Op het tweede gezicht: Alain Finkielkraut – Een intelligent hart

finkielkraut

‘Het kunstwerk, zei Alain in concreto, behoort niet tot de categorie van het nuttige. Als we de waarde ervan willen beoordelen, moeten we ons dus niet afvragen waartoe het voor ons van nut kan zijn, maar van welk denkautomatisme het ons bevrijdt.’

Zo opent Alain Finkielkraut het eerste essay van Een intelligent hart, een stuk over Milan Kundera. Het is een statement dat ook op alle andere essays van toepassing is, ze vat in het kort de programmatische leeswijze samen die Finkielkraut vervolgens in zijn interpretaties van literaire meesterwerken uitleeft: literatuur moet ons van denkautomatismen bevrijden. Wie die Alain is wiens woorden hier herhaald worden, is mij niet helemaal duidelijk. Finkielkraut zelf? Misschien heb ik iets over het hoofd gezien? En waar dat ‘in concreto’ op slaat is me ook een raadsel, er is immers niets abstracts aan vooraf gegaan. Het lijkt wel alsof Finkielkraut zijn essay in medias res begint, in het midden van het verhaal. Dat komt ook door die verleden tijd van ‘zei’, doorgaans voorbehouden aan fictie.

Waarom op deze manier het openingsessay beginnen? Slordigheid is het niet, dat is onbestaanbaar bij een filosoof die zo scherpzinnig over literatuur schrijft. Nee, ik denk dat het een subtiel (want kom, je leest er toch meteen overheen) spel is met wat hij later betoogt over de functie van literatuur en literatuurkritiek (deze laatste in de academische zin van het woord, geen recensie maar interpretatie). Zijn opvatting over wat literatuur is of moet zijn is best ingewikkeld. Er zijn boeken die een vluchtweg bieden uit de chaos van de werkelijkheid; romantische sprookjes, die de terreur van de willekeur ontkennen door er een betekenisvol geheel van te breien. In die sprookjes hangt alles samen, alles heeft betekenis, leidt ergens toe. Leugens zijn het.

Gek genoeg krijgt die leugenachtige betekenisvolheid gestalte in realistische verhalen. Het zijn gemakzuchtige verhalen die niet verder kijken dan de oppervlakte en daar betekenis aan opleggen. Ongeveer zoals wanneer je causale verbanden legt tussen zaken die niets met elkaar te maken hebben. Ik laat een glas vallen en precies op dat moment wordt er aangebeld, dat moet wel iets betekenen. Maar in plaats van dat zo’n betekenis een diepere laag aanboort, is ze juist een zinloze betekenis. Achter de oppervlakte blijkt dat er geen betekenis, geen samenhang is. De verhalen die dat laten zien, maken volgens Finkielkraut de echte literatuur uit. Tegenover de verhalen die toevallige gebeurtenissen aan de oppervlakte aan elkaar breien tot een leugenachtig weefsel, staan de verhalen die het weefsel uit elkaar scheuren. (Maar ook dat zijn verhalen.)

In De Grap van Milan Kundera gaat dat zo: ‘De schrijver in ons en de hoofdpersoon zijn een illusie armer. Die auteur en die hoofdpersoon geloofden heilig in de eeuwige herinnering (aan mensen, dingen, daden en volkeren) en in het herstel (van daden, vergissingen, zonden en onrecht). Maar nu ontdekken zij de ondraaglijke lichtheid van het bestaan. “Alles stroomt, alles wijkt en niets houdt stand,” zei Heraclitus al. En Kundera, vijfentwintig eeuwen later: “Alles zal vergeten en niets hersteld worden. In plaats van herstel (wraak of vergiffenis) komt vergetelheid. Niemand zal aangedaan onrecht herstellen, maar alle onrecht wordt vergeten. “‘ (cursivering van Finkielkraut)

Het zien van causale verbanden waar die niet zijn – ook herinnering en herstel vallen daaronder – is een denkautomatisme bij uitstek. Een biologisch mechanisme met evolutionair voordeel bovendien. Daar komen ook de mooiste dingen uit voort, toch is het een automatisme dat doorbroken moet worden. Kunst en literatuur gaan niet alleen over het creëren van schoonheid, maar ook om het ontmaskeren ervan. Als je die eerste zin leest, denk je automatisch: wie is Alain, van welke abstractie is dit het ‘in concreto’? Wel, misschien is hij niemand en ging er niets aan deze woorden vooraf.

Ik vond het jammer dat Finkielkraut niet ook een essay over Marcel Proust schreef. Proust is bij uitstek een schrijver die van dit programma – het verscheuren van het leugenachtige weefsel van denkautomatismen – zijn levenswerk heeft gemaakt. Waar Finkielkraut het heeft over de lezer, maakt Proust het tot een gebod voor de schrijver. Schrijven draait om het doorbreken van taalautomatismen, zegt hij (niet in die woorden natuurlijk). Denk: clichés vermijden. De achterliggende reden is dezelfde, want het cliché is de uitdrukkingsvorm van het automatisme in het denken (en, ook belangrijk: in het kijken). Proust kan werkelijk woest uithalen naar hen die niet voorbij het clichématige beeld komen. Een clichématig beeld is namelijk ook gemakzuchtig en oppervlakkig en dus leugenachtig, net als de sprookjes die betekenis breien.

Dat uit zich al in gewone gesprekken. ‘Hoe gaat het?’ ‘Druk druk druk.’ – misschien het makkelijkste voorbeeld. Waarom zeggen we ‘druk druk druk’ alsof het één woord is. Zijn we wel druk? Willen we niet gewoon indruk maken? Is het niet een vluchtweg, een sociaal wenselijk antwoord, hoe dan ook een totale nietszeggende zinsnede? Het is een ingesleten uitdrukking (= een cliché) die staat voor het eerste gezicht. Het is de taak van de kunstenaar om daar voorbij te kijken. Dat is een heel praktisch advies: het eerste wat in je opkomt is nooit precies genoeg, zegt nooit wat er echt aan de hand is, wat je echt ziet, wat je echt voelt. Dat wat je als eerste invalt is altijd een cliché, een beeld ooit bedacht door een ander. Je moet op het tweede gezicht kijken, het derde, het vierde, net zolang tot je bij iets waarachtigs in de buurt komt (uiteraard is dat nooit helemaal te bereiken in taal). Voor mij was het lezen van Proust een ervaring alsof een weefsel voor mijn ogen werd opengescheurd, precies wat Finkielkraut van literatuur verlangt.

Het kunstwerk behoort niet tot de categorie van het nuttige, is de stelling. Het doorbreken van automatismen, zeker op de manier waarop Finkielkraut dat doet in Een intelligent hart en Proust in zijn Op zoek naar de verloren tijd is echter wel iets. Nuttig? Ja, hoe vies het ook klinkt, dat is ook nuttig.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *