Over de twijfel, of: waar ik ’s nachts van wakker schrik, bij wijze van spreken

Uitgesproken bij de uitreiking van de Jan Hanlo Essayprijzen 2017 in De Balie, 17 mei 2017.

Over de twijfel, of: waar ik ’s nachts van wakker schrik, bij wijze van spreken

Want, hoe heeft het zo ver kunnen komen dat het relativeren van de waarheid, het opvatten van feiten als constructies, de werkelijkheid zien als hoogstens intersubjectief, al die waarden waarmee iemand die is opgeleid in de geesteswetenschappen zo rond de millenniumwisseling zich identificeert – iemand zoals ik dus – hoe kan het dat dat uiteindelijk in ons gezicht is geëxplodeerd?

En is het toeval dat het essay in de lift zit juist in deze tijden, het zo geliefde essay, waarin je persoonlijk mag zijn, en grappig, het niet hoeft te weten, een eigen wereld op kunt bouwen? Het lijkt haast wel alsof dit fundament van essayistische waarden wordt ingepikt en misbruikt voor eigen gewin door mensen die diametraal tegenover diezelfde waarden staan. Ik kom er niet uit. Moeten we nu houden van die persoonlijke waarheid of haar verafschuwen?

Ik heb het natuurlijk over de uitvinders van fake news en alternative facts; laten we wel wezen, tamelijk briljante vondsten. Er zijn al meer dan genoeg artikelen verschenen waarin de schuld daarvoor wordt neergelegd bij de filosofie, in het bijzonder het werk van de postmodernisten. Bij een karikatuur daarvan welteverstaan: ‘Alles is taal,’ heet dat, ‘alles is perceptie’. Toch, ik voel me aangesproken. Wat kan ik ertegen doen? Ik heb daar geen sluitend antwoord op, maar misschien wel een een paar aanknopingspunten.

Om te beginnen de filosofie zelf. De vraag naar de waarheid is een filosofische vraag. Probleem nummer één is dat de verklaarders van fake news en alternatieve feiten niet alleen zeggen dat een werkelijkheid altijd een wereldbeeld is, maar dat ze ook stellen dat de ander liegt. ‘Dit is mijn waarheid!’ dat is nog tot daar aan toe. Maar impliciet zeggen ze daarmee ook: ‘Jouw waarheid is een leugen!’ De waarheid, die eerst nog ‘gewoon’ een epistemologische onzekerheid was, wordt in deze kwestie van fake news altijd gekoppeld aan de morele overtreding van het liegen.

Stap één is dus: eerst maar eens terug naar de vraag: ‘wat kan ik weten’ – en de morele vraag buiten beschouwing laten. Filosofie begint immers bij twijfel. Met de postmodernisten heeft dat niet zoveel te maken. Socrates was al die irritante horzel die steeds maar achter je aan bleef lopen, jammerend: ‘jamaar jamaar jamaar’. Eeuwen later kwam Descartes met zijn welbekende idee dat twijfel het enige is wat zicht op de waarheid kan bieden. Twijfelen is dé methode van de filosoof, het begin van alles. Hoogstens hebben de postmoderne filosofen ervoor gezorgd dat twijfel ook het einde van alles werd.

Het probleem is dat nu juist de twijfel, die zo belangrijk is voor het hele idee van een te relativeren waarheid, uit zicht is verdwenen en als methode heeft afgedaan. Er is bij fake news-proclameurs helemaal geen sprake van zoiets als een gepersonaliseerde realiteit of van een meervoudige waarheid, nee, er is een heel duidelijke waarheid voor in de plaats gekomen. Een waarheid die wordt bepaald door bijvoorbeeld geld. Wáár is dat waar het meeste geld aan is uitgegeven of dat wat het meeste geld oplevert. De waarheid is te koop met Facebook-advertenties of door het inhuren van Chinese clickfarms waar duizenden likes, retweets, hits of connecties worden verkocht aan wie ervoor wil betalen. Geld stinkt niet. De aandeelhouder heeft gelijk.

Wat valt hier tegenin te brengen? Is dan toch mijn waarheid beter dan de andere waarheid, die te koop is? Aan de ene kant wil ik uitroepen ‘jamaar jamaar jamaar’, alternatieve feiten, dat is niet hoe het werkt. En aan de andere kant zou dat betekenen dat ik toegeef dat er dus toch zoiets is als dé waarheid, die ik bovendien in pacht heb. En dit is iets wat zeer veel mensen doen, je hoeft Twitter maar te openen om het ook in je eigenste al dan niet filosofische filterbubbel te zien gebeuren.

Volgens mij moeten we dan ook niet terug naar de waarheid, maar naar de twijfel. Zoals de cultuurcriticus Johanna Drucker zegt: geconfronteerd met zaken als big data zouden letterkundigen en filosofen hun ‘humanistische benadering’ zoals zij dat noemt niet overboord moeten gooien, maar juist op de voorgrond moeten plaatsen. Niet die verdiensten van millennia nadenken en schrijven zomaar onder de eerste de beste druk laten vallen en op een presenteerblaadje aanbieden als zondebok, maar juist blijven volhouden dat de werkelijkheid altijd al interpretatie is, en kennis geconstrueerd. In plaats van die geschiedenis van waarden af te doen als de uitwassen van wereldvreemde Fransen, zoals wel wordt gedaan, zouden we beter extra stevig vasthouden aan die waarden, de kritische distantie van de twijfel dubbel zo hard neerzetten, er geen verraad aan plegen maar je er publiekelijk toe bekennen. Ook ik weet het niet zeker.

Zo komen we weer terug bij de ethische vraag. Met de twijfel aan de waarheid, begint namelijk ook de vrijheid van de mens, zoals Bettina Stangneth aan de hand van Kant en Hannah Arendt uiteenzet in haar recente filosofische essay Het kwade denken. De mens weet heus wel wat het juiste is om te doen – bijvoorbeeld de feiten niet verdraaien – maar precies omdat hij begiftigd is met een rede en kan twijfelen, kan hij er ook voor kiezen om het niet te doen. Dat is niet waar het probleem in zit. Juist het onderdrukken van de twijfel is waar het misgaat: door niet te luisteren naar ‘het alarmsignaal van de rede’ zoals Stangneth dat noemt, kan ‘morele oplichting’ plaatsvinden. Dan ben je én je vrijheid, én je denken, én je geweten kwijt.

Als twijfel de methode is, is het essay het praktische gereedschap. In een essay kun je jezelf tegenspreken, anderen aan het woord laten, ongerijmde overgangen maken, en eindigen zonder antwoord te geven, in onzekerheid. De essayist neemt bovendien de lezer een tijdlang mee in het twijfelproces, waardoor ze het twijfelen bij de lezer zelf losmaakt. En wie eenmaal heeft getwijfeld, kan niet meer terug. De waarheid is daarmee nog steeds onkenbaar, maar de vraag naar de waarheid wordt weer opengebroken, en ook al wordt ze niet beantwoord, ze is even zinvol als altijd.

4 gedachten over “Over de twijfel, of: waar ik ’s nachts van wakker schrik, bij wijze van spreken”

  1. Ja maar, ja masr, is dit niet het duizendste elite-verhaal met weer dezelfde inhoudelijke contradictie: het fake news stellen tegenover de “waarheid” van de wetenschap, maar daarna heel terloops opmerken dat wetenschap begint met twijfel en dus toegeven dat de populisten wel degelijk gelijk hebben?
    Het tweede hoofdpunt van deze hele fake news discussie is, dat steeds weer de wetenschap gelijk gesteld wordt aan de technische uitvoering ervan, en dan vooral in de medische praktijk en in de zorg.
    Hetzelfde zie je in de politiek. Voor het volk telt alleen de uitvoering er van. En dan zie je dat er in Nederland drie miljoen mensen in de schuldsanering geraakt zijn (of nog erger), grotendeels als gevolg van de bureaucratische regeltjes van de overheid zelf.
    In de medische wereld is het net zo erg. Gisteren weer een verhaal gelezen van een meisje uit Emmen, die bijna tien jaar aan bed gekluisterd is geweest omdat artsen geen oorzaak konden vinden en tien jaar lang volhielden dat het tussen de oren zat.
    En zo kan ik honderden zaken opnoemen, waarbij met een beroep op de wetenschap ontzettend veel menselijk leed berokkend is.
    Bijv. de aardbevingen in Groningen, het conflict tussen een gezin uit Ubbena met het UMCG, het negeren van de wereldwijde corruptie van zogenaamd fatsoenlijke mensen, etc. etc.
    Misschien kunnen filosofen als U deze problematiek eens als het belangrijkste onderzoeksobject gaan beschouwen en gaan bestuderen.

  2. U heeft gelijk dat ik met dit stuk meezing met een koor dat probeert te begrijpen wat er nu in het media- en politieke landschap gebeurt. Uiteraard hoop ik daar wel iets oorspronkelijks aan toe te voegen. Opvallend vind ik dan weer dat u het heeft over de wetenschap en de wetenschappelijke methode, terwijl ik beide niet noem. Ik probeer terug te gaan tot de filosofie en de filosofische methode (toch een verschil). Een beroep op de wetenschap is dit dus niet. Het is absoluut interessant om die ook als speler in het hele gebeuren te bestuderen, maar dat zou iets zijn voor een volgend stuk of een andere schrijver. Gelukkig heb ik altijd nog de vrijheid om zelf mijn onderzoeksobject te kiezen; over het belang van de verschillende problematieken kunnen we in discussie gaan.

  3. U moet natuurlijk onderzoek doen naar wat U maar wilt.

    U heeft het inderdaad niet over de wetenschap, masr wel over fake news.
    Bestaat fake news niet enkel en alleen bij de gratie van ‘truth’ news?
    En gaat het in die hele fake news discussie niet uitsluitend om het gegoochel en het elkaar doodgooien met tegengestelde wetenschappelijke visies?
    En is het geloven in complottheoriën of het negeren van simpele feiten, niet een afgeleid gevolg van het demasqué van de wetenschap?

    Moet ik na het lezen van Uw reactie en na herlezing van Uw blog/essay
    [waarin U inderdaad zegt dat het gaat om kennis – ‘wat kan ik weten’ – waarbij U de morele vraag achterwege laat, maar aan het eind wel terug komt bij de ethische vraag, waarbij U zich keert tegen het onderdrukken van de twijfel]
    nu concluderen dat Uw blog/essay enkel bedoeld is als een soort technische/vergelijkende studie naar de verschillen tussen fake news en het essay?
    M.a.w. dat inhoudelijke vragen naar het waarom/waardoor/waartoe van het fenomeen fake news zelf, er niet toe doen (niet in dit essay tenminste)?
    In dat geval was mijn eerste reactie niet to the point. Maar in dat geval begrijp ik niet waarom U wakker zou schrikken van fake news.

    Ik reageerde vooral op Uw eerste alinea’s waarin U stelt dat de schuld van fake news wordt neergelegd bij de filosofie. Hoeveel fake news believers zullen er aan filosofie doen of überhaupt reflecteren op hun bestaan of over de wereld zelf?
    Mijn conclusie zou zijn dat de fake news believers juist wel degelijk, net als U en ik, uitgaan van de twijfel; zij twijfelen immers aan ‘onze’ waarheid, omdat hun ervaringen, in hun leefwereld, honderd procent tegengesteld zijn aan de waarheid/wetenschap zoals die van bovenaf, door ‘ons’, wordt verkondigd.
    Een onpartijdige toeschouwer zou de twee groepen, de fake news believers en de ‘truth’ believers,
    misschien zien als twee verschillende scholen vissen die nooit bij elkaar zullen komen, omdat
    de een in zoet water leeft en de ander in zout water.

    Een paar opmerkingen daarbij nog als ik zo vrij mag zijn

    Ten eerste: liegen
    concluderen dat er bij de fake news believers sprake is van liegen, is slechts een conclusie binnen ‘ons’ eigen discours over uitspraken in een heel ander discours, een discours vergelijkbaar met bijv. straattaal zoals bij de Zaanse vloggers.

    Ten tweede:
    de fake news believers voelen zich niet alleen slachtoffer van jouw/onze waarheid, maar ze zijn het wel degelijk. Ben ik heel gemeen als ik U aangaande dit punt de vraag stel, waarom U het niet heeft over de slachtoffers van de Groningse aardbevingen (weet U wie Meent van der Sluis was?) of over de slachtoffers van “De persoonlijke, absolute en wetenschappelijke Waarheid'” van de medische experts waarvan ik U twee casussen noemde? Binnen het discours van de fake news believers is de context van het woord wetenschap of waarheid per definitie enkel en alleen gebonden aan hun eigen ervaringen. ‘Onze’ context is gekoppeld aan heel andere ervaringen en dus nooit in overeenstemming te brengen met die van de fake news believers.

    Ten derde:
    niet elke filosoof hoeft zo geëngageerd te zijn als bijv. Richard Rorty. Niet toevallig misschien had Jan Marijnissen, een van de weinige politici die überhaupt over een filosoof durfde te praten, het juist over hem.
    Ik kom ook juist op Rorty omdat ik vanaag in EigenWijs, het blad van PerSaldo, de volgende uitspraak van Lilian Marijnissen tegenkom: ‘Politiek ligt op straat, hier in de Kamer moet je het afmaken’.
    Ik zou dat een mooi motto vinden voor elke essayist:
    ‘De filosofie ligt op straat, in het essay moet je het afmaken’.

  4. Bedankt voor dit uitgebreide antwoord, dat waardeer ik zeer. U hebt gelijk dat dit een eerste aanzet was om, in het kader van een avond over het essay, na te denken over fake news. Ik ben zeker nog niet klaar met het onderwerp en probeer de verschillende strengen daarbinnen helder voor ogen te krijgen (en vervolgens op papier te zetten natuurlijk). Deze reactie zwengelt hoe dan ook verdere gedachten aan.

    Overigens denk ik zeker dat filosofie op straat ligt, maar omdat er sinds (oer-straatfilosoof) Socrates millennia verstreken zijn, kan een gang langs de bibliotheek ook niet achterwege blijven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *