Nieuwe boeken in het najaar 2011

najaar2011

Het nieuwe boekenseizoen begint dit weekend met Manuscripta. De uitgeverijen kunnen wel doen alsof de zomer ook een seizoen op zichzelf is, maar net als het weer liet ook de boekenproductie te wensen over, alle mooie beloftes ten spijt. Hieronder een selectie uit de najaarscatalogi, van boeken waar ik benieuwd naar ben.

Filosofie en levenskunst:
Marja Pruis – Als je weg bent. Over Patricia de Martelaere. Prometheus, nov.
Omdat Patricia de Martelaere een interessante filosofe was die veel te jong overleed, en omdat Marja Pruis een goede essayist is die verwondering combineert met zelfspot en tegelijk analytisch sterk is.

Timothy Wilson – De verhalen van ons leven. Leer je zelfbeeld te veranderen voor een beter bestaan. Contact, okt.
Omdat ik eigenlijk af ben van de hele levensverhaalfilosofie, maar toch nog een boek wil lezen dat wellicht verre blijft van de popi-jopi autobiohype en een grondig fundament legt voor wat toch blijft fascineren. Zie ook hier.

Jan Bor – Wat is wijsheid? Bert Bakker, jan.
Omdat ik benieuwd ben of deze filosoof in zijn persoonlijke zoektocht naar wijsheid niet vervalt in zweverigheid of al te subjectief gewauwel. Bor verbindt westerse met oosterse filosofie, het abstracte met het persoonlijke. Ook omdat het een dun boekje is waarin één grote vraag wordt gesteld en daar hou ik van.

Romans:
Pola Oloixarac – Het hoorcollege. Seks, drugs en filosofie in Buenos Aires. Meulenhoff, okt.
Omdat seks, drugs en filosofie gewoon wel aardig klinkt.

Jeffrey Eugenides – Huwelijk. Prometheus, okt.
Omdat The Virgin Suicides heel lang een van mijn favoriete boeken was, ik later nooit meer iets van Eugenides las en hoop dat dit een goede hernieuwde kennismaking oplevert. Over een driehoeksrelatie tussen twee jongens en een meisje: verder met mijn literaire onderzoek naar de liefde dus.

Helle Helle – Dit zou in de tegenwoordige tijd geschreven moeten worden. Contact, jan.
Omdat ik wel eens iets van deze Deense schrijfster wil lezen. En achttienjarige, dolende meisjes in een provinciestad: prima. Zie ook hier.

Patrick Lapeyre – Het leven is kort en het verlangen oneindig. Van Gennep, feb.
Omdat die titel dreigt een gevleugelde uitdrukking te worden. En omdat het belooft het verhaal van de liefde te beschrijven, gezien vanuit de man. Wie weet wat ik daarvan opsteek.

Julian Barnes – Alsof het voorbij is. Atlas, okt.
Omdat de verhalenbundel Polsslag van Barnes een van de mooiste boeken was die ik dit jaar las. Zie ook hier.

Essays:
Hassan Bahara en Patrick Pouw – WTF? Volwassen worden na 11 september. Prometheus, sep.
Omdat ik zelf net volwassen had moeten zijn in 2001 maar het nog niet was. ‘Niet de usual suspects, maar 21 uitgesproken jonge Nederlanders.’ Zie ook hier.

Jeanette Winterson – Waarom gelukkig zijn als je normaal kunt zijn? Contact, okt.
Omdat het bizarre levensverhaal van Winterson hoe dan ook interessante memoires voortbrengt en omdat memoires van vrouwelijke schrijfsters hoe dan ook mijn aandacht verdienen. De titel is er bovendien een om in te lijsten. Zie ook hier.

Wetenschap:
Anton Blok – De vernieuwers. Zegeningen van tegenslag in wetenschap en kunst. Bert Bakker, nov.
Omdat dit gewoon heel goed klinkt: ‘Met behulp van een collectieve biografie en inzichten uit de antropologie traceert De vernieuwers een algemeen patroon waarin niet zozeer talent of een hogere intelligentie (waarnaar psychologen voor een verklaring van uitzonderlijke wetenschappelijke prestaties lange tijd vergeefs gezocht hebben), maar – naast passie –tegenslag en fortuinlijke ontmoetingen een beslissende rol gespeeld hebben.’

Jonah Lehrer – Uit het niets. De nieuwe wetenschap van creativiteit. Contact, nov.
Omdat ik al heel lang bezig ben in Proust was a Neuroscientist, een collectie essays van Lehrer die mij niet weet te pakken. Te veel vergezochte verbanden tussen literatuur en wetenschap om maar feitjes te kunnen opdissen die mij niet verder brengen. Dit boek ligt meer in de lijn van zijn professionele achtergrond, dus toch een tweede kans waard. Zie ook hier.

Zomer 2011 in boekenland

hollinghurst

De zomer is in boekenland een heus seizoen geworden, naast het voor- en najaar, schreef ik gisteren. Een volwaardig seizoen kun je het echter niet noemen – gelukkig maar, want boeken worden er al meer dan genoeg geproduceerd. Grote namen verschijnen niet als iedereen, inclusief televisie en boekenbijlage, op vakantie is. Hieronder mijn oogst uit de aanbiedingen van de uitgeverijen.

Alan Hollinghurst – Kind van een vreemde. Prometheus, juni
Dit klinkt voor mij als het ideale vakantieboek, behalve dat het net uitkomt als ik al op vakantie ben:

‘In de late zomer van 1913 logeert de jonge, aristocratische dichter Cecil Valance op het familielandgoed van zijn Cambridge-vriend George Sawle. Het weekend dat hij daar doorbrengt is vol verrassingen en verrukkingen voor de hele familie Sawle, maar in het bijzonder voor het zestienjarige zusje van George, Daphne, als Cecil een gedicht aan haar opdraagt. Een gedicht dat een houvast voor een hele generatie zal blijken, een ode aan het oude Engeland dat op het punt staat voorgoed te veranderen.’

Saul Frampton – Speel ik met mijn kat of speelt ze met mij. Ambo, augustus
Dit boek stond aangekondigd voor het voorjaar, maar staat nu voor augustus gepland.

‘Volgens Montaigne gaat het er in het leven niet zozeer om zo veel mogelijk kennis te vergaren, maar te proberen de onvatbare ervaring die het leven is, te accepteren. We moeten niet krampachtig proberen de betekenis van het leven te doorgronden – we moeten het zelf zin geven. Met Speel ik met mijn kat of speelt ze met mij? laat Saul Frampton zien dat Montaignes gedachtegoed nog steeds springlevend is en ons kan inspireren om de kunst van het leven te verstaan.’

Twee andere boeken die al zo vaak vooruit zijn geschoven, dat ik eigenlijk niet geloof dat ze nu wel echt gaan verschijnen zijn Het Parijse licht van Ger Groot, over de Franse filosofie in de twintigste eeuw (een absolute must have dus, wat mij betreft) en het volgende deel in de reeks essays over de roman: Een intieme geschiedenis van Monica van Paemel (hoewel de eerste deeltjes, van A.F.Th van der Heijden en van Connie Palmen, mij tegenvielen). Ger Groot blijkt na enig speurwerk nu gepland te staan voor november, Van Paemel is een soort spook geworden. Die ambitieuze, gesubsidieerde essayreeks ‘Over de roman’ mag inmiddels wel mislukt worden verklaard.

Ik noem toch nog één herdruk, omdat het een boek is dat iedereen een keer mee moet nemen op vakantie (ja, nu echt): De kunst van het reizen van Alain de Botton. Hij stelt de vraag waarom mensen reizen, wat de lol is van toeristische attracties en vieze hotelkamers. De mooiste hoofdstukken zijn die waarin hij beschrijft hoe je beter kunt waarnemen en daardoor alles beter kunt onthouden. En hoe je op vakantie nu eens echt kunt uitrusten. (Olympus pockets, 15 euro)

Boeken voorjaar 2011: een terugblik

catalogi

De zomer begint onderhand ook een volwaardig boekenseizoen te worden, naast het voor- en najaar. Alle uitgeverijen fabriceren een zomercatalogus vol titels ‘voor de vakantie’ en ‘voor aan het strand’. Veel herdrukken maar ook redelijk wat nieuws. Morgen de boeken waar ik het meest naar uitkijk. Maar eerst eens zien wat mijn tips van het afgelopen voorjaar hebben opgeleverd.

Justine Le Clercq – De roemlozen. Podium
In 2006-2007 volgde ik de masterclass Literair schrijven van Uitgeverij Querido. Justine Le Clercq was een van mijn ‘klasgenoten’. In februari debuteerde zij met haar roman De roemlozen. En ik debuteerde met een videorecensie (check ook mijn videorecensie van Max Blecher):

Joris van Casteren – Het zusje van de bruid. Prometheus
Over Het zusje van de bruid, dat ook in februari verscheen, is nogal wat ophef geweest. Het autobiografische ‘relaas van een onmogelijke liefde’ zou oneerbiedig zijn, parasiteren op het ongeluk van anderen en verleidde een recensente zelfs tot een furieuze persoonlijke afrekening met de schrijver (lees dan liever deze intelligente bespreking). Ik las het pas onlangs en schreef er zelf (nog) niet over. Het is een verontrustend verhaal, dat zeker, maar naar mijn mening verteld met veel mededogen en een soort ‘stille kracht’. Van Casteren gebruikt zijn nuchtere, kale stijl om afstand te creëren tot een zeer tragische geschiedenis uit zijn eigen leven. Dat levert een bijzondere combinatie op van een haast journalistiek verslag met een uiterst persoonlijke verbondenheid. Afstand gepaard aan nabijheid, zonder grote woorden of sentimentaliteit. Het heeft me lang bezig gehouden.

Michel Houellebecq – De kaart en het gebied. Arbeiderspers
Al lang verschenen, controversieel geworden en gelauwerd in Frankrijk, maar wij moesten nog even wachten. Aan de ene kant is dat zuur, aan de andere kant is het goed dat de vertaler de tijd krijgt en geen broddelwerk aflevert louter om de verkoopcijfers. Het was de moeite van het wachten waard: over de gedachtekunst van Michel Houellebecq – De kaart en het gebied.

Dezso Kosztolanyi – De avonturen van Kornel Esti. Van Gennep
Yes! Kornel Esti komt nog een keer tot leven! riep ik een half jaar geleden uit. Iedereen die Esti al kende, zal hetzelfde zeggen, anderen krijgen de kans om kennis te maken met een vriend voor het leven. Dezso Kosztolanyi – De avonturen van Kornel Esti

Joep Dohmen en Maarten van Buuren – De prijs van de vrijheid. Ambo
Het boek naar aanleiding van de reeks Levenskunst bij Studium Generale, die ik presenteerde (zie ook 10 schrijvers en denkers over Levenskunst). Op 11 april vond de presentatie plaats, ook bij Studium Generale. Lees daarover bij De prijs van de vrijheid na de dood van God. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik het boek nog niet gelezen heb. Heugelijk nieuws voor het najaar: vanaf 7 september zijn de heren terug met een tweede serie Levenskunst, over deugden en ondeugden.

Saul Frampton – Speel ik met mijn kat, of speelt ze met mij? Ambo
Deze is doorgeschoven naar de zomer en verschijnt dus weer in het lijstje tips voor straks.

John Gray – Het onsterfelijkheidscommité. Ambo
Het enige boek waar ik naar uitzag dat ik niet heb gelezen. Stom.

Twee boeken van dit voorjaar die ook het vermelden waard zijn: Moeten wij van elkaar houden van Bas Heijne. En misschien geen hoogstaande literatuur, maar wel stof tot nadenken: de biografie van Julian Assange, de man die de wereld verandert.

10 filosofische vragen om over het verhaal van je leven na te denken

lifestory

Wat is het echte leven? Een verhaal dat je jezelf vertelt? Is het niet een illusie dat het leven zich keurig als een verhaal ontvouwt? Of je nu vindt dat de notie ‘levensverhaal’ leugenachtig of achterhaald is, of juist graag jezelf beschouwt als hoofdpersoon in je eigen one-woman-show, het verhaal biedt een goede vorm voor zelfonderzoek. Al was het maar om erachter te komen waar het verhaal ontspoort. Hieronder tien vragen die je jezelf kunt stellen bij het nadenken over het verhaal van je leven.
Lees ook 10 filosofische vragen op weg naar zelfkennis

1. Welk mythische verhaal vertelt jouw leven? Wat is het scharnierpunt?
Je kunt zeggen dat een mythe een beschreven verhaal is waarvan de kern een uitvergroting is. Die uitvergroting vertelt over de oorsprong van iets – de mens, het leven, of een deel daarvan; liefde, oorlog, broederschap. Wat gebeurt er als je van je eigen leven een verhaal maakt en streeft naar mythische proporties? Wat is het oorspronkelijke verhaal van je leven? Wat ga je uitvergroten? (Creatief zelfonderzoek: streven naar mythe en verhaal)

2. Waar in je levensverhaal ben je een onbetrouwbare verteller?
Julian Barnes schrijft: ‘what is useful to us generally conflicts with what is true’. True. Daarin ligt het vervelende van die narratieve levensopvatting: je kunt alles wel zo draaien dat het past in een lopend verhaal. Je maakt je ervaringen bruikbaar, maar of het ook recht doet aan de werkelijkheid? We zijn allemaal onbetrouwbare vertellers als het gaat om ons levensverhaal. Waar zit een conflict tussen wat mooi past in het verhaal en dat wat in werkelijkheid gebeurde? (We zijn allemaal onbetrouwbare vertellers)

3. Als je het hebt over het echte leven, waar heb je het dan over? En als spel?
‘Dit is pas het echte leven!’ Of; ‘Na je afstuderen begint het echte leven.’ Wat is dan het niet-echte leven? Je kunt het leven, echt of niet, ook omschrijven als een spel: het is doelgericht, interactief, conflictueus et cetera. (Het echte leven? Een spelletje)

4. Welke voorbeeldfiguren heb je? En welke waarden hangen aan hem/haar vast?
Een goed voorbeeld doet navolgen. Ik heb het vaker gehad over de methode van zelfonderzoek, die uitgaat van de vraag op wie je zou willen lijken. Naar aanleiding van de lezing van Joachim Duyndam over voorbeeldfiguren ging ik nadenken over wie voor mij als voorbeeldfiguur geldt. En belangrijker nog: waarom. Want de waarde die zo’n figuur representeert is een waarde die leidend voor je is. (Persoonlijke waarden: wat heb je eraan?)

5. Waardoor word je beperkt in je autonomie?
Laten we voor het gemak even ervan uitgaan dat elk individu autonoom is en beschikt over een vrije wil. Dan nog wordt die onafhankelijk door allerlei invloeden beperkt. Afkomst, sekse, ideologie, opvoeding… je kan het zo gek niet bedenken. Dit zijn de heteronome invloeden in je leven. Zonder die in kaart te brengen, zul je nooit ook maar een schijn van kans hebben als autonoom individu, of je nu gelooft in de vrije wil of niet. (Hoe onzichtbare factoren je leven sturen: zenuwen, kleding, taal)

6. Wat voor attributen, zoals kleding, gebruik je om je identiteit uit te drukken?
Het is misschien niet goed om je te profileren alleen door je kleding, zonder dat er iets achter schuil gaat. Maar via kleding en andere attributen kun je je identiteit benadrukken. Liever dan de mode te volgen, kun je in je eigen stijl tonen wie je bent. Je kunt daar maar beter over nadenken, want de omgeving zal via je kleding altijd een oordeel proberen te vormen over de naakte mens die eronder zit. (Mode, kleding, stijl en identiteit: over het kiezen van een winterjas)

7. Ga je voor kennis of voor macht? Schoonheid of waarheid?
Er zijn twee soorten schrijvers beweerde ik: zij die verlangen naar controle en daarom een romanwereld optrekken die zij als een God kunnen beheersen. En zij die schrijven om de wereld zoals die is te begrijpen. Dat is een fundamenteel verschil. Je kunt dit ook vertalen naar een meer algemene levenshouding. Ga je voor macht of voor kennis? Voor schoonheid of waarheid? En wat betekenen die begrippen dan? (Waarom schrijf je? Ga je voor kennis of macht?)

8. Wat is een mens?
Je kunt jezelf beschouwen als brein, als aap of als ziel: rationeel, emotioneel, spiritueel. Uitgaande van je genen, van je geschiedenis of van je ideeën. Nature of nurture, gegevenheden en mogelijkheden. Wat is het belangrijkst? (Brein, aap, ziel: wat is de mens? Drie boeken)

9. Hoe is je houding tegenover tijd?
Alle filosofie is leren sterven… of: leren omgaan tijd. Je verhouding met de tijd bepaalt in hoge mate je houding tegenover jezelf. Tijd is natuurlijk ook een belangrijk verhaalelement. Wanneer is de tijd snel gegaan, waar ligt een breuk in de tijd? Ben je een laatbloeier, vroegwijs, vroegrijp. Is je levensverhaal een rechte lijn of misschien cyclisch? (Triptiek van de verleden tijd in je persoonlijk leven)

10. Het verhaal van het lichaam
Ik heb het hier niet vaak over de fysieke kant van het leven. Maar je bent natuurlijk een lichaam. Dat is ook een verhaal om te vertellen. (Naar wat voor orde leef je? Sociale, culturele en fysieke invloeden)

Beste boeken van 2010

De computer is vervangen, Bookpedia is weer gevuld, tijd voor een blik op het boekenjaar 2010.

Ik las 49 boeken (misschien kan ik er in de rest van de kerstvakantie meer van maken, maar de 53 van vorig jaar haal ik niet meer). Van die 49 stammen er 25 uit 2010. Over zeventien boeken schreef ik een recensie voor 8WEEKLY, een hoge productie al zeg ik het zelf. Verder las ik tien boeken niet uit, of maar deels (zoals Heideggers Zijn en tijd of Bekentenissen van Jean-Jacques Rousseau). Drie boeken staan nog genoteerd als ‘Mee bezig’.

Verdere statistiekjes: gemiddeld aantal sterren van alle 49: 3,4. De 2010-boeken: 3,52 gemiddeld. Een ruime voldoende! En een stuk hoger dan de 3,26 van 2009.

Zes boeken kregen de hoogste waardering van 5 *, twee daarvan zijn boeken uit 2010. Die staan dus bovenaan:

shields

Beste boeken 2010:
1. David Shields – Reality Hunger
2. Max Blecher – Avonturen in de alledaagse onwerkelijkheid
3. Arnon Grunberg – Huid en haar
4. Dezso Kosztolanyi – Nero, de bloedige dichter
5. André Aciman – Witte nachten

Beste boeken gelezen in 2010:
6. Machado de Assis – Posthume herinneringen van Bras Cubas
7. Michel Houellebecq – Mogelijkheid van een eiland
8. Julian Barnes – Flaubert’s Parrot

Om tot de tien te komen:
9. Hub Zwart – De waarheid op de wand
10. Karin Johannisson – De kamers van de melancholie

7 boeken om naar uit te zien in 2011

Na de tips van het najaar, vandaag een blik vooruit op het voorjaar.

Twee romandebuten:
Justine Le Clercq – De roemlozen. Podium, februari
In 2006-2007 volgde ik de masterclass Literair schrijven van Uitgeverij Querido. Justine Le Clercq was een van mijn ‘klasgenoten’. In februari debuteert zij met haar roman De roemlozen. Leuk! Uit de aanbieding:

‘Haar vader is een héél bekende kunstenaar, haar moeder een vrouw met een hysterische inslag. Hoewel Titine niets liever wil dan normaal opgroeien, hangt de roem van haar vader en de eeuwige verongelijktheid van haar moeder als een zware schaduw over haar kinderjaren. Zelfs wanneer ze de afgetrapte villa uit haar jeugd al lang heeft verlaten en in Den Haag, omringd door vrienden, een carrière als scenariste probeert op te bouwen, komt het verleden steeds weer terug. Soms letterlijk, in de vorm van haar moeder die op de meest ongelegen momenten aandacht vraagt voor haar grillen. Of in de vorm van langverdrongen herinneringen, bijvoorbeeld aan Titines verdwenen broertje. Pas wanneer Titine de confrontatie rechtstreeks aangaat, blijkt de werkelijkheid gecompliceerder dan gehoopt.’

Joris van Casteren – Het zusje van de bruid. Prometheus, mei
Nog een romandebuut waar ik benieuwd naar ben, namelijk van Joris van Casteren, die eerder het fenomenale Lelystad afleverde (zie ook hier). Zat er dik in dat hij met een roman bezig was. Hoewel ook Het zusje van de bruid een autobiografisch verhaal is. In het geval van Van Casteren is dat geen reden om bang te worden.

Het zusje van de bruid is het geanonimiseerde verslag van een krankzinnige periode uit het leven van schrijver Joris van Casteren, waarin hij getuige was van de grondige zelfvernietiging van de jonge vrouw met wie hij samenwoonde. Met een scherp oog voor detail en een plezierige dosis zelfspot reconstrueert hij de huiveringwekkende relatie tussen twee jonge mensen die elkaar nooit zullen weten te bereiken. Het is een fascinerend portret van een gedoemde liefde aan het begin van de eenentwintigste eeuw.’

Vertaalde geheide bestseller:
Michel Houellebecq – De kaart en het gebied. Arbeiderspers, mei
Al lang verschenen, controversieel geworden en gelauwerd in Frankrijk, maar wij moeten nog even wachten. Aan de ene kant is dat zuur, aan de andere kant is het goed dat de vertaler de tijd krijgt en geen broddelwerk aflevert louter om de verkoopcijfers. Ik hou van de zwartgallige en toch sentimentele wereld van Houellebecq (check bijvoorbeeld Houellebecq: Mogelijkheid van een eiland. Gelukkig miserabel). Zou dit zijn beste zijn?

Vertaalde geheide klassieker:
Dezso Kosztolanyi – De nieuwe bekentenissen van Kornel Esti. Van Gennep, februari
Yes! Kornel Esti komt nog een keer tot leven! Check Kornel Esti, de enige held in dit verhaal en Nero, de bloedige dichter. Wat een schrijver.

‘We dromen er allemaal van om ooit gelukkig te zijn. Wat stellen we ons daarbij voor? Bijvoorbeeld een kasteel aan zee, een vrouw, kinderen, misschien geld of roem. Dat is flauwekul. (…) Het kasteel heeft geen bouwtekeningen. De vrouw die we ons voorstellen, heeft geen lichaam of ziel. De kinderen in onze dromen krijgen nooit de mazelen en over roem durven we nooit vast te stellen dat die voor het grootste deel bestaat uit onderhandelingen met uitgevers. Gelukkig bestaat natuurlijk wel. Maar dat is iets totaal anders. Wanneer ik het gelukkigst was? Ik kan het je vertellen, als je wilt.’

Drie maal filosofie:
Joep Dohmen en Maarten van Buuren – De prijs van de vrijheid. Ambo, april
Het boek naar aanleiding van de reeks Levenskunst bij Studium Generale, die ik presenteerde (zie ook 10 schrijvers en denkers over Levenskunst). Op 11 april vindt de presentatie plaats, ook bij Studium Generale.

‘Literatuurwetenschapper Maarten van Buuren en filosoof Joep Dohmen analyseren de conditie van de moderne mens aan de hand van lichte en donkere schrijvers en filosofen – van Montaigne tot Houellebecq, en van Foucault tot Pascal Mercier. Wat verschijnt is een rijk palet van levenshoudingen: vitale en krachtige, maar ook sombere en sceptische.’

Saul Frampton – Speel ik met mijn kat, of speelt ze met mij? Ambo, april
Een geniale titel en dan gaat dit boek ook nog over Montaigne. Zo’n boek moet wel op mijn lijf geschreven zijn. Niet in de aanbiedingsfolder, maar wel online aangekondigd:

‘Volgens Montaigne gaat het er in het leven niet zozeer om zo veel mogelijk kennis te vergaren, maar te proberen de onvatbare ervaring die het leven is, te accepteren. We moeten niet krampachtig proberen de betekenis van het leven te doorgronden – we moeten het zelf zin geven. Met Speel ik met mijn kat of speelt ze met mij? laat Saul Frampton zien dat Montaignes gedachtegoed nog steeds springlevend is en ons kan inspireren om de kunst van het leven te verstaan.’

John Gray – Het onsterfelijkheidscommité. Ambo, maart

‘Een historisch palet van spiritisten, mediums, cryonisten en andere zieners – en een diepe reflectie over de grenzen van het menselijk bestaan. John Grays prikkelende nieuwe boek is een briljante analyse van de pogingen van de mensheid om te gaan met haar eenzame plek in de kosmos. Tegelijk vertelt het de vaak obscure geschiedenis van het streven naar onsterfelijkheid. Zo vertelt hij het verhaal van de spiritistische bewegingen onder Engelse intellectuelen en politici die geloofden dat wij kunnen communiceren met de doden. En hij schetst hoe communistische wetenschappers van het ‘Onsterfelijkheidscomité’ geloofden dat ze de mensheid konden bevrijden van de dood.

Het resultaat is een diepe en verontrustende reflectie op wat het betekent mens te zijn. Sinds Darwin weten we dat de dood het einde is en dat onze soort uiteindelijk zal verdwijnen. Zoekers naar onsterfelijkheid proberen een uitweg te vinden uit deze onwelkome waarheid. Maar hoeveel kennis hij ook vergaart, de mens zal blijven wie hij is – en de implicaties daarvan nopen tot deemoed.’

Boeken 2010: tips en een tegenvaller

Eigenlijk wilde ik deze week mijn boekeneindejaarsoverzicht bloggen, maar mijn laptop ligt op de intensive care. En zonder mijn geheugensteun Bookpedia komt er niets van enig jaaroverzicht. Heb je dan geen back-up gemaakt, hoor ik al gniffelen. Jawel, van mijn hele systeem maakte ik 8 december een back-up, maar de Bookpediagegevens moet je eerst exporteren voor het wordt opgeslagen. 10 april 2010 laatste export, dat schiet dus niet op.

Vandaar een andere aanpak. Eerst kijk ik terug op de Nieuwe boeken in het najaar, die ik afgelopen zomer signaleerde. Maakten ze hun belofte waar? Deel twee (morgen): nieuwe boeken in het voorjaar. Waar kijk ik het meest naar uit? Deel drie, ijs, weder en Apple-chirurgie dienende, de beste boeken van 2010.

Waar verheugde ik me het meest op, die 23e juli 2010, na het doorploegen van de aanbiedingscatalogi van de uitgeverijen?

1. André Aciman – Witte nachten
‘Wie op Google Earth zoekt naar Straus Park, op de kruising van West 106th Street en Broadway in New York, ziet een piepklein parkje waar het verkeer langs raast. Een man hangt op een bankje, voetgangers steken gehaast het kruispunt over. Loop in westelijke richting en je belandt op Riverside Drive. Aan het eind van 106th Street leidt een trap naar een park met groene bomen en een standbeeld van Samuel J. Tilden. Draai je om en kijk omhoog naar het flatgebouw op de hoek, zo’n New Yorks appartementencomplex uit het begin van de twintigste eeuw. Daar in het penthouse, denk je, was het feest. Een paar verdiepingen lager: het appartement van Clara. Op Google Earth is het altijd overal dag, dus er zijn geen verlichte ramen waarachter je een vrouwengestalte een sigaret ziet opsteken.

Het overkomt me niet vaak dat ik tijdens het lezen van een roman Google Earth open om te zien waar het verhaal zich afspeelt. Witte nachten, de tweede roman van schrijver en literatuurwetenschapper André Aciman, roept dat verlangen wel op. Aciman beschrijft het gebied rond Straus Park zo nauwkeurig en laadt het zo vol met betekenis dat je daar zelf rond wilt lopen, op dat bankje wilt zitten.

De tweede roman van André Aciman bracht me niet alleen verrukkelijk leesplezier (verrukkelijk in de melancholische zin van het woord), maar ook een persoonlijk hoogtepunt: een recensie van mijn hand in de Groene Amsterdammer! Helaas nog steeds niet online beschikbaar, maar wie wil kan van mij een digitale kopie krijgen. Overigens het ideale boek voor de kerstvakantie, want het speelt tussen Kerstavond en Oud en Nieuw en er ligt net zo’n dik pak sneeuw als hier en nu.

2. Jaap van Heerden – Fascinaties. Een intellectuele autobiografie
‘Hij schreef essays voor het AMC Magazine over psychologie, filosofie en literatuur. Dat moet wel interessant zijn.’ Absoluut waar. De korte stukken kunnen zelfs dienen als voorbeeld van hét essay. Met verwondering observeert hij de wereld, stelt daar onbevangen vragen over en via allerlei interessante associaties en zijsporen ontleedt hij vervolgens de mechanismen achter gedrag, cultuur, taal et cetera. Vooral gaat dit boekje over wetenschapsfilosofie, maar dan op een totaal niet hermetische manier. Fascinerend. Binnenkort een recensie op 8WEEKLY.

3. Max Blecher – Avonturen in de alledaagse onwerkelijkheid
‘Oorspronkelijk verschenen in 1936, de beste tijd voor een boek om te verschijnen. Ik hoop op een roman even mooi als Kornel Esti of even vreemd als Oliebol.’ Maakt zijn belofte meer dan waar. Een korte roman waarin een hele wereld samenkomt, als een heel kleine diamant waaruit lichtstralen naar alle kanten weerkaatsen. Het merkwaardige van dit boek is dat het steeds herinneringen oproept aan andere boeken, films en lang begraven gevoelens. Niet omdat het niet origineel is, maar omdat alles hierin samenkomt. Binnenkort een recensie op 8WEEKLY (ik krijg het druk).

4. Peter Sloterdijk – Filosofische temperamenten
‘Ik wil al een tijdje iets van Sloterdijk lezen, maar de dikke pillen schrikken me af. Boom brengt dit najaar een ideaal boekje om mee te beginnen.’ Tegenvaller.

5. Bart Slijper – Onder de blauwe oneindigheid. De vriendschap tussen Willem Kloos en Jacques Perk
Niet helemaal gelezen, maar even in gebladerd voor ik het doorstuurde aan de 8WEEKLY-recensent. Die was erg positief, zie Een vriendschap van toen bloeit weer op.

6. Arnon Grunberg – Huid en haar
Check: Het recht op mislukking: Arnon Grunberg, Huid en haar
En: Gesprek voor 8 december
Lees dit boek!

Nieuwe boeken in het najaar

catalogi

De najaarscatalogi, waarin uitgeverijen de boeken die staan te verschijnen aankondigen en vooral aanprijzen: de stapel doorwerken kost evenveel moeite als het lezen van een net iets te dikke roman. Naar welke boeken kijk ik het meeste uit? Voorbij de bizarre superlatieven en ronkende gemeenplaatsen.

1. André Aciman – Witte nachten verschijnt al in augustus bij uitgeverij Anthos. Aciman schreef eerder Noem me bij jouw naam, een geweldige roman. Ik blogde hierover: ‘Aciman beschrijft die vormen (van verliefdheid) zo nauwkeurig, laat alle nuances van verlangen, onzekerheid, seksuele opwinding, depressie en geluk zien, dat hij daar letterlijk een heel boek voor nodig heeft. Eigenlijk is het geen verhaal, maar een stemming, een wolk van gevoel die uit de bladzijden opstijgt, een prisma van verliefd-zijn. Een paar losse zinnen zullen maar één kleurnuance uit het spectrum tonen. Elke zin heeft de andere nodig, zoals elk verlangen het andere nodig heeft.’ Lees verder bij Trefzeker herfstzonnetje. Ik kan niet wachten tot (deze week?) de drukproef op de mat ploft.

2. Jaap van Heerden – Fascinaties. Een intellectuele autobiografie. Verschijnt bij Prometheus in november. Jaap van Heerden is wetenschapsfilosoof en emeritus hoogleraar Algemene Psychologie. Hij schreef essays voor het AMC Magazine over psychologie, filosofie en literatuur. Dat moet wel interessant zijn.

Uit de catalogus: ‘Zijn fascinaties vinden hun oorsprong in eenvoudige vragen. Waarom verontschuldigen mensen zich tegenover wildvreemden als zij op de verkeerde verdieping uit de lift stappen?’ (Dit overkwam mij vandaag. Misschien dat het toeval van deze beschrijving, die overeenstemt met mijn persoonlijke verwondering in de lift, de enige reden is dat ik het boek wil lezen. Een betere reden heb je ook niet nodig, toch?) En verder: ‘Strekt goddelijke genade zich ook uit tot buitenaardse wezens? Moeten we ons schuldig voelen aan de vervolging van de eerste christenen in het oude Rome, of kunnen we dat met een gerust hart aan de Italianen overlaten?’

3. Max Blecher – Avonturen in de alledaagse onwerkelijkheid. Uitgeverij L.J. Veen, november. Oorspronkelijk verschenen in 1936, de beste tijd voor een boek om te verschijnen. De catalogus belooft: ‘Blechers werk werd vergeleken met dat van Franz Kafka, Bruno Schulz en André Breton en is in vele opzichten een voorloper van het existentialisme.’ De vertaling is van Jan Mysjkin.

Max Blecher was Roemeen en hij werd maar 31 jaar. Op zijn negentiende kreeg hij ruggenmerg-tbc, en was hij veroordeeld tot een liggend leven (net als Marcel Proust, op latere leeftijd). Het boek verschijnt in de reeks L.J. Veen Klassiek. Ik hoop op een roman even mooi als Kornel Esti of even vreemd als Oliebol.

4. Peter Sloterdijk – Filosofische temperamenten. Bij Uitgeverij Boom in november. Ik wil al een tijdje iets van Sloterdijk lezen, maar de dikke pillen schrikken me af. Boom brengt dit najaar een ideaal boekje om mee te beginnen: ‘Van Plato tot Foucault brengt Sloterdijk het leven van negentien denkers en de inhoud van hun werken op onverwachte en soms humoristische wijze met elkaar in verband. Daarbij presenteert hij deze denkers niet uitsluitend als leveranciers van ideeën en analyses, zoals gewoonlijk in historische overzichten van de filosofie gebeurt. Sloterdijk tracht de denkers in hun temperament te treffen: in de urgente problemen die ze aan de orde willen stellen, in de heftige conflicten die ze soms aangingen, en in de persoonlijke emoties die hun stijl van schrijven bijzonder maken.’

5. Bart Slijper – Onder de blauwe oneindigheid. De vriendschap tussen Willem Kloos en Jacques Perk. Verschijnt in november bij Bert Bakker. Bij het lezen van deze titel was ik opeens terug in mijn studententijd. De vriendschap tussen Willem Kloos en Jacques Perk: het absolute scharnierpunt van de Nederlandse poëzie, hoogst romantisch, studentikoos, overdreven, melancholisch, niet voor niets ‘god in het diepst van mijn gedachten’.

Het is een dun boekje, 148 pagina’s, en daarom kijk ik ernaar uit: ik verwacht een kort verhaal van alleen maar hoogtepunten. Niet een ellenlange beschrijving van alle koppen koffie en eierdoppen klare die de twee samen dronken en wat ze daarvoor betaalden in welk café op welke hoek van welke kruisende straten. Dat belooft de catalogus ook: ‘Al snel na de kennismaking op 15 mei 1880 is hun relatie zo intens dat zij liefdesgedichten voor elkaar schrijven. Later wordt Kloos steeds veeleisender, totdat zijn vriend het niet meer volhoudt en in het voorjaar van 1881 het contact verbreekt.’

6. Ten slotte kijk ik natuurlijk uit naar de nieuwe Grunberg. Onze oom heb ik niet eens uitgelezen, toch blijft Grunberg de beste schrijver van Nederland en is het verschijnen van een nieuwe roman altijd een spannende gebeurtenis. Hoe vaak dat ook gebeurt (ongeveer elke twee jaar). Arnon Grunberg – Huid en haar verschijnt in oktober bij Nijgh en Van Ditmar. ‘Een verhaal over pervers plezier, overspel, verboden liefde en machtsmisbruik, met de Amerikaanse en Nederlandse academische wereld en de stedelijke politiek van New York als decor.’ Klinkt goed.

Leestips voor een zomer met een filosofisch tintje

Dikke thrillers zijn het geijkte leesvoer op vakantie. Niks mis mee. Wil je toch ook eens iets anders? Hieronder mijn leestips voor een zomer met een filosofisch tintje. Niet te lang en niet te dik, niet te moeilijk maar zeker ook niet te makkelijk, goed te doen op de camping met een glas witte wijn erbij, stof tot nadenken en voor gesprekken onder de sterrenhemel.

1. Alain de Botton – De kunst van het reizen
Het ultieme vakantieboek. Waarom gaan mensen op reis? Steeds meer en steeds verder? Hoe zorg je ervoor dat je het vakantiegevoel langer vasthoudt? Het mooist vind ik het hoofdstuk over het vastleggen van herinneringen en details. Hoe? Door te tekenen. Al tijdens het lezen van dit boek, zul je je vakantie anders beleven, dat garandeer ik. Met plaatjes! (10 euro)

2. Ryszard Kapuscinski – Ebbenhout
Het ultieme boek over Afrika. Afrika? Ja, zelfs al mocht je niets hebben met Afrika dan is dit boek een aanrader, omdat het je beeld van Afrika voorgoed verandert. Ik ken tientallen mensen die met tegenzin aan dit boek begonnen en het vervolgens aan hun hele vriendenkring cadeau hebben gedaan. Ik was er zelf één van. Kapuscinski is de journalist met negen levens. Hoe overleef je de Sahara, een staatsgreep en vuistgrote kakkerlakken, en dat allemaal op één dag? Hij leert het je.

3. Montaigne – Essays
Alle essays bij elkaar maken een baksteen van een boek. Maar kies er een paar uit (sommige zijn maar twee bladzijden lang) en geniet van de humor en scherpte van Montaigne. Wedden dat je daarna wenst dat je hem zou kunnen ontmoeten, om met hem te proosten en met hem onder de sterrenhemel verder te praten? Er zijn kleine, thematische bundeltjes verschenen van een aantal essays, over toeval, het uiterlijk, de liefde en de vriendschap. Het leukst is natuurlijk om uit de baksteen je eigen selectie te maken. Over droefgeestigheid, kannibalen en een gedrochtelijk kind.

4. Nietzsche – Schopenhauer als opvoeder
Hier heb ik al vaker over geschreven. In negentig (leesbare!) pagina’s zet Nietzsche je op scherp. Het stuk is een zelfhulpboek avant-la-lettre. Zonder de open deuren, stijlfouten en tenenkrommende bekentenissen van de populair-psychologische esoterie die vandaag de dag de wereld overstelpt. Mét opdrachten, tips en aforismen die je gedachten doen rillen van zelfbewustzijn. Onderdeel van de Oneigentijdse beschouwingen.

5. Kierkegaard – De ongelukkigste
Doe mij een plezier en lees eens iets van Søren Kierkegaard, de Deense filosoof en vader van het existentialisme. Bijvoorbeeld een stuk uit Of/of: ‘De ongelukkigste’. Niet het vrolijkste stuk (twaalf pagina’s ellende), maar wel huiveringwekkend mooi: ‘Zoals bekend moet ergens in Engeland een graf zijn, dat zich niet onderscheidt door een prachtig monument of een weemoedig stemmende omgeving, maar door een korte inscriptie – “de ongelukkigste”. Naar verluidt heeft men het graf geopend, maar geen spoor gevonden van een lijk.’

6. Rob Wijnberg – Boeiuh
Behoefte aan iets actuelers? Als je Boeiuh nog niet gelezen hebt, moet je dat zeker doen. Rob Wijnberg schrijft in dit pamflet over zijn eigen generatie (ook nog net de mijne, denk ik). Op een betrokken en persoonlijke manier. Ik ben het niet overal mee eens, maar dat zet juist aan het denken. Van Temptation Island tot wetenschap en filosofie, en van de Amsterdamse uitgaansscène tot information overlaad.

7. Marjolijn Februari, Roel Bentz van den Berg
De twee beste essayisten van Nederland (in my humble opinion) wil ik ook nog noemen. Wil je eens een keer een essay lezen, kies er een van Februari of Bentz van den Berg. De kunst van het essayschrijven beheersen ze tot in de puntjes: ze zijn persoonlijk maar stijgen boven zichzelf uit, ze zijn stellig in hun twijfel, ze schrijven kraakhelder en met humor, ze kruipen onder je huid zonder dat je het door hebt. En ideaal voor de vakantie: je kunt af en toe een hapje nemen en daarna weer verder razen door het een of andere spannende boek. Ik denk dat ik wel weet wat blijft hangen.

10 schrijvers en denkers over Levenskunst

1. Schrijven is een vorm van zelfonderzoek. Door je gedachten te ordenen en onder woorden te brengen, vergaar je zelfkennis. Zelfkennis is een voorwaarde voor een goed leven: je leert omgaan met de veranderlijke aard van het leven. Schrijven biedt daarbij een houvast, maar ook de mogelijkheid om op onderzoek uit te gaan en ideeën uit te proberen. Had Montaigne nu geleefd, dan had hij vast een weblog gehad.
Michel de Montaigne: De melancholie van de wijsheid

2. Lezen is een vorm van zelfonderzoek. Filosofische of literaire teksten, zoals de maximes van La Rochefoucauld, confronteren de lezer met zijn waarden, door een andere (interpretatie van de) werkelijkheid voor te spiegelen. Soms is die confrontatie zo heftig dat je liever niet verder leest. Maar juist dan is het zaak om zo eerlijk mogelijk jezelf in de ogen te zien.
La Rochefoucauld: Authenticiteit en eigenbelang – het lastige evenwicht van de honnête homme

3. Schep je eigen waarden, los van de groep. Mensen zoeken aansluiting bij groepen en ideologieën, omdat ze onzeker zijn en beschermd willen worden. Maar dat werkt je eigenlijk alleen maar tegen. Er is geen set van gegeven waarden die absoluut is en waar je je aan moet conformeren. Levenskunst gaat om het zoeken en scheppen van je eigen waarden.
Friedrich Nietzsche: ‘De dood van God’ maakt de weg vrij voor een authentieke levenskunst

4. Er zijn geen antwoorden, alleen standpunten. Als God dood is, is dan alles geoorloofd? Misschien, misschien ook niet. De literatuur kan beide antwoorden in hetzelfde werk geven, zoals in de grote romans van Dostojevski. Hij toont meerdere theorieën en gezichtspunten zonder een oordeel te vellen. Het is aan de lezer om de polyfone perspectieven te onderzoeken en tegen elkaar af te wegen en zijn eigen standpunt in te nemen.
Fjodor Dostojevski: Mensen zijn dom en slecht

5. Levenskunst is zorg voor jezelf. Het doel van levenskunst is vrijheid. Datgene wat de vrijheid om je leven vorm te geven zoals je wilt in de weg zit, verdient de meeste zorg. Je leeft en zorgt altijd in een context en de vrijheid daarin is altijd beperkt. Zorg voor jezelf brengt daardoor automatisch zorg voor de ander met zich mee.
Michel Foucault: Het leven een kunstwerk

6. Ook loslaten is deel van levenskunst. In de mystieke ervaring of roes verlies je je kenmerkende eigenschappen en val je buiten de heersende moraal. Het is belangrijk om de mystieke ervaring niet meteen op te vullen met allerlei gegevenheden, maar te onderzoeken. Hoe stevig sta je in je schoenen, als de grond onder je voeten verdwijnt?
Robert Musil: Mystiek zonder God

7. Authenticiteit kan niet zonder het gemeenschappelijke. De bron van een authentieke levenshouding ligt in het individu, maar krijgt pas echt gestalte in relatie tot de ander. Dialoog en het onderzoeken van gedeelde waarden zijn essentieel in het vormgeven van je eigen leven.
Charles Taylor: ‘sociale authenticiteit’

8. De mens is absoluut vrij en absoluut alleen. Er zijn een paar gegevenheden in het leven, zoals je geslacht en je afkomst, maar er is geen doel of opdracht. Door keuzes te maken en je bewust te zijn van je verhouding tot de buitenwereld, schep je het project van je eigen leven. Pas in de praktijk van het existeren, ontstaat er zoiets als een essentie of basis.
Jean-Paul Sartre en het existentialisme

9. Cognitieve afwegingen leiden tot goede keuzes. Er zijn altijd meerdere opties als je voor een beslissing gesteld staat. Die verschillende opties kun je onderzoeken, rationeel en emotioneel en met gebruik van je voorstellingsvermogen. Dan zal je wil de juiste keuze maken en daarvoor gaan. De toekomst staat niet vast; je hebt de macht haar met je vrije wil te veranderen.
Peter Bieri / Pascal Mercier: Levenskunst als denkproces

10. Middenin de pijn staan en hard stampen. Via onderzoek naar je meest pijnlijke en duistere ervaringen, kom je tot de kern van wat het betekent om mens te zijn en jezelf te zijn. Hoe doe je dat? Door veel te lezen en door te schrijven. Want, zo leerde Montaigne al: schrijven is een vorm van zelfonderzoek.
Michel Houellebecq: alleen in boeken jezelf kunnen zijn

Kijk de volledige lezingen over deze schrijvers en denkers terug via de website van Studium Generale.