De Wandelaar

Je hebt dus honden- en kattenmensen, zegt men. Ik, met drie katten, hoor bij de laatste categorie. Ik geloof niet dat ze elkaar uitsluiten, die categorieën, er bestaan immers ook biseksuelen. Over konijnenmensen of koeienmensen hoor je nooit iemand. Wel over paardenmeisjes.

Sinds kort ben ik ook een beetje een hondenmens. Dat is te danken aan Adriaan van Dis en zijn boek De Wandelaar. Hierin leren we Mulder kennen, die min of meer toevallig hondeneigenaar wordt. Die hond maakt het boek tot een meesterwerk. Hoewel het verhaal vooral gaat over het uitschot van de hedendaagse maatschappij – zwervers, illegalen, kansloze jongeren in de Parijse banlieus – is die hond wat mij betreft de hoofdpersoon.

Nooit gedacht dat ik nog eens een boek van Van Dis een meesterwerk zou noemen. Nathan Sid vond ik zo ontzettend drie keer niks dat ik er boos van werd. Dubbelliefde is na honderd bladzijden uit zicht verdwenen. De Wandelaar is anders. Een zeer relevant boek. Waarom?

Meneer Mulder, een rijke nietsnut die zijn dagen slijt in Parijs, is op een avond getuige van een brand in zijn buurt. In het pand wonen tientallen illegalen, die sterven of vreselijke brandwonden oplopen. Een hond overleeft de brand, springt uit het raam en Mulders leven binnen. Hij zal de nietsnut confronteren met zichzelf en vooral met De Ander. (Toevallig las ik laatst ook het boekje De Ander van Ryszard Kapuscinski, maar dat laat ik buiten beschouwing.) Samen wandelen ze door de stad, langs al die anderen waar Mulder nooit oog voor had, mensen die leven in portieken, buiten de ring of in een bouwwerk van karton.

Het mooie is die hond. Vanaf het eerste moment horen ze bij elkaar, Mulder en de hond. Een hond is natuurlijk zoals elk dier een echte ander. Maar met deze Ander bouwt Mulder direct een diepgaande, veelbetekenende relatie op. Van Dis beschrijft de hond zoals ik mijn kat zou willen beschrijven: met heel veel liefde en met volledig begrip voor het feit dat die hond een Ander is. Mulder is niet de baas, want hond en man staan in een gelijkwaardige relatie tot elkaar. Die hond begrijpt namelijk ook dat de mens een Ander is (hij zegt het nog net niet hardop).

Waar Mulder in de loop van het boek moeite doet om de andere mensen te leren kennen en te zien, is de hond moeiteloos een deel van zijn bestaan geworden. De weerzin voor de stinkende en geamputeerde zwervers overwint hij nooit helemaal, maar de brandwonden van zijn hond verzorgt hij (ondanks zijn smetvrees) met liefde. Dat komt omdat hij het andere in dat beest accepteert. Het geheim van het dier.

Voor een betekenisvolle relatie met een ander is het noodzakelijk om het geheim van de ander, het wezenlijk onkenbare te accepteren. Dat is moeilijk, want we spiegelen iedereen aan onszelf. Pas als je doorhebt dat je zelf ook een geheim meedraagt dat onkenbaar is voor degene tegenover je, is de spiegeling reëel en kan er sprake zijn van een gelijkwaardige relatie. (Dit is een heel korte samenvatting van mijn scriptie over Kierkegaard.) Het geheim is zowel abstract als zeer concreet – ook de hond in De Wandelaar heeft een concreet geheim, dat ik niet zal verklappen. Het spreekt voor Van Dis dat hij deze ontknoping zeer terloops in de tekst opneemt, want anders werd het boek een simpele whodunnit.

Dieren zijn zo anders dat het veel makkelijker is om dat onkenbare te accepteren. Het tragische misverstand, dat opdoemt als je het andere in een mens niet ziet, krijgt geen kans (er zijn natuurlijk uitzonderingen, zoals de vrouw die een noodlottig misverstand met Bokito had). Kattenmensen roemen de poes altijd om haar mysterieuze houding, honden zijn vervelend omdat ze zich te veel identificeren met de baas. Honden kennen hun eigen geheim niet. Maar dan heb je de hond van Mulder nog niet ontmoet! Le chien en Mulder komen tegenover elkaar rond uit voor hun anderszijn, ze bewaren hun eigen geheim en elkaars geheim, waardoor ruimte ontstaat voor die prachtige relatie. Bijna werd ik toch nog boos op Van Dis, omdat hij die relatie laat aflopen.

Er is veel geschreven over De Wandelaar als actuele roman, waarin (eindelijk) stelling wordt genomen tegenover de problemen van deze tijd. Ik heb nog niets gelezen over de hond, die naamloos blijft maar die je zelf een naam zou willen geven omdat hij je zo dierbaar wordt. Ik heb nog nooit een boek gelezen waarin een dier zo ontroerend beschreven is, als personage van vlees en bloed, bijna menselijk te noemen, ware het niet dat juist het niet-menselijke, het volkomen andere dat personage zo mooi maakt. Juist via die hond ontdek je van alles over De Ander, en dus ook over de ander als mens.

Iedereen, honden-, katten- dan wel mensenmens, moet dit boek lezen. Kierkegaard mag ook.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *