Kwintet of sextet… septet

Cicero, de boekenbijlage van de Volkskrant, is na de zomerstop begonnen met een nieuwe reeks, getiteld ‘Het Kwintet’. Bekende schrijvers maken een lijstje van vijf boeken, plus toelichting. Het criterium: ‘Welke vijf boeken maakten een onuitwisbare indruk, bewerkstelligden revoluties in het hoofd of verdienen het domweg om te worden aanbevolen?’ Beetje flauw, dat laatste, want het doet af aan die mooie revolutie in het hoofd. Een revolutie in het hoofd: daar had Bieri het ook over voor hij zo onwrikbaar bleek als een absolute monarch.

Voorlopig zal de Volkskrant het mij niet vragen, dus dan zet ik mijn kwintet hier maar neer. Al moet erbij vermeld worden dat lijstjes niet vaker dan zeer zelden op een weblog moeten verschijnen. Een ieder is natuurlijk uitgenodigd om niet op een journalist van de Volkskrant te blijven wachten, maar hieronder ook schaamteloos zijn bijdrage te leveren.

Oké, daar gaan we, in chronologische volgorde:

0. De dolle tweeling-reeks van Enid Blyton.
Kijk, hier beginnen de problemen. Zou ik De dolle tweeling aan iemand anders aanraden dan mijn overbuurmeisje? Nee. Maar die boeken bewerkstelligden een revolutie in mijn hoofd. Nachtelijke feestjes, poetsen bakken bij mam’selle, uitzieken op de zaal bij matrone, lacrosse spelen en elk jaar een langere rok dragen: ik kan die boekjes nog woordelijk uitspellen. Ik wás Pat en Ann, en ondeugende Janet, lieve Hillary en norse Prudence. Een veilig bad vanwaaruit het avontuur op je lag te wachten.

Oké, ik begin opnieuw:

1. De verhalen van Edgar Allan Poe.
Op een zeker moment blijkt dat veilige bad zo lek als een mandje. Eigenlijk is het onbegrijpelijke, halfdode, op het punt van instorten verkerende veel mooier! Denk maar aan ruïnes.

2. Essays van Montaigne.
Nog steeds een torenhoog voorbeeld van hoe je al schrijvende je eigen leventje kunt inzetten in een filosofische onderzoeking. En wie verwacht nou dat een Franse burgemeester uit de zestiende eeuw zo grappig kan zijn, zonder iets aan eruditie en zeggingskracht in te leveren?

3. Iets van Derrida.
Ik geef meteen toe: ik heb nog nooit een heel boek van Derrida gelezen. Die paar korte stukken waren echter voldoende om een jaar lang in louter tekst te leven, in een platte werkelijkheid waar alles naar alles verwijst, zonder beperking, zonder dogma. Nog een voorgoed gestanst streven: hoe hij een tekst fileert tot op de milimeter en die tegelijk in een associatieve context zet die mijlen breed is, dat wil ik ook.

4. Op zoek naar de verloren tijd van Marcel Proust.
Dit boek heeft letterlijk mijn leven veranderd. Ik las het, de dingen vielen op zijn plek en ik ben nooit meer dezelfde geweest. Zou dat ook een tweede keer kunnen gebeuren? Proust heeft een blauwdruk geschreven, zoniet van de menselijke emoties, dan toch van de mijne. Daarbij verwoordt hij waarom de mens leest en schrijft, en de absolute noodzaak daarvan. Hoe hij de schaamte overwint om een schrijvende staat van oprechtheid te bereiken: zo moet dat dus. Verbloem ik de zaken omdat ik me schaam voor mezelf? Gebruik ik ingesleten woorden om te verhullen wat ik eigenlijk wil zeggen? Het antwoord is altijd ‘ja’, Proust dwingt je zo ver te gaan dat het in de buurt van een ‘nee’ komt.

5. De Asielzoeker van Arnon Grunberg.
Deze roman las ik drie maanden na de dood van mijn vader en vier maanden na het verbreken van een lange relatie en heeft me als een soort Baron von Münchhausen aan mijn haren uit het moeras getrokken. Dat is pijnlijk. Maar het kan dus. Vreemd dat anderen bij dit boek alleen maar smakelijk hebben moeten lachen terwijl ik heb gehuild als een wolf bij volle maan.

Sorry… 6. Het zijn en het niet van Jean-Paul Sartre moet er ook echt bij… Je hebt altijd een keus, ik kies ervoor om van mijn kwintet een sextet te maken… of is het al een septet…

Overigens voerde Boeken van NRC Handelsblad ooit de reeks ‘Het beslissende boek van…’ Als ik er uit mijn sextet / septet één moet kiezen als beslissendste boek, dan is het Proust. P.F. Thomèse, de eerste die zijn kwintet mag toelichten in de Volkskrant van vorige week, noemt ook Proust – Contre Sainte-Beuve. Binnenkort meen ik in vertaling beschikbaar.

Lees hier over ‘Het beslissende boek van…’ mijn vader Gerard Rasch.

En lees hier een mooi interview met Atte Jongstra, die naast Augustinus de Privé heeft liggen. Over Bildung gesproken.

Wie volgt?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *