honnête homme
3. Schep je eigen waarden, los van de groep. Mensen zoeken aansluiting bij groepen en ideologieën, omdat ze onzeker zijn en beschermd willen worden. Maar dat werkt je eigenlijk alleen maar tegen. Er is geen set van gegeven waarden die absoluut is en waar je je aan moet conformeren. Levenskunst gaat om het zoeken en scheppen van je eigen waarden. Friedrich Nietzsche: ‘De dood van God’ maakt de weg vrij voor een authentieke levenskunst
4. Er zijn geen antwoorden, alleen standpunten. Als God dood is, is dan alles geoorloofd? Misschien, misschien ook niet. De literatuur kan beide antwoorden in hetzelfde werk geven, zoals in de grote romans van Dostojevski. Hij toont meerdere theorieën en gezichtspunten zonder een oordeel te vellen. Het is aan de lezer om de polyfone perspectieven te onderzoeken en tegen elkaar af te wegen en zijn eigen standpunt in te nemen. Fjodor Dostojevski: Mensen zijn dom en slecht
5. Levenskunst is zorg voor jezelf. Het doel van levenskunst is vrijheid. Datgene wat de vrijheid om je leven vorm te geven zoals je wilt in de weg zit, verdient de meeste zorg. Je leeft en zorgt altijd in een context en de vrijheid daarin is altijd beperkt. Zorg voor jezelf brengt daardoor automatisch zorg voor de ander met zich mee. Michel Foucault: Het leven een kunstwerk
6. Ook loslaten is deel van levenskunst. In de mystieke ervaring of roes verlies je je kenmerkende eigenschappen en val je buiten de heersende moraal. Het is belangrijk om de mystieke ervaring niet meteen op te vullen met allerlei gegevenheden, maar te onderzoeken. Hoe stevig sta je in je schoenen, als de grond onder je voeten verdwijnt? Robert Musil: Mystiek zonder God
7. Authenticiteit kan niet zonder het gemeenschappelijke. De bron van een authentieke levenshouding ligt in het individu, maar krijgt pas echt gestalte in relatie tot de ander. Dialoog en het onderzoeken van gedeelde waarden zijn essentieel in het vormgeven van je eigen leven. Charles Taylor: ‘sociale authenticiteit’
8. De mens is absoluut vrij en absoluut alleen. Er zijn een paar gegevenheden in het leven, zoals je geslacht en je afkomst, maar er is geen doel of opdracht. Door keuzes te maken en je bewust te zijn van je verhouding tot de buitenwereld, schep je het project van je eigen leven. Pas in de praktijk van het existeren, ontstaat er zoiets als een essentie of basis. Jean-Paul Sartre en het existentialisme
9. Cognitieve afwegingen leiden tot goede keuzes. Er zijn altijd meerdere opties als je voor een beslissing gesteld staat. Die verschillende opties kun je onderzoeken, rationeel en emotioneel en met gebruik van je voorstellingsvermogen. Dan zal je wil de juiste keuze maken en daarvoor gaan. De toekomst staat niet vast; je hebt de macht haar met je vrije wil te veranderen. Peter Bieri / Pascal Mercier: Levenskunst als denkproces
10. Middenin de pijn staan en hard stampen. Via onderzoek naar je meest pijnlijke en duistere ervaringen, kom je tot de kern van wat het betekent om mens te zijn en jezelf te zijn. Hoe doe je dat? Door veel te lezen en door te schrijven. Want, zo leerde Montaigne al: schrijven is een vorm van zelfonderzoek. Michel Houellebecq: alleen in boeken jezelf kunnen zijn
Kijk de volledige lezingen over deze schrijvers en denkers terug via de website van Studium Generale.
_________________________________________________________________________________
Gerelateerde artikelen:
10 filosofische vragen op weg naar zelfkennis
07/06/10 19:34 Denk aan: Filosofie

Hieronder tien vragen om jezelf te stellen, op weg naar filosofische zelfkennis. Het zijn vragen die eerder voorbij zijn gekomen, onder elkaar gezet met linkjes erbij naar de betreffende posts. Lijkt een beetje op een zelfhulpboek? Misschien. Ik spreek je aan de andere kant nog wel. Eén ding nog: neem nooit genoegen met je eerste antwoord.
Lees ook 10 filosofische vragen om over het verhaal van je leven na te denken
Ik begin met een trits vragen die aan de oppervlakte raken.
1. In welk hokje zou ik mezelf stoppen? Oftewel: wie ben je en waar onderscheidt zich dat door? Iedereen bezit bepaalde kenmerken, die je een identiteit geven in de buitenwereld. Welke daarvan vind je belangrijk? Hoogopgeleid zijn, kinderen hebben, hedonist of asceet zijn. Of de kenmerken verder gaan dan de buitenkant, doet er even niet toe.
2. Tot welke groep behoor ik? Deze vraag sluit aan op 1, maar heeft te maken met het milieu waarmee je je identificeert. Je behoort tot meerdere groepen in de maatschappij, maar met welke voel je je verbonden: studenten, werkende moeders, Marokkanen of bejaarden? En waarom?
3. Welke materiële zaken dragen dat uit? Ik was drie dagen op reis voor Studium Generale en kwam erachter dat mijn mobiele internet niet werkt in Berlijn. Dat zorgde voor enige paniek, maar ook had ik meteen aansluiting met de andere internetverslaafden in de groep. (Zie ook: Help, wie ben ik!)
Wie je bent, heeft te maken met hoe je verschilt van al die andere mensen op de wereld. Niet alleen aan de buitenkant en in de statistiek, maar ook in je opvattingen en overtuigingen.
4. Ben ik een optimist of een pessimist? Lijkt makkelijk, maar er zit meer achter dan je denkt. (Zie ook: Pessimisten zijn niet intelligent, maar ongelukkig)
5. Hoe verdeel ik de mensen om me heen? Als je het hebt over anderen, welke tweedelingen breng je dan aan? Zij die veel eten onder stress en zij die niets meer kunnen eten. Zij die vinden dat ze altijd te weinig doen terwijl ze heel veel werk verzetten en zij die geen last hebben van de Grote Onrust. Waarom zijn die criteria belangrijk? Ben je blij met de kant waar je zelf staat? (Zie ook: 3 manieren om de mensheid op te delen)
Als je heel veel losse eindjes hebt verzameld, heb je nog geen duidelijk beeld van jezelf, eerder information overload. Zelfkennis is óók gestructureerde kennis, die een verhaal maakt van het verleden en richting geeft aan de toekomst.
6. Wie is mijn voorbeeld? Om je betere ik te realiseren (uiteraard een proces dat je nooit kunt voltooien), moet je weten wat dat betere ik is, en om daar achter te komen, heb je een voorbeeld nodig om je op te richten. Het voorbeeld van Nietzsche was Schopenhauer, wie is dat van jou en waarom? Niet meteen zeggen: je vader. (Zie ook: Word wie je bent)
7. Vul in: Ik ... dus ik ben. Niet alleen oppervlakkige kenmerken en karaktereigenschappen bepalen wie je bent. Door je keuzes bepaal je hoe je je leven vormgeeft. Wat ligt er aan de basis van je beslissingen? Wat maakt het hart van jou als mens uit? (Zie ook: Wat maakt dat je dus bent?)
Dan is het nu tijd voor absolute eerlijkheid, een strenge blik in de afgrond van de ziel.
8. Kun je leven met de keuzes die je hebt gemaakt? Als je keuzes maakt, wordt één optie werkelijkheid en de rest verdwijnt in het niets. Kun je dat tegenover jezelf verantwoorden of heb je spijt van je beslissingen? (Zie ook: Over gewetensvragen: nogmaals Peter Bieri)
9. Wat is de leugen van jouw leven? De droom die de mens als een wortel voor zijn eigen neus laat bungelen, die hem op gang houdt, maar die voor altijd onbereikbaar blijft. 'Mijn leven is draaglijk omdat ik me altijd dommer voordoe dan ik ben.' Of: ooit ga ik op wereldreis, want ik ben eigenlijk niet zo burgerlijk als het lijkt. (Zie ook: Lebenslüge: even kennismaken)
10. Zou je jezelf je eigen leven toewensen? En wat als het antwoord daarop 'nee' is? (Zie ook: Zou je jezelf je eigen leven toewensen?)
_________________________________________________________________________________
Gerelateerde artikelen:
Over gewetensvragen: nogmaals Peter Bieri
31/05/10 19:47 Denk aan: Filosofie

Als je een keuze maakt om iets wel of niet te doen in je leven - wel of niet studeren bijvoorbeeld - betekent dat automatisch dat minstens één optie geen werkelijkheid wordt. Je kunt immers niet én wel studeren én niet studeren. Een van de twee moet het onderspit delven. En dan rijst de vraag: Kun je leven met de herinnering aan identiteiten die je hebt verworpen?
Hoe ouder je wordt, hoe indringender deze vraag klinkt. De rij met opties in de kolom 'verworpen' wordt langer en langer, de kolom 'gekozen' heeft na een paar groeistuipen een haast definitieve vorm aangenomen - een vorm die meestal gedrongen zal zijn, maar in elk geval altijd schril zal afsteken bij de lange rij verworpen keuzes.
Is dat erg? Ik denk dat het wel meevalt. Juist het denkproces dat voorafgaat aan een levensbelangrijke beslissing, moet ervoor zorgen dat je geen spijt van die beslissing krijgt. Het antwoord op de vraag of je met die verworpen identiteiten kunt leven is dan automatisch 'ja'. Als je alle opties hebt afgewogen en de wil je in de richting van een keuze brengt, is spijt niet meer van toepassing.
Ik weet niet of Bieri het over spijt heeft, dat is wat ik ervan maak. Ik kreeg het Handwerk van de vrijheid voor mijn verjaardag, dus ik zal het binnenkort controleren. Spijt hebben over een beslissing die je bij je volle bewustzijn hebt gemaakt, na een gedegen innerlijk onderzoek, is onzinnig. Deze opvatting heeft me wel eens in de problemen gebracht. Ik heb keuzes gemaakt die niet handig waren, maar waar ik toch geen spijt van wilde betuigen. Men denkt dan al gauw dat je er geen verantwoordelijkheid voor wilt nemen.
Terwijl het precies andersom werkt: als ik zeker weet dat ik die keuze niet anders had kunnen maken, omdat ik met alle informatie die ik had nu eenmaal dit heb gekozen, moet ik juist verantwoordelijkheid nemen. Als ik spijt krijg en zeg: ik had het anders moeten doen, had ik maar geweten wat ik nu weet, dan schuif ik mijn verantwoordelijkheid af, in de hoop op vergeving. Ik kan bij mijn volle verstand een achterlijke keuze maken. Weet je wat, het is achterlijk maar ik doe het lekker toch. Zolang ik maar onthoud dat donders goed weet dat het belachelijk is.
De vraag van Bieri moet je jezelf dus niet achteraf stellen, omdat je ervoor moet zorgen dat je dan het antwoord al weet. Achteraf is het een retorische vraag: Kun je leven met de herinnering aan identiteiten die je hebt verworpen? Uiteraard, want ik weet waarom ik ze verworpen heb. De vraag is de stem van het geweten tijdens het denkproces. Als ik kies om niet te studeren, kan ik dan leven met de gedachte aan een gemiste studie?
Eigenlijk moet je de vraag dus herformuleren zodat hij op de toekomst is gericht. Nog mooier is om een vraag te stellen over de eindeloze mogelijkheden die nog voor je liggen. Dat zegt Bieri ook: je moet je de verwerkelijking van alle mogelijkheden tot in detail voorstellen. Wat houdt mijn leven in als ik A kies? Hoe ziet mijn dag eruit bij B?
Het is de filosofische omkleding van een alledaagse wijsheid: dat je niet op een dag wakker wilt worden om te beseffen dat je leven voorbij is zonder dat je hebt gedaan wat je wilde. Dan kun je met recht spijt hebben. Eigenlijk komt levenskunst erop neer dat je ervoor zorgt dat je nergens spijt over hoeft te hebben. Dan doe ik het nog best aardig.
Wat maakt dat je dus bent?
10/05/10 19:00 Denk aan: Filosofie

Je ontkomt er niet aan het jezelf voor te leggen: Ik ..., dus ik ben. Probeer het, en je begrijpt meteen die weifelende, nadenkende toon in alle stukken. Het is namelijk verdomde moeilijk. In mijn recensie schreef ik ironisch 'Ik lees, dus ik ben' en 'Ik word gelezen, dus ik ben'. Maar dat voelt tweedehands. Je bent zonder object ook iets. Gaat het dan om taal? Of om gezien worden? Of nog abstracter? Ik neigde al gauw naar - hoe verrassend - ik denk, dus ik ben, of liever ik denk na, dus ik ben. Is dat niet prachtig? Door zo'n 'opdracht' kom je uit eigen denkbeweging uit op een van de beroemdste filosofische stellingen die er bestaan. Om achteraf pas op te merken dat die invulling niet heel origineel is.
Verder dus maar. Wat maakt dat ik ben? Fundamenteler vragen krijg je niet gauw. Ik moest denken aan de levenskunstlezingen, waarin het steeds gaat over vrijheid, kiezen, beweging. Dat is de hoek waar ik het zoeken moet. Ik kies, dus ik ben? Ik ben vrij, dus ik ben? Alleen al om de lelijke formulering valt de laatste af. En niet elke keuze maakt dat je bent, het gaat om de keuze tegen jezelf en anderen in, een vrije keuze vanuit hoofd en hart, een gedurfde keuze.
Ik durf, dus ik ben! Nu ben ik niet de meest avontuurlijke persoon op aarde. Je hoort mij niet over bungeejumpen, jungletochten of hallucinatoire experimenten. (Bang ben ik ook niet, hoor.) Ik maakte eens een bergwandeling over een besneeuwd pad, langs een diepe afgrond vol rotsen. Halverwege ben ik omgekeerd. Ook al was het even ver om terug te gaan als heen. Toch herinner ik me dat moment niet als een nederlaag, maar eerder als een overwinning. In dit geval was 'nee' de juiste beslissing. Ik keek in de afgrond, de duizelende afgrond van Sartre, en het boeide me niet wat de anderen ervan zouden denken. Ik ging terug, wat een opluchting. Dus toch kiezen? Ik durf te kiezen, dus ik ben?
Al deze dingen dacht ik gisterenavond, vlak voor ik ging slapen. Eindelijk was ik eruit: ik durf te kiezen, dus ik ben. Ook als kiezen betekent: teruggaan. Het beeld dat erbij hoorde: de foto die iemand van mij maakte op de besneeuwde richel, waar ik al half omgekeerd sta, op weg terug (sorry, niet digitaal beschikbaar).
Was ik er echt uit? 's Nachts ging in een droom mijn gedachtegang verder. Ik liep met iemand te praten, een onbekende. Ik vertelde hem mijn bevindingen, trots dat ik een origineel standpunt voor mijzelf had ontdekt. Hij zei: 'Het gaat je er dus eigenlijk om, altijd voor jezelf te kiezen. Ook al is het een "nee". Je stelt je eigenbelang voorop. Dan moet je zeggen: Ik ben egoïstisch, dus ik ben.' Ik sputterde tegen, maar moest die onbekende cynicus toch gelijk geven.
Vanochtend dacht ik verder. Wat kon ik tegen hem inbrengen? Want zo zat het toch niet, dat elk kiezen egoïstisch is? Dat is in elk geval niet wie ik ben of wil zijn. Ik dacht terug aan de mens, wiens hersenstructuur is ingesteld op betekenis geven en daarmee op sociaal gedrag (Een steen als een mens). En ik dacht aan het pact dat Castorp en Claudia in De Toverberg sluiten vóór Peeperkorn (Notities van een synestheet). En aan de beschrijving van loyaliteit door Pascal Mercier in Nachttrein naar Lissabon: 'Daarom kwam het op loyaliteit aan. Dat was geen gevoel, zei hij, maar een wil, een beslissing, het partij kiezen door de ziel.'
Zijn dat niet de meest gedurfde keuzes, vóór iemand gemaakt en dóór de ziel gaand? Ik denk het wel. Jammer genoeg komen dit soort tegenwerpingen altijd te laat. Ik zal ze die onbekende nooit meer kunnen meegeven. Of zou hij toevallig morgen bij de Levenskunstlezing over Pascal Mercier aanwezig zijn?
Pecha Kucha: Fenomenologie van de ervaring
12/04/10 20:23 Denk aan: Literatuur
Fenomenologie van de ervaring
08/04/10 15:04 Denk aan: Literatuur
Voor een publiek van eindexamenkandidaten Filosofie, enkele ouders en docenten, hield ik gisteren mijn eerste lezing. De rollen waren omgekeerd en dat beviel prima. Hieronder de tekst die ik daar met misschien iets te veel uitweidingen heb uitgesproken.
Fenomenologie van de ervaring
aan de hand van Marcel Proust
7 april 2010
Dames en heren, jongens en meisjes, leuk dat jullie hier zijn en bedankt dat ik hier iets mag komen vertellen. Ik zal hopelijk weer een andere kant van de filosofie belichten dan de anderen. Van de filosofie en de literatuur, want ik heb zowel literatuurwetenschap als filosofie gestudeerd en vanavond zal die combinatie ook naar voren komen.
Waar ga ik het over hebben? Ik wil iets zeggen over het belang van ervaringen opdoen, van emoties en het instinct. De filosofische notie die centraal staat is zelfkennis. En wel zelfkennis die gestoeld is op de ervaring, eerder dan op het verstand. Ik ga het hebben over impressies, die emotioneel zijn en je op weg zetten naar zelfkennis voordat het intellect eraan te pas komt. Het gaat ook om het vertrouwen op ervaring, het onderzoeken van die ervaring, die omzetten in kennis en daar dan iets mee doen.
Fenomenologie van de ervaring is mijn titel. Wat is fenomenologie? Kort gezegd gaat het om een filosofische stroming die uitgaat van de ervaring en de waarneming bij het bestuderen van de werkelijkheid. De wereld verschijnt aan ons (in "fenomenen") en daar moeten we ons op baseren bij het beschrijven van de wereld. Marcel Proust gaat ook uit van de ervaring in zijn werk en beschrijft de ervaring áls ervaring. Dat verklaart de ietwat tautologische titel ‘Fenomenologie van de ervaring’.

Lees verder
Fenomenologie van de ervaring
aan de hand van Marcel Proust
7 april 2010
Dames en heren, jongens en meisjes, leuk dat jullie hier zijn en bedankt dat ik hier iets mag komen vertellen. Ik zal hopelijk weer een andere kant van de filosofie belichten dan de anderen. Van de filosofie en de literatuur, want ik heb zowel literatuurwetenschap als filosofie gestudeerd en vanavond zal die combinatie ook naar voren komen.
Waar ga ik het over hebben? Ik wil iets zeggen over het belang van ervaringen opdoen, van emoties en het instinct. De filosofische notie die centraal staat is zelfkennis. En wel zelfkennis die gestoeld is op de ervaring, eerder dan op het verstand. Ik ga het hebben over impressies, die emotioneel zijn en je op weg zetten naar zelfkennis voordat het intellect eraan te pas komt. Het gaat ook om het vertrouwen op ervaring, het onderzoeken van die ervaring, die omzetten in kennis en daar dan iets mee doen.
Fenomenologie van de ervaring is mijn titel. Wat is fenomenologie? Kort gezegd gaat het om een filosofische stroming die uitgaat van de ervaring en de waarneming bij het bestuderen van de werkelijkheid. De wereld verschijnt aan ons (in "fenomenen") en daar moeten we ons op baseren bij het beschrijven van de wereld. Marcel Proust gaat ook uit van de ervaring in zijn werk en beschrijft de ervaring áls ervaring. Dat verklaart de ietwat tautologische titel ‘Fenomenologie van de ervaring’.
Lees verder
3 manieren om de mensheid op te delen
06/04/10 20:27 Denk aan: Leven

Zou je jezelf je eigen leven toewensen?
10/03/10 12:03 Denk aan: Literatuur

Klinkende ikken
28/12/09 14:54 Denk aan: Literatuur

De inhoud van dit Privédomein wekt dezelfde indruk als de omslag: als de afmetingen van het boek niet beperkt waren geweest, had de schrijver vast tot in het oneindige door kunnen gaan met zijn bekentenissen, die in essentie de bekentenissen van een verzamelaar zijn. Voor het verzamelende ik staat de hele wereld open en ligt de oneindigheid op de loer. Lees verder
Publieke vijanden corresponderen
25/10/09 13:08 Denk aan: Literatuur

Promotie tot jasje-dasje
30/08/09 14:38 Denk aan: Leven

Het leven lezen: het innerlijk boek
28/08/09 18:40 Denk aan: Literatuur

De eerste metafoor heeft niet in eerste instantie te maken met de werking of het belang van literatuur in het leven, maar beschrijft Prousts zicht op het innerlijk van de mens. Hij geeft daarmee een antwoord op de vraag hoe het zelf eruit ziet dat verkend moet worden. In de benaming van dat zelf als boek wordt ook meteen een aanwijzing gegeven hoe de verkenning eruit moet zien: een boek moet men immers lezen. Het is belangrijk eerst te begrijpen welke gestalte dit innerlijke boek heeft, voordat de werking erop van ‘echte’ boeken verder bestudeerd kan worden.
Wat het innerlijk boek met onbekende tekens betreft (tekens in reliëf, leek het, waar mijn aandacht, mijn onbewuste verkennend, naar ging speuren, op stuitte, omheen cirkelde als een duiker die diepte peilt), waarvoor om mij te helpen lezen niemand mij een richtsnoer kon geven, bestond dat lezen uit een scheppingsdaad waar geen mens ons bij vervangen of zelfs maar met ons aan meewerken kan. Hoevelen zien er dan ook van af! Hoeveel taken neemt men niet op zich om die ene uit de weg te gaan! Ieder evenement, of het nu de Dreyfus-affaire was, of het de oorlog was, had de schrijvers weer andere excuses verschaft om dat boek niet te ontcijferen, zij wilden zorgen voor de overwinning van het recht, de morele eenheid van de natie herstellen, hadden geen tijd om aan de letteren te denken. Maar het waren maar excuses, omdat ze er niet of niet meer het genie toe hadden, dat wil zeggen het instinct. Want het instinct schrijft de plichten voor en het verstand verschaft de voorwendselen om ze te omzeilen. Alleen, in de kunst doen excuses niet mee, tellen bedoelingen niet, ieder ogenblik moet de kunstenaar naar zijn instinct luisteren, en vandaar dat kunst het meest werkelijke is dat er bestaat, de meest strikte levensschool, en het ware Laatste Oordeel. Dat boek, het moeilijkst te ontcijferen van allemaal, is ook het enige dat de werkelijkheid ons heeft gedicteerd, het enige waarvan de ‘indruk’ in ons door de werkelijkheid zelf is gemaakt. Om welk door het leven in ons nagelaten idee het ook gaat, de materiële figuur ervan, het merk van de indruk die het op ons gemaakt heeft, is weer de waarborg voor zijn absolute waarheid. De door de zuivere rede gevormde ideeën zijn maar logische waarheid, denkbare waarheid, ze zijn arbitrair verkozen. Het boek met de figuratieve, niet door ons gemaakte lettertekens is ons enige boek.
Wat komt hieruit naar voren? Om te beginnen is het innerlijk boek iets onbekends en duisters, dat weggeborgen is in de diepten van het menselijk onbewuste. Iedereen bezit zo’n boek, maar slechts weinigen lezen het – het is mogelijk je hele leven uit te zitten zonder ooit een letter van de tekst te hebben gelezen, laat staan geïnterpreteerd. Degenen die zo hun dood bereiken hebben een leven geleid in ledigheid, verstoken van inzicht in de werkelijkheid. Dat is een makkelijk bestaan, gekenmerkt door luiheid, waartoe de mens snel vervalt. Wil je echter tot een zekere waarheid komen, dan moet je hard werk verrichten, waarbij je bovendien geen enkele hulp mag verwachten. Je zult over je aversie heen moeten stappen om af te dalen in de krochten van de eigen ziel en in afzondering en volharding je weg vervolgen. De implicatie hiervan is dat er twee ‘zelven’ bestaan: een oppervlakkig, veranderlijk zelf dat correspondeert met de verschijningswereld van de buitenwereld, en het ‘ware zelf’ dat de verschijning overstijgt en een onveranderlijke kern heeft. Zelfkennis is kennis van dit laatste zelf, dat zich openbaart in patronen die onder de oppervlakte liggen.
De leidraad bij het lezen van je innerlijk noemt Proust hier het instinct. Later blijkt dat daaronder ook valt: de emotie en de impressie. Het verstand is een valse vriend die misleidt door logische redeneringen te presenteren als waarheid. De logica die zetelt in de rede blijft aan de oppervlakte van de buitenwereld en raakt niet aan de essentie van de dingen. Logica is zogezegd het equivalent van de fenomenale wereld, die veranderlijk is en geen toegang biedt tot een transcendente waarheid – over de dingen én over het zelf. Het instinct kan daarentegen doordringen tot die werkelijke essentie. Het ware zelf is daarom gelokaliseerd in het instinct of de emotie en niet in de rede, hoewel deze laatste onontbeerlijk is bij het leren kennen van de eerste.
Wat houdt voor Proust de werkelijkheid of de waarheid in? Hij erkent het bestaan van een wereld die losstaat van de mens. De mens neemt die wereld in zich op, waarbij de twee versmelten. De versmelting is niet op voorhand gegeven – ze kan zich ook níet voordoen. De buitenwereld draagt het vermogen in zich tekens te griffen in ons innerlijk. Deze buitenwereld is echter niet hetzelfde als de werkelijkheid. De wereld verdient die naam pas op het moment dat de tekens ontcijferd worden en de platte, redelijke aanschijn van de fenomenen wordt weggetrokken. De buitenwereld moet eerst door ons innerlijk heen gaan om betekenis te krijgen – niet op een algemeen geldend woordniveau, maar op een activerende manier die persoonlijke associaties aan het object verbindt. ‘Realiteit’ is dan een product zowel van de ons omringende wereld als van ons onbewuste, ze komt tot stand doordat de wereld wordt ondergedompeld in het innerlijk. In het innerlijk ligt een verzameling indrukken opgeslagen van de verschijningswereld, aan de hand waarvan de persoonlijke betekenis van die wereld ‘geactiveerd’ kan worden.
De lezer van het innerlijk boek leest in zichzelf de waarheid. In zijn werk van decodering trekt de sluier op, wordt het duister verhelderd, krijgen de letters een zin. Maar het lezen gaat verder dan slechts het ont-dekken van een bestaande waarheid die achter de oppervlakte verscholen ligt. Proust schrijft, bijna tussen neus en lippen door, dat het ontcijferen een scheppingsdaad is. Elders noemt hij de waarheid die aldus naar boven wordt gebracht een ‘nieuwe waarheid’. De mens creëert de werkelijkheid door het ontcijferen van zijn innerlijk boek (waarin de verschijningen tekens hebben gegrift). In het ontcijferen – dat vooral, zoals later zal blijken, bestaat uit het leggen van verbanden – ontstaat een betekenis van wat tot dan toe een platte, zinloze omgeving is. De betekenis is weliswaar persoonlijk, maar dat maakt hem juist veelzeggend, associatief en dynamisch, omdat hij de logische, algemeen geldende buitenkant penetreert. Hij creëert reliëf. Tegelijk is het innerlijke boek gegraveerd door de omgeving en kan de inhoud ervan veranderen in het proces van interpretatie. Het innerlijk en de buitenwereld onderhouden zo een dynamische relatie met elkaar.
Lebenslüge: even kennismaken
07/06/09 12:50 Denk aan: Filosofie

Help, wie ben ik!
02/06/09 20:57 Denk aan: Filosofie

Verwassen, nooit bezeten identiteiten
09/03/09 17:57 Denk aan: Leven

Gekostumeerd bal
13/02/09 20:56 Denk aan: Filosofie

Het voorkomen van een gespiegeld ik
10/02/09 19:15 Denk aan: Filosofie

Lang, wollig en charmant
31/10/08 19:21 Denk aan: Leven

Lees verder
Werk aan de winkel IV
27/10/08 19:41 Denk aan: Leven

Zo'n somber wereldbeeld heb ik niet, sterker nog, ik ben optimist tegen beter weten in. Ik geloof zelfs, uche uche, in vooruitgang. Persoonlijke vooruitgang en, mompel mompel, vooruitgang van de Mensheid. Dat anderen alleen maar op de wereld zijn gezet om jou dwars te liggen, is niet slechts een zeer egocentrisch idee, maar ook te pessimistisch voor dit lachebekje.
Anderen zijn er nu eenmaal dus dan moet je er wat mee, je kunt ze niet negeren. Elk mens is anders, elke ontmoeting ook, je bent zelf voor iedereen anders en iedereen ontmoet jou verschillend. Daarin valt dus veel over jezelf te ontdekken. Denk aan de hond van Mulder in De Wandelaar van Adriaan van Dis, die Mulder kanten van zichzelf laat zien waarvan hij het bestaan nooit kon vermoeden. (Die zee van mensen, dieren en ontmoetingen vraagt wel de teruggetrokken, periodieke eenzaamheid van de monade om hem te destilleren tot zelfkennis, om het brakke water helder te krijgen.)
Soms neemt een ontmoeting extreme vormen aan; dan is het zaak extra goed op te letten. Bij een sollicitatiegesprek bijvoorbeeld. Moet je nagaan: je zit met een klein aantal wildvreemden in een ruimte en bent misschien wel een uur lang volledig op elkaar gefocust. Je wil zo snel mogelijk zo veel mogelijk van elkaar weten, je hebt elkaar nodig, en je bedriegt elkaar in wederzijds vertrouwen, want beide partijen proberen zichzelf te verkopen.
De laatste maanden heb ik redelijk veel van die extreme ontmoetingen gehad. Eigenlijk waren ze allemaal best gemoedelijk. Ik heb ook een aantal vreselijke tests moeten doen: competentie zus, vaardigheden zo. Dat is dus precies hoe het niet moet: heb je het ideale instrument om even lekker de diepte in te gaan (gewoon een gesprek van mens tot mens), gooien ze alles op gestandaardiseerde tests met gestandaardiseerde vragen en gestandaardiseerde uitkomsten. Hoe dan ook: genoeg brakke poelen tot mijn beschikking.
Het extreemst, hoewel ook heel gemoedelijk, was een gesprek waarin na drie kwartier werd gezegd: 'Ik ga nu het boek voor je halen.' Dat verstond in verkeerd, hij zei: 'Ik ga nu Het Boek voor je halen.' De ander die erbij zat legde half knipogend uit: 'Dat betekent dat je door bent naar de volgende ronde.'
Thuis moest ik het boek lezen (Now, discover your strengths), waarin een Amerikaanse managementgoeroe uitlegt dat mensen talenten hebben, vijf zelfs voor iedereen, en dat die talenten gestimuleerd moeten worden. Goh. Er hoorde ook een online test bij, die je talenten voor je zou opsporen. 'Je kan het niet fout doen,' verzekerde mijn potentiële baas me. 'Het gaat om talenten, die zijn altijd goed.' Onzin natuurlijk, want het ging erom of mijn vijf talenten wel zouden passen bij de talenten van de baas. Die van mij bleken toch fout. Ik vond het niet heel erg dat mijn sterke punten niet liggen op het vlak van wannabe Amerikaanse managementgoeroes.
Een andere keer had ik een gesprek bij een uitzendbureau. Wederom een gemoedelijke bedoening. Toen het gesprek afgelopen was, wilde de intercedente me haar kaartje aanbieden. Verkeerd verstaan. Ze zei: 'Mag ik je mijn kaartje laten uitkiezen?' Toch nog extreem. Op haar bureau spreidde ze vier verschillende visitekaartjes uit, in primaire kleuren en met gepaintbrushte afbeeldingen. 'Je kunt het niet fout doen,' zei ze er nog bij, 'kies er maar één uit.' De uitzendtarot wees uit wat zij al dacht: ik was creatief. Of was het nou harmonieus? Een doorzetter? Strategisch, verantwoordelijk, eigenwijs, intelligent, dom, blond?
Mis poes.
Maand van de spiritualiteit
18/10/08 00:10 Denk aan: Filosofie

Maanden Van worden over het algemeen feestelijk geopend en afgesloten, daartussenin merk je er weinig van. Een van de happenings op de openingsmanifestatie van de Maand van de Spiritualiteit is de workshop De zin van het leven van godsdienstfilosoof Annewieke Vroom. Lef heeft ze in elk geval, met zo'n titel.
In de krant Trouw, een van de initiatiefnemers van de Maand, vertelt ze alvast waar we zo ongeveer die zin van het leven moeten zoeken. De kop zegt alles: 'Aanvaarden van het ik is belangrijker dan het ik verbeteren.' Alsof het wetenschappelijke bewijs onomstotelijk vastligt, zo staat het daar: aanvaarden is belangrijker, omdat het het diepste verlangen van de mens is. Voel je het ook al in je onderbuik?
Ik voel me dan natuurlijk aangesproken, met mijn Word wie je bent en Nietzsche, Proust en Sartre. (Op de site staat dat Sartre in de workshop aan bod zal komen, in de krant verklapt Annewieke hoe: als een 'kunstmatig streven'.) Is aanvaarden belangrijker dan verbeteren? Aanvaarding is hoe dan ook een voorwaarde voor verbetering, zegt de godsdienstfilosofe. Maar wat moet je dan aanvaarden?
Ook Sartre heeft het over het aanvaarden van de dingen die gegeven zijn. In zijn kenmerkende prachtige bewoordingen (ahum): de geworpenheid. De mens wordt pats boem het leven in geworpen, temidden van allerlei zaken waar hij niets aan kan doen. Hij krijgt bepaalde ouders, die wel of niet een geloof aanhangen, hij moet het doen met een fysieke gesteldheid, is lelijk, mooi of onopvallend, woont in een zeker land, in een zekere tijd, onder een dictator of onder Balkenende. In feite begint het menselijk leven zoals zoveel verhalen in medias res - je valt er middenin en loopt altijd achter de feiten aan.
Die geworpenheid, daar hebben we allemaal last van, de een wat meer dan de ander. Als je de dingen die nu eenmaal gegeven zijn niet kan aanvaarden, kom je nooit verder. Dan blijf je steken in een apathisch wachten op het noodlot, in plaats van je leven eigen te maken. Eigen maken in dubbele zin: je leven van jezelf maken door het actief te leiden en verantwoordelijkheid te nemen voor je keuzes, maar ook je het leven eigenmaken, verinnerlijken - dat wat gegeven is door en door kennen en verpersoonlijken.
De mens zal dus ondanks zijn geworpenheid iets van het leven moeten maken. Of, zo zie ik het liever, dankzij. Wat zou je kunnen maken zonder bouwstenen? Hoe meer bouwstenen, hoe inspannender het levenswerk – maar ook: hoe meer mogelijkheden er iets bijzonders van te maken. Ze zeggen niet voor niets 'an unhappy childhood is a writer's goldmine'. Met aanvaarding alleen kom je nergens, laat de vooruitgang dan maar zitten. Moesten vrouwen vroeger dan ook maar aanvaarden dan ze minder waren dan de man? Of de zwarte dan de blanke?
Waar je Sartre niet (of minder) over hoort, is het feit dat de geworpenheid niet exclusief bij de geboorte hoort, maar het hele leven doorgaat. Steeds weer gebeuren er dingen die van grote invloed zijn op jou, maar waar je zelf geen invloed op kunt uitoefenen. Vooral natuurlijk zolang je nog afhankelijk bent van anderen, zoals je ouders. Ze kunnen gaan scheiden, besluiten te emigreren, doodgaan. Je bent nooit klaar (gelukkig). Hoe ouder je wordt, hoe meer je zelf ook de geworpenheid van anderen bepaalt. In dit idee ligt de basis voor een moraal besloten, die je bij een simpel aanvaarden nooit zult vinden.
Aanvaarden is geen doel, maar een voorwaarde. Belangrijk, maar van ondergeschikt belang. En het diepste verlangen van de mens? Als de diepte van een verlangen de maatstaf wordt van wat de zin van het leven is, zijn we denk ik ver van huis. De mens is de mens een wolf. Spiritualiteit is geen gegeven, daar moet je iets voor doen. Kiezen voor je betere ik, daar ga je heus niet dood aan.
Werk aan de winkel II
28/09/08 14:09 Denk aan: Filosofie

Verdrinken in keuzes is een overblijfsel van de jaren negentig, toen alles kon en alles mocht. Dave Eggers schreef dé roman over hoe het was om toen op te groeien, in een tijd zonder oorlog, zonder grenzen aan de vrijheid en met veel geld voor iedereen: A Heartbreaking Work of Staggering Genius. Gelukkig voor hem is het ook echt een geniaal boek, hartverscheurend ook (huilen bij de laatste bladzij) en tegelijk volstrekt buitensporig, overvloedig, sentimenteel en getuigend van grote verwaandheid.
Onze ouders hadden de Koude Oorlog nog, schrijft hij, wij hebben alleen vrede. Saai! We hebben niets om tegen te zijn, zelfs je vader en moeder zijn je beste vrienden. Zij hebben al alles gedaan wat god verboden heeft, wat zet je daar tegenover? Alles kan en alles mag. Niets moet dus niets gebeurt. Als allebei je ouders vlak na elkaar overlijden, zoals de hoofdpersoon overkomt, is de wereld zelfs haar allerlaatste grenzen kwijtgeraakt. Dave geeft zich uit pure ellende maar op voor The Real World van MTV, begint een tijdschrift, reist van hot naar her.
In een volgend, beduidend minder geniaal boek, You Shall Know Our Velocity, promoveert Eggers dat laatste tot hoofdthema. Een jongen verdient met iets onbeduidends zeer veel geld: zijn silhouet staat op elke gloeilamp die in Amerika over de toonbank gaat. Wat te doen met al dat geld? En met alle tijd? Hij gaat op reis om zijn geld uit te delen aan mensen die het harder nodig hebben dan hij. Overal waar hij komt denkt hij: dit had ook mijn leven kunnen zijn, sterker nog, het kan mijn leven worden. Ik kan in Afrika een surfschool beginnen, ik kan in Letland Rus worden, met dolfijnen zwemmen, een Bed & Breakfast, zwerfkatten... And in the end nothing happens.
Tijden veranderen, en zoals de jaren negentig is het allang niet meer. Rookverbod, identificatieplicht. Oorlogen genoeg, met bijbehorende slechteriken van Bin Laden tot Bush om fel tegen te zijn, en soms lekkere werkloosheidscijfers (zoals in 2002 toen ik afstudeerde) of een kredietcrisis. Crisis is een woord dat elk journaal wel valt. Dat noopt tot keuzes. En toch... in de literatuur blijven er genoeg twijfelaars rondlopen. Indecision was de titel van het debuut van Benjamin Kunkel uit 2005. Goed besproken, maar naar mijn mening even vervelend als de titel doet vermoeden. Reizen, drugs gebruiken, rondhangen, af en toe een date en zeuren over het systeem, inmiddels weten we het wel.
Ik hoor in mijn hoofd weer die mantra die overal op van toepassing lijkt: aanstotelijk echter is al het waarlijk productieve... Niet verdrinken, maar in het diepe springen, je in de afgrond storten, in plaats van erin te vallen. Misschien ga ik toch zielige zwerfkatjes redden. Het meest aanstootgevende dat ik deze week gezien heb, was namelijk kleine Jip.
Steun de Dierenbescherming voor Jip en andere zielige dieren.
Spinnen op de wc
21/09/08 13:26 Denk aan: Literatuur

De Wandelaar
04/07/08 12:50 Denk aan: Literatuur

Word wie je bent!
25/06/08 11:08 Denk aan: Filosofie

Toevallig kocht ik onlangs Oneigentijdse beschouwingen (1873-1876) van Nietzsche, waarin het stuk ‘Schopenhauer als opvoeder’ staat. Schopenhauer als opvoeder, ik hoor het sissen al beginnen: die vrouwonvriendelijke, zwartgallige en machtsbeluste negentiende-eeuwer als opvoeder? Dacht het niet! Gelukkig gaat het niet over Schopenhauer als opvoeder voor iedereen, maar voor Nietzsche zelf.
Of moet ik zeggen Nietzsches zelf? Het gaat hem erom dat de mens moet toewerken naar zijn betere zelf, dat ergens al bestaat (in het hoofd, in de lucht, in de toekomst, het onderbewuste bestond toen nog niet echt). Maar hoe kom je erachter wat dat is, dat betere zelf? In de Bijbel zal je het Nietzsche niet zien vinden (hij verklaarde God immers dood), bij het proletariaat of de christen-democraten evenmin. Hij vond het bij Schopenhauer.
Het mooie van het stuk is dat het een vlijmscherp zelfhulpboek avant-la-lettre is. Zonder al die open deuren, stijlfouten en tenenkrommende bekentenissen van de populair-psychologische esoterie die vandaag de dag de wereld overstelpt. Maar mét opdrachten, tips en aforismen die je gedachten doen rillen van zelfbewustzijn.
Nietzsche vond in Schopenhauer zijn opvoeder, wie de onze is ligt geheel aan onszelf. Om je betere ik te realiseren (uiteraard een proces dat je nooit kunt voltooien), moet je weten wat dat betere ik is, en om daar achter te komen, heb je een opvoeder nodig.
Ik zal meteen met de deur in huis vallen: de mijne is Marcel Proust. Nog zo iemand die niet vies is van bruikbare handvatten voor het leven en uitspraken over dood, liefde, seks, alcohol, feest, herinnering, tijd, vliegtuigen, koetsen, kerken, stenen, strand, meisjes en jongens waar je weken zoet mee bent, en dat alles verpakt in de mooiste zinnen die bestaan.
Je opvoeder vertelt je wie je eigenlijk bent, en wie je dus moet worden. (In mijn geval: geniaal schrijver met ongelofelijk veel mensenkennis, en die ook van een borrel houdt). Gekkenwerk om daar in je eentje achter te moeten komen. Iemand die dat betere zelf al heeft gerealiseerd moet het je laten zien, al is het decennia later via de omweg van een boek. (Overigens niet vergeten dat het voorbeeld weliswaar kan doen lijken dat hij zijn betere zelf heeft gerealiseerd, maar dat natuurlijk net zo min voor elkaar heeft gekregen als dat jij dat ooit zou kunnen.)
Bizar idee dat je beter zou kunnen worden van leipe artikelen in een maandblad. Ik wil niet voorgeschreven krijgen wat ik moet doen, in een simpel vierstappenplan. Ik wil aan het denken gezet worden en mezelf op volledig doordachte gronden iets voorschrijven. Daar heb je de filosofie voor nodig, of de literatuur. Maar het liefst allebei.