Real-time autobiography: presentation @ Mix Digital 3, Bath Spa University, July 2nd 2015

Real-Time Autobiography: Autofiction and Autofiction

‘Autofiction’ has been named as ‘the future of the novel’ again, based on the work of authors such as Ben Lerner, Karl Ove Knausgård and Sheila Heti. The mid-20th century term takes on a new meaning by operating explicitly in the context of a digitalised environment. It bears the notion of self-referentiality but also one of automation – while at the same time echoing the surrealist concept of automatic writing. As such, an understanding of autofiction as ‘real-time autobiography’ can tie the concept of ‘uncreative writing’ and remix culture to digital writing as self-expression, as seen in the context of blogging and social media.

Investigating Longforms in a Research Context

In preparation for the new longform series the INC started a research into the genres of longform or longread. Miriam presented the project during a lunch meeting for co-workers in the research center of the Amsterdam University of Applied Sciences. You can find the slides and notes on the website of the PublishingLab and below. Interested in finding out more? Contact miriam@networkcultures.org.

Longread investigation “Investigating Longforms in a Research Context” verder lezen

10 keer antwoord op de vraag ‘Waarom bloggen?’ (en hoe het vol te houden)

Bloggen wordt al lang niet meer geassocieerd met schrijven over je vrijgezellenbestaan of je kat. Bloggen is volwassen geworden en heet curatie, bloggers zijn de curatoren.
1. What is curation?


2. 7 regels voor het nieuwe curatorschap: Doe wat je zegt van Theo Ploeg

Zelf een blog beginnen?
3. Bloggen is voor mij schrijven en het allerbeste boek over schrijven is On writing van Stephen King. Voor praktische tips en een schop onder je kont.
4. Lees hier online Gij zult bloggen van Ernst-Jan Pfauth of een kort overzicht van de inhoud. Het blog van Ernst-Jan Pfauth is sowieso een must-follow voor alle bloggers: pfauth.com
5. Handboek communities van Erwin Blom was voor mij een grote stimulans en heeft uiteindelijk geleid tot het nieuwsblog van Studium Generale
6. Van dit soort lijstjes zijn er talloze te vinden, je hoeft er in feite maar een te lezen als je begint met bloggen om ze vervolgens te laten voor wat ze zijn: 12 Things That Will Kill Your Blog Post Every Time. Hoewel… neem deze er ook bij, vanwege de andere insteek die vooral goed is voor de productiviteit (zoals Lesson #4: Don’t watch TV or go to meetings): 10 Lessons Seth Godin Can Teach You About Blogging

De curator/blogger is niet een onzichtbare archivaris in de kelder van het internet, maar treedt als persoon op de voorgrond. Iets over mijn eigen beweegredenen dus:
7. Verslaafd aan filosofie: waarom een weblog?
8. Na twee jaar bloggen schreef ik Jarig weblog: op naar de volgende twee jaar! Met daarin onder andere de volgende links:
a. ‘Zoek uit hoe je de onderwerpen waarin je de meeste expertise hebt te gelde kunt maken en schrijf er een ‘asset’-verhaal over.’ Uit: Schrijf artikelen die over jaren nog worden gelezen!
b. ‘Concrete tips met een optimistische toon (Zo kan het ook!).’ Uit:
Bepaal het speelveld, win de wedstrijd
c. Mik op het hoogste, er zijn al genoeg mensen die gaan voor doorsnee. Zie:
Een onrealistisch doel is de sleutel tot blogsucces

Plaatje!
9. Toffe infographic voor inspiratieloze dagen: 22 manieren om boeiende content te creëren

Ten slotte een kijktip (en de eigenlijke aanleiding om dit lijstje samen te stellen):
10. de TED-talk van Joris Luyendijk, over het delen van je ‘learning curve’. Hoe? Op een blog natuurlijk:

Tips meer dan welkom.

Jarig weblog: op naar de volgende twee jaar!

jarig

Bloggen is een manier om de rode draad van je gedachten te ontdekken. ‘Hoe kom je erachter wat belangrijk voor je is? Misschien wel door opmerkzaam te zijn op herhaling.’ Zo schreef ik een week geleden. Inmiddels blog ik alweer meer dan twee jaar en staan er meer dan 250 stukjes online.

De laatste maanden ben ik aan het nadenken welke kant ik met mijn blog op wil. Na twee jaar stukkies typen, is het tijd om er meer richting aan te geven. Wat voor richting? Dat is te zien in de titel die in je internetbrowser staat: Miriam… blogt – Filosofie en literatuur voor het leven.

In alle stukken die ik lees over bloggen, staat het opnieuw: je moet je specialiseren, één onderwerp kiezen, de niche vinden waar je expert in bent of kunt worden. Voor mij is dat: een persoonlijke omgang met literatuur en filosofie. De zoektocht naar zelfkennis en levenskunst, via het boek. Dat is geen hobby, maar noodzaak.

Betekent dat dat er minder kattenblogjes en feeststukkies zullen komen? Ja. De toekomst van het bloggen ligt bij kennisoverdracht. Weliswaar in een persoonlijke, individuele stijl – het is ‘kennis uit de eerste persoon’, opgeschreven van mij naar jou en soms weer van jou naar mij terug – maar met een algemene waarde die boven het particuliere uitstijgt.

Schrijven is een manier om sluimerende ideeën onder woorden te brengen en vorm te geven. Ook herken je patronen die in de loop van de tijd ontstaan – patronen die zonder het schrijven zouden wegzinken in de vergetelheid. Of zelfs niet zouden bestaan.

Susan Sontag schrijft in Reborn, de uitgave van haar vroege dagboeken: ‘Superficial to understand the journal as just a receptacle for one’s private, secret thoughts – like a confidante who is deaf, dumb, and illiterate. In the journal I do not just express myself more openly than I could to any person; I create myself.
The journal is a vehicle for my sense of selfhood. It represents me as emotionally and spiritually independent. Therefore (alas) it does not simply record my actual, daily life but rather – in many cases – offers an alternative to it.’ (31 december 1957)

Dat vind ik mooi (en ik zou dus niet zeggen: ‘alas’!). Schrijven is niet registreren, maar creëren. Soms lijkt het alsof je gewoon onder woorden brengt wat er al is, in je gedachten, in de wereld, in boeken. Maar dat is niet hoe het werkt: tijdens het schrijven ontdek je dingen, belangrijke dingen. Dingen die je gedachten en de wereld vormgeven. Met een variatie op Sartre (‘de existentie gaat vooraf aan de essentie’) zou ik willen zeggen: ‘Het schrijven gaat vooraf aan het beschrevene.’

Er zijn online natuurlijk enorm veel nuttige blogtips te vinden. Mijn drie blogvoornemens voor de komende twee jaar, geïnspireerd op recente artikelen:

1. ‘Zoek uit hoe je de onderwerpen waarin je de meeste expertise hebt te gelde kunt maken en schrijf er een ‘asset’-verhaal over.’ Uit: Schrijf artikelen die over jaren nog worden gelezen!
2. ‘Concrete tips met een optimistische toon (Zo kan het ook!).’ Uit: Bepaal het speelveld, win de wedstrijd
3. Mik op het hoogste, er zijn al genoeg mensen die gaan voor doorsnee. Zie: Een onrealistisch doel is de sleutel tot blogsucces

Mijn onrealistische doel: Verbeter de wereld, begin bij je blog.

Bij mijn eerste verjaardag stelde ik een ‘declaration of bloggyness’ op: 10 keer over een jarig weblog. Met de tien punten ben ik het grotendeels nog eens. Alleen weet ik niet wat ik van de commentfunctie moet denken. Ik heb het gevoel dat het einde van de comments op blogs in zicht is. De reacties zijn te versnipperd: mensen reageren via allerlei kanalen (twitter, facebook, e-mail). Ik ben natuurlijk blij met elke reactie die er komt, laat dat gezegd zijn.

PS: lees ook nog even mijn recensie van Bloghelden: Petite histoire van de Nederlandse blogosfeer

Verdrietig: godverdomse dagen van Verhulst

godverdomse_dagen

Op het debat over recensenten in Spui25, dat verbijsterend was in zijn tentoonspreiding van literaire inteelt, egotripperij en kortzichtigheid (zoals ook mooi is beschreven door Gaston Franssen), werden niettemin boeiende dingen gezegd. Boeiend omdat ze getuigden van precies die literaire inteelt, egotripperij en kortzichtigheid en dan zonder dat degene die het zei het doorhad. De allerergste observatie kwam van Elsbeth Etty, die zonder blikken of blozen toegaf dat het haar geen moer interesseerde of de lezer door haar recensies nu wel of niet een boek ging kopen. Hou dan een dagboek bij en publiceer je stukjes niet in de krant! wilde ik roepen, maar ik was met stomheid geslagen.

Een andere deelnemer, Marja Pruis, vertelde dat ze toen ze begon met recenseren, ervan hield om dingen negatief te bespreken. Dat was wel stoer. (Geinig om in het achterhoofd te houden als je vervolgens leest hoe zij publiekelijk in een column reageert als ze zelf negatief besproken wordt.) Ik ben erachter gekomen dat ik zelf een hekel heb aan het schrijven van een negatieve recensie. Maar natuurlijk wil ik niets liever dan dat mensen daardoor het boek níet gaan kopen. Of juist wel.

De eerste versie van mijn bespreking van Dimitri Verhulsts Godverdomse dagen op een godverdomse bol was nog negatiever dan de uiteindelijke versie. Misschien moet ik het niet toegeven, maar ik heb na lang dubben een paar zinnen toegevoegd aan het eind met een positieve noot. En het adjectief ’prachtig’ voor De helaasheid der dingen, in de inleiding. Dat boek was dan ook prachtig. Misschien dat ik juist omdat De helaasheid der dingen prachtig vond (hoewel ook niet briljant) het niet over mijn hart kan verkrijgen Godverdomse dagen totaal de grond in te boren.

Stel dat Verhulst een Engelsman was geweest, en Godverdomse dagen de vertaling van Goddamn Days On A Goddamn Ball. Had ik dan ook zo’n moeite mee gehad? Vast minder. Ik ben een watje: het idee dat Verhulst mijn recensie leest en daar misschien verdrietig van wordt, is genoeg om mezelf verdrietig te maken. Aan de andere kant: laat hem dan maar een column schrijven zoals die van Marja Pruis. Dan kan iedereen weer lachen. Heel hard lachen.

 

Wie met genoegen de verhalen van Dimitri Verhulst las over de zuipschuiten, vuilbekken, lapzwansen en smeerpoetsen uit Reetveerdegem, maar zich soms ook afvroeg hoe het allemaal in vredesnaam zo ver had kunnen komen, kan in Godverdomse dagen op een godverdomse bol een antwoord vinden. Verhulst schreef de geschiedenis van de mensheid in 180 bladzijden, ook wel te zien als een eonenlange prequel van het prachtige De helaasheid der dingen.

 

Godverdomse dagen is genomineerd voor de Librisprijs. De jury schrijft: ‘Verhulst is zo intens kritisch over de mens, dat je je bijna gedwongen voelt om het voor je soort op te nemen. In een literair landschap waarin net iets te veel thrillers, incestdrama’s en andere voorspelbare verhalen opdoemen, is Godverdomse dagen een verademing.’ Engagement mag weer, moet zelfs volgens sommigen. Het stempel van Thomas Vaessens, die een fel debat over straatrumoer en maatschappelijke betrokkenheid in de letteren ontketende met zijn studie De revanche van de roman (zie link) én plaatsnam in de Librisjury, is duidelijk.

 

En toen
Is Verhulst dan zo geëngageerd? En behoort Godverdomse dagen tot de zes beste boeken van het afgelopen jaar? Wat mij betreft kunnen beide vragen met ‘nee’ beantwoord worden. Wel schreef hij een merkwaardig boek, dat alle genreaanduidingen tart, geen zier geeft om spanning of plot, maar in de taal alles op alles zet. Het heeft nog het meest weg van een episch dichtwerk. Voor de lezer die zich instelt op ‘een verhaal met een hoofdpersonage waarin u zich ongetwijfeld zo nu en dan herkennen zal’, zoals de flap belooft, kan dat nog een flinke aanslag op het uithoudingsvermogen betekenen.

 

Het ‘verhaal’ is gauw verteld: ”t’ – de mens – kruipt uit het water en gaat lopen, spreken, samenleven, maar vooral vreten, kezen, liegen. Tot het uiteindelijk op gelijke voet komt te staan met God, namelijk door de allesvernietigende krachten van de atoombom te ontketenen boven Hiroshima. Daarvoor: jagen, verzamelen, ijstijd, volksverhuizingen, prehistorie, Egypte, de Romeinen, middeleeuwen enzovoorts. Door die opzet, waarbij je vanzelf invult ‘en toen, en toen’ lijkt er tegelijk helemaal niets te gebeuren. De boodschap van Verhulst is duidelijk: de geschiedenis is een herhaling van verziekte zetten.

 

Stromen met woorden
Volledigheid of nauwkeurigheid is geen streven in deze vertelling. Soms maakt Verhulst herkenbare verwijzingen naar de geschiedenis zoals je die op school leert, maar die ogen willekeurig en ook wel wat flauw, alsof het een puzzeltje is. Niet iedereen zal zich trouwens herkennen in deze geschiedenis: ’t is een laaglander, een christen, een man. Een zuipschuit, vuilbek, lapzwans en smeerpoets. Is er dan niets de moeite waard aan het godverdomse wezen? Misschien zijn taal:

 

De taak die ’t ooit vrijwillig op een dag met veel plezier heeft aangevat, het benoemen van de dingen, is nog altijd onvoltooid. En ’t hoopt dit zo te houden. Want eens de stromen met woorden zullen zijn opgedroogd, zal ’t zijn eigen einde ruiken. Het einde van de woorden, dat is de dood.

 

Je zou het bijna inconsequent noemen dat Verhulst door zijn ‘stromen met woorden’ dat vervloekte mensdom nog in leven houdt. Zijn uitbundige Vlaams is de hemel in geprezen. Je moet er van houden. Af en toe schiet hij door in grappen en grollen (‘Een eigen grot een plek onder de zon’), andere keren zit er een pareltje tussen (‘Hun lijken worden in wijntonnen naar de kaden gerold en in de rivieren gedropt, waarop ze drijven naar een zee die hen verteren zal’).

 

Verhulst maakt op een mooie manier het universele particulier en vice versa. ”t’ Is als de onsterfelijke graaf Saint-Germain, die tegelijk zichzelf blijft en transformeert tot tijdgenoot.’ De taal is ook zowel particulier als universeel: Verhulsts stijl is volkomen eigen, maar weet te spreken over de ontdekking van vuur evengoed als over de Verlichting. Het duurt alleen allemaal te lang, of juist te kort: had er een vlammende novelle van gemaakt of een echt episch dichtwerk. Ook epische dichtwerken hebben echter spanning en afwisseling nodig. Als dit het beste is wat hedendaags engagement te bieden heeft – een deprimerende visie op de mens zonder hoop op verbetering – rijst de vraag: wat boeit ‘t?

 

Het voorkomen van een gespiegeld ik

spiegel_lamp

Op mijn werk schrijf ik tegenwoordig ook af en toe een ‘stukkie’. Het zijn verslagen van lezingen die bij Studium Generale zijn gehouden (van Jelle Reumer en op het Huis van de Poëzie). Dat lijkt wel journalistiek! Hield ik laatst niet nog een tirade tegen journalistiek? Gaat het verloochenen van principes zo snel? Ik noteerde toen ook dat het zaak was om scherp te blijven. Bij deze.

De twee stukken kun je het beste journalistieke verslagen noemen. Het gaat om mijn eigen ervaring, niet zozeer om een objectieve weergave. Net als bij recensies – die zijn ook een soort objectief verslag van een persoonlijke (lees)ervaring. Toch schrijf ik niet over mijn eigen optreden die avond – het is geen geinig stukkie over mijn belevenissen als nieuwbakken presentator met microfoonangst. Enige voorwaarde: de spreker moet zichzelf erin herkennen, hem mogen geen dingen in de mond worden gelegd die hij niet uitgesproken heeft. En de bezoeker die er die avond bij was, moet zijn eigen ervaring erin teruglezen. Dat is controleerbaar: als de onfortuinlijke die de lezing miste online de opnamen terugkijkt, kan hij nagaan of het verslag ergens op slaat. Net als degene die het boek leest na de recensie. (Overigens mag het duidelijk zijn dat ik een bevooroordeeld schrijver ben in dezen, want werkzaam bij de organisatie van de lezing.)

Zo heb ik er weer een rol bij gekregen. Inderdaad, een rol. Het is een oud inzicht dat de mens in zijn leven allemaal rollen heeft: als kind, geliefde, professional, feestbeest. Dat kun je negatief uitleggen: de mens acteert altijd en is dus nooit zichzelf. Daar ben ik het niet mee eens. Sommige mensen doen dat misschien, maar daar prik je gauw doorheen. Liever zie ik de rol als een uitvergroting van een bepaalde eigenschap van jezelf. Je draait bij wijze van spreken een kant van je gezicht naar het licht. Bijvoorbeeld je intellectuelenkop. Of je trekt een ironische columnistenwenkbrauw op.

Belangrijk is dat je niet een kostuum aantrekt, een carnavalsmasker opzet en je stem verdraait. Je kan beter zoeken naar een aspect van je persoonlijkheid om onder een vergrootglas te leggen. Een beperkt beeld van jezelf, maar nog steeds jezelf. Dat kan gek uitpakken, als je heel verschillende eigenschappen in jezelf verenigt. Weinig mensen die mij in de Aula van de Universiteit Utrecht voor 300 mensen de professor zagen aankondigen die een lezing kwam houden, zullen zich kunnen voorstellen dat ik ook wel eens vier dagen dronken over een festivalterrein zwalk. Of dat ik wel eens op vakantie twee weken niet heb gedoucht. Dat ik er soms dol ben op ben om mensen te shockeren met verhalen over twee weken niet douchen.

‘Rol’ is daarom misschien niet het goede woord. Het klinkt fake, onoprecht. Precies op dit punt moet je scherp blijven. Je kunt een rol spelen die je van een ander afkijkt, uit een boekje hebt geleerd of waarvan je denkt dat die succes oplevert. Je kunt de rol spelen van journalist, met de bijbehorende slordige stijl en verontwaardiging. Of de rol van columnist die overal tegenaan schopt en er prat op gaat zijn bronnen niet te noemen. Daar zullen de meesten uiteindelijk aan onderdoor gaan. Net zoals je niet de rol van liefhebbende partner moet spelen (en dat hoor je maar al te vaak), maar je partner moet liefhebben zoals jij je partner liefhebt.

Ik vind het een mooi beeld: in verschillende situaties draai je verschillende kanten van jezelf naar het licht. Voor degene die dan naar je kijkt kan het lijken alsof dat je enige verschijningsvorm is, terwijl er talloze manieren zijn om in het licht te bewegen. De zes foto’s die de fotograaf laatst van mij nam laten dat heel letterlijk zien: op elk ervan sta ik net even anders voor de camera en zie je net een andere Miriam verschijnen. Je kunt ze zelfs bijna benoemen: de filosoof en de flirt, de lezer en de blogger.

Als het geen rol is, wat dan? Gestalte klinkt – helaas – vreselijk achterhaald, verschijningsvorm is te omslachtig en doet me denken aan een geest die opduikt en weer verdwijnt. Wat dacht je van ‘voorkomen’: datgene wat op de voorgrond treedt. Mooi is ook dat voorkomen zowel met uiterlijk als innerlijk te maken heeft. Op het podium van de Aula draag ik iets anders dan op de festivalweide. Er zit ook nog iets van de rol in; je voorkomen valt niet samen met je persoon, maar is een deel daarvan, een mogelijke veruiterlijking en gedraging van jezelf.

Gaat er dan ergens, in die spiegeling van eigenschappen, achter die verschillende belichtingen tóch een in zichzelf besloten ik schuil? De persoon waar het voorkomen naar verwijst, maar waar het niet mee samenvalt? Dat wat alle verschijningsvormen gemeenschappelijk hebben? Is dat dan waar je in je zelfonderzoek naar op zoek moet gaan? Een fenomenologische kern, de essentie van… Miriam? Je zou het denken, maar ik heb zo het idee dat het zo niet werkt. Dat alleen in de spiegelbeelden van Miriam een vage notie van Miriam naar voren komt. Een soort vage Miriam…