Mislukking als drijvende kracht

mensendokter

Het is een ontroerende vraag die ene Herman V. deze week in Vrij Nederland aan de mensendokter stelt: ‘Hoe kan ik vrede vinden in mijn eigen middelmatigheid?’
Mensendokter Grunberg geeft eigenlijk geen antwoord op deze hartenkreet, maar legt juist uit hoe je kunt ontsnappen aan de middelmatigheid. Om te beginnen: het mislukken omhelzen. ‘Alleen door steeds beter te mislukken kan men ontsnappen aan de middelmatigheid.’ Mislukking is een veel en veel betere optie dan middelmatigheid. Daar ben ik het roerend mee eens. Mislukking kan juist als drijvende kracht werken.

1. Paradox
Allereerst de paradox van de mislukking: als je streeft naar mislukking en je realiseert je doel, dan ben je gelukt in het mislukt zijn. Het streven naar mislukking draagt gelukt zijn in zich mee, hoe je het ook wendt of keert. (Zie ook Werk aan de winkel III)

2. Wetenschappelijke methode
Streven naar mislukking is de wetenschappelijke methode. Vooruitgang in de wetenschap ontstaat door de mislukking op te zoeken, door het ontkrachten en niet het bevestigen van een hypothese. (Popper light)

3. Online succes
Dat klinkt misschien heel negatief. Maar het is juist door te experimenteren dat je ontdekt wat wel werkt en wat niet. Een experiment moet je niet beginnen als je bang bent dat het zal mislukken. Wat is een van de zeven geheimen van succes van megablog The Huffington Post? Onophoudelijk experimenteren: fail fast, cheap and often.

4. Ruimte voor het persoonlijke
Dat doet denken aan Beckett: ‘Ever tried. Ever failed. No matter. Try Again. Fail again. Fail better.’ Dit citaat uit het verhaal ‘Worstward Ho’ (1983) blijkt na een Google-actie gevleugeld te zijn en wordt bijvoorbeeld genoemd als levensmotto door theatermaker Jos Thie (Trouw, 20 juni 2011): ‘Geloof nooit een kunstenaar die zegt dat hij geslaagd is. Kunst is permanent falen. Dat is niet leuk om te horen, maar volgens mij is juist dat falen de motor waar het allemaal om draait. Het niet bereiken van perfectie is wat kunst interessant maakt. Volgens mij is mislukking de basis van de moderne kunst. In de middeleeuwen had je schilders die allerlei taferelen perfect na konden schilderen. Totdat het een keer iemand niet lukte. Hij faalde en maakte daarmee ruimte voor het persoonlijke.’

5. De kunstenaar
‘Was ever a writer so besotted by failure as F. Scott Fitzgerald? As a young man he craved literary success and achieved it, instantly (…) He was twenty-four and had everything he wanted. (…) “I remember riding a taxi one afternoon between very tall buildings under a mauve and rose sky; I began to bawl because I had everything I wanted and knew I would never be so happy again.” That’s one way of looking at it; another would be that he was already looking forward to the real business of regret, loss, decline and ruin. Fitzgerald understood that he had to climb to a dizzy height if the fall was going to be spectacular enough to satisfy him. He needed to achieve success in order to be convinced of the colossal scale of his subsequent failure.’
Geoff Dyer in Working the room, over The Beautiful And Damned van F. Scott Fitzgerald

6. Karakter en zelfkennis
Zonder naar de bodem van je karakter af te dalen en daar te bikken in de keiharde rotsgrond, weet je niet wie je bent en waar je toe in staat bent. (Mislukking en het karakter als catastrofe) En dan nog. Zelfs als je alles bent verloren – niet méér zou kunnen mislukken – ben je nog geen mislukkeling. Je bent een tragische held. ‘We wouldn’t call Hamlet a loser, he is someone who has lost.’ (Alain de Botton over mislukking (en succes))

7. Authenticiteit
Maar wat nu als iemand je een mislukking noemt? ‘Wat een mislukkeling is hij toch’ of ‘Zij is nou écht mislúkt.’ Dat is toch vreselijk?’ Denk dan gewoon eraan dat mislukken het authentiekste is dat je als modern individu kunt doen, en dus het allerhoogste wat je kunt bereiken. Mislukken is de ultieme bevestiging van authenticiteit. Écht!

(Dat zal dan de reden zijn waarom je geen vrede moet zoeken in middelmatigheid.)

Het recht op mislukking: Arnon Grunberg, Huid en haar

huid_en_haar

Arnon Grunberg vat het leven voor je samen in zijn nieuwste roman Huid en haar:

‘Ze hadden elkaar ontmoet, ze waren met elkaar naar bed gegaan. Lang zou het niet duren, had ze gedacht, maar het was een mooi verhaal. Was dat niet een van de doelen in het leven, dat het uit mooie verhalen moet bestaan? Die je elkaar kunt vertellen in de winter, ’s avonds voor de haard, zittend op een schommelstoel?
Het was anders gegaan, het duurde wel lang en hoe langer het duurde hoe meer de schoonheid van het verhaal verbleekte.’

Gelukkig heb je nog een keus:

‘Hier zit ze, gereed om haar leven te vergooien. Met een zekerheid die haar zelf verrast, beseft ze op dat moment dat het daarom gaat, dat is de kern van leven, dat je het kunt vergooien. Dat je het vergooit.’

Grunberg is een van de weinigen die de mislukking op waarde weet te schatten. Moedwillig je leven vergooien: dat is een even legitiem streven als dat naar succes. In de Volkskrant las ik een interview met ‘leider’ (ex-Shell) Jeroen van der Veer. Mooie uitspraak, onverwachts: ‘democratie is het hebben van het recht op je eigen ondergang’.

Gratis tip aan Grunberg: morgen een voetnoot over het recht op de eigen ondergang. Meer over mislukken als hoger doel: Mislukking en het karakter als catastrofe.

Alain de Botton over mislukking (en succes)

We wouldn’t call Hamlet a loser, he is someone who has lost.
(Alain de Botton, TEDTalk A kinder, gentler philosophy of success)

Dit citaat is onvertaalbaar en prachtig. Het duidt precies aan wat tragiek inhoudt: verliezen van het leven, zonder een mislukkeling te zijn. Er gaat ook een grote troost van uit. Ik schreef in Mislukking en het karakter als catastrofe: ‘Graven tot op de bodem van je catastrofale karakter, de mislukking recht in de ogen kijken en weer omhoog klimmen om de hele wereld je vondsten te tonen.’

Dat is wat Hamlet (Shakespeare) heeft gedaan. Misschien moet er geen mislukking staan, maar verlies. Het leven is een aanhoudende strijd met de wereld en uiteindelijk verliest iedereen. Door je verlies te tonen aan de wereld van wie je hebt verloren, boek je toch nog een symbolische overwinning. Wel oppassen dat je je niet verliest in de glorie van het verlies en via de omgekeerde weg van slachtoffercultus jezelf als overwinnaar ziet.

Mislukking en het karakter als catastrofe

Tegenover het zelfonderzoek als mythe, waarbij je jezelf uitvergroot, het verhaal van je leven laat centreren rond één scharnierpunt, of dat nu een gebeurtenis of een eigenschap is – daartegenover staat de mislukking.

Is niet alles in het leven gedoemd te mislukken, al was het maar doordat er onvermijdelijk een eind aan komt? Is het dan niet beter de mislukking te omarmen, om je schouders te slaan als een mantel, er helemaal in te verdwijnen?

Het leven is een aaneenschakeling van mislukkingen, maar juist in die mislukkingen, in de kleinzieligheid en miezerigheid ervan, ligt het grootse drama van de mens besloten.

Zo raakt de mislukking alweer aan het mythische. De catastrofale mislukking, die trekken krijgt van een tragische ondergang. Opnieuw een scharnierpunt waaromheen het leven draait.

Het is moeilijker om creatief zelfonderzoek te doen naar je leven als mislukking dan als mythisch verhaal. ‘I know of nothing more difficult than knowing who you are and having the courage to share the reasons for the catastrophe of your character with the world.’ (Uit David Shields, Reality Hunger)

De catastrofe van je karakter… dat gaat nog een stap verder. Je leven kan mislukken, misschien heeft het lot niets voor je in petto. Je kunt je leven zelfs moedwillig laten mislukken, er een project van maken en de ondergang zo goed mogelijk orkestreren. (Ooit was ik dat van plan: ‘Ik woonde in Lunetten, daar wonen veel leuke mensen, maar ook veel mislukte mensen. Ik had een knipperlichtrelatie en een kat. Geen werk en niet eens recht op een uitkering. Aan alle randvoorwaarden was voldaan.’). In het ene geval kun je er niets aan doen, in het andere geval is er toch nog íets gelukt.

De catastrofe van je karakter: daar kun je zelf niets aan doen, maar je kunt er ook geen eer aan behalen. Het is de bodem van de mislukking. Is elk karakter een catastrofe? Zo klinkt het wel. Als je maar diep genoeg graaft, kom je vanzelf op die bodem terecht, de keiharde, betonnen bodem waar niets meer op kan groeien. Geen project, geen verantwoording, geen troost.

Het stopt niet bij het bereiken van de bodem. Je moet weer naar boven klimmen, om wat je hebt gevonden ‘met de wereld te delen’. Zónder er een prachtig, mythisch verhaal van te bakken.

Wat mij betreft is dit een definitie van literatuur (een van vele mogelijke definities). Graven tot op de bodem van je catastrofale karakter, de mislukking recht in de ogen kijken en weer omhoog klimmen om de hele wereld je vondsten te tonen.

Werk aan de winkel III

Lunetten

Elke dag zaterdag: de mensen die de overstap hebben gewaagd naar – bij wijze van spreken – zielige zwerfkatjes redden, benoemen zo hun nieuw gevonden geluk. In de Volkskrant Banen van vorige week las ik over de bedrijfseconoom die bakker werd en de maatschappelijk werkster die op de bus zat.

Het zijn altijd hoger opgeleide mensen die een ‘ambacht’ gaan uitoefenen, met hun handen gaan werken. En dan op weerstand stuiten van hun omgeving, want als je een goede opleiding hebt genoten is het toch zonde om daar niet iets mee te doen. Andersom zal je het niet gauw horen: als een handwerker besluit de overstap te maken naar management of advies (aangenomen dat hij de kans krijgt), wordt hij waarschijnlijk vooral toegejuicht. Meer geld, meer status, meer kenniseconomie. Hoewel loodgieters inmiddels hetzelfde uurloon schijnen te bedingen als, pak ‘m beet, een in de filosofie afgestudeerde webredacteur.

De econoom die bakker wordt: het is de omgekeerde Amerikaanse droom (hoewel deze specifieke bakker exclusieve broden levert aan sterrenrestaurants) en daarom zagen veel mensen zijn carrière als een mislukking. Een paar herfsten geleden, toen er geen kredietcrisis was, maar wel een hoge werkloosheid, had ik uit redelijke wanhoop het plan opgevat om mijn leven te laten mislukken. Ongeveer zoals die bakker maar dan zonder de exclusieve broden. Wat ik zou gaan doen wist ik niet, want als ik dat wist en het vervolgens uitvoerde, zou er al iets niet mislukt zijn.

Ik verloor mezelf in visioenen van mijn mislukte leven. Ik woonde in Lunetten, daar wonen veel leuke mensen, maar ook veel mislukte mensen. Ik had een knipperlichtrelatie en een kat. Geen werk en niet eens recht op een uitkering. Aan alle randvoorwaarden was voldaan.

Zoals dat bij mij dan gaat, schreef ik in mijn hoofd een roman over een mislukkeling. Voor ik het wist vormden zich om mij heen wilde ideeën van de mislukking als Gesammtkunstwerk, waarin mijn hele leven de inzet zou zijn in een project met foto’s, filmpjes, een boek, een dagboek, een website met een forum en nog veel meer. De antiheld was ik zelf, tegelijk mislukt en in mijn mislukte staat volkomen gelukt, tot kunst verheven, en weldra met prijzen overladen.

Net als Grunberg, die exemplarische mislukkelingen tot leven heeft gewekt in zo voortreffelijk gelukte romans (als De Asielzoeker bijvoorbeeld). Waar hij als gelukt literator in elk geval enigszins los staat van zijn opgevoerde misbaksels, moest ik beide in mij verenigen.

Je begrijpt: dit plan was bij voorbaat mislukt, ten onder gegaan aan interne tegenstrijdigheden. Misschien dat het in zijn onuitgevoerde staat de hoogste graad van niet-lukken heeft bereikt die mogelijk was. Misschien dat ik deze kerst een nieuwe poging kan wagen.