Houellebecq: Mogelijkheid van een eiland. Gelukkig miserabel

Mogelijkheid van een eiland van Michel Houellebecq is een fenomenaal boek. Hij en ik hadden een valse start – het eerste wat ik van hem las was Lanzarote, en ik vond het toen, rond 2002, totale onzin. Sinds ik (in 2004) De wereld van markt en strijd las, ben ik fan. Bij Mogelijkheid van een eiland had ik mijn twijfels, omdat het wordt gepresenteerd als een toekomstroman over klonen (boring). Slechte marketing, want natuurlijk is dit in de eerste plaats een hedendaagse roman over mensen, over het wezen van de mens, zoals altijd bij Houellebecq. Het gruwelijke wezen van de mens die tot zijn ongeluk een sociaal wezen is. Dat sociale moet wel ironie van de evolutie zijn, zo maakt hij steeds weer fenomenaal duidelijk. Maar hoe kan ik daar een liefhebber van zijn? Steeds als ik hem lees, voel ik me miserabel. De wereld die hij beschrijft is niet een wereld waarin je wilt leven.

Ik ben dol op boeken die de mens beschrijven als een hoopje ellende, als een miserabel uitwas van de evolutie, geplaatst in een vijandige wereld waar hij hoegenaamd niets mee weet aan te vangen. Ook al voelt het lezen van zulke boeken alsof de schrijver zijn vuist bij je naar binnen slaat en eens lekker in je ingewanden gaat knijpen. En je het liefst na het dichtslaan een potje zou gaan janken. Hoe kun je daar in vredesnaam dol op zijn?

De oude Grieken (Aristoteles in het bijzonder) zouden zeggen: door de ellende van de personages mee te beleven, word je gereinigd. Catharsis heet dat. Je komt er als een beter mens uit, omdat je hebt geleerd van de ellende van een ander. Dat (moedermoord, incest) wil je zelf in elk geval nooit meemaken.

Akkoord, je wil het zelf niet meemaken. Probleem is juist dat je het al aan het meemaken bent. Die personages staan niet buiten je (in het oude Griekenland zag je de toneelspelers natuurlijk van buitenaf op een toneel), zij zijn als jijzelf. Is het dan zoiets simpels als herkenning? Troost? Dat lijkt me sterk. Voor ik begon aan Houellebecq had ik nergens last van, zogezegd. Geen behoefte om getroost te worden, geen behoefte aan een andere zielenpiet om me aan op te trekken. Gelukkig ben ik er (nog) niet zo slecht aan toe als de middelbare mannen van Houellebecq. Nee, die mannen staan eigenlijk erg ver van mij af in al hun opdringerige mannelijkheid.

Zou het dan nieuwsgierigheid zijn? Ik weet nog dat ik als zestienjarige in de VPRO-gids las over het ‘meest walgelijke boek uit de geschiedenis van de literatuur’: American Psycho van Bret Easton Ellis. Meteen uit de bibliotheek gehaald, zeer nieuwsgierig. Ik moest het boek al lezende op armlengte houden, mijn gezicht afgewend, lezend vanuit mijn ooghoek. Walgelijk was het zeker. Mijn nieuwsgierigheid was gestild. Maar daar was het dan ook klaar mee.

Stijl heeft er natuurlijk ook mee te maken. Dramatische verhalen (al dan niet waargebeurd) boeien me niet als het lelijk is opgeschreven. Nee, dan Houellebecq: ‘De kliffen verheffen zich boven de zee met hun verticale absurditeit, en er zal geen einde komen aan het lijden van de mensen.’ Een geniale zin, vooral door die ‘verticale absurditeit’. die een oerangst oproept. Niet bang zijn voor grote woorden, ‘het lijden van de mensen’, maar echt.

Een ander voorbeeld: De Joodse Messias van Arnon Grunberg (ben fan). Dat las ik in 2005 en ik noteerde in mijn notitieboekje: ‘Zelden een boek gelezen dat zo naar en ellendig is en mij ook zo doet voelen. Ik zou bijna stoppen. De humor zie ik niet. Toch is het geniaal, blijf ik lezen.’ Houellebecq en Grunberg zijn aan elkaar verwant. Grunberg: ‘Van wat mooi is kan iedereen houden, dat is geen kunst. Maar van het monster houden, dat is de ware opgave van de mens.’ Grote woorden, zeker. En: een richting. De mens heeft – ondanks alles, ondanks de absurditeit, het monster, de zinloosheid van de evolutie – een opgave.

Gaat het dan werkelijk om het W-woord? Waarheid. Ai. Ik ben postmodernistisch genoeg opgeleid om niet te geloven in de waarheid. Maar misschien wel in een waarheid. Als ik Mogelijkheid van een eiland lees, of De Joodse Messias, voel ik de ellendige verticale absurditeit. Maar het voelt waar. En dat is tegelijk een goed gevoel. Iedereen is op zoek naar geluk, al vanaf de oude Grieken. Maar wie verzekert de mens eigenlijk dat geluk het doel is van het leven? Is dat niet een verzinsel (van de oude Grieken)? En toch, ook al is het een miserabele waarheid, hij is ook fenomenaal en daarom gelukkig. Gelukt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *