An Evening with Timothy Morton (and me) @ STRP

Op 30 januari 2020 had ik de eer om te spreken bij STRP, ‘in het voorprogramma van’ Timothy Morton zoals ik dat maar noem. Een fantastische avond, als een achtbaan voor de geest en voor het gevoel, want Morton blijkt iemand te zijn die een positieve vibe uitstraalt zoals ik dat nog niet eerder heb ervaren. Hieronder plaats ik alsnog de tekst die ik die avond uitsprak.

PS: here you can read the essay that Morton presented the following day at de Dépendance in Rotterdam, and which was published by Eurozine.

Photo: Boudewijn Bollmann

Tonight we are here under the heading of the post-anthropocene, which I want to make a bit more tangible by talking about fun, about the future, and about friction. The three f’s. Apparently, I found out, next to Friday’s For Future – the climate school strike movement – there is also something called Fuck For Forest. For me however Fun, Future, Friction.

But first let me try to explain why I think I’m here. My topic of interest is the philosophy and ethics of technology and data, while I was born and bred in literary studies, just like Timothy Morton, if I’m correct. I try to delve up and question the presuppositions and convictions in the worldview that underlies the belief in the good of data. These presuppositions are not usually discussed themselves, but bring along a whole set of ethical norms and values that define how is thought and talked about data, by policy makers, the public, and techies themselves.

“An Evening with Timothy Morton (and me) @ STRP” verder lezen

Mijn strijd, een lezing – Essay in Jongens waren we

Ik mocht weer over Karl Ove Knausgård schrijven en dat is altijd een genoegen. Ditmaal is het een essay geworden over de verbeelding van mannelijkheid in Mijn strijd, geschreven voor de bundel Jongens waren we: De problematische sekse in de literatuur. Het boek, onder redactie van niemand minder dan Jan Postma, verscheen bij Das Mag en bevat ook stukken van Marja Pruis, Maxim Februari, Joost de Vries, Maarten van der Graaff, Saskia Pieterse en natuurlijk Postma zelf. Kortom: allemaal mensen die zelden tot nooit – nee gewoon nooit – teleurstellen.

Hieronder een sneak preview van ‘Mijn strijd, een lezing’. Bestel het boek bij de echte boekwinkel, bijvoorbeeld bij Athenaeum.

My body, my traitor: essay in 10tal

Last year Swedish magazine 10TAL published an essay of mine about data mining, the body, and self-knowledge (see here). Now, the English translation has been published too! Read the opening below or click through to the whole text: My body, my traitor

We’ve come a long way, baby. From »On the internet nobody knows you’re a dog«, to »On the internet everybody knows I’m a top dog«, to »On the internet we’re all Pavlov’s dogs«. Or: from the homepage, to the social media identity, to the algorithmic profile. From the nerd, to the networked self, to the passive data goldmine (via the influencer).

This evolution can be read as a story of increasing corporality, as counterintuitive as that may seem. Usually, the story is told as if the world and its inhabitants are on their way to shedding all bodily weight, with the end-point on the horizon being a purely computerized humankind, all Mind and no Matter. But the inextricable entanglement of »online« and »offline«, »virtual« and »real«, primarily means that technology is all the time effecting the body (and thus, via the body, the soul). Like Pavlov’s dog, the post-digital condition is no »cloud« in which everything evaporates (and, as we know, what is called the cloud is a very material infrastructure that is using up as much energy as a small country, relying on cables that land on contested shores, demanding ever more precious metals to be mined from unstable regions). Rather, our bodies and the data that can be mined from them, function as the pathways to understanding, predicting and thus controlling or manipulating the world, which in the same gesture means understanding, predicting and thus controlling or manipulating the body, the very body that was mined in the first place.

In a catch-22 situation, you’re always made an accomplice to your own submission.

Continue reading over at 10TAL: My body, my traitor

De automatisering de-automatiseren

[Available in English on the website of the INC]

Bijdrage aan de Spui25-bijeenkomst De roman en het geschreven woord in tijden van technologisering, ter gelegenheid van de verschijning van Maxim Februari’s laatste boek De onbetrouwbare verteller. (Meer van dit in mijn nieuwe boek Frictie: Ethiek in tijden van dataïsme, dat in mei 2020 verschijnt bij De Bezige Bij.)

‘See, in spite of all this omnipresent law enforcement, because we want to hear and taste and smell and feel, we can’t go very long without trying to talk about some art.’ Fred Moten

Ik wil beginnen met een vraag, om de stemming er een beetje in te krijgen. Antwoord er gewoon in gedachte op, het is misschien niet iets om meteen te delen. Wie is er zeker van dat zijn beroep in de komende jaren blijft bestaan en niet wordt weg-geautomatiseerd? Wie ziet zichzelf als bestand tegen robotisering en algoritmisering? Schrijvers? Docenten? Sorry, ik moet u teleurstellen. Ook rechters, artsen en chauffeurs zullen het zwaar hebben, en muzikanten en kunstenaars. Allen zullen uit de markt geconcurreerd worden door robots. Hebben we eindelijk tijd over om te lezen! Als we dat dan nog kunnen. “De automatisering de-automatiseren” verder lezen

Teruggevonden essay: Esthetisch verantwoord

Hoe je merkt dat je ouder wordt… Zoekend naar een bron kwam ik op DuckDuckGo een essay van mezelf tegen, uit 2003 (!). Ik wist wel dat ik het essay had geschreven, want het leverde me een beurs op om filosofie te gaan studeren via (toen nog) de Radboudstichting. Ik wist ook dat het ‘Esthetisch verantwoord’ heette en draaide om ethiek en literatuur.

Wat ik niet meer wist was dat ik het daarin had over om en nabij precies hetzelfde als waar ik nu een boek over schrijf. (Het boek gaat over data, daar had ik het in 2003 overduidelijk niet over, maar de rest… tja.) ‘Zo beschouwd lijkt vervreemding een voorwaarde voor ethische reflectie,’ schrijf ik daar – zal ik mezelf citeren?

Wat ik ook niet meer wist, was dat dit essay’tje gepubliceerd werd in Frame, het tijdschrift dat gelieerd is aan de studie Literatuurwetenschap in Utrecht, waar ik gestudeerd heb voor ik aan de filosofiestudie begon. Het staat dus gewoon online. Inclusief mijn oude adres, telefoonnummer en e-mailadres – zo ging dat in 2004.

Het hele nummer lezen kan hier: Frame 17.1 – Literatuur en Ethiek | mei 2004

Of download direct de pdf van ‘Esthetisch verantwoord: Over de ethische waarde van literatuur’.

Op het tweede gezicht: Proust en de roman als ‘optisch instrument’ in De Nederlandse Boekengids

Eind 2018 had ik de eer een lezing te verzorgen voor de Proust-vereniging. Nu is de tekst gepubliceerd in De Nederlandse Boekengids, in een dossier getiteld Privacy by design.

Marcel Proust leert ons dat we ons ‘innerlijk boek’ moeten lezen. Nu we steeds meer (verloren) tijd online doorbrengen, laat ook de digitale wereld impressies achter in ons innerlijk. In haar essay over Proust en het internet onderzoekt Miriam Rasch hoe we onze online ervaringen met de roman als ‘optisch instrument’ kunnen ontcijferen.

Lees verder bij DNBG: Op het tweede gezicht: Proust en de roman als ‘optisch instrument’

Edit 25 mei: Nu ook op papier te lezen!

Wie het niet ziet moet beter kijken: brief aan Jan Hanlo

Voor de bijlage van De Groene ter gelegenheid van de Jan Hanlo Essayprijzen, schreef ik ‘terug’ aan de naamgever van de prijs die ik ooit zo gelukkig was te winnen.

Beste Jan,

Dank je wel voor de geruststelling. ‘Een verstandige vader’, zoals de titel luidt van de tekst die me toevallig onder ogen kwam, dat klinkt meteen al veilig en vertrouwd. Meer dan een verstandige vader heb je niet nodig. Het spreekt voor zich dat kinderen naar zo iemand luisteren, dat ook wij naar zo iemand zouden luisteren zodra we hem zouden horen spreken. “Wie het niet ziet moet beter kijken: brief aan Jan Hanlo” verder lezen

Das Neue Alphabet / Det nya alfabetet / The new alphabet

Begin dit jaar was ik in Berlijn om de openingsconferentie te bezoeken van het nieuwe meerjarige programma Das Neue Alphabet / The New Alphabet. Ik had het plezier daar te kunnen bijkletsen met Andreas Engström, redacteur bij onder andere Critical Point, die me overhaalde om een stukje te typen over de bijeenkomst. Inmiddels vertaald en gepubliceerd in het Zweeds: Det nya alfabetet – vad är det, och hur många? / The new alphabet – what is that, and how many?

De Engelse versie is ook hieronder te lezen. “Das Neue Alphabet / Det nya alfabetet / The new alphabet” verder lezen