Handige tips voor een sterk karakter – Aristoteles en deugdethiek

boog

Wat is geluk? Geluk is gelukt zijn. Hoe doe je dat? Door te deugen. Wie deugt? Degene met een sterk karakter. Karakter heb je niet, dat krijg je. Steeds herhaald gedrag krassen onuitwisbare lijnen in – en die samen worden je karakter. Door oefening en educatie, kun je proberen goede eigenschappen te ontwikkelen (en net zo makkelijk slechte). Om te deugen, zijn deugden nodig, die je je door te oefenen eigen maakt. Ze moeten een innerlijke gesteldheid worden.

Een deugd is
‘een stabiele levenshouding die ons in staat stelt keuzes te maken die het juiste midden aanhouden ten aanzien van onze voorkeuren zoals wijzelf en verstandige mensen in het algemeen dat in redelijkheid zouden bepalen’

Deugdzaam handelen is handelen
‘op het juiste moment, met betrekking tot de juiste objecten, in relatie tot de juiste mensen, om de juiste reden en op de juiste manier’

De deugd ligt in het midden, die kennen we allemaal. De dappere strijder beweegt zich tussen overmoed en lafheid, de gulle gever tussen verkwisting en gierigheid. Mooi vind ik altijd geestigheid, te situeren ergens tussen dorre verstarring en flauwe poep- en piesgrappen (zo zie ik dat dan maar voor me). Maar hoe kom je in dat midden terecht?

Joep Dohmen zegt in deze lezing (kijk minuut 45:20-1:00:38): Je moet weten wat je doet, je moet daar bewust voor kiezen en je moet daarin een innerlijke houding ontwikkelen, een dispositie. Dan weet je het juiste midden te kiezen.

En dan nu de handige tips om het juiste midden te vinden:
– Keer je af van wat het meest aan het midden is tegengesteld. Het ene extreem is erger dan het andere. (Het is wel lastig om te bepalen of nu verkwisting of gierigheid erger is.)

– Ga na waartoe jij het sterkst geneigd bent en vervolg je weg in tegenovergestelde richting. (Onze tijd kan daarom met een gerust hart collectief richting magere jaren bewegen, met onze neiging tot overvloed.)

– Zoek de balans door eerst naar het ene uiterste en dan naar het andere te gaan. (Dit houdt de belofte in van een paar spannende experimenten!)

– Kom je niet precies in het midden uit, volg dan de op een na beste koers. (Dat is nog altijd beter dan alles uit je handen laten vallen en in de goot te eindigen.)

– Pas op voor het aangename en het genot, dat zijn vaak verraderlijke motieven. (Vooral als het van korte termijn is.)

– Sta steeds achter je eigen handelen, wees overtuigd van je gedrag. (Second that.)

In het kader van het vak Ethiek dat ik verzorg in de minor Praktische Filosofie aan de HvA zal ik hier de komende tijd korte stukjes plaatsen over de basisbeginselen van ethiek.

10 x Levenskunst – Deugden en ondeugden

1. Frans de Waal
Heeft de moraal een natuurlijke, evolutionaire oorsprong? Of is moraal specifiek menselijk en niet los te zien van cultuur? Dat was de inzet van de lezing door prof. Joep Dohmen over het werk van bioloog Frans de Waal en in het bijzonder de notie van empathie. De Waal laat in zijn onderzoek naar het gedrag van apen zien dat empathie – en daarmee gedrag als wederkerigheid en troost – niet een verworvenheid van de mens is, maar ook bij dieren voorkomt. De mens is net als zijn naaste verwanten ‘van nature goed’, zij het dat hij ook van nature uitgerust is met ‘slechte’ eigenschappen als agressie en machtsbelustheid.
Lees verder: Empathie is nog geen moraal: Joep Dohmen over Frans de Waal

2. Wu wei
Een moderne moraal legt geen regels op, maar ondersteunt de natuurlijke neigingen tot het goede. Deugden die het vrije individu trainen in dat waar hij goed in is, in plaats van hem te beperken maken zo’n moraal praktisch. De 21e eeuw vraagt om een ethiek die geen regels en wetten formuleert, maar juist de verlammende werking van regels laat zien. Prof. Maarten van Buuren wil op zoek naar zo’n natuurlijke moraal, en het taoïsme is daar een eerste voorbeeld van. Zo blijkt uit zijn lezing in de serie Levenskunst, Wu wei, doen door niet te doen.
Lees verder: Taoïsme en levenskunst: harmonie met de natuurlijke orde

3. Aristoteles
De deugdethiek en de levenskunst: twee dominante filosofische stromingen van deze tijd. Beide kwamen op in de laatste decennia van de twintigste eeuw en zijn nu bepalend voor wat je zou kunnen noemen de ‘mainstream’-filosofie. Twee filosofieën met een verschillende oriëntatie. Deugden zijn gericht op karaktervorming, het ontwikkelen van een houding die zich vertaalt in bepaald gedrag. De centrale, achterliggende waarde: geluk, of ‘gelukt zijn’ in overeenstemming met de menselijke natuur. De levenskunst is eerder gericht op het vinden van een persoonlijke ‘zin’ en draait om de centrale waarde van ‘authenticiteit’, in overeenstemming met je individuele zijn. Prof. Joep Dohmen noemt het verbinden van deze twee ethieken hét filosofische probleem van deze tijd. Hoe kunnen deugden geïntegreerd worden in een actuele levenskunst?
Lees verder: Levenskunst: deugdethiek van Aristoteles verbinden met authenticiteit

4. Epicurus
De deugd is als een geneesmiddel. Zoals je een medicijn slikt om gezond te worden, zo beoefen je de deugd om geluk te bereiken. Epicurus zet zich met deze utilitaristische, op het nut gerichte visie op de deugden af tegen zijn grote voorgangers Plato en Aristoteles. Maar tegen welke prijs? Dat is de vraag die blijft hangen na de lezing van prof. dr. Maarten van Buuren over Epicurus in de serie Levenskunst.
Lees verder: Epicurus: natuurlijke verlangens als leidraad voor levenskunst

5. Martha Nussbaum
Nut en rechtvaardigheid zijn de twee leidende principes van de moderne moraal. Martha Nussbaum, een van de belangrijkste hedendaagse Amerikaanse filosofen, onderzoekt hoe die moraal weer een bredere invulling kan krijgen. Daarvoor grijpt ze terug op de levenskunstfilosofen van de klassieke oudheid, in het bijzonder Aristoteles. De centrale vraag in haar ethiek is dan ook ‘Hoe te leven’? Ethiek, Bildung, maar ook politieke filosofie krijgen allemaal haar aandacht onder de centrale noemer van het ‘goede leven’. Het goede, zo laat Joep Dohmen in zijn lezing over Nussbaum zien, is niet singulier maar meervoudig.
Lees verder: Geluk, ambivalentie en tragiek: Martha Nussbaum en levenskunst

6. Niccolò Machiavelli
Is de staatsterreur van Assad in Syrië goed te praten vanuit de machiavellistische ethiek? Als het zo is dat de slachting van tientallen, zo niet honderden burgers tegelijk door de machthebbers te verantwoorden is met Machiavelli in de hand, dan moet er toch iets mis zijn met de schrijver van Il principe. Een interessant punt dat Joep Dohmen Maarten van Buuren voor de voeten werpt in hun discussie na afloop van de lezing over Machiavelli in de serie Levenskunst.
Lees verder: Het doel heiligt de middelen: de ethiek van Machiavelli

7. Richard Sennett
Jobhoppen, relatiehoppen en religieshoppen, daaruit bestaat het leven tegenwoordig. Vaste relaties hebben we als ketens van ons af geworpen om ons helemaal te richten op vrijheid en zelfontplooiing. Daarmee hebben we echter een hoop waardevols weggegooid, dat niet zo makkelijk weer te hervinden is. Richard Sennett stelt in zijn werk deze cultuurpessimistische diagnose van de hedendaagse maatschappij, die haast geen samenleving meer te noemen is. Hoe krijgen we weer vaste grond onder de voeten?
Lees verder: De flexibele mens en zijn angsten: Richard Sennett

8. Friedrich Nietzsche
Maakt dit mij sterker? Dat is de leidende vraag in de nietzscheaanse levenskunst. Niet: is dit het goede of het ware, want ook het goede en het ware staan slechts in dienst van het vergroten van je eigen kracht. Als een illusie je op een zeker moment sterker maakt dan de waarheid – kies dan voor de illusie. Sommige waarheden kunnen zo hard en onhandelbaar zijn dat ze schadelijk worden – schuif ze dan terzijde. De waarheid en de illusie zijn deugdelijk als ze jou sterker maken en ondeugdelijk als ze je verzwakken, dat is de kern van Nietzsches deugdenethiek. Maar het volgen van de weg omhoog (de wil tot macht, dat wat je sterker maakt), gaat onvermijdelijk gepaard met lijden en zelfopoffering.
Lees verder: Nietzsche als deugdethicus

9. Alasdair MacIntyre
Ons leven is gefragmenteerd en we dreigen onszelf kwijt te raken. Dat is de niet erg vrolijke diagnose van de moderne mens die Alasdair MacIntyre stelt. Onder invloed van het liberalisme zijn we alleen nog maar bezig met onze individuele meningen en vieren we het consumentisme. Van een gemeenschappelijke moraal en sociale samenhang is geen sprake meer. Hoe die terug te vinden?
Lees verder: Alasdair MacIntyre: via je eigen verhaal verbonden met de traditie

10. Richard Rorty
‘Nu komt het aan op je idealisme, Miriam.’ ‘Ik ben wel idealistisch, omdat ik geloof dat je de wereld een beetje beter kunt maken. Maar niet voorgoed en niet op recept. Daarvoor blijf ik te veel een pragmaticus.’ Ik droom niet altijd in filosofische dialoogjes, zeer zelden zelfs, maar blijkbaar had de Levenskunstlezing over Richard Rorty en het pragmatisme een snaar geraakt. Ik noem mezelf dan ook vaak pragmatisch, met als enige principe de Sartriaanse absolute vrijheid die absolute verantwoordelijkheid met zich meebrengt (dat principe laat ook weinig ruimte over voor de rest).
Lees verder: Richard Rorty en het nieuwe pragmatisme

Nietzsche als deugdethicus

levenskunst

Maakt dit mij sterker? Dat is de leidende vraag in de nietzscheaanse levenskunst. Niet: is dit het goede of het ware, want ook het goede en het ware staan slechts in dienst van het vergroten van je eigen kracht. Als een illusie je op een zeker moment sterker maakt dan de waarheid – kies dan voor de illusie. Sommige waarheden kunnen zo hard en onhandelbaar zijn dat ze schadelijk worden – schuif ze dan terzijde. De waarheid en de illusie zijn deugdelijk als ze jou sterker maken en ondeugdelijk als ze je verzwakken, dat is de kern van Nietzsches deugdenethiek. Maar het volgen van de weg omhoog (de wil tot macht, dat wat je sterker maakt), gaat onvermijdelijk gepaard met lijden en zelfopoffering.

Levenskunst voor vergevorderden
Het is een filosofie die moeilijk te behappen is, zo geeft Maarten van Buuren toe. Maar, zegt hij: ‘Nietzsche brengt mij op de goede weg.’ Met levendige en persoonlijke voorbeelden licht Van Buuren de ‘levenslessen’ van Nietzsche toe. De vraag die blijft hangen is wel of het toepassen ervan niet vereist dat je al vergevorderd bent in het vormgeven van je eigen leven. In de deconstructie van ik en waarheid, en de nadruk op overgave en opoffering (voor jezelf natuurlijk, en niet voor een ander) zingt ook een gevaarlijke klank door. Nietzsche stierf krankzinnig – door de syfilis waarschijnlijk. Toch klinkt dat einde ook wel als een waarschuwing. Je mag wel stevig in je schoenen staan wanneer je zoals Van Buuren jezelf voor de spiegel eens goed de waarheid zegt. Ook al kies je er vervolgens voor in de illusie te geloven…

Deconstructie van het ik
Via een analyse van de alledaagse zin ‘Ik wil een kop koffie’ wordt duidelijk hoe de deconstructie van belangrijke begrippen als ‘ik’ en ‘waarheid’ werkt. Als we zeggen dat we een kop koffie willen, gaan we uit van onszelf als een subject dat aan de oorsprong staat van een handeling, die wij als individu willen. Dat klopt niet, stelt Nietzsche. Eerder zijn we een slaaf van onze wil: in plaats van over subject kun je het beter hebben over lijdend voorwerp. Koffieverslaving sleurt je de keuken in voor weer een kop, en ondertussen ben je met jezelf aan het onderhandelen over of je je koffiepauze wel verdiend hebt. Het ‘ik’, oftewel het ongedeelde ‘individu’, is daarom ook een illusie. We worden voortdurend heen en weer geslingerd in onszelf tussen ons willende deel en ons controlerende deel, tussen beheersing en overgave.

Zo deconstrueert Nietzsche (die werd opgeleid als filoloog, dus als taalkundige) het woord ‘ik’. Het is een etiket dat niet klopt met wat eronder zit. Veel later zouden Derrida en andere postmoderne filosofen deze manier van filosoferen door deconstructie overnemen. Naast het ik moet ook de waarheid eraan geloven; nog zo’n etiket dat niet strookt met de werkelijkheid. Waarheden bestaan niet, er zijn alleen opinies waartussen een machtsstrijd woedt. De sterkste opinie wint en gaat dan door voor de waarheid.

Zelfoverstijging gepaard aan zelfopoffering
Ik en waarheid bestaan niet (als duidelijk definieerbare eenheden) en kunnen dus ook niet centrale waarden van de filosofie zijn. Dat verduidelijkt misschien waarom ‘sterker worden’ de kern van Nietzsches levenskunst is (bekend als de ‘Wille zur Macht’). Maar het sterker worden is ook niet enkelvoudig; je wordt sterker en dat is het dan. Ook dat is te deconstrueren. Van Buuren legt uit dat het draait om zelfoverstijging, die altijd gepaard moet gaan met zelfopoffering. Zelfoverstijging door productief te zijn, door te scheppen, boeken te schrijven, kinderen te krijgen of lezingen te geven. Hoe sterker je bent, hoe sneller je groeit, hoe meer je creëert – hoe meer je jezelf ook de vernieling in helpt. Voor een vervuld leven moet je je overgeven aan het dionysische, aan de wilde en gevaarlijke kant van het bestaan die naast vervulling ook lijden brengt. Dat is de controversiële les die Nietzsche als deugdethicus ons meegeeft. Het brengt Maarten van Buuren naar eigen zeggen op de goede weg en bovendien in een zichtbaar goed humeur. Durf jij het aan om hem te volgen?

Volgende keren
Kijk de lezing over Nietzsche als deugdethicus hier terug. De volgende Levenskunstlezing is op dinsdag 1 mei en gaat over Alasdair MacIntyre. De laatste lezing uit deze reeks vindt plaats op 5 juni en gaat (anders dan aangekondigd) over de filosofie van het pragmatisme.

[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]

Van de nood een deugd maken: Nietzsche, Finkielkraut, Voltaire, Gilbert

escher2

1. Wat een genot als je opeens de betekenis van een staande uitdrukking of ingesleten woord begrijpt, alsof-ie zijn afgedragen kleren eindelijk uitdoet. Dat overkwam me al lang geleden (in 2004) met ‘van een nood een deugd maken’. We lazen Nietzsche over de slavenmoraal, die ‘idealen fabriceert’: ‘Ik krijg de indruk dat ze liegen; elke klank kleeft een suikerzoete zachtheid aan. De zwakte moet tot een verdienste omgelogen worden, zonder twijfel – … Ze zijn beklagenswaardig, zonder twijfel, al die mompelaars en valsemunters in hun knusse hoekjes, hoe warmpjes ze ook bij elkaar zitten – maar ze zeggen mij dat hun ellende een uitverkiezing en onderscheiding Gods is, dat je juist de honden ranselt waar je het meest aan gehecht bent…’

2. Dat veranderde voorgoed mijn blik op de wereld. Nog steeds maak ik vaak genoeg van de nood een deugd, maar het blijft steeds een verhaaltje dat ik mezelf vertel. De nood blijft nood, al zijn glorieuze naaktheid slechts ten dele verborgen onder de afgedragen kleren van de deugd. Dat klinkt niet heel prettig misschien, maar ik hou wel van een beetje ellende. Bovendien kan ik meer genieten van het ‘omliegen’ zoals Nietzsche het noemt, als het duidelijk is dat het een trucje is. Dan wordt omliegen kunst. En de ellende de waarheid.

3. Als je erop let hoor je voortdurend mensen deze truc toepassen en hoe vaker je het hoort, hoe ergerlijker het wordt. Wat je ook overkomt – ontslag, liefdesverdriet, een lekke band – je kunt het omliegen tot iets moois dat je niet had willen missen. (Het leven heeft geen clou, begrijp dat dan)

4. Dat doet denken aan wat Alain Finkielkraut schrijft over literatuur met een hoofdletter L. De echt grote schrijvers zijn degene die de afgedragen kleren wegrissen en laten zien wat voor vodden het eigenlijk zijn waar de waarheid zich in kleedt. (Op het tweede gezicht: Alain Finkielkraut – Een intelligent hart)

[De woede van Voltaire over de gigantische aardbeving in Lissabon in 1755 waarbij tienduizenden mensen om het leven kwamen. Dat was ook een revelatie voor me: waarom zou je in zo’n geval niet woedend mogen zijn op de natuur? Maar dan echt woedend.]

5. Maar. Moet je niet blij zijn met deze vaardigheid? Is het niet een bruikbaar overlevingsmechanisme dat we niet kunnen en willen missen, aangezien de mensheid anders meteen in een collectieve depressie ten onder zou gaan? Psycholoog Daniel Gilbert noemt het mechanisme ‘cooking the facts’. Dat klinkt alvast heel anders dan slavenmoraal of ‘van de nood een deugd maken’. Lekker aan de slag om van de feitjes een smakelijk geheel te maken. En we kunnen ook niet anders, want het koken vindt plaats in de keuken van het onbewuste. Volgens Gilbert maar goed ook, want zodra je doorhebt wat je aan het doen bent werkt het niet meer. Misschien omdat je dan ziet dat je aan het omliegen bent? Dat de nood nooit echt kan transformeren in een deugd? (Daniel Gilbert: over tegenslag en geluk)

6. Ik geniet juist meer van de goed uitgevoerde truc als ik weet dat het een truc is. Inderdaad, hij werkt niet meer. Whatever. In dat geval ligt geluk in schoonheid en kennis, niet in gemoedsrust.

Levenskunst: deugdethiek van Aristoteles verbinden met authenticiteit

levenskunst

De deugdethiek en de levenskunst: twee dominante filosofische stromingen van deze tijd. Beide kwamen op in de laatste decennia van de twintigste eeuw en zijn nu bepalend voor wat je zou kunnen noemen de ‘mainstream’-filosofie. Twee filosofieën met een verschillende oriëntatie. Deugden zijn gericht op karaktervorming, het ontwikkelen van een houding die zich vertaalt in bepaald gedrag. De centrale, achterliggende waarde: geluk, of ‘gelukt zijn’ in overeenstemming met de menselijke natuur. De levenskunst is eerder gericht op het vinden van een persoonlijke ‘zin’ en draait om de centrale waarde van ‘authenticiteit’, in overeenstemming met je individuele zijn. Prof. Joep Dohmen noemt het verbinden van deze twee ethieken hét filosofische probleem van deze tijd. Hoe kunnen deugden geïntegreerd worden in een actuele levenskunst?

Vader van de deugdethiek
De ‘vader van de deugdethiek’, zo mag je Aristoteles wel noemen, en de Ethica Nicomachea is zijn standaardwerk. Daarin definieert hij wat een deugd is, namelijk het juiste midden tussen twee extremen. Hoe dat precies werkt, laat hij zien in zijn beschrijving van allerlei deugden. Het bekendste voorbeeld: dapperheid is het midden tussen lafheid en overmoed. Het midden kun je niet cijfermatig berekenen, maar is afhankelijk van de persoon, de situatie en welke deugd in het spel is.

De deugdenleer is een praktische ethiek die een hoger doel dient. Aristoteles is teleoloog, wat betekent dat alles gericht is op een ultiem doel. En dat is: geluk. Maar wat is geluk? Dat kun je het beste begrijpen in de zin van ‘gelukt zijn’. Je bent gelukt als mens wanneer de menselijke natuur, het potentieel dat in je zit, zoveel mogelijk tot bloei is gekomen. De deugden zijn de manier om dat te bereiken. Dat gaat niet vanzelf, want een deugd vraagt oefening, herhaling en dus tijd, veel tijd. Uiteindelijk moet de deugd als een ingekraste lijn in het karakter zijn, een eigenschap die zo vaak uitgeoefend is dat ze een stabiele, betrouwbare gewoonte is geworden. Een houding.

Een beetje integer
Dit kun je een perfectionistische ethiek noemen, aldus Joep Dohmen, maar dat wil niet zeggen dat de mens die de deugd nog niet volledig onder de knie heeft, in het geheel ‘niet deugt’. De deugdethiek biedt juist een kader voor ontwikkeling. Dohmen haalt Paul van Tongeren aan, de specialist op het gebied van deugdethiek. ‘Je kunt best een beetje integer zijn’, hoe gek dat ook klinkt. De weg naar het beheersen van de deugd integerheid is lang en vraagt om veel ervaring. Maar iemand die zich al jaren bezighoudt met integriteit is uiteraard verder op die weg gevorderd dan een groentje dat net komt kijken – ook al hebben ze beiden de deugd niet tot in perfectie onder de knie.

Integriteit is meteen een goed voorbeeld van een moderne deugd, misschien wel het 21e-eeuwse equivalent van dapperheid. Dat deze tijd veel kan hebben aan een moderne ethiek van deugden is voor Joep Dohmen – na enige aarzeling, zo geeft hij toe – wel duidelijk. Er is nog wel veel denkwerk te verrichten. Aristoteles ging uit van het bestaan van een menselijke natuur die tot bloei moest komen. Kunnen wij nog wel uit de voeten met zo’n teleologische opvatting van mens en natuur? Is het na het postmodernisme nog wel mogelijk om te spreken over centrale waarden? En waar ligt de intrinsieke motivatie om deugden te ontwikkelen? Kort gezegd: ‘waarom zou je?’

Koppeling met levenskunst
In de koppeling met een waardenfilosofie, zoals de levenskunst, kunnen zulke vragen wellicht beantwoord worden. De levenskunst is zoals gezegd gericht op het individualistische begrip authenticiteit – een centrale waarde die open blijft en niet terugvalt op het bestaan van een welbepaalde menselijke natuur die op doelgerichte wijze tot bloei moet komen. Bij het leven van een authentiek leven zijn keuzes allesbepalend. Ook deugden draaien om keuzes; het juiste midden is niet iets wat je aangereikt krijgt, maar iets waarvoor je kiest. Daarnaast stemt de aandacht voor context in zowel de deugdethiek als de levenskunst overeen. Ligt hier het begin van een nieuwe richting in de filosofie? Joep Dohmen ziet genoeg werk klaarliggen. Het zal een lange weg zijn, maar gelukkig weten we nu dat elk stukje dat je aflegt op die weg ook telt; je kunt immers best een beetje wijzer worden.

Rolmodellen van Thomas More tot 50 Cent


‘A man for all seasons’ werd Thomas More door zijn vrienden genoemd. En die vrienden waren zelf al niet de minste: Erasmus was More’s beste vriend. In een brief schreef More aan hem ‘my darling’, en Erasmus hield het bij mellitissime Thoma (‘zoetste Thomas’). ‘A man for all seasons’ klinkt in hedendaagse oren misschien niet direct als een aanbeveling. Het riekt naar draaikonterij en opportunisme of naar de manier waarop verschillende mensen en partijen voorgangers claimen. Nietzsche is in die zin ook een man voor alle seizoenen (van de massaliteit van de nazi’s tot de artistieke Einzelgänger), net als alle filosofen van de Verlichting.

Een draaikont of opportunist is echter wel het laatste dat je More zou noemen. Hij is juist een man uit één stuk, zo staat in het boekje van Wil Derkse dat ik over hem las. Iemand met een goed humeur en goede humor, intelligent en belezen, maar ook bescheiden en devoot. Onder zijn Lord Chancelor kostuum droeg hij een haren hemd, ter zelfkastijding.

Juist een man (mens) uit één stuk is ook een mens voor alle seizoenen. Iemand naar wie je je kunt richten in de meest uiteenlopende omstandigheden. Een rolmodel. Rolmodellen zijn hot tegenwoordig, omdat ze een antwoord geven in een tijd zonder vaststaande moraal. Maar eigenlijk is het een vorm van ethiek die teruggaat tot Aristoteles. In plaats van te vragen wat je moet doen (volgens de wet of de norm), stel je de vraag ‘Wat zou mijn rolmodel doen?’ Wil daar een antwoord uitrollen, dan moet diegene wel een mens uit één stuk zijn én ‘a man for all seasons’.

In een tijd waarin je jezelf voortdurend moet uitvinden zonder vast richtsnoer en waarin de wereld steeds sneller gaat, biedt de praktische ethiek van het rolmodel een uitkomst. Een pragmatische aanpak die uitgaat van unieke situaties en verhalen. En van de feilbaarheid van de mens, die kan, moet, mag leren van zijn fouten. Misschien verklaart dat ook de populariteit van de biografie tegenwoordig: we willen weten hoe anderen het doen, welke beslissingen zij hebben genomen en welke obstakels overwonnen op de weg naar succes. Ook zie je overal de held opduiken, de uitzonderlijke mens, ons aller voorbeeld. Tegelijkertijd wordt de held vermenselijkt, en niet voor niets; hij moet binnen ons bereik blijven.

Maar is dit wel echt zo’n mooie ethiek voor de eenentwintigste eeuw? Zijn de grootste rolmodellen tegenwoordig niet van die verachtelijke Hollywoodsterren en hitmachines die alle moraal opzij hebben gezet voor het grote geld? Paul van Tongeren vertelde eens in een lezing over een onderzoek dat gedaan was naar de voorbeelden van jongeren. 50 Cent scoorde hoog. Lekker rolmodel, zou je denken. Navraag leerde echter dat de redenen dat hij als voorbeeld werd gezien, naadloos aansloten bij de Aristotelische deugden. Hij had op eigen kracht veel bereikt, was niet bang en werd bewonderd om zijn talent. Prima stof tot navolging.

Ook Nietzsche beschrijft het navolgen van een voorbeeld als de manier om jezelf te worden (en dan natuurlijk een goed zelf, niet een lamzakzelf). Daar heb ik al eerder over uitgeweid. Nietzsches voorbeeld: Schopenhauer. En nu is Nietzsche zelf weer een voorbeeld voor anderen (hoewel niemand zou willen eindigen als hij, weggestopt in een krankzinnigengesticht). Dat is een belangrijke notie: het navolgen van een rolmodel is pas de eerste stap op weg naar het worden van jezelf. Het navolgen moet overgaan in doen. Een mens uit één stuk handelt vanuit zichzelf. (Wat ook weer niet betekent dat je niet je leven lang van anderen kunt leren. Zover was ook Aristoteles al.)

Rest de vraag: wie zijn je eigen rolmodellen? Lezers van dit blog kennen er een paar van de mijne. Marcel Proust is er een. Jack White is een andere. En natuurlijk Uma Thurman in Kill Bill, de ultieme vrouwelijke held, onverschrokken, liefdevol, blond en in het bezit van een motorrijbewijs. Wat deze drie totaal verschillende helden gemeen hebben? Misschien wel hetzelfde als 50 Cent: op eigen kracht veel bereiken, niet bang zijn en bewonderd worden om je talent. Deed Thomas More dat ook niet allemaal? Bestaat er dan toch een universele moraal?