Britpop meets Biafra: gitaargenen en Hongerwintergenen

genen_muziek

Wat is er eigenlijk zo goed aan Britpop meets Biafra, surf meets Hellraiser, of drie akkoorden en een baard? Over smaak valt te twisten, over kwaliteit niet. Waarom hou ik zo van muziek die men over het algemeen ‘rock’ of ‘indierock’ noemt?

Tegenwoordig zoekt iedereen de oorsprong van al zijn eigenschappen altijd in zijn verleden. Ben ik het helemaal mee eens, er is niets zo makkelijk als je ouders de schuld geven. Punt. Feit is dat mijn ouders een stelletje hippies en communisten waren met een flinke collectie Beatles-, Stones- en Doorsplaten in de kast. Zijn we dan klaar? Nee, want ik hou niet van de Beatles (heb ik in de kroeg ooit nog bierviltjes voor naar m’n kop gekregen). Op Jim Morrison ben ik daarentegen zo’n vijf jaar verliefd geweest. Daarnaast hadden de collectie opera en de Bach-omnibus weer een heel ander effect. Het is heel makkelijk om je ouders de schuld te geven, misschien iets te makkelijk.

‘Het zit in de genen’ is nog zo’n gevleugelde uitspraak. Mijn ouders hielden van klassiek en ook een beetje van gitaarmuziek. Misschien waren zij slachtoffer van dezelfde genen als ik? Zijn toevallig de meeste gitaargenen van mijn vader en mijn moeder doorgegeven en hadden de klassieke genen pech?

Nee, je kunt geen genen hebben die een smaak bepalen. Mijn ouders behoorden tot de eerste generaties die met popmuziek in aanraking kwamen. Dat ze vervolgens daarvoor vielen kan onmogelijk in hun genen hebben gezeten. Mijn opa’s en oma’s zag ik ook nooit rock-‘n-rollen.

Iedereen die leert over genen en overerving en evolutie schijnt in dezelfde val te trappen (of zei mijn docent dat om me te troosten?). Na het lezen van een aantal artikelen dacht ik het helemaal te snappen. Een violist die heel veel speelt en oefent geeft violistengenen aan zijn kinderen door. Tuurlijk niet! riep de prof. Aanpassing in de genen (op basis waarvan de natuurlijke selectie kan plaatsvinden) heeft minstens decennia nodig, en enkele generaties. Ik was even dom als dr. Pangloss van Voltaire, die dacht dat een neus ontworpen was om een bril te dragen.

Laatst stond in de krant dat de lijders aan de Hongerwinter – zeg maar de generatie van mijn ouders – veranderde genen hebben door wat ze toen aan ontberingen hebben doorstaan. Hun kinderen en kleinkinderen zijn dus genetisch bepaald door de Hongerwinter. Binnen het bestek van een enkel leven. Zou er een verband zijn tussen de Hongerwintergenen en de gitaarrockgenen? En zou mijn docent, een Belg, dit nieuws hebben gehoord? Was er in België ook een Hongerwinter?

Ik begeef me op gevaarlijk terrein. Ik moet er maar van uit gaan dat ik blanco geboren ben, dat het ongetwijfeld heeft geholpen dat de grote artiesten van de sixties in de kast stonden, maar dat ik evengoed van de hiphop of house had kunnen zijn. Laat ik aannemen dat mijn smaak alleen van mij is. Wat vind ik dan zo goed aan die verdomde gitaar?

Nu komen er alleen maar suffe, clichématige, sentimentele teksten in me op. De gitaar spreekt. Huilt. Vertelt een verhaal zonder woorden. Heeft een ziel. Gaap. Nog een poging. Met gitaarmuziek is elke aanslag anders, er is geen gekopieerde beat, herhaald en uitgesponnen. Hij kan improviseren, vals zijn, net uit de maat lopen. De muziek die eruit komt is een momentopname en is onherhaalbaar. (Zoals het leven dus, zou ik bijna zeggen, als dat niet ook suf, clichématig en sentimenteel zou klinken.)

Ik houd niet van vrouwenstemmen. Altijd al last van gehad. Waarom? Mannenstemmen mogen rauwer, harder, valser en afwisselender zijn dan die van vrouwen. Net als gitaren. Als een man een gitaar is, is de vrouw een fluit. (Hoewel je dat andersom zou verwachten als je op de vorm af gaat.) En het oog, het oog, het oog wil ook wat. Het gaat toch ook om de muzikanten. Wat er nu leuk is aan een dj heb ik nooit begrepen. Nee dan Iggy Pop op Lowlands… maar anderen begrijpen dan weer niet van mij dat ik dat te gek vind. Behalve mijn nieuwe held.

Een week eerder had ik in Paradiso Iggy Pop zien optreden, de man die als geen ander het ontblote bovenlijf tot kunst heeft verheven. Al ruim dertig jaar is Iggy op het podium tegelijk hogepriester en mensenoffer in de eredienst van de rock ‘n’ roll. Terwijl de gitaarriffs als zweepslagen op zijn blote rug neerdalen, juint hij het publiek net zo lang op tot ze de zoet-metalen smaak van zijn bloed op hun tong kunnen proeven en werpt hun dan, als het karkas van een antilope, zijn eigen lichaam toe. Er is zelfs een tijd geweest dat hij zo lang niet wachten kon en met behulp van de scherven en splinters van een gebroken whiskeyfles alvast als een bloeddronken haai zijn tanden in eigen vlees zette.

Als mensen goed over muziek schrijven, ook al gaat het eigenlijk om alles wat er om de muziek heen gebeurt, ben ik blij. Als ze zich daarbij de vraag stellen waarom ze precies híer van houden, voel ik herkenning. Als ze in één stuk over zowel Nietzsche als zichzelf als over muziek schrijven, ben ik fan. Een volgende keer moet ik het dus zeker over de schrijver van bovenstaand citaat hebben. Roel Bentz van den Berg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *