Baas in eigen tuin: recensie Kris Pint – De wilde tuin van de verbeelding

In De Groene Amsterdammer mijn recensie van Kris Pint – De wilde tuin van de verbeelding: ‘Het is de paradox van deze tijd: we zijn vrij om ons leven in te richten zoals we willen, maar alleen als het past binnen het ‘kader van het marktdenken’ zoals de Vlaamse cultuurfilosoof Kris Pint dat noemt. En al weten we nog zo goed dat elke foto vijf keer over moest voor hij Instagram-waardig werd bevonden, het blijft moeilijk om niet zo’n glossy leventje voor jezelf te wensen – dat is immers hoe succes eruitziet. Een ieder wordt zijn eigen marketeer.’

Lees hier verder: Baas in eigen tuin

Epicurus: genot en hedonisme als leidraad voor een gelukkig leven

epicurus

Epicurus staat bekend als de filosoof van het genot, van het hedonisme. In een sixties-achtige commune leefden hij en zijn vrienden en vriendinnen samen, vrij van verplichtingen, vol van vriendschap. Toch leidt de hedonistische ethiek van Epicurus tot een leven van matigheid en rust. Hoe zit dat?

* Bevredigen van lust – genot – is de weg naar geluk.
* Maar: lust moet je vooral begrijpen als afwezigheid van pijn. ‘Hebben we geen pijn, dan hebben we geen lust meer nodig.’
* Instant lustbevrediging is vaak niet slim op de lange termijn (je wordt dik, loopt een soa op, belandt in de goot). In het goede leven streef je daarom naar de bevrediging van je behoeften, naar genot, maar wel door het verstand geleid. 
* Zelfredzaamheid staat voorop: richt je alleen op de behoeften die je zelf kunt bevredigen en waar externe factoren dus geen noodzakelijk belang in hebben.
* Geniet, maar zorg dat je niet afhankelijk wordt van genot. 
* De hoogste lust is van geestelijke aard: ataraxia, onverstoorbaarheid of gemoedsrust.

Het ‘viervoudig medicijn’ om gemoedsrust te bereiken:
1. De goden doen niets (daar hoef je dus niet je handelen op af te stemmen)
2. De dood betekent niets (‘wanneer wij er zijn, is de dood er niet, en wanneer de dood er is, zijn wij er niet meer’ – daar hoef je dus niet bang voor te zijn)
3. Lust is gemakkelijk te bereiken (als je behoeftes beantwoorden aan het criterium van zelfredzaamheid)
4. Onlust is gemakkelijk te negeren of te vermijden (ga d’r maar aan staan)

Het belangrijkste is eigenlijk om inzicht te krijgen in je behoeftes. Daar hangt alles van af. Hoe doe je dat? Gebruik je verstand én je fantasie:

‘Bij alle verlangens moet men de volgende vraag stellen: Wat zal er met mij gebeuren wanneer in vervulling gaat wat ik nu zo hartstochtelijk wens? En wat als het niet gebeurt?’ 

Als je je hier een eerlijke voorstelling van maakt, kun je ook de volgende vraag beantwoorden: Gaat achter de hedonistische wens (bijvoorbeeld een mooi huis bezitten) niet een andere behoefte schuil (samenwonen met een lieve huisgenoot)? 

Op de vraag hoe je die laatste behoefte – lieve mensen om je heen hebben, niet toevallig het belangrijkste middel tot het verwerven van levensgeluk volgens Epicurus – kunt rijmen met zelfredzaamheid, heb ik helaas geen antwoord.

Epicurus’ Brief over het geluk verscheen bij de Historische Uitgeverij. Lees ook Handige tips voor een sterk karakter – Aristoteles en deugdethiek en Epicurus: natuurlijke verlangens als leidraad voor levenskunst.

In het kader van het vak Ethiek dat ik verzorg in de minor Praktische Filosofie aan de HvA zal ik hier de komende tijd korte stukjes plaatsen over de basisbeginselen van ethiek.


10 x Levenskunst – Deugden en ondeugden

1. Frans de Waal
Heeft de moraal een natuurlijke, evolutionaire oorsprong? Of is moraal specifiek menselijk en niet los te zien van cultuur? Dat was de inzet van de lezing door prof. Joep Dohmen over het werk van bioloog Frans de Waal en in het bijzonder de notie van empathie. De Waal laat in zijn onderzoek naar het gedrag van apen zien dat empathie – en daarmee gedrag als wederkerigheid en troost – niet een verworvenheid van de mens is, maar ook bij dieren voorkomt. De mens is net als zijn naaste verwanten ‘van nature goed’, zij het dat hij ook van nature uitgerust is met ‘slechte’ eigenschappen als agressie en machtsbelustheid.
Lees verder: Empathie is nog geen moraal: Joep Dohmen over Frans de Waal

2. Wu wei
Een moderne moraal legt geen regels op, maar ondersteunt de natuurlijke neigingen tot het goede. Deugden die het vrije individu trainen in dat waar hij goed in is, in plaats van hem te beperken maken zo’n moraal praktisch. De 21e eeuw vraagt om een ethiek die geen regels en wetten formuleert, maar juist de verlammende werking van regels laat zien. Prof. Maarten van Buuren wil op zoek naar zo’n natuurlijke moraal, en het taoïsme is daar een eerste voorbeeld van. Zo blijkt uit zijn lezing in de serie Levenskunst, Wu wei, doen door niet te doen.
Lees verder: Taoïsme en levenskunst: harmonie met de natuurlijke orde

3. Aristoteles
De deugdethiek en de levenskunst: twee dominante filosofische stromingen van deze tijd. Beide kwamen op in de laatste decennia van de twintigste eeuw en zijn nu bepalend voor wat je zou kunnen noemen de ‘mainstream’-filosofie. Twee filosofieën met een verschillende oriëntatie. Deugden zijn gericht op karaktervorming, het ontwikkelen van een houding die zich vertaalt in bepaald gedrag. De centrale, achterliggende waarde: geluk, of ‘gelukt zijn’ in overeenstemming met de menselijke natuur. De levenskunst is eerder gericht op het vinden van een persoonlijke ‘zin’ en draait om de centrale waarde van ‘authenticiteit’, in overeenstemming met je individuele zijn. Prof. Joep Dohmen noemt het verbinden van deze twee ethieken hét filosofische probleem van deze tijd. Hoe kunnen deugden geïntegreerd worden in een actuele levenskunst?
Lees verder: Levenskunst: deugdethiek van Aristoteles verbinden met authenticiteit

4. Epicurus
De deugd is als een geneesmiddel. Zoals je een medicijn slikt om gezond te worden, zo beoefen je de deugd om geluk te bereiken. Epicurus zet zich met deze utilitaristische, op het nut gerichte visie op de deugden af tegen zijn grote voorgangers Plato en Aristoteles. Maar tegen welke prijs? Dat is de vraag die blijft hangen na de lezing van prof. dr. Maarten van Buuren over Epicurus in de serie Levenskunst.
Lees verder: Epicurus: natuurlijke verlangens als leidraad voor levenskunst

5. Martha Nussbaum
Nut en rechtvaardigheid zijn de twee leidende principes van de moderne moraal. Martha Nussbaum, een van de belangrijkste hedendaagse Amerikaanse filosofen, onderzoekt hoe die moraal weer een bredere invulling kan krijgen. Daarvoor grijpt ze terug op de levenskunstfilosofen van de klassieke oudheid, in het bijzonder Aristoteles. De centrale vraag in haar ethiek is dan ook ‘Hoe te leven’? Ethiek, Bildung, maar ook politieke filosofie krijgen allemaal haar aandacht onder de centrale noemer van het ‘goede leven’. Het goede, zo laat Joep Dohmen in zijn lezing over Nussbaum zien, is niet singulier maar meervoudig.
Lees verder: Geluk, ambivalentie en tragiek: Martha Nussbaum en levenskunst

6. Niccolò Machiavelli
Is de staatsterreur van Assad in Syrië goed te praten vanuit de machiavellistische ethiek? Als het zo is dat de slachting van tientallen, zo niet honderden burgers tegelijk door de machthebbers te verantwoorden is met Machiavelli in de hand, dan moet er toch iets mis zijn met de schrijver van Il principe. Een interessant punt dat Joep Dohmen Maarten van Buuren voor de voeten werpt in hun discussie na afloop van de lezing over Machiavelli in de serie Levenskunst.
Lees verder: Het doel heiligt de middelen: de ethiek van Machiavelli

7. Richard Sennett
Jobhoppen, relatiehoppen en religieshoppen, daaruit bestaat het leven tegenwoordig. Vaste relaties hebben we als ketens van ons af geworpen om ons helemaal te richten op vrijheid en zelfontplooiing. Daarmee hebben we echter een hoop waardevols weggegooid, dat niet zo makkelijk weer te hervinden is. Richard Sennett stelt in zijn werk deze cultuurpessimistische diagnose van de hedendaagse maatschappij, die haast geen samenleving meer te noemen is. Hoe krijgen we weer vaste grond onder de voeten?
Lees verder: De flexibele mens en zijn angsten: Richard Sennett

8. Friedrich Nietzsche
Maakt dit mij sterker? Dat is de leidende vraag in de nietzscheaanse levenskunst. Niet: is dit het goede of het ware, want ook het goede en het ware staan slechts in dienst van het vergroten van je eigen kracht. Als een illusie je op een zeker moment sterker maakt dan de waarheid – kies dan voor de illusie. Sommige waarheden kunnen zo hard en onhandelbaar zijn dat ze schadelijk worden – schuif ze dan terzijde. De waarheid en de illusie zijn deugdelijk als ze jou sterker maken en ondeugdelijk als ze je verzwakken, dat is de kern van Nietzsches deugdenethiek. Maar het volgen van de weg omhoog (de wil tot macht, dat wat je sterker maakt), gaat onvermijdelijk gepaard met lijden en zelfopoffering.
Lees verder: Nietzsche als deugdethicus

9. Alasdair MacIntyre
Ons leven is gefragmenteerd en we dreigen onszelf kwijt te raken. Dat is de niet erg vrolijke diagnose van de moderne mens die Alasdair MacIntyre stelt. Onder invloed van het liberalisme zijn we alleen nog maar bezig met onze individuele meningen en vieren we het consumentisme. Van een gemeenschappelijke moraal en sociale samenhang is geen sprake meer. Hoe die terug te vinden?
Lees verder: Alasdair MacIntyre: via je eigen verhaal verbonden met de traditie

10. Richard Rorty
‘Nu komt het aan op je idealisme, Miriam.’ ‘Ik ben wel idealistisch, omdat ik geloof dat je de wereld een beetje beter kunt maken. Maar niet voorgoed en niet op recept. Daarvoor blijf ik te veel een pragmaticus.’ Ik droom niet altijd in filosofische dialoogjes, zeer zelden zelfs, maar blijkbaar had de Levenskunstlezing over Richard Rorty en het pragmatisme een snaar geraakt. Ik noem mezelf dan ook vaak pragmatisch, met als enige principe de Sartriaanse absolute vrijheid die absolute verantwoordelijkheid met zich meebrengt (dat principe laat ook weinig ruimte over voor de rest).
Lees verder: Richard Rorty en het nieuwe pragmatisme

Richard Rorty en het nieuwe pragmatisme

levenskunst

‘Nu komt het aan op je idealisme, Miriam.’ ‘Ik ben wel idealistisch, omdat ik geloof dat je de wereld een beetje beter kunt maken. Maar niet voorgoed en niet op recept. Daarvoor blijf ik te veel een pragmaticus.’ Ik droom niet altijd in filosofische dialoogjes, zeer zelden zelfs, maar blijkbaar had de Levenskunstlezing over Richard Rorty en het pragmatisme een snaar geraakt. Ik noem mezelf dan ook vaak pragmatisch, met als enige principe de Sartriaanse absolute vrijheid die absolute verantwoordelijkheid met zich meebrengt (dat principe laat ook weinig ruimte over voor de rest).

De pragmatische moraal verwijst simpel gezegd naar dat wat werkt in een bepaalde situatie. Ze is dus altijd afhankelijk van de context (en ik zou willen toevoegen: van de personen waar het om gaat). Deze ‘anti-fundamentalistische’ instelling vindt haar grond in het perspectivisme, de filosofische richting die het bestaan van één waarheid ontkent. Een waarheid is altijd ván iemand of voortkomend uit een wereldbeeld, een tijdgeest. De waarheid die toevallig wordt gezien als dé waarheid is gewoonweg de versie van degene met de meeste macht. Zie Nietzsche en Wittgenstein, maar ook Thomas Kuhn en zijn beschrijving van de geschiedenis van de wetenschap. Hoe we de wereld zien en hoe de wetenschap de wereld beschrijft, is veel meer afhankelijk van het paradigma waar we in leven dan dat het een waarheidsgetrouwe afbeelding van de werkelijkheid is.

Pragmatisme wordt nogal eens een eufemisme voor opportunisme genoemd. Onterecht, zegt Maarten van Buuren in zijn lezing, want opportunisme is handelen uit eigenbelang, terwijl het filosofisch pragmatisme begrepen moet worden als een ethiek gericht op het algemeen belang. Het blijft nogal vaag waaruit dat algemeen belang dan bestaat en vooral: wie dat bepaalt. Wat het werk van Rorty node mist, concludeert Van Buuren, is een reflectie op macht. Continentale denkers als Michel Foucault hebben laten zien dat machtsverhoudingen juist omdat ze vaak onzichtbaar blijven, steeds in het vizier van de filosofie moeten staan. 

Het algemeen belang – laten we zeggen, dat met het grootste nut voor de samenleving – is natuurlijk niet waar ik op duid als ik mezelf pragmaticus noem. Dan gaat het om mijn eigen beslissingen en keuzes. Misschien staat de val van het opportunisme dan alsnog wagenwijd open? Ik denk het niet. Want eigenlijk grijp ik vooral naar het pragmatisme in gesprekken met anderen, als een vriend me een probleem voorlegt of als ik samen met collega’s voor een dilemma sta. Dan dwingt een pragmatische houding je te luisteren naar het hele verhaal, waarin precies de context van het probleem of dilemma zich ontvouwt. Zonder vooroordelen en al helemaal zonder zo’n gebruiksaanwijzing achter de hand die verdeeld is in twee kolommen: wat is uw probleem, onderneem dan de volgende acties.

Het pragmatisme, zo kwam ook naar voren, is bij uitstek een literaire filosofie. Niet zo gek, als het juist draait om context, situatie, personen en hun verhoudingen ten opzichte van elkaar – of, zo je wilt, hun machtsrelaties. Als een bruikbare ethiek op het niveau van de samenleving schiet het misschien op punten tekort, toch denk ik dat het waardevol blijft voor de individuele levenskunst. En misschien wel de enige manier om praktisch invulling te geven aan die verdammte vrijheid en verantwoordelijkheid.

Kijk de lezing hier terug.

Alasdair MacIntyre: via je eigen verhaal verbonden met de traditie

levenskunst

Ons leven is gefragmenteerd en we dreigen onszelf kwijt te raken. Dat is de niet erg vrolijke diagnose van de moderne mens die Alasdair MacIntyre stelt. Onder invloed van het liberalisme zijn we alleen nog maar bezig met onze individuele meningen en vieren we het consumentisme. Van een gemeenschappelijke moraal en sociale samenhang is geen sprake meer. Hoe die terug te vinden?

MacIntyre stelt dat het vertellen van verhalen aan elkaar en over jezelf weer voor eenheid kan zorgen. Verhalen zijn doelgericht maar ook onvoorspelbaar – net zoals het leven. Deugden kunnen daarbinnen weer zorgen voor een vorm van continuïteit. Het project om het gemeenschapsdenken weer een plaats te geven in de ethiek verdient waardering, zegt prof. dr. Joep Dohmen in zijn lezing over MacIntyre in de serie Levenskunst. Dat de uitwerking daarvan niet op ieders steun kan rekenen, bewijst de vurige discussie die prof. dr. Maarten van Buuren na afloop met hem aanging. Hoeveel individuele vrijheid ben je bereid in te leveren voor een stevige sociale orde?

Post-morele ethiek
De Schotse filosoof zorgde met zijn in 1981 verschenen boek After virtue voor een revival van de deugdethiek en het gemeenschapsdenken. Wat bijzonder is, is dat hij de moderne opvatting van de mens als individu niet ontkent, maar juist binnen het gemeenschapsdenken een plaats wil geven. Niettemin levert MacIntyre fikse kritiek op dat individualisme waar we onze liberale samenleving en moraal op hebben gebouwd. Niet een erg stevig fundament, vindt MacIntyre. Sterker nog: er heeft zich een ramp voltrokken in de morele cultuur en wat op het spel staat is het redden van de moraal.

De moderne moraal is te formuleren naar John Rawls: recht gaat boven goed. Dat wil zeggen, de verhoudingen tussen burgers moeten wettelijk geregeld zijn, maar de moraal (het ‘goed’) is neutraal, niet van hogerhand opgelegd. Wat goed is, is ieders vrije keuze. MacIntyre noemt dit een ‘post-morele ethiek’. Je hebt daar niets aan, want elke positie is te verdedigen zonder ooit tot overeenstemming te komen. De één is voor oorlog, want de democratie moet bevochten worden; de ander tegen oorlog, want elk mensenleven is doel op zich. Vóór abortus, want de vrouw heeft recht op zelfbeschikking; tégen abortus, want de mens mag niet ingrijpen in kwesties van leven en dood. ‘Dat vind ik nu eenmaal zo,’ is de dooddoener voor elke hedendaagse morele discussie.

Vrijheid en verbondenheid
Hoe nu deze betekenisloze moraliteit weer te reactiveren – zonder echter de gegevenheden van het liberalisme te negeren? Anders gezegd: op welke manier zijn vrijheid en verbondenheid aan elkaar te koppelen?

MacIntyre doet dat door zich te richten op de concrete praktijken van een samenleving. Daarvoor gaat hij terug naar de doelgerichte ethiek van Aristoteles. Ook wij leven ons leven met een doel voor ogen, dat we in de praktijk van ons leven proberen te optimaliseren. Bovendien is dat doel ingebed in een sociale orde en in een traditie. Bijvoorbeeld de praktijk van je beroep – huisarts, schrijver, onderwijzer. Daaraan geef je in je eigen, particulieren leven een persoonlijke betekenis, die echter niet los te zien is van de traditie.

Absolute vrijheid bestaat niet
En de deugden? De deugden van Homerus verschillen van die van Aristoteles, die weer mijlenver verwijderd zijn van die van het christendom. De rode draad is dat ze altijd in dienst staan van het doel en altijd ingebed zijn in de sociale orde. Ook deugden zijn daarom een manier om continuïteit en samenhang te creëren. Maar pas door het vertellen van verhalen komt die echt tot uitdrukking. Letterlijk, namelijk door de conversatie tussen mensen; maar ook door ons eigen leven te zien als een narratieve structuur. Het levensverhaal heeft een begin, midden en eind, personages daarin hebben intenties en zijn ingebed in een setting. En dat verhaal is weer verbonden met een geschiedenis, die voorbij het individu strekt. Je staat in een geschiedenis waarbinnen je speelruimte hebt om je eigen verhaal te maken.

De vraag is zo bezien niet hoeveel vrijheid je bereid bent in te leveren. De absolute vrijheid die we allemaal omarmen en die een erfenis van Sartre kan worden genoemd, bestaat volgens MacIntyre niet – en Joep Dohmen lijkt hem daarin te volgen. Maarten van Buuren verklaart zich daarentegen zeer fel Sartriaan. Welke kant kies jij? Of valt er niets te kiezen?

Kijk de lezing en discussie hier terug: Alasdair MacIntyre – Na de deugd. De laatste lezing van Levenskunst is op dinsdag 5 juni en gaat anders dan in eerste instantie aangekondigd over Richard Rorty en het pragmatisme.

[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]

Nietzsche als deugdethicus

levenskunst

Maakt dit mij sterker? Dat is de leidende vraag in de nietzscheaanse levenskunst. Niet: is dit het goede of het ware, want ook het goede en het ware staan slechts in dienst van het vergroten van je eigen kracht. Als een illusie je op een zeker moment sterker maakt dan de waarheid – kies dan voor de illusie. Sommige waarheden kunnen zo hard en onhandelbaar zijn dat ze schadelijk worden – schuif ze dan terzijde. De waarheid en de illusie zijn deugdelijk als ze jou sterker maken en ondeugdelijk als ze je verzwakken, dat is de kern van Nietzsches deugdenethiek. Maar het volgen van de weg omhoog (de wil tot macht, dat wat je sterker maakt), gaat onvermijdelijk gepaard met lijden en zelfopoffering.

Levenskunst voor vergevorderden
Het is een filosofie die moeilijk te behappen is, zo geeft Maarten van Buuren toe. Maar, zegt hij: ‘Nietzsche brengt mij op de goede weg.’ Met levendige en persoonlijke voorbeelden licht Van Buuren de ‘levenslessen’ van Nietzsche toe. De vraag die blijft hangen is wel of het toepassen ervan niet vereist dat je al vergevorderd bent in het vormgeven van je eigen leven. In de deconstructie van ik en waarheid, en de nadruk op overgave en opoffering (voor jezelf natuurlijk, en niet voor een ander) zingt ook een gevaarlijke klank door. Nietzsche stierf krankzinnig – door de syfilis waarschijnlijk. Toch klinkt dat einde ook wel als een waarschuwing. Je mag wel stevig in je schoenen staan wanneer je zoals Van Buuren jezelf voor de spiegel eens goed de waarheid zegt. Ook al kies je er vervolgens voor in de illusie te geloven…

Deconstructie van het ik
Via een analyse van de alledaagse zin ‘Ik wil een kop koffie’ wordt duidelijk hoe de deconstructie van belangrijke begrippen als ‘ik’ en ‘waarheid’ werkt. Als we zeggen dat we een kop koffie willen, gaan we uit van onszelf als een subject dat aan de oorsprong staat van een handeling, die wij als individu willen. Dat klopt niet, stelt Nietzsche. Eerder zijn we een slaaf van onze wil: in plaats van over subject kun je het beter hebben over lijdend voorwerp. Koffieverslaving sleurt je de keuken in voor weer een kop, en ondertussen ben je met jezelf aan het onderhandelen over of je je koffiepauze wel verdiend hebt. Het ‘ik’, oftewel het ongedeelde ‘individu’, is daarom ook een illusie. We worden voortdurend heen en weer geslingerd in onszelf tussen ons willende deel en ons controlerende deel, tussen beheersing en overgave.

Zo deconstrueert Nietzsche (die werd opgeleid als filoloog, dus als taalkundige) het woord ‘ik’. Het is een etiket dat niet klopt met wat eronder zit. Veel later zouden Derrida en andere postmoderne filosofen deze manier van filosoferen door deconstructie overnemen. Naast het ik moet ook de waarheid eraan geloven; nog zo’n etiket dat niet strookt met de werkelijkheid. Waarheden bestaan niet, er zijn alleen opinies waartussen een machtsstrijd woedt. De sterkste opinie wint en gaat dan door voor de waarheid.

Zelfoverstijging gepaard aan zelfopoffering
Ik en waarheid bestaan niet (als duidelijk definieerbare eenheden) en kunnen dus ook niet centrale waarden van de filosofie zijn. Dat verduidelijkt misschien waarom ‘sterker worden’ de kern van Nietzsches levenskunst is (bekend als de ‘Wille zur Macht’). Maar het sterker worden is ook niet enkelvoudig; je wordt sterker en dat is het dan. Ook dat is te deconstrueren. Van Buuren legt uit dat het draait om zelfoverstijging, die altijd gepaard moet gaan met zelfopoffering. Zelfoverstijging door productief te zijn, door te scheppen, boeken te schrijven, kinderen te krijgen of lezingen te geven. Hoe sterker je bent, hoe sneller je groeit, hoe meer je creëert – hoe meer je jezelf ook de vernieling in helpt. Voor een vervuld leven moet je je overgeven aan het dionysische, aan de wilde en gevaarlijke kant van het bestaan die naast vervulling ook lijden brengt. Dat is de controversiële les die Nietzsche als deugdethicus ons meegeeft. Het brengt Maarten van Buuren naar eigen zeggen op de goede weg en bovendien in een zichtbaar goed humeur. Durf jij het aan om hem te volgen?

Volgende keren
Kijk de lezing over Nietzsche als deugdethicus hier terug. De volgende Levenskunstlezing is op dinsdag 1 mei en gaat over Alasdair MacIntyre. De laatste lezing uit deze reeks vindt plaats op 5 juni en gaat (anders dan aangekondigd) over de filosofie van het pragmatisme.

[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]

De flexibele mens en zijn angsten: Richard Sennett

levenskunst

Jobhoppen, relatiehoppen en religieshoppen, daaruit bestaat het leven tegenwoordig. Vaste relaties hebben we als ketens van ons af geworpen om ons helemaal te richten op vrijheid en zelfontplooiing. Daarmee hebben we echter een hoop waardevols weggegooid, dat niet zo makkelijk weer te hervinden is. Richard Sennett stelt in zijn werk deze cultuurpessimistische diagnose van de hedendaagse maatschappij, die haast geen samenleving meer te noemen is. Hoe krijgen we weer vaste grond onder de voeten?

Prof. dr. Joep Dohmen geeft in zijn lezing over Sennett in de serie Levenskunst toe dat hij de praktische uitwerking van Sennetts ideeën niet op alle punten overtuigend vindt. In de praktijk van bedrijfsleven en politiek zullen idealen als vakmanschap en respect gestalte moeten krijgen. Dohmen constateert dat er een spanning is tussen het individuele verlangen om een ‘vakman’ te worden en het verlangen naar sociale cohesie, zoals beide door Sennett beschreven worden.

Het kapitalisme heeft ons beroofd van de vaste pijlers die we hadden. Natuurlijk leidde die vastigheid ook tot vervreemding en verveling. Maar, vraagt Sennett, zal flexibilisering werkelijk het kwaad van de routine genezen? We zijn ‘flexibele mensen’ geworden. Aan de ene kant is dat omdat we voortdurend onszelf voorop zetten en niet meer loyaal zijn aan een ander, laat staan een werkgever. Aan de andere kant is het een uitwas van de manier waarop de economie werkt. Vandaag werd bekend gemaakt dat in 2011 nog maar 2000 mensen direct een vast contract kregen in een nieuwe functie, tegenover 83.000 in 2010. Het gaat verder dan dat: een op de vijf kinderen groeit op in een gezin zonder beide biologische ouders en nog veel meer huwelijken stranden.

Dohmen haalt een interessante notie van Sennett aan: voor het eerst geldt de elite als norm in de samenleving. Alleen het beste is nog goed genoeg en iedereen spiegelt zich aan de top. Zou het vroeger niet in een boer opkomen om zichzelf te vergelijken met zijn landheer, nu komt het niet in je op om je níet aan de sport-, film- of intellectuele sterren te meten. En als je voor de sterren onderdoet, heb je dat in feite aan jezelf te danken. In plaats van een ander om hulp te vragen, wenden we ons bij falen tot de overheid die steeds meer een abstracte instantie wordt. Hulp is eigenlijk een vies woord en afhankelijkheid een smet. Daarom is de flexmens angstig. Hij loopt voortdurend het risico om te falen – als hij zijn vaste bodem niet verliest (baan, relatie), dan wel zijn flexibiliteit. Dat klinkt als een verlies-verliessituatie.

Hoe komen we hieruit? Het zou helpen als we niet meer bang zijn voor routine, maar juist ritme opbouwen. Een bescheiden opstelling hebben tegenover de ander, hulpvaardigheid waarderen en respect niet eisen maar betonen. Er is niets mis met het opzetten van een ‘sociaal masker’ in het publieke domein, vindt Sennett. Uiteindelijk is het echter een kwestie van institutionele veranderingen. Bedrijfsleven, politiek en economie moeten fundamenteel anders ingericht worden. Anders heb je misschien wel allemaal geoefende, vakkundige, behulpzame individuen, maar blijft de samenleving ‘doelloos drijven’. Het is een moeilijk te verteren conclusie voor iedereen die best een steentje wil bijdragen aan een betere wereld, maar erop rekent dat in zijn eentje te kunnen doen, vanuit eigen inzicht en onplooiing – precies zoals Richard Sennett de eenentwintigste-eeuwer beschrijft.

De lezing is hier geheel terug te zien.

[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]

Het doel heiligt de middelen: de ethiek van Machiavelli

levenskunst

Is de staatsterreur van Assad in Syrië goed te praten vanuit de machiavellistische ethiek? Als het zo is dat de slachting van tientallen, zo niet honderden burgers tegelijk door de machthebbers te verantwoorden is met Machiavelli in de hand, dan moet er toch iets mis zijn met de schrijver van Il principe. Een interessant punt dat Joep Dohmen Maarten van Buuren voor de voeten werpt in hun discussie na afloop van de lezing over Machiavelli in de serie Levenskunst.

Functionele wreedheden
‘Het doel heiligt de middelen’, zo is de politieke filosofie van Machiavelli samen te vatten. Assads doel is de macht behouden, net zoals ‘il principe’ (de vorst), en hij doet dat door extreme middelen in te zetten. Kan dat geoorloofd zijn? De vraag is of de aard van het doel wat uitmaakt. Volgens Maarten van Buuren wel. Zeker uit het latere werk van Machiavelli, de Discorsi, spreekt de overtuiging dat een doel in dienst moet staan van de republiek, anders gezegd: het volk. Op die gronden kun je wreedheden van dictators afkeuren.

Niettemin staat Machiavelli bekend als een meedogenloze denker, die niet terugschrikt om wreedheden onder sommige omstandigheden verstandig te noemen, de beste keus, of zelfs ‘functioneel’. Het zijn smakelijke anekdotes die Van Buuren opdist, bijvoorbeeld over Cesare Borgia, de Italiaanse gruwelheerser die model stond voor Il principe. Meedogenloos was Machiavelli wellicht, maar dan vooral in de zin dat hij zich niet liet leiden door de heersende moraal; in zijn handelen noch in zijn denken.

Wat bijzonder is aan deze denker is dat hij niet beschrijft wat de mens zou moeten doen, maar wat hij doet. Machiavelli observeert en schrijft vervolgens op wat hij ziet. Zijn werkwijze, zegt Maarten van Buuren, is vergelijkbaar met die van Frans de Waal. In plaats van chimpanseekolonies bestudeert Machiavelli de kringen van de politiek en diplomatie in renaissancistisch Italië – maar beide worden evenzeer gekenmerkt door machtsspelletjes, wreedheid en een immorele basis.

Wij zijn allen machtspolitici
Immoreel ja, maar niet amoreel. Wat Machiavelli doet is een soort pre-Nietzscheaanse ‘Umwertung aller Werte’: hij zet zich af tegen de heersende waarden en deugden met een christelijk signatuur. Daartegenover zet hij klassieke, Romeinse deugden die te maken hebben met kracht, moed, onverschrokkenheid, maar ook met het belang van de staat en burgerschap boven een individuele relatie met een opperwezen. Een voorbeeld van Machiavellistische deugd is Borgia, maar aan die wrede heerser zullen wij ons niet snel willen spiegelen. Misschien wel aan de Romein naar wie de Amerikaanse stad Cincinnati is vernoemd. Cincinnatus staat als voorbeeldig dictator te boek: hij werd van zijn akkers geplukt om ten strijde te trekken als veldheer en ging na een zeer snelle oorlogsoverwinning gewoon weer verder met het bewerken van zijn land.

Uit deze anekdote spreekt het soort koelbloedigheid waar we zeker een voorbeeld aan mogen nemen, anders dan de als machiavellistisch bestempelde wreedheden van een machthebber als Assad. Maar de grootste les die we kunnen leren, zegt Van Buuren, is dat wij allen machtspolitici zijn. Op het werk, thuis, in een relatie of het gezin. Zoveel is er niet veranderd sinds de zestiende eeuw. Of sinds de chimpansees.

De volgende lezing in de serie Levenskunst is op 6 maart en gaat over Richard Sennett – De mens als maker. De lezing over Machiavelli is hier terug te zien.

[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]

Epicurus: natuurlijke verlangens als leidraad voor levenskunst

levenskunst

De deugd is als een geneesmiddel. Zoals je een medicijn slikt om gezond te worden, zo beoefen je de deugd om geluk te bereiken. Epicurus zet zich met deze utilitaristische, op het nut gerichte visie op de deugden af tegen zijn grote voorgangers Plato en Aristoteles. Maar tegen welke prijs? Dat is de vraag die blijft hangen na de lezing van prof. dr. Maarten van Buuren over Epicurus in de serie Levenskunst.

Atomisme
Epicurus’ natuurkunde en kenleer vormen de basis voor zijn ethiek. Hij is een atomist; de werkelijkheid bestaat volgens hem uit atomen en leegte. We kennen die werkelijkheid alleen via de waarneming, via de zintuigen dus. Ook de waarneming is atomair. De beelden die bij ons binnenkomen zijn ‘dunne vliesjes’ die van de atomen onze zintuigen binnendringen. Dat geldt zelfs voor onze voorstelling van goden en mythes en voor onze dromen. Waarneming is bovendien altijd waar, omdat ze rechtstreeks uit de werkelijkheid afkomstig is. Het zijn onze meningen over en interpretaties van wat we zien die eventueel een onwaarheid zijn.

Ook de geest en ziel zijn atomen. Atomen die als je dood gaat vervliegen. Een onsterfelijke ziel bestaat volgens Epicurus niet en er is geen leven na de dood. Goden zijn er wel, maar ook zij zijn gemaakt van stof. Ze huizen ergens ver weg tussen de planeten en bemoeien zich niet met de mensen. Epicurus is met andere woorden een empiricus in hart en nieren. Er is geen enkele reden om bang te zijn voor de goden dan wel voor de dood.

Genot of welzijn?
Uit deze empirische leer volgt haast vanzelf dat ook Epicurus’ ethiek natuurlijk is. Het doel van ons leven is door de natuur bij de geboorte meegegeven en het is aan ons om dat doel te verwerkelijken. Wat is dat dan? Epicurus staat bekend als de filosoof van het genot, de aartsvader van het hedonisme, maar eigenlijk is dat een verkeerde voorstelling van zaken. Zoals veel filosofen noemt ook Epicurus ‘geluk’ als het doel. Bij hem bestaat geluk uit iets als ‘welzijn’, zegt Maarten van Buuren.

Hedonisme associëren we met ongebreideld genot, met veel eten, veel drinken en veel seks. Maar het epicurisme is juist een levenskunst van matigheid. Welzijn bestaat uit het volgen van de natuurlijke verlangens en het uit de weg gaan van de onnatuurlijke verlangens. Eten hebben we nodig om te overleven, dat zit in de natuur. Copieus dineren hebben we echter niet nodig. De beperking van de verlangens gaat best ver. Epicurus beweert zelfs dat seks geen natuurlijk verlangen is, omdat we ook zonder wel in leven blijven. Het zegt iets over de individualistische inslag van Epicurus’ ethiek. En het is een duidelijk pre-darwinistisch standpunt, zou je daaraan toe kunnen voegen.

Vriendeschap om het nut
Aan de andere kant doet de utilitaristische houding van Epicurus juist weer denken aan een evolutionair gegronde moraal. Als het gaat om deugden, komt de focus op het nut sterk naar voren. Deugden zijn voor Epicurus middelen om het doel – geluk – te bereiken. Dit in tegenstelling tot de deugdethiek van Plato en Aristoteles, die de deugden juist definieerden als eigenschappen die (ook) doel op zichzelf zijn. Zelfs een deugd als vriendschap is volgens Epicurus in de kern gebaseerd op nut. Dat levert nogal wat discussie op. Joep Dohmen haalt Montaigne aan, die over zijn boezemvriend zei: ‘Omdat hij het was, omdat ik het was.’ Dat is vriendschap ontdaan van elke nutsgedachte. Maarten van Buuren gelooft echter wel in Epicurus’ opvatting dat elke vriendschap, hoe diep en waardevol die uiteindelijk ook wordt, altijd haar oorsprong vindt in het nut. Vriendschap als een natuurlijk verlangen, gebaseerd op de noodzaak tot overleven: dat klinkt toch haast als evolutionaire psychologie avant la lettre.

Gaat een natuurlijke moraal dan altijd gepaard met zo’n utilitaristische opvatting van deugden? De winst van Epicurus is dat hij laat zien dat geluk binnen ieders bereik ligt en dat angst onnodig is. Noch de dood, noch de goden hoeven we te vrezen. Het is ook mooi dat Epicurus er niet van uitgaat dat de afwezigheid van de goden leidt tot decadentie en degeneratie. Het afschaffen van angst hoeft niet per se mateloosheid met zich mee te brengen, omdat we juist worden teruggebracht naar wat de natuurlijke verlangens zijn. Maar als de relativering van waarden als vriendschap en rechtvaardigheid de prijs is die we daarvoor moeten betalen, hebben we dat er dan voor over?

[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]

Taoïsme en levenskunst: harmonie met de natuurlijke orde

pijl_boog

Een moderne moraal legt geen regels op, maar ondersteunt de natuurlijke neigingen tot het goede. Deugden die het vrije individu trainen in dat waar hij goed in is, in plaats van hem te beperken maken zo’n moraal praktisch. De 21e eeuw vraagt om een ethiek die geen regels en wetten formuleert, maar juist de verlammende werking van regels laat zien. Prof. Maarten van Buuren wil op zoek naar zo’n natuurlijke moraal, en het taoïsme is daar een eerste voorbeeld van. Zo blijkt uit zijn lezing in de serie Levenskunst, Wu wei, doen door niet te doen.

Het taoïsme van de Chinese wijsgeer en dichter Lao Tse is in de vierde eeuw voor Christus opgetekend in het beroemde boek Tao Te Ching. Het bestaat uit 81 hoofdstukken of gedichten. In die vorm tekent zich al af dat ‘dao’ niet verwijst naar een ethische imperatief of naar een set leefregels. Anders dan bijvoorbeeld de leer van Confucius, die wel bestaat uit zulke regels en waartegen Lao Tse zich met zijn eigen werk afzette. Hij schrijft dan ook niet voor de machthebbers of om een hiërarchische orde te bestendigen, zoals Confucius deed. Dao is dynamisch, natuurlijk, niet humanistisch en soms zelfs meedogenloos.

Hoe komen we weer in tune met de natuurlijke weg, met dao? Hoe zorg je dat je weer ‘spoort’? En waarom is dat eigenlijk iets om na te streven? Zo min als het bestaan van een ‘universele orde’ vanzelfsprekend is, hoeft het volgen daarvan nastrevenswaardig te zijn. Eenvoudige oefeningen kunnen je in aanraking brengen met de dao en je de harmonie laten ervaren die uitgaat van het ‘sporen’ ermee, aldus Maarten van Buuren. Meditatie is de bekendste, maar voor hemzelf werkt fietsen het beste. Wat volgt is een persoonlijke ‘tao van het fietsen’. Twijfels over bestaan en nut worden daarmee weggenomen: het bestaan van de orde ervaar je via die oefeningen. En het is nastrevenswaardig omdat in die ervaring iets als het goede leven werkelijkheid wordt. ‘Geluk,’ durft Maarten van Buuren het zelfs te noemen. En bovendien ontvankelijkheid, waarin kennis en oplossingen zich aandienen zonder dat je ook maar hoeft na te denken.

Daarmee is nog niet gezegd wat ‘doen door niet te doen’ eigenlijk inhoudt. Is het gewoon een soort ‘go with the flow’, waarbij je alle regels afwerpt om op zoek te gaan naar je kern, liefst achteroverhangend en genietend van het nietsdoen? Dat klinkt wel erg gemakzuchtig. Ten onrechte, zegt Van Buuren, want wu wei duidt op een zorgrelatie. Zorg voor een ander – denk bijvoorbeeld aan de opvoeding van een kind, waarbij stimuleren belangrijker is dan verbieden. Juist door te veel regels in te stellen, zal het kind ontaarden. Hetzelfde geldt bij de zorgrelatie voor jezelf. Harmonie met de dao bereik je door steeds verder terug te gaan en steeds meer regels en obstakels af te leggen, tot je de ‘oorspronkelijke leegte’ bereikt.

Dit zal voor veel mensen ver van hun bed klinken. Kan het taoïsme wel een moraal voor onze tijd zijn? Staat er niet te veel techniek en afleiding tussen het individu en de wereld? Is het volgen van de natuurlijke orde nog wel een optie in onze door en door gemedieerde werkelijkheid? Een andere vraag kan zijn of in onze tijd het teruggaan tot de leegte, door het afleggen van alle grenzen en beperkingen niet automatisch leidt tot een extatische volheid.

In de volgende lezingen over Levenskunst: deugden en ondeugden zullen dit soort vragen ongetwijfeld terugkomen. De volgende keer, op woensdag 9 november, gaat het over Aristoteles. De lezing van Maarten van Buuren kijk je hier terug: Wu wei: doen door niet te doen.

[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]

Lees ook mijn persoonlijke overweging bij ‘doen door niet te doen’: Actie is altijd beter dan geen actie.