Enkele weken nadat we in het Universitair Medisch Centrum te horen hadden gekregen dat Gerard Rasch, mijn vader, niet meer van zijn kanker zou genezen, stuurde hij me een e-mail met Het Plan. Het Plan: dat was nog één laatste boek te maken. Het moest een ode zijn aan de Poolse dichters van wie hij het meest hield, met gedichten die hij zelf nog absoluut vertaald wilde zien om de simpele reden dat ze hem dierbaar waren. Behalve een ode zou het daarom ook een literair testament zijn, een persoonlijke geschiedenis van de Poolse poëzie. (...)
De gedichten die openen getuigen veelal van jeugd en naïviteit, die tot uiting komt door ofwel een opgewekte toon, ofwel een harde, rebelse houding. Dit verandert gaandeweg in een grauwe, wanhopige stemming, die ten slotte (deels) wordt overwonnen. Wat rest is een evenwicht tussen beide extremen, een samensmelting van de opgewonden vreugde en de uitzichtloosheid in een diep doorvoelde berusting. Hierin nu herken ik mijn vader. Toen bij hem kanker werd geconstateerd, schommelde hij tussen een krampachtig volgehouden optimisme aan de ene kant en woede en angst aan de andere kant. De andere kant gaf de doorslag en vele maanden moet hij zich geïdentificeerd hebben met hen die in Julia Hartwigs gedicht ‘Het brandmerken van de herfst’ proberen te ontsnappen aan het onvermijdelijke: ‘Voorwaarts verdrevenen Voorwaarts’. Uiteindelijk, toen de dagen al iets lichter werden en een belofte van lente zich liet horen, toen Gerard besloot dat het werk gedaan was en het einde daar, toen wij met hem niet anders konden dan dat einde verwelkomen, toen was die zeldzame gift – verzoening – ook hem gegeven.
Hier ligt dan het resultaat van Het Plan. De titel is ontleend aan het laatste gedicht van de bundel, ‘Memento’ van Adriana SzymaĆska. Memento: monument, testament, hoe je het ook wil noemen. Een boek met mooie gedichten, die voor het bevestigen van hun waarde niets anders dan zichzelf behoeven – en een attente lezer natuurlijk.
copyright Miriam Rasch, 2005
terug