Mijn beste albums #2015 – incl. Spotify-lijst

Schermafbeelding 2015-12-28 om 17.18.10Toen ik begon, wist ik het nog niet zo goed. Maar uiteindelijk staan er zelfs twaalf platen in mijn lijstje over 2015. En heb ik weer een stapje de obscuriteit in gezet, zullen sommigen vast zeggen…

22 nummers van 11 albums, 1 nummer van 10 minuten, plus als bonus een single van iemand naar wie ik erg veel heb geluisterd, na een concert te hebben gezien op Le Guess Who One Night in Pandora, maar wiens plaat al in 2014 verscheen.

 

I’m Not There: Dylan de ontsnappingskunstenaar

avedon_dylan

Hij is overal: Bob Dylan. Tijd om eindelijk eens I’m Not There te kijken, een film ‘geïnspireerd op’ het leven en de muziek van de ontsnappingskunstenaar. Zelf heb ik eigenlijk niet veel met Dylan. Ik kan wel een beetje jaloers zijn op al die aanbidders (van Dylan mag je je hele leven fan zijn, alsof je elf of twaalf blijft) die zoveel schoonheid, wijdheid, mystiek, genot en geluk krijgen, alleen al van het feit dat hij bestaat. Niet veel is ook weer niet niets: boven mijn bureau hangt de fantastische foto van Richard Avedon. En ik ben gefascineerd door de mythische proporties, die hij zélf heeft opgeworpen, vanaf zijn vroegste jeugd. Niemand weet wie Dylan is, daarom houden mensen zo van hem. I’m Not There, inderdaad.

In de film krijgt Dylan gestalte door zes verschillende personages en acteurs (waaronder een vrouw en een donker jongetje), wier verhalen door elkaar geweven zijn en die samen precies de ontsnappingskunsten van de echte hoofdpersoon laten zien. Een heel mooie film, juist omdat de vorm samenvalt met de inhoud, waardoor weer helemaal niets ergens mee samenvalt. Het is de representatie van een gespiegeld leven, waarin het gespiegelde object verloren gaat. Wie is degene die voor de spiegel staat? Hij is er niet.

Ik heb me vaak verwonderd over een bepaald slag sterren (over het algemeen de grootste), die lijken te behoren tot een totaal ander ras, als een soort buitenaardse wezens. De ware uitblinkers staan zo ver van ons af, wij miezerig gepeupel, dat het bijna niet is voor te stellen hoe zij nog mensen kunnen zijn. Bij Bob Dylan, of de zes personages in I’m Not There, wordt duidelijk hoe dat komt. Hij is een mythe, een zelfgeschapen mythe. En alleen de goden kunnen van zichzelf een god maken. Ze lijken wel op mensen, maar horen eigenlijk thuis in een moderne versie van de Ilias.

Er zijn sterren die er op hameren dat ze altijd zichzelf zijn gebleven, met andere woorden: miezerig gepeupel. Mythische sterren zul je dat niet horen zeggen. Zij blijven nooit zichzelf, omdat dat zelf niet bestaat; ze blijven nooit dezelfde, omdat ze voor hun sterrendom al anders waren. De voorwaarde voor onsterfelijkheid: je verleden dood verklaren en jezelf opnieuw geboren laten worden. De woestijn in trekken en je ziel aan de duivel verkopen. Keer op keer.

Jammer genoeg haperde de dvd met I’m Not There in de laatste vijf minuten, waardoor ik het einde slechts in een paar stilstaande shots te zien kreeg. Je zou bijna denken dat het zo hoort, dat de hand van de duivel het einde bij zijn kladden greep om in kleine splintertjes uiteen te gooien. ‘Hier is niemand.’