Schrijven
Column Radboud info 79, februari 2009
“Waarom schrijf je? Wat is daar nou zo leuk aan?” Het zijn vragen die ik vaak hoor. Lezen, schrijven of filosoferen is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Tegelijk is het even willekeurig als wanneer je iemand vraagt wat er nou zo leuk is aan – voetballen? Toch vind ik dat elke schrijver, of laat ik zeggen, eenieder die schrijft en dat wereldkundig maakt, zichzelf deze vraag moet stellen.
Er bestaat een makkelijk antwoord dat iedereen gebruikt voor zulke vragen, of hij nu schrijft of voetbalt: “Ik kan niet anders, het zit in mijn aard.” Een waarheid als een koe. Maar wat zegt het eigenlijk? Eten, dat zou ik niet anders kunnen. Maar schrijven?
Elke dag leef ik in de wereld, met de mensen om me heen, de gedachten in mijn hoofd en met alles wat ik niet kan zien of weten. Schrijven betekent: ergens over schrijven. De wereld, de ander, mezelf – van de poes tot metafysica. Alles is materiaal, overal schemert onder de ruwe oppervlakte een diepte aan betekenis. En alle materiaal verdient aandacht. Niets is zo erg als een tekst, geschreven zonder aandacht.
De aandacht die schrijven vereist scherpt de blik en het geheugen. Noem het hersentraining. De schrijver neemt de wereld letterlijk tot zich: via de zintuigen gaat ze door de processor van het hoofd en het gemoed om uit de vingers weer naar buiten te komen.
Het is dus niet alleen hersentraining, maar ook gemoedstraining. Als ik schrijf open ik me naar de wereld, bekijk mezelf van een afstand, en graaf tot op het diepst van mijn geheimen. Moet ik daarvoor per se schrijven? Ik kan toch ook met mijn scherpe blik uit het raam kijken, of alleen maar diep naar binnen en het daarbij laten? Nee, zoeken naar woorden is zoeken naar betekenis. Formuleren van wat ik zie is de aangewezen manier om de ruwe oppervlakte opzij te schuiven en de diepte in te kijken.
Iedereen kent de situatie: pas als je je gedachten onder woorden hebt gebracht, begrijp je wat je eigenlijk wilde zeggen. Het beantwoorden van de vraag waarom ik schrijf laat precies zien wat dat antwoord inhoudt: ik wil geen genoegen nemen met het makkelijke antwoord, maar doorvragen – iets onder woorden brengen omdat dat deel uitmaakt van iets begrijpen. Zonder het op te schrijven had ik nooit de vraag kunnen beantwoorden waarom ik schrijf. Zoals een voetballer misschien alleen door te voetballen kan laten zien waarom hij voetbalt.
En ik hoop natuurlijk stiekem dat wie leest wat ik geschreven heb, door het lezen ook een antwoord krijgt op die andere veelgestelde vraag: “Wat is er nou zo leuk aan lezen?”
(c) Miriam Rasch 2009