Essay in de Revisor: Een beetje / een beetje

EXCLUSIEF!

INCLUSIEF DATA-SELFIE!

Voor het prachtige Leugenaars-nummer van Revisor schreef ik een essay over de leugenachtige dubbelganger die rondzwerft in het aggregaat van je digitale data. Of is zij misschien meer waarachtig dan ikzelf, omdat ze niet of / of hoeft te zijn, maar altijd een beetje / een beetje blijft?

 

Verschenen: 40, Een fictief smartphone-essay over vriendschap – download gratis of t.e.a.b.

In samenwerking met De Internet Gids – online pendant van Nederlands oudste literaire tijdschrift – is het experimentele e-boekje 40 verschenen. Een fictief essay, speciaal geschreven om gelezen te worden op de smartphone.

Het is de derde editie in de reeks DIG Cahiers, die bestaat uit nieuwe, literaire publicaties van Nederlandse bodem. Ieder werk is rond de 40 pagina’s lang en te lezen gedurende een enkele treinreis of in de rij op het vliegveld. De mogelijkheden van dit nieuwe (digitale) publicatieplatform worden zowel literair als visueel en auditief onderzocht.

Ook met het verdienmodel wordt geëxperimenteerd: de e-boeken worden aangeboden met ‘pay what you want’. Van iedere binnenkomende euro gaat 50 cent naar de auteur. Van de andere 50 cent worden de coverontwerper, typograaf, webbouwer, webhost, corrector en redacteur betaald. De richtprijs is €3,99 maar de publicatie is ook voor €0,00 te downloaden.

40: Een fictief smartphone-essay over vriendschap leidt je binnen in het hoofd en in de telefoon – is er eigenlijk een verschil? – van iemand die probeert te begrijpen hoe vriendschappen ontstaan en schrikbarend genoeg ook weer verdwijnen. Vrienden maken lijkt iets vanzelfsprekends, zeker in tijden van sociale media. Het vanzelfsprekende is echter altijd in potentie hartverscheurend. ‘Dit is niet het verhaal van die vriendschap. Het is het verhaal van alle anderen.’

Lees ook De Grote Internetvragen, waarin ik antwoord geef op drie vragen uit de proustiaanse questionnaire van De Gids: Welke mythe houdt u graag in stand? Wat is de mooiste vorm en/of de lelijkste vorm die u kent of zelf hebt gebruikt? En waarom? Wat verstaat u onder geheim?

Over het essay en de toekomst ervan

Op 30 maart organiseerde Spui25 in samenwerking met De Groene Amsterdammer een avond over de toekomst van het essay. Jan Postma en Marja Pruis werden geïnterviewd door Roel Bentz van den Berg.

Ik had de eer een inleiding te mogen verzorgen, die je hieronder of op de website van De Nieuwe Garde terug kunt lezen: Het paradijs voor de schrijver, Miriam Rasch over de toekomst van het essay

“Over het essay en de toekomst ervan” verder lezen

De spagaat van de online kunstkritiek

Verschenen in Boekman 106:

De spagaat van de online kunstkritiek

Artikel geschreven voor Boekman 106.

Het internet is open voor iedereen, maar grote commerciële bedrijven als Google en Facebook maken er de dienst uit. Diepgang en nuance staan daarom onder druk. Hoe kan online kunstkritiek in deze omgeving gedijen?

Google is een slechte raadgever, zeker bij inhoudelijke zaken. Wat vindt men van expo X, film Y of boek Z? De zoekmachine antwoordt met een lijst webwinkels, ticketservices, agenda’s en citymarketing. Maar dat diepgaande essays of vernieuwende stukken niet op de eerste pagina met Google-resultaten staan, wil niet zeggen dat ze niet bestaan. Voor het vinden ervan moet je alleen moeite doen. “De spagaat van de online kunstkritiek” verder lezen

Over Kehlmann, Luiselli en Murakami in De Gids

gidsNu ook online te lezen: Leven na de dood!

Dubbelgangers, zombies, levende doden, het unheimliche en zo verder, op twee pagina’s in De Gids van september. Beginnend bij de beeldhouwwerken en foto’s van Medardo Rosso, via F van Daniel Kehlmann, De gewichtlozen van Valeria Luiselli naar De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren van Haruki Murakami. Drie boeken van drie continenten waarin personages sterven en toch, vreemd genoeg, verder leven.

Lees hieronder of bij De Gids: Leven na de dood. “Over Kehlmann, Luiselli en Murakami in De Gids” verder lezen

Op zoek naar het verscholen kwaad – Over Mijn strijd van Karl Ove Knausgård

knaus-gidsMijn artikel over Mijn strijd van Karl Ove Knausgård, dat ik schreef voor De Gids is online te lezen of hieronder: Op zoek naar het verscholen kwaad

Seks en schrijven, daar draait het om in het leven van de achttienjarige Karl Ove Knausgård. In Nacht, het vierde deel van de Noorse romancyclus Mijn strijd, droomt de jonge Knausgård van een groots en meeslepend leven – een schrijversbestaan vol drank en vrouwen en meesterwerken. Het ‘tussenjaar’ uit het leven van de schrijver is een scharnierpunt: wat hij aan het begin niet heeft – ervaring met seks en met schrijven – heeft hij aan het eind bereikt. Maar dat betekent niet het einde van zijn innerlijke strijd met het verleden, het geheugen en misschien zelfs met het kwaad. “Op zoek naar het verscholen kwaad – Over Mijn strijd van Karl Ove Knausgård” verder lezen

Inleiding Memento (december 2004)

Zie ook: Memento. Nagelaten vertalingen van Gerard Rasch.

Enkele weken nadat we in het Universitair Medisch Centrum te horen hadden gekregen dat Gerard Rasch, mijn vader, niet meer van zijn kanker zou genezen, stuurde hij me een e-mail met Het Plan. Het Plan: dat was nog één laatste boek te maken. Het moest een ode zijn aan de Poolse dichters van wie hij het meest hield, met gedichten die hij zelf nog absoluut vertaald wilde zien om de simpele reden dat ze hem dierbaar waren. Behalve een ode zou het daarom ook een literair testament zijn, een persoonlijke geschiedenis van de Poolse poëzie.

Mij vroeg Gerard zorg te dragen voor de selectie, de redactie en de inleiding van de bundel. Hij wist niet zeker hoever hij zelf zou kunnen komen met het werk en het was mogelijk dat hij computerbestanden en in de marge volgekrabbelde manuscripten zou achterlaten die je niet zomaar aan een willekeurig persoon toevertrouwt. Bovendien was de opzet van de bundel heel persoonlijk en moesten keuzes worden gemaakt ‘in zijn geest’, wat niet iedereen kan. En ik denk dat mijn vader mij graag de kans wilde geven een boek te maken waarop naast zijn naam ook mijn naam zou komen te staan. “Inleiding Memento (december 2004)” verder lezen