Techniek in de literatuur IV

De telefoon

In deze onbegrijpelijke, griezelige wereld
staat gij, middernachtelijke vriend van begrafenissen,
in de hoge, strenge werkkamer
van de zelfmoordenaar, o telefoon!

De zwarte asfaltmeren zijn doorwoeld door de razerbij der hoeven,
en spoedig komt de zon: spoedig kraait de ontzinde haan.

Maar ginds is het eikenhouten Walhalla
en een oude droom van feestgelagen.
Het lot gebood, de nacht overwoog,
toen de telefoon ontwaakte.

De zwarte portières hebben alle lucht opgedronken,
op het theaterplein is het donker.
Belgerinkel – en de sferen zijn gaan draaien:
de zelfmoord is beslist.

Waarheen kun je vluchten voor het rumoerige leven,
waar is een uitweg uit dit leven van steen?
Zwijg, vervloekte doos!
Op de zeebodem bloeit: vaarwel!

Osip Mandelstam (1891-1938)

Uit Wie een hoefijzer vindt en andere gedichten, vertaald uit het Russisch door Kees Verheul, Van Oorschot Amsterdam, 1974.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *