Publieke vijanden corresponderen

houellebecq_levy

Bestaan ze nog, mensen die elkaar brieven schrijven, met andere woorden corresponderen? Het zal een kunst zijn die steeds minder mensen beoefenen (misschien ook niet, veel meer mensen communiceren tegenwoordig veel meer, het kan heel goed zijn dat het aantal dat correspondeert absoluut gezien hetzelfde blijft). Dat het een kunst is, bewijzen Michel Houellebecq en Bernard-Henry Lévy in hun gebundelde brieven Publieke vijanden. Zelden krijg je een inkijk in twee hoofden die zo erudiet zijn, zo open, zo onbescheiden en onzeker tegelijk, zo verschillend en identiek op hetzelfde moment. Met aanhoudende bewondering (u kent het wel, dat de adem oppervlakkig wordt omdat je je leesritme niet wilt storen en in je hoofd een langgerekte ‘shiiiiiiiiiiit’) las ik de brieven die bol staan van namen die me niets zeggen, affaires die ik niet ken, Franse gebruiken die voor mij een lege huls zijn. Maakt niet uit en omdat het niet uitmaakt is het kunst.

Een paar losse gedachten over deze verzameling, die óók bol staat van doordringende observaties, filosofische bedenkingen en persoonlijke bekentenissen – zoveel dat je er zelf een boek tegenover zou willen zetten, een brief zo dik als een boek als antwoord.

Een van mijn eerste gedachten was: zouden vrouwen dit ook kunnen? Is de vraag stellen hem beantwoorden? Het is een door en door mannelijk boek. De enige vrouw die erin voorkomt is de moeder (twee vrouwen dus eigenlijk, maar beiden de incarnatie van hetzelfde mythische wezen). BHL noemt een keer tussen neus en lippen door ‘mijn vrouw’. Maar wie dat is, wat ze voor hem betekent en ook wat vrouwen verder voor rol spelen in het leven van deze intellectuelen blijft duister. Goed, ze houden van seks. Met vrouwen. Maar vrouwen zijn niet eens seksobject, ze zijn gewoon afwezig. Dat zou in een correspondentie tussen twee vrouwen natuurlijk nooit kunnen: dat mannen afwezig blijven. Ondenkbaar.

Ook los daarvan kan ik me zo’n boek van de hand van twee vrouwen nauwelijks voorstellen. Zou ik het kunnen, zo corresponderen met een andere vrouw, mezelf fileren, het verleden blootleggen, de spiegel naar mezelf keren (om een beeld van Houellebecq te lenen)? Ik heb de branie om te denken van wel. Maar ja, met wie? Dat is een belangrijke vraag, want de brieven blijken een uitermate belangrijk middel (of medium) te zijn waarmee de heren zichzelf onderzoeken. De correspondentie verandert wie ze zijn, doordat hun inzichten veranderen. In de confrontatie met een ander, leer je jezelf kennen. Jezelf leren kennen betekent een ander worden. Daarom zal iedereen die zelfkennis nastreeft na het lezen van dit boek niet alleen zelf willen corresponderen, maar daar ook bevreesd voor zijn.

Zijn er überhaupt Nederlanders te bedenken die zulke passages uit hun pen / toetsenbord krijgen:

De eerste is, zoals ik al zei, de diepgewortelde zekerheid dat geen enkele bekentenis ook maar iets aan je persoonlijkheid verandert, dat eventuele gebreken er niet door genezen en niet door verergeren, de antipsychoanalytische zekerheid kortom – misschien een van de weinige die ik nooit ben kwijtgeraakt, samen met die van het niet-bestaan van God.

Of deze, waar ik het helemaal mee eens ben, hoewel ik dat nooit van mezelf heb geweten (en dat betekent dus dat er nog boeken worden geschreven die je iets openbaren over jezelf):

Als mijn romans echter van één idee doortrokken zijn, soms op het obsessieve af, is het wel het idee van de absolute onomkeerbaarheid van elk aantastingsproces als het eenmaal is begonnen. Of die aantasting nu een vriendschap, een familie, een huwelijk, een grote sociale groepering of een hele samenleving betreft, in mijn romans is er geen pardon, geen weg terug, geen tweede kans: alles wat verloren is, is inderdaad verloren, voorgoed. … Alle dingen gaan dus dood.

En deze, die ook een voorbeeld geeft van een stijlfiguur die Houellebecq tot in de puntjes beheerst: de zelfcorrectie, wat moeilijk is omdat die algauw een trucje wordt (net als zijn gewoonte om dingen tussen haakjes te zetten, zoals Susan Sontag):

Ik geloof niet echt in intuïties of liever gezegd ik geloof er volledig in, maar ik zie er geen mysterieuze of alchimistische dimensie in: ik geloof dat momenten van intuïtie gewoon momenten van uitzonderlijke, onvoorspelbare spanning van het begripsvermogen zijn, waarin ultrasnelle redeneringen plaatsvinden, te snel om de premissen of de bewijsvoeringen te laten doordringen tot het bewustzijn.

Precies wat ik al jaren beweer in veel minder elegante en veel wolliger bewoordingen.

Dat bovenstaande passages alle drie afkomstig zijn uit brieven van Houellebecq betekent niet dat die van BHL minder goed zijn. Houellebecq schrijft nu eenmaal gecondenseerder, donkerder, waardoor zijn gedachten harder aankomen. (Bovenstaande citaten mogen overigens ook als voorbeelden van de excellente vertaling gelden.) Halverwege het boek vindt een onverwachte wending plaats, waardoor de brieven elke schijn van spel en frivoliteit (zover ze die hadden), verliezen – wat overblijft is een grimmige, snoeiharde, glasharde eerlijkheid die bijna pijnlijk is en mij deed schudden op mijn morele en intellectuele grondvesten. Wie zich intellectueel wil laten uitdagen, wie aangespoord wil worden tot zelfonderzoek, wie zoekt naar manieren om zijn verleden eerlijk en hardvochtig, onder ogen te zien: Publieke vijanden is de titel. Dit is het doel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *