Keldercast #6: Yasmina Reza – Gelukkig de gelukkigen

Deze maand praten we over de Franse mozaïekvertelling Gelukkig de gelukkigen. Alle personages hebben op de een of andere manier met elkaar te maken. Lekker Frans, vol affaires, onbeantwoorde liefdes en verloren minnaressen. Deze schetsen uit het hedendaagse leven brengen Miriam, Emy en Nikki tot gesprekken over De Liefde.

Daarnaast weer wat vrouwelijke kunstenaars: na The Flamethrowers heeft Miriam zich namelijk op Siri Hustvedts The Blazing World gestort, en Nikki praat over Niña Weijers’ De Consequenties. Emy brengt het terug naar de basis, met een tip van Susan Sontag. Altijd goed.

Over de liefde en reddende engelen: Jeffrey Eugenides – The Marriage Plot

marriage_plot

Wat is dat toch met vrouwen die zo nodig de man willen redden? Je kent het wel: ze worden verliefd op mannen die niet zozeer een probleem hebben, maar die problematisch zijn, en menen vervolgens dat zij dat problematische zullen gladstrijken door hun liefde. Zij zullen de veilige thuishaven zijn. Het problematische is aantrekkelijk vanwege het raadselachtige. Dat hoort er ook bij: dat zij het raadsel van deze ene man zullen oplossen, als eerste en als enige. Om ten slotte in een gedeeld geheim gelukkig verder te leven en samen te zijn. Niet alle vrouwen bezitten die aandrang om iemands reddende engel te zijn en voor velen is een vrouw met zo’n onzinnig verlangen zelf een raadsel. Madeleine, de hoofdpersoon van Jeffrey Eugenides’ The Marriage Plot, mag gelden als een archetype.

Natuurlijk wil zij ook zichzelf redden door de man van haar dromen, de niet bijster knappe maar wel geniale Leonard, te redden. Hij is stug en extravert tegelijk, briljant, geleerd en grappig, maar ook ongenaakbaar en ontoegankelijk. Hij is, kortom, een woest aantrekkelijk raadsel. Een beetje zoals de perfecte huwelijkskandidaten uit de Victoriaanse romans die Madeleine zo graag bestudeert? Misschien, maar het raadsel wordt al snel opgelost en ontdaan van negentiende-eeuwse romantiek. Het is ‘gewoon’ manische depressiviteit, te herleiden tot genetische en opvoedkundige oorzaken. Het raadsel Leonard is gemedicaliseerd en tot op zekere hoogte behandelbaar. The Marriage Plot speelt niet voor niets in de jaren tachtig van de twintigste eeuw.

Het ‘huwelijksplot’ is de plot van die negentiende-eeuwse romans waarin alles leidt in de richting van het huwelijk. Toen moest de vrouw gered worden van haar eigen irrationaliteit, door een verbintenis aan te gaan met een man. In de jaren tachtig is het omgedraaid. Vrouw redt man. En het lukt. Voor even.

Madeleine studeert letteren en in de jaren tachtig betekende dat meegaan in de hype van het poststructuralisme, waarin alles in het teken staat van deconstructie. Alles is tekst en alles verwijst naar iets anders. Deconstructie is in feite de destructie van betekenis. Ook de liefde werd gedeconstrueerd; Madeleine raakt verslingerd aan het boek van Barthes over liefde, waarin hij de woorden ‘Ik hou van je’ ontdoet van alle vaststaande betekenis. Vooruit. Maar hoe deconstrueer je manisch-depressiviteit? Niet. De ziekte van Leonard is niet te deconstrueren, niet te ironiseren, niet te relativeren door het af te doen als ‘text’.

Redding is evenmin te deconstrueren. Redding, ‘salvation’, is misschien wat de andere liefdespool van Madeleine, haar vriend Mitchell, ook zoekt. Als hij Madeleine verliest aan Leonard zoekt hij zijn redding in de religieuze traditie, hij gaat zelfs in het Indiase hospitaal van moeder Teresa werken. Opnieuw een poging om zichzelf te redden via de ander. Maar hij trekt het niet, de viezigheid en treurnis die met ziekte en dood gepaard gaan. Hij is te zinnelijk, zowel om onbewogen smerig lichaamsvocht uit groezelige lakens te wassen, als om zich te laten wijden tot priester – wat voor priester dan ook. Nooit meer seks? No way.

Seks is sowieso erg belangrijk in de onderlinge relaties. Meer nog: via hun seksleven is niet alleen de stand van Madeleine en Leonards liefde af te meten, maar ook van zijn psychische gesteldheid. Daarmee is meteen de ontzettend lichamelijke kant van zijn ziekte gethematiseerd, waar seks maar één bestanddeel van vormt. Talloos zijn de verwijzingen naar wat de depressie, en vooral ook de medicijnen ertegen, bij Leonard fysiek gezien aanrichten: droge mond, zweten, algehele uitputting.

De twee – lichaam en geest – zijn niet te scheiden, zoveel wordt snel duidelijk, op alle niveaus. Mitchell scheert zijn hoofd kaal om zijn innerlijke, religieuze gesteldheid uit te drukken. Leonard wordt een onaantrekkelijk wrak, ontdaan van al zijn raadselachtigheid. Alleen Madeleine blijft het hele boek door zichzelf, zou je kunnen zeggen. De enorme kater die ze in de eerste scène van de roman heeft is exemplarisch: die is en blijft onzichtbaar in de frisse schoonheid van haar uiterlijk. Haar ongeluk zit binnenin en toont zich niet aan de buitenkant. Haar ongeluk is dan ook geen existentieel ongeluk, maar eerder pech. De pech om op de verkeerde man te vallen en niet aangenomen te worden op de prestigieuze vervolgopleiding waar ze zich voor inschrijft. De worstelingen van het soort dat Leonard en Mitchell kennen, lijken aan haar voorbij te gaan. Uiteindelijk hoeft zij niet gered te worden. Behalve misschien van haar romantische verlangen om anderen te redden.

Met Madeleine komt het wel goed, denk je op het eind. Maar die mannen? Die kunnen nog wel een paar reddende engelen gebruiken.

Jacques Derrida over de filosofie van liefde

derrida_liefde
(klik op het plaatje om naar het filmpje te gaan, 4:50 minuten)

L’amour? Ou la mort?

Dat begint goed, als de interviewster aan Jacques Derrida vraagt of hij iets over de liefde wil zeggen. L’amour dus. Daar iets over. Terecht geeft de grote Franse filosoof haar een standje: ‘iets zeggen over de liefde’? Wat is dat voor een verzoek, stel gewoon een vraag.

Dus nee, hij kan niets zeggen over liefde in het algemeen. Het is onmogelijk. Hoewel.

Daar gaat ie dan toch. Liefde draait (net als zoveel, zo niet alles in de filosofie) om het verschil tussen het wie en het wat. Hou ik van iemand om wie hij is of om wat hij is? Word ik verliefd op de unieke singulariteit van de persoon? Of op zijn eigenschappen? In het begin, zegt Derrida, word je verleid door de kwaliteiten van iemand. De liefde sterft af als blijkt dat de persoon niet die kwaliteiten bezit, of er niet mee samenvalt. Dan gaat het dus niet om wie iemand is, maar om wat iemand wel of niet is. ‘Liefde is gevangen zijn tussen het wie en het wat.’

Ik zou zeggen (met Proust), dat de eigenschappen die we aan iemand toedichten in feite uit onszelf afkomstig zijn. Wie iemand is, als singulariteit – daar kom je nooit helemaal achter, ook niet bij jezelf. En wat iemand is weet je ook nooit, omdat eigenschappen ten eerste meervoudig zijn, ten tweede kunnen veranderen en ten derde categorieën zijn of hokjes. Hokjes zijn vierkant en mensen zijn rond.

Zou liefde dan gericht moeten zijn op singulariteit? Gaat het om het doorgronden van de unieke persoon? Is ‘echte liefde’ de liefde voor het wie? Zoals in de zin van Kierkegaards sprong in het onbekende? Ik denk van niet. Je kunt nu eenmaal het wie alleen leren kennen via het wat en het wat via het wie. Of is het zoals de dood, ook al zo’n singulariteit die je alleen kunt benaderen via eigenschappen die nooit precies genoeg zijn. Pas als je doodgaat leer je de dood echt kennen. Leer je in de dood van de liefde de liefde pas kennen? L’amour, la mort, tragique.

Over de liefde – deel 3: Søren Kierkegaard

Lees ook deel 1 en deel 2.

‘Taking a next lover to remember the previous one…’ Dit citaat van Søren Kierkegaard is vrees ik niet erg representatief – zie het als een mooie conversation starter. Kierkegaard (op wie ik ben afgestudeerd) schreef onder vele pseudoniemen en dit citaat komt uit de mond van een ervan. Het is vooral Kierkegaards eigen liefdesverhaal waar ik het over wil hebben.

Kierkegaard

Terug naar het idee van liefde en locatie. Misschien moet echte liefde inderdaad wel onafhankelijk zijn van locatie. Betekent echte liefde juist het loslaten van je vertrouwde positie: een sprong in het onbekende. Dat is wat Kierkegaard zou zeggen (en dat spreekt niet echt uit het bovenstaande citaat). De uitdrukking leap of faith is dan ook terug te leiden tot Kierkegaard. Meestal is het van toepassing op faith, geloof, de sprong in het diepe die geloven voor hem betekent, maar je kunt het toepassen op alles… waaronder de liefde.

Wie was Kierkegaard? Nou, de grootste filosoof die Denemarken ooit heeft voortgebracht. Hij leefde van 1813 tot 1855 in Kopenhagen en wat je van hem moet weten is dat hij altijd spreekt over het individu en over keuzes. De sprong in het onbekende is de sprong van een individu – jij – en die sprong komt voort uit een keuze. Een keuze waar je je aan hebt te houden.

SKlievelingsplek

Eerst iets wat ikontdekte tijdens mijn vakantie, een paar dagen voor het schrijven van deze lezing. Ik ging een wandeling maken in Gilleleje, over een prachtig wandelpad langs de kust en haar kliffen. En – daar is het toeval weer – opeens verscheen daar een enorme steen aan de rand van het pad. Op de steen stond: ‘Søren Kierkegaard, 1813-1855. Deze steen werd geplaatst op zijn “yndlingssted”’ – wat betekent: zijn meest favoriete plek. Er staat op de steen ook een citaat: ‘Hvad er sandhed andet end en leven for en idee. Gilleleje, aug. 1835’. Oftewel: ‘Wat is waarheid anders dan leven voor een idee.’ Kierkegaard schreef dit dus in Gilleleje, in 1835. 22 jaar oud.

Bij de meeste mensen zou je dan denken: je bent 22, dat is best een grote uitspraak, daar kom je nog wel op terug. Kierkegaard niet. Terwijl hij nog aan de universiteit studeerde om dominee te worden (wat hij nooit zou worden), noteerde hij op zijn ‘meest favoriete plek’ (wat best kinderachtig klinkt) een kernidee van wat later zijn invloedrijke filosofie zou worden. ‘Wat is waarheid anders dan leven voor een idee.’ Hier heb je waarheid als de queeste van filosofie, maar het is een waarheid in de individuele vorm van een leven – jouw leven. En dat leven moet in dienst staan van één idee, een keuze.

Nu wordt het al behoorlijk abstract. En waar is de liefde gebleven? Een van de belangrijke keuzes die Kierkegaard zelf maakte in zijn leven had nu net van doen met de liefde. Twee jaar nadat hij deze woorden in Gillele noteerde, ontmoette hij de liefde van zijn leven: Regine Olsen. Regine en Søren maken kennis in 1837, flirten met elkaar op wandelingen in het park en verloven zich uiteindelijk in 1840. Prachtig. Lees wat Kierkegaard in zijn dagboek over haar schreef:

Regine_olsen

‘You, sovereign queen of my heart, Regina, hidden in the deepest secrecy of my breast, in the fullness of my life-idea, there where it is just as far to heaven as to hell—unknown divinity! … O, I will throw everything away in order to become light enough to follow you.’ [van Wikipedia]

Dus hij heeft zijn levens-idee gevonden! Wat heerlijk! Hij zocht naar een idee om voor te leven en hier is ze. Zij houdt ook van hem, de liefde is wederzijds. Wat kan een mens verder nog verlangen! Ze zullen de sprong in het onbekende wagen en trouwen.

Eh, nee.

Een jaar later verbreekt Kierkegaard de verloving. Maar waarom in hemelsnaam?! Voor zichzelf heeft hij daar een duidelijk antwoord op, een mooi verhaal. Opeens weet hij zeker dat hij Regine ongelukkig zal maken; hij zal geen goede echtgenoot kunnen zijn. Hij is een melancholisch type, altijd aan het studeren, aan het schrijven en denken, niet echt bezig met geld verdienen. En hij wil haar niet de ellende aandoen die hij in de toekomst denkt te zien. Of zij het daarmee eens is? Dat interesseert hem niet echt. Integendeel, hij besluit dat de hele episode voor haar makkelijker te verteren zal zijn als hij zich als een klootzak gedraagt. Dan zal ze denken: het is maar goed dat ik op tijd onder dat huwelijk uit ben gekomen, met die nare man, ik mag mezelf gelukkig prijzen. Dus hij gedraagt zich als een echte klootzak.

Filosofen zijn ook mensen.

Nu kun je denken, net als bij het citaat op de steen langs het kustpad: ach, hij komt er wel overheen, hij leert ervan, hij was gewoon niet meer verliefd en durfde het niet te bekennen. De waarheid zeggen was te veel voor hem. Je bent 27, je vindt wel een ander. Kierkegaard niet. Hij bleef bij zijn keus en sleet de rest van zijn leven als single (hoewel dat een beetje vreemd klinkt in dit geval). Hij bleef aan Regine denken, zij bleef de liefde van zijn leven. In het kleine Kopenhagen van de negentiende eeuw probeerde hij contact met haar te houden; hij schreef zelfs brieven naar haar echtgenoot. Want Regine trouwde niet veel later een goede partij en had een lang en schijnbaar gelukkig leven.

Wat moeten we met dit verhaal? Ik denk niet dat veel mensen zich kunnen identificeren met het extreme liefdesleven van Kierkegaard, met die ene onvervulde liefde die een heel leven mee gaat. Toch zijn er wel mooie gedachten uit te halen om verder over na te denken.

Love is… een leap of faith, een keuze en idee. Maar ook een verantwoordelijkheid; als je kiest voor een geliefde kies je voor de verantwoordelijkheid voor het geluk van een ander. En liefde is… onmogelijk voor enkelen.

klif

Na dit ronddwalen in het verleden, in Parijs met Proust en in het onbekende, is het tijd om terug te keren op aarde. Ik vond toevallig Kierkegaards ‘meest favoriete plek’, een steen groter dan ikzelf langs een pad aan de kust. Maar wat ligt er achter de steen? De zee natuurlijk, maar ook een soort klif. Ik denk dat de échte favoriete plek hier was, aan de rand van de afgrond. Ik stel me hem voor, 22 jaar oud, peinzend over zijn leven en de toekomst. Hij kende Regine nog niet, maar droeg al het idee met zich mee dat hij moest leven voor… een idee. Toen ontmoetten ze elkaar en alles liep verkeerd.

Hij moet na het verbreking van de verloving wel terug gekomen zijn op zijn favoriete plek, uitkijkend over de kliffen en de zee, in contemplatie over zijn keuzes en over die sprong in het onbekende. En nu was ik weer terug in International People’s College, een bijzondere locatie, waar alles kan gebeuren….

Think about it.

Over de liefde – deel 2: Marcel Proust

Lees ook deel 1.

Proust

Marcel Proust is een van de belangrijkste auteurs die mijn gedachten over de liefde hebben gevormd. Deze Franse schrijver leefde van 1871 tot 1922 en is beroemd vanwege zijn meesterwerk Op zoek naar de verloren tijd. Een verhaal dat zeven boekdelen beslaat en berucht is door de zinnen die een halve pagina beslaan. Zoals literatuurwetenschappers graag grappen: het boek dat iedereen kent maar niemand helemaal heeft gelezen.

Kan wezen, maar ik las het van a tot z en liet het mijn leven veranderen. De roman gaat kort gezegd over alles, maar de liefde is toch wel een van de grote thema’s: het liefdesverhaal van het hoofdpersonage Marcel en het meisje Albertine.

balbec

Ook Marcel en Albertine ontmoeten elkaar – net als ik en mijn kortstondige buitenlandse geliefde – op locatie. Ze zijn namelijk op een strandvakantie in het (fictieve) plaatsje Balbec. Jong, knap en verlegen als ze zijn, gaat het niet direct om een volwaardig, volwassen liefdesverhaal. Maar ze vallen voor elkaar en dat is het begin van een groots verhaal over liefde – een verhaal met een unhappy end.

Op een gegeven moment in de tijd en in de zeven delen van het boek, vraagt Marcel aan Albertine of zij niet bij hem in Parijs komt wonen. Dat is het begin van alle ellende. De ellende van de jaloezie.

Over jaloezie valt natuurlijk veel te zeggen, maar wat mij vooral aan het denken zette (voor deze lezing) is het belang van locatie. De locatie wijzigt het decor van het verhaal, maar ook de liefde zelf ondergaat een transformatie door deze verandering in locatie. In het geval van Proust wordt de liefde voor Albertine saai en banaal. Ze zijn al lang niet meer aan de kust, maar zitten opgesloten in een Parijs’ appartement. Marcel is inmiddels zo bang dat hij Albertine zal verliezen dat hij haar binnen gesloten houdt – ze mag nergens heen. Dat vindt zij natuurlijk niet leuk, ruzies volgen, meer wantrouwen, et cetera.

Albertine

En tussen deze ‘alledaagse’ bedrijven door, stelt Proust in zijn roman steeds weer de vraag: ‘what we talk about when we talk about love’. Het antwoord: we vertellen verhalen. Meer nog: deze verhalen zijn zelfs belangrijker dan de werkelijkheid, want ze zijn de enige werkelijkheid die we voorhanden hebben.

Wat betekent dat? Wij zijn degenen die de verhalen vertellen, en we vertellen ze over degene die we liefhebben. Alles voert dus terug tot onszelf. Als de liefde die je voelt verandert, komt dat doordat wij veranderen en niet per se doordat de geliefde verandert. En als locatie zo belangrijk is, dan is dat omdat wij veranderen als de locatie verandert. Met andere woorden: je moet binnen in jezelf kijken als je iets wilt begrijpen van liefde.

love_is

Iedereen kent wel de plaatjes ‘Love is…’ Voor Proust, love is… in the eye of the beholder. Of je van iemand houdt komt uit jezelf, anders zou iedereen van dezelfde persoon houden (gelukkig is dat niet het geval). Liefde kan afhankelijk zijn van locatie en context, maar vooral is liefde afhankelijk van jezelf. Ze kan veranderen, omdat mensen nu eenmaal kunnen veranderen. En voor Proust is liefde ook… jaloezie. Wanneer je eenmaal liefde hebt gevonden, zul je altijd bang zijn haar weer te verliezen.

‘Taking a next lover to remember the previous one…’ Denk daar eens over na. Zeggen we niet meestal: een nieuwe minnaar nemen om de vorige te vergeten? Dit is een citaat dat wel op een koffiemok kan, om bij de ochtendkoffie over de peinzen. Het is niet een citaat van Proust, maar van de volgende waar ik het over zal hebben: de filosoof Søren Kierkegaard. Niet echt van toepassing op hemzelf, want hij had een heel simpel liefdesleven. Daar ga ik het later over hebben.

Morgen meer over Kierkegaard. Lees ook deel 1 Over de liefde.

Over de liefde – deel 1

Ik mocht op de summercourse van IPC een praatje houden over literatuur en filosofie in het dagelijks leven. Welk onderwerp spreekt dan meer tot de verbeelding dan de liefde? Vandaag deel 1, deel 2 over Marcel Proust en deel 3 over Søren Kierkegaard volgen.

What we talk about when we talk about love

Carver

Ging ik echt een praatje houden over de liefde? Ja. Maar – ben je dan een deskundige? Het spijt me zeer, maar nee, dat ben ik niet. Laat dat meteen duidelijk zijn. Liefde is simpelweg een onderwerp dat iedereen op de een of andere manier interesseert; en het is een populair onderwerp van alle schrijvers en lezers.

Ik zal een beetje filosofie combineren met een snufje literatuur om zo hardop na te denken over het gewone, alledaagse leven. Het zal niet te abstract worden, want het gaat er juist om het abstracte zo concreet mogelijk te maken.

Dus – ‘What we talk about when we talk about love’ – ik moet bekennen dat ik deze titel heb gestolen. Raymond Carver gaf hem aan een van zijn verhalen en ik heb dat verhaal niet eens gelezen. Hij schrijft: ‘It ought to make us feel ashamed when we talk like we know what we’re talking about when we talk about love.’ Met andere woorden: we weten niets over de liefde en als we doen alsof, houden we onszelf voor de gek.

Maar tegelijk ligt het antwoord hier al besloten: het is de titel van een verhaal en als we het hebben over liefde, vertellen we precies verhalen. We vertellen elkaar verhalen over liefde en bovendien gaan de meeste verhalen ook over liefde, al is het maar op een zijspoor.

LoveMug

Laat ik beginnen met iets grappigs, dat ook laat zien hoe het hele literatuur-en-filosofie-in-het-dagelijks-leven werkt. Ik ging op een uitje naar Kronborg in Helsingør, het kasteel waar Shakespeare’s Hamlet zich afspeelt. In de souvenirshop vond ik tussen alle andere Hamlet-parafernalia de Shakespearean Love Mug – een uit de kluiten gewassen koffiemok. Bezaaid met citaten van Shakespeare over, nou ja, liefde. Wat een toeval als je een lezing over de liefde moet voorbereiden! (Toeval zal nog vaker voorkomen, en ik geloof heilig in toeval, dus betekenisloosheid. Lees dit niet als een verkapt ‘het had zo moeten zijn’.) Ik schafte de mok aan, zodat ik voortaan mijn kop koffie ’s ochtends kan drinken, al peinzend over de liefde en over Shakespeare. Dat is nu echt literatuur in het alledaagse leven. Wie weet bedenk ik zelf wel een mooi citaat.

Ik ga het niet hebben over liefde op zich, want zoals gezegd ben ik niet echt deskundig. Eerder gaat het over het denken over liefde en hoe filosofie en literatuur daarbij behulpzaam kunnen zijn. Verhalen over liefde werken als een slijpsteen voor je eigen gedachten en het lezen en vertellen ervan kan helpen bij het vinden van een weg in het leven. (Hier ben ik diep van overtuigd.) Het zal gaan over de schrijver Marcel Proust (deel II) en over de filosoof Søren Kierkegaard (deel III). En tussendoor ook een beetje over mezelf. Laat ik het erop houden dat ik het dagelijks leven representeer.

ipc1996

Om erin te komen een kleine love story over mezelf. Het gaat immers om het vertellen van verhalen, persoonlijk en direct. Ik denk echt dat je alleen door het vertellen van je persoonlijke verhaal, zonder schaamte of terughoudendheid verder kan komen in het begrijpen van jezelf en de wereld. (Niet alles aan iedereen vertellen hoor!) De eerste keer dat ik op de International People’s College in Helsingør was (waar ik deze zomer weer terug was en dit praatje hield), die keer vijftien jaar geleden, was er ook een jongen en ik vond die jongen het einde. We werden verliefd en voor zo lang als het duurde (twee maanden) waren we gelukkig met elkaar. Tot het onafwendbare moment van afscheid.

We gingen ieder onze weg naar huis, in verschillende landen, zonder de bedoeling bij elkaar te blijven. (Om eerlijk te zijn, ik had die bedoeling wel, maar hij niet.) Hoe dan ook, we schreven brieven naar elkaar – dit verhaal speelt zich af in de tijd voor de e-mail – het waren neutrale brieven en geen liefdesbrieven. Toch ging ik hem die zomer opzoeken. Best spannend, want wie weet wat er zou gebeuren?

En wat gebeurde er? Nou, niet echt veel. Wat we ook hadden met elkaar, het was pfft weg. We brachten een paar aangename dagen met elkaar door en dat was het. Raar, niet? Eerst was ik ervan overtuigd dat ik zou ophouden te bestaan als de liefde ophield te bestaan en toen… ging het leven gewoon door.

Hoe was dat mogelijk? Ik had een vermoeden dat het iets te maken moest hebben met locatie. Die internationale school was een totaal andere wereld. Toen ik de jongen ging opzoeken, belandden we in de echte wereld, de wereld van alledag. Het was overduidelijk dat ik daar, in zijn alledaagse wereld, niet thuishoorde.

Merkwaardig. Liefde zou toch niet afhankelijk moeten zijn van zoiets banaals als de locatie? Moest liefde niet eeuwig zijn, onafhankelijk en onveranderlijk? Het zette me aan het denken over de liefde – niet voor de eerste en ook niet voor de laatste keer. En als ik iets wil weten of begrijpen, dan begin ik te lezen. Er zijn veel schrijvers geweest die mijn gedachten over de liefde hebben gevormd in de vijftien jaar die volgden, maar Marcel Proust is zeker een van de belangrijkste geweest. Life changing kan ik wel zeggen.

Morgen deel twee over Marcel Proust.

Over liefde: Solovjov en Kierkegaard

vladimir_solovjov

Vladimir Solovjovs Over liefde stond al jaren op mijn ‘nog te lezen’-lijst. Het duurde tijden voor ik het tweedehands op de kop kon tikken, toen stond het nog een tijd te verstoffen op de plank en nu ik het eindelijk heb gelezen, vraag ik me af waarom. Ik kan de redenen niet meer terughalen die ik ooit had – het zal naar aanleiding van een artikel of boek zijn geweest. Aan de andere kant: doe mij een negentiende-eeuwse Rus, ik ben hoe dan ook geïnteresseerd.

Solovjov lijdt aan een kwaaltje waar meer filosofen last van hebben, en dat de filosofie soms het aanzien van ijdel tijdverdrijf voor krankzinnigen geeft. Hij gaat uit van een wereldbeeld dat totaal belachelijk is, om het cru te stellen. Een wereldbeeld waar ik rationeel en emotioneel niet in mee kan gaan, nu niet en nooit niet. Wat is liefde? Het ultieme einddoel van de mensheid, waardoor zij het dierlijke en sociale overwint en de onsterfelijkheid bekomt. Of dit laatste nu helemaal letterlijk moet worden genomen, durf ik niet te beweren – want uiteindelijk draait het om het realiseren van het licht Gods, van een religieuze liefde die van de geliefde een religieus object maakt. Doet er ook niet toe, want alleen al het volkomen serieus beschreven idee van een doelgerichte geschiedenis met nota bene onsterfelijkheid als hoofdprijs voor de mens, laat bij mij het licht uitgaan.

Dat is jammer, want er staat ook veel moois in Over liefde. Solovjovs filosofie van de liefde heeft nog een andere kant, naast dit onsterfelijkheidsideaal in het licht van God. Hij benadrukt steeds dat het romantische idee van versmelting en eenheid, waar liefde vaak mee wordt geassocieerd, verkeerd is. In de liefde draait het juist om twee individuen die in elkaar het unieke herkennen en in stand willen houden. Het beschouwen van de ander in zijn individualiteit, houdt automatisch in dat je ook je eigen individualiteit behoudt. Je kunt niet het unieke van je geliefde waarderen en tegelijk jezelf uitvlakken of opofferen. Elke liefde is egoïstisch, zegt men, maar dat is dus precies wat Solovjov op prijs stelt. Zijn filosofie van de liefde is ook een filosofie van de eigenliefde. In a Dr. Phil kind of way.

Solovjov is ondanks zijn gebabbel over onsterfelijkheid en kosmische geschiedenis ook praktisch. Toegegeven, je moet er een beetje naar zoeken en het zou al makkelijker zijn als hij gewoon seks schreef als hij seks bedoelde en verliefdheid waar het gaat om verliefdheid. Het mooie is dat Solovjov verliefdheid en seks niet afdoet als oppervlakkige lustgevoelens die niets met ware liefde te maken hebben (let wel, hij schreef in de negentiende eeuw). Integendeel, verliefdheid is volgens hem het toppunt van ware liefde en ware liefde bestaat erin de verliefdheid vast te houden. Als je verliefd bent, zegt hij, zie je iemand op een heel andere manier dan normaal. Maar niet een op verkeerde manier, nee op de enig juiste manier. Een verfrissende gedachte. (Volgens Solovjov zie je dan het licht van God en onsterfelijkheid etc etc, maar dat slaan we even over.) Helaas vertelt Solovjov er niet bij hoe je deze zienswijze kunt volhouden. Uiteindelijk geeft hij toe dat liefde voor een persoon kan overgaan. We houden van de liefde en die kan in verschillende mensen gestalte krijgen, zegt hij. Dat klinkt dan weer heel realistisch, maar komt toch over als een zwaktebod.

Ik houd toch meer van de verhalende filosofen, die door een beschrijving van het concrete proberen het algemene zichtbaar te maken. Zoals Kierkegaard, een andere negentiende-eeuwer. Ook hij heeft veel over de liefde geschreven. Niet dat je van Kierkegaard kunt leren hoe je verliefdheid volhoudt. In elk geval niet op een leefbare manier (ook niet op een onsterfelijke manier trouwens). Kierkegaard bleef zijn leven lang trouw aan de verloofde die hij zelf aan de kant zette. Het extreme karakter en de irrationaliteit die aan die liefde ten grondslag ligt, maakt op mij meer indruk dan de etherische gedachtengang van Solovjov. Volgens de inleiding van Over liefde kende Solovjov zelf meerdere liefdes. Een van hen liet hem bruut vallen, door naar binnen te gaan bij een feestje, hem te laten wachten en nooit meer naar buiten te komen. Het pakje sigaretten van de negentiende eeuw. Daar had ik nou wel over willen lezen. Wat voor goddelijk licht had die vrouw? Hoe kon hij daarna nog verliefd worden en dat vasthouden? En waarom viel hij jarenlang voor een getrouwde vrouw die de fysieke aangelegenheden met een ander regelde? We zullen Kierkegaard moeten lezen om dat te begrijpen.