Film en filosofie: geen of/of

nffdebat

Wat doe je als je zoon een gruwelijke misdaad heeft gepleegd? Aangeven bij de politie of hem beschermen? Ethische dilemma’s maken filosofie praktisch en concreet, zijn een manier om te oefenen met abstracte ethische theorieën. Casuïstiek, in de verte verwant aan het gedachte-experiment. Behalve dat die laatste vaak zo onrealistisch zijn, gespeend van detail en persoonlijkheid – zeg maar gerust van de zaken die dilemma’s in ‘het echte leven’ zo ingewikkeld maken en de of/of-keuze zo absurd.

‘Duivelse dilemma’s’ heet het filmproject van Human: verfilmingen van of/of-keuzes, met alle ruimte voor detail en persoonlijkheid. Op het Nederlands Film Festival gingen filmers en filosofen met elkaar in gesprek. Boeiend en leerzaam, zolang film en filosofie niet zelf óók in het keurslijf van ‘of/of’ worden geduwd.

Bij Filosofie Magazine: Film en filosofie, geen of/of
Wat doe je als je zoon een gruwelijke misdaad heeft gepleegd? Aangeven bij de politie of hem beschermen? Ethische dilemma’s maken filosofie praktisch en concreet, zijn een manier om te oefenen met abstracte ethische theorieën. Casuïstiek, in de verte verwant aan het gedachte-experiment. Behalve dat die laatste vaak zo onrealistisch zijn, gespeend van detail en persoonlijkheid – zeg maar gerust van de zaken die dilemma’s in ‘het echte leven’ zo ingewikkeld maken en de of/of-keuze zo absurd.

‘Duivelse dilemma’s’ heet het filmproject van Human: verfilmingen van of/of-keuzes, met alle ruimte voor detail en persoonlijkheid. Op het Nederlands Film Festival gingen filmers en filosofen met elkaar in gesprek. Boeiend en leerzaam, zolang film en filosofie niet zelf óók in het keurslijf van ‘of/of’ worden geduwd.

Film – een ‘ervaringsexperiment’ – begint soms met een gedachte-experiment. Als de directeur van de Humanistische Omroep bij jou op bezoek komt en vraagt naar een verhaal over een duivels dilemma, wat doe je dan? Regisseur Jaap van Heusden dacht meteen aan het offer van Abraham en stelde zichzelf de vraag of dat te vertalen is naar de eenentwintigste eeuw. Nu draait zijn film Het Offer, over de vader van Joran van der Sloot, in de bioscoop. Zo’n moderne vertelling maakt het ‘duivelse dilemma’ concreet, trekt het uit de abstractie terug naar de complexe werkelijkheid.

Kunst bestaat bij gratie van een onbegrijpelijke wereld, zou Albert Camus zeggen. Een onbegrijpelijke wereld die bovendien een veelvoud aan perspectieven en interpretaties biedt (die postmoderne erfenis raak je niet snel kwijt). Film kan al die perspectieven letterlijk verbeelden, is de stelling. Prima, maar niet als daarmee wordt gesuggereerd dat de filosofie dat niet kan of wil, alsof de filosoof rigide één kant op denkt, blind voor de rest. ‘The veil of ignorance’, al in de jaren zeventig onder Rawls’ handen uitgegroeid tot een bijzonder invloedrijk filosofische idee, leert de filosofie nu juist blind te zijn voor haar eigen positie zodat die andere perspectieven in het licht kunnen treden. Andersom zit je in de beklemmendste films opgesloten in het perspectief van maar één personage.

Film en filosofie: zo klinkt het al snel als een verhaaltje als illustratie bij een theorie. Maar dat maakt film inwisselbaar. De interessantste analyses zijn die waarin filmtechniek van een filosofische interpretatie wordt voorzien. Wat zegt de montage van The Wild Bunch over het bestaan van goed en kwaad? Daarin kan de film iets toevoegen aan filosofie. Hetzelfde kun je zeggen van literatuur: ja, die heeft een illustratief vermogen, maar het is via de analyse van literaire technieken en de inhoud van die vorm dat literatuur filosofische kennis kan bieden die nergens anders te verkrijgen is.

Het is makkelijk om film en filosofie tegen elkaar af te zetten aan de hand van binaire opposities: de film spreekt tot het hart, de filosofie tot het hoofd, film is emotie, filosofie gedachte, concreet / abstract, zintuiglijk / geestelijk, beeldend / talig et cetera, et cetera. Maar wat leer je nu juist door ‘met een filosofische blik’ te kijken naar film? Ik zou haast zeggen: dat hier geen sprake is van of/of. Dat zou een te simpele voorstelling zijn van de ‘onbegrijpelijke wereld’. En een keuze tussen die twee – absurd.

The Social Network: 6 keer (geen) tragedie

the_social_network

Is The Social Network een moderne tragedie? De film handelt over de uitvinding van Facebook en de weg naar het grote geld voor Mark Zuckerberg, een weg die geplaveid is met een aantal (mensen)offers, vooral dat van zijn beste vriend Eduardo Saverin. In een aantal recensies (opvallend: vooral in de Vlaamse) wordt de film getypeerd als 21e-eeuwse / Amerikaanse / moderne tragedie. Dat is natuurlijk een uitgesleten uitdrukking die niet zoveel zegt, een cliché dat critici wel vaker van stal halen zonder daar verder echt iets mee te bedoelen. Maar als je de film iets serieuzer benadert als tragedie, vallen toch een aantal interessante zaken op. Vijf redenen waarom The Social Network een tragedie lijkt, en één reden waarom hij dat toch niet is.

1. De fatale vrouw
Hoewel er geen grote vrouwenrollen zijn, draait alles in The Social Network om meisjes. Wat drijft de mannen in hun streven naar de top? Vrouwen. In de eerste scène wordt Zuckerberg gedumpt – de directe aanleiding voor het ontstaan van een website waar tegenwoordig 500 miljoen mensen wereldwijd een profiel hebben. Vrouwen en seks, dat is waar de wereld op draait, aldus Zuckerberg. Hij heeft de pijnlijke les van zijn ex-vriendin heel goed geleerd en omgezet in een gigasucces.

2. De eer
Iets minder geprononceerd in The Social Network is ander klassiek tragisch motief: de eer. De film wordt verteld via twee rechtszaken die tegen Mark Zuckerberg zijn aangespannen. Uiteraard gaat het daarin om geld, een stukje van de taart. De achterliggende drijfveer, dat wat alles in beweging zet, is echter eer. De gebroeders Winklevoss klagen Zuckerberg aan omdat hij hun idee zou hebben gestolen. Wanneer besluiten ze om naar de rechter te stappen om hun gelijk te halen? Nadat ze een belangrijke roeiwedstrijd verliezen, van – kan het meer onterend – ‘the Dutchies’. (Terwijl het eerder onterend werd gevonden om als Harvard man je gelijk bij de rechter te bevechten.) En dan die rare vriendschap tussen Zuckerberg en Saverin die gedoemd is kapot te gaan. ‘Is het omdat ik werd toegelaten tot de Phoenix-club en jij niet?’ vraagt Saverin aan zijn voormalige boezemvriend. Hoe kinderachtig het ook is, hoe onbelangrijk zo’n clubje ook klinkt, de wereld draait op dit soort trivialiteiten. De sociale vorm van het butterfly-effect is de rode draad in deze film. Excellent.

3. De dunne scheidslijn tussen mannenvriendschap en rivaliteit
Zie 2. De eer.

4. Toeval
Alle bovenstaande redenen zijn samen te vatten onder de noemer ‘toeval’, beter: ‘onvermijdelijk toeval’. Dat is weer een andere, seculiere manier om te zeggen: noodlot. Klinkt paradoxaal, onvermijdelijk toeval. Iets wat onvermijdelijk is, is geen toeval toch? Misschien niet. Het onvermijdelijke kiest een toevallige vorm om zich te manifesteren. Neem het meisje bij wie Sean Parker, latere zakenpartner van Zuckerberg, voor het eerst hoort over Facebook. (Overigens: weer een meisje dat richting geeft aan het streven van een man.) Dat meisje is totaal onbelangrijk, wie zij is, is toevallig. Maar dat Parker in contact moest komen met Facebook, is onvermijdelijk. Het hele verhaal van The Social Network is op deze manier te ontleden.

5. De held
Dat Zuckerberg uit die berg toevalligheden de juiste kansen weet te pikken, maakt van hem een held. Een van de interessantste dingen van de film vond ik de manier waarop de geest van Zuckerberg wordt verbeeld. Je leert niets over zijn gevoelsleven of zijn innerlijke gedachten, je zult het moeten doen met wat hij hardop zegt. (Wat een opluchting om eens niet lastig te worden gevallen door een voice-over.) Uit wat hij zegt en ook hóe hij het zegt blijkt de werking van een bijzondere geest. Merkwaardige associaties en gedachtensprongen, afgevuurd in een razendsnel tempo. Hij heeft een scherp oog voor kansen, hij herkent in het toevallige het onvermijdelijke. Voortdurend vertaalt hij individuele hang-ups naar algemene concepten. Briljant. De hele film vertrekt uit de juridische vraag of hij nu wel of niet het Facebook zelf bedacht heeft. Maar uiteindelijk gaat het erom dat hij Facebook herkend heeft als the next big thing.

6. Geen ondergang
Toch is The Social Network geen tragedie en Zuckerberg geen tragische held. Een tragische held creëert met zijn scherpe geest, gedreven door vrouwen of eer geen miljardenbedrijf, maar zijn eigen ondergang. Hij maakt met de beste bedoelingen krachten los die hij niet kan beheersen en die hem zullen doden of krankzinnig maken. Denk maar aan Oedipus, of Romeo en Julia. Goed, Zuckerberg verliest zijn beste vriend, maar hij krijgt er een nieuwe voor terug. Hij verlangt nog steeds naar het meisje dat hem (terecht) aan de kant heeft gezet, zonder hoop dat zij het verlangen ooit zal beantwoorden. Maar dat is nou niet echt genoeg om van een tragisch einde te spreken. Het verhaal ís natuurlijk ook nog lang niet geëindigd. Zuckerberg heeft naar het schijnt gezegd dat hij het jammer vindt dat er een film over hem is gemaakt terwijl hij nog leeft. Dat kan ik me van hem voorstellen. Voor de kijker is juist het feit dat deze film een verhaal vertelt dat in werkelijkheid zich nog aan het ontvouwen is, fascinerend en buitengewoon post-post-postmodern.

I’m Not There: Dylan de ontsnappingskunstenaar

avedon_dylan

Hij is overal: Bob Dylan. Tijd om eindelijk eens I’m Not There te kijken, een film ‘geïnspireerd op’ het leven en de muziek van de ontsnappingskunstenaar. Zelf heb ik eigenlijk niet veel met Dylan. Ik kan wel een beetje jaloers zijn op al die aanbidders (van Dylan mag je je hele leven fan zijn, alsof je elf of twaalf blijft) die zoveel schoonheid, wijdheid, mystiek, genot en geluk krijgen, alleen al van het feit dat hij bestaat. Niet veel is ook weer niet niets: boven mijn bureau hangt de fantastische foto van Richard Avedon. En ik ben gefascineerd door de mythische proporties, die hij zélf heeft opgeworpen, vanaf zijn vroegste jeugd. Niemand weet wie Dylan is, daarom houden mensen zo van hem. I’m Not There, inderdaad.

In de film krijgt Dylan gestalte door zes verschillende personages en acteurs (waaronder een vrouw en een donker jongetje), wier verhalen door elkaar geweven zijn en die samen precies de ontsnappingskunsten van de echte hoofdpersoon laten zien. Een heel mooie film, juist omdat de vorm samenvalt met de inhoud, waardoor weer helemaal niets ergens mee samenvalt. Het is de representatie van een gespiegeld leven, waarin het gespiegelde object verloren gaat. Wie is degene die voor de spiegel staat? Hij is er niet.

Ik heb me vaak verwonderd over een bepaald slag sterren (over het algemeen de grootste), die lijken te behoren tot een totaal ander ras, als een soort buitenaardse wezens. De ware uitblinkers staan zo ver van ons af, wij miezerig gepeupel, dat het bijna niet is voor te stellen hoe zij nog mensen kunnen zijn. Bij Bob Dylan, of de zes personages in I’m Not There, wordt duidelijk hoe dat komt. Hij is een mythe, een zelfgeschapen mythe. En alleen de goden kunnen van zichzelf een god maken. Ze lijken wel op mensen, maar horen eigenlijk thuis in een moderne versie van de Ilias.

Er zijn sterren die er op hameren dat ze altijd zichzelf zijn gebleven, met andere woorden: miezerig gepeupel. Mythische sterren zul je dat niet horen zeggen. Zij blijven nooit zichzelf, omdat dat zelf niet bestaat; ze blijven nooit dezelfde, omdat ze voor hun sterrendom al anders waren. De voorwaarde voor onsterfelijkheid: je verleden dood verklaren en jezelf opnieuw geboren laten worden. De woestijn in trekken en je ziel aan de duivel verkopen. Keer op keer.

Jammer genoeg haperde de dvd met I’m Not There in de laatste vijf minuten, waardoor ik het einde slechts in een paar stilstaande shots te zien kreeg. Je zou bijna denken dat het zo hoort, dat de hand van de duivel het einde bij zijn kladden greep om in kleine splintertjes uiteen te gooien. ‘Hier is niemand.’