Verlate, vage Valentijn

miriam rasch
Ik belde een stel vrienden. Zij nam op.
'Met Miriam.'
'Hé Miriam!'
Op de achtergrond hoorde ik hem vragen welke Miriam ze aan de lijn had.
Zij, van de hoorn afgewend, maar nog steeds duidelijk hoorbaar: 'Vage Miriam.'

Hoezeer je zelf ook je best doet om geen rol te spelen, maar gewoon jezelf te zijn, soms krijg je door de buitenwereld een rol opgelegd, of je wil of niet. Dan blijkt opeens dat je een van je voorkomens te dik hebt aangezet of dat je een voorkomen hebt waar je je niet eens bewust van was.

Ik was dus vage Miriam. Oké. Maar waarom in hemelsnaam? Omdat ik vaag was. Ik vaag? Zij waren pas vaag! Ik ontmoette ze op Valentijnsdag 1998. Ook dat jaar viel Valentijn op een zaterdag. Een vriendin van me gaf een feestje in een gekraakte discotheek in Vianen. Nadat ik de speciale aflevering van All You Need Is Love had gekeken (ja, dat deed ik toen), pakte ik de laatste bus. Dom natuurlijk, de laatste bus nemen naar een uithoek waar je nooit eerder bent geweest. Er stond me iets van bij dat ik moest uitstappen bij halte centrum. Dat vond ik als kersverse grotestadsbewoner natuurlijk potsierlijk: halte centrum in een dorp als Vianen! Ik zou die gekraakte discotheek zonder moeite vinden, daar was ik van overtuigd.

Een uur, twee sigaretten, drie engerds met honden en enkele blaren verder, stapten eindelijk een jongen en meisje in het lantaarnlicht, die misschien wel zouden weten waar die verrekte kraakdisco wel niet mocht zijn. Ik rende bijna op ze af om een man in lange regenjas af te schudden (er waren die Valentijnsnacht zeer veel eenzame, oude Vianers on the loose). Hoewel zeer voorkomend, hadden ze nog nooit van een kraakpand in Vianen gehoord. Maar ik kon wel met ze meelopen en bij de vriend waar ze op weg naar toe waren een taxi bellen.

Alles beter dan nog verder door het duister van Vianen dwalen, zonder hoop op aan- of thuiskomst. We liepen gedrieën naar het huis van de vriend. Hij woonde in een hoge flat bij zijn moeder. Binnen troffen we de moeder, de vriend en nog tien mensen, die rondom de ingebouwde nephaard op tien hoog de Muppetshow keken. Vaag. Iemand gaf me een biertje. Ik was blij dat ik even kon zitten.

Een uur later vroeg ik toch maar of ik nu die taxi kon bellen. Maar natuurlijk! Was het eigenlijk leuk in die kraakdisco? Vast wel, dacht ik. Konden ze niet gezellig meegaan? Belden we gewoon twee taxi's. Nou vooruit, ik kon ze niet tegenhouden en ze hadden me min of meer gered uit de klauwen van een regenjas.

Voor hen reden genoeg om mij als vage Miriam aan te duiden. Later zou ik de jongen van het stel nog herhaaldelijk redden uit de klauwen van een zinloze vechtpartij, één keer heb ik met zijn vriendin 's ochtends na het uitgaan uren op het politiebureau zitten wachten omdat hij een agente uitschold met een nare ziekte + een oud beroep. Was ik toen soms vaag?

Al enigszins gepikeerd vroeg ik aan de telefoon waarom ik eigenlijk zo'n epitheton nodig had.
'We kennen nog veel meer Miriams.'
'Ja ja, vast Mirjams,' zei ik.
'Geloof me, je kunt nog het beste vaag zijn.'
'Vertel?'
'Nou, jij bent vage Miriam, dan hebben we nog boeren Mirjam, kak Mirjam en burgerlijke Mirjam. Niet doorvertellen hoor.'

Vooruit, vage Miriam is zo slecht nog niet. Elf jaar later vind ik dat nog steeds. Inmiddels mag ik het best doorvertellen, denk ik. Bij deze.

Bookmark and Share
blog comments powered by Disqus