10 x Levenskunst – Deugden en ondeugden

1. Frans de Waal
Heeft de moraal een natuurlijke, evolutionaire oorsprong? Of is moraal specifiek menselijk en niet los te zien van cultuur? Dat was de inzet van de lezing door prof. Joep Dohmen over het werk van bioloog Frans de Waal en in het bijzonder de notie van empathie. De Waal laat in zijn onderzoek naar het gedrag van apen zien dat empathie – en daarmee gedrag als wederkerigheid en troost – niet een verworvenheid van de mens is, maar ook bij dieren voorkomt. De mens is net als zijn naaste verwanten ‘van nature goed’, zij het dat hij ook van nature uitgerust is met ‘slechte’ eigenschappen als agressie en machtsbelustheid.
Lees verder: Empathie is nog geen moraal: Joep Dohmen over Frans de Waal

2. Wu wei
Een moderne moraal legt geen regels op, maar ondersteunt de natuurlijke neigingen tot het goede. Deugden die het vrije individu trainen in dat waar hij goed in is, in plaats van hem te beperken maken zo’n moraal praktisch. De 21e eeuw vraagt om een ethiek die geen regels en wetten formuleert, maar juist de verlammende werking van regels laat zien. Prof. Maarten van Buuren wil op zoek naar zo’n natuurlijke moraal, en het taoïsme is daar een eerste voorbeeld van. Zo blijkt uit zijn lezing in de serie Levenskunst, Wu wei, doen door niet te doen.
Lees verder: Taoïsme en levenskunst: harmonie met de natuurlijke orde

3. Aristoteles
De deugdethiek en de levenskunst: twee dominante filosofische stromingen van deze tijd. Beide kwamen op in de laatste decennia van de twintigste eeuw en zijn nu bepalend voor wat je zou kunnen noemen de ‘mainstream’-filosofie. Twee filosofieën met een verschillende oriëntatie. Deugden zijn gericht op karaktervorming, het ontwikkelen van een houding die zich vertaalt in bepaald gedrag. De centrale, achterliggende waarde: geluk, of ‘gelukt zijn’ in overeenstemming met de menselijke natuur. De levenskunst is eerder gericht op het vinden van een persoonlijke ‘zin’ en draait om de centrale waarde van ‘authenticiteit’, in overeenstemming met je individuele zijn. Prof. Joep Dohmen noemt het verbinden van deze twee ethieken hét filosofische probleem van deze tijd. Hoe kunnen deugden geïntegreerd worden in een actuele levenskunst?
Lees verder: Levenskunst: deugdethiek van Aristoteles verbinden met authenticiteit

4. Epicurus
De deugd is als een geneesmiddel. Zoals je een medicijn slikt om gezond te worden, zo beoefen je de deugd om geluk te bereiken. Epicurus zet zich met deze utilitaristische, op het nut gerichte visie op de deugden af tegen zijn grote voorgangers Plato en Aristoteles. Maar tegen welke prijs? Dat is de vraag die blijft hangen na de lezing van prof. dr. Maarten van Buuren over Epicurus in de serie Levenskunst.
Lees verder: Epicurus: natuurlijke verlangens als leidraad voor levenskunst

5. Martha Nussbaum
Nut en rechtvaardigheid zijn de twee leidende principes van de moderne moraal. Martha Nussbaum, een van de belangrijkste hedendaagse Amerikaanse filosofen, onderzoekt hoe die moraal weer een bredere invulling kan krijgen. Daarvoor grijpt ze terug op de levenskunstfilosofen van de klassieke oudheid, in het bijzonder Aristoteles. De centrale vraag in haar ethiek is dan ook ‘Hoe te leven’? Ethiek, Bildung, maar ook politieke filosofie krijgen allemaal haar aandacht onder de centrale noemer van het ‘goede leven’. Het goede, zo laat Joep Dohmen in zijn lezing over Nussbaum zien, is niet singulier maar meervoudig.
Lees verder: Geluk, ambivalentie en tragiek: Martha Nussbaum en levenskunst

6. Niccolò Machiavelli
Is de staatsterreur van Assad in Syrië goed te praten vanuit de machiavellistische ethiek? Als het zo is dat de slachting van tientallen, zo niet honderden burgers tegelijk door de machthebbers te verantwoorden is met Machiavelli in de hand, dan moet er toch iets mis zijn met de schrijver van Il principe. Een interessant punt dat Joep Dohmen Maarten van Buuren voor de voeten werpt in hun discussie na afloop van de lezing over Machiavelli in de serie Levenskunst.
Lees verder: Het doel heiligt de middelen: de ethiek van Machiavelli

7. Richard Sennett
Jobhoppen, relatiehoppen en religieshoppen, daaruit bestaat het leven tegenwoordig. Vaste relaties hebben we als ketens van ons af geworpen om ons helemaal te richten op vrijheid en zelfontplooiing. Daarmee hebben we echter een hoop waardevols weggegooid, dat niet zo makkelijk weer te hervinden is. Richard Sennett stelt in zijn werk deze cultuurpessimistische diagnose van de hedendaagse maatschappij, die haast geen samenleving meer te noemen is. Hoe krijgen we weer vaste grond onder de voeten?
Lees verder: De flexibele mens en zijn angsten: Richard Sennett

8. Friedrich Nietzsche
Maakt dit mij sterker? Dat is de leidende vraag in de nietzscheaanse levenskunst. Niet: is dit het goede of het ware, want ook het goede en het ware staan slechts in dienst van het vergroten van je eigen kracht. Als een illusie je op een zeker moment sterker maakt dan de waarheid – kies dan voor de illusie. Sommige waarheden kunnen zo hard en onhandelbaar zijn dat ze schadelijk worden – schuif ze dan terzijde. De waarheid en de illusie zijn deugdelijk als ze jou sterker maken en ondeugdelijk als ze je verzwakken, dat is de kern van Nietzsches deugdenethiek. Maar het volgen van de weg omhoog (de wil tot macht, dat wat je sterker maakt), gaat onvermijdelijk gepaard met lijden en zelfopoffering.
Lees verder: Nietzsche als deugdethicus

9. Alasdair MacIntyre
Ons leven is gefragmenteerd en we dreigen onszelf kwijt te raken. Dat is de niet erg vrolijke diagnose van de moderne mens die Alasdair MacIntyre stelt. Onder invloed van het liberalisme zijn we alleen nog maar bezig met onze individuele meningen en vieren we het consumentisme. Van een gemeenschappelijke moraal en sociale samenhang is geen sprake meer. Hoe die terug te vinden?
Lees verder: Alasdair MacIntyre: via je eigen verhaal verbonden met de traditie

10. Richard Rorty
‘Nu komt het aan op je idealisme, Miriam.’ ‘Ik ben wel idealistisch, omdat ik geloof dat je de wereld een beetje beter kunt maken. Maar niet voorgoed en niet op recept. Daarvoor blijf ik te veel een pragmaticus.’ Ik droom niet altijd in filosofische dialoogjes, zeer zelden zelfs, maar blijkbaar had de Levenskunstlezing over Richard Rorty en het pragmatisme een snaar geraakt. Ik noem mezelf dan ook vaak pragmatisch, met als enige principe de Sartriaanse absolute vrijheid die absolute verantwoordelijkheid met zich meebrengt (dat principe laat ook weinig ruimte over voor de rest).
Lees verder: Richard Rorty en het nieuwe pragmatisme

Taoïsme en levenskunst: harmonie met de natuurlijke orde

pijl_boog

Een moderne moraal legt geen regels op, maar ondersteunt de natuurlijke neigingen tot het goede. Deugden die het vrije individu trainen in dat waar hij goed in is, in plaats van hem te beperken maken zo’n moraal praktisch. De 21e eeuw vraagt om een ethiek die geen regels en wetten formuleert, maar juist de verlammende werking van regels laat zien. Prof. Maarten van Buuren wil op zoek naar zo’n natuurlijke moraal, en het taoïsme is daar een eerste voorbeeld van. Zo blijkt uit zijn lezing in de serie Levenskunst, Wu wei, doen door niet te doen.

Het taoïsme van de Chinese wijsgeer en dichter Lao Tse is in de vierde eeuw voor Christus opgetekend in het beroemde boek Tao Te Ching. Het bestaat uit 81 hoofdstukken of gedichten. In die vorm tekent zich al af dat ‘dao’ niet verwijst naar een ethische imperatief of naar een set leefregels. Anders dan bijvoorbeeld de leer van Confucius, die wel bestaat uit zulke regels en waartegen Lao Tse zich met zijn eigen werk afzette. Hij schrijft dan ook niet voor de machthebbers of om een hiërarchische orde te bestendigen, zoals Confucius deed. Dao is dynamisch, natuurlijk, niet humanistisch en soms zelfs meedogenloos.

Hoe komen we weer in tune met de natuurlijke weg, met dao? Hoe zorg je dat je weer ‘spoort’? En waarom is dat eigenlijk iets om na te streven? Zo min als het bestaan van een ‘universele orde’ vanzelfsprekend is, hoeft het volgen daarvan nastrevenswaardig te zijn. Eenvoudige oefeningen kunnen je in aanraking brengen met de dao en je de harmonie laten ervaren die uitgaat van het ‘sporen’ ermee, aldus Maarten van Buuren. Meditatie is de bekendste, maar voor hemzelf werkt fietsen het beste. Wat volgt is een persoonlijke ‘tao van het fietsen’. Twijfels over bestaan en nut worden daarmee weggenomen: het bestaan van de orde ervaar je via die oefeningen. En het is nastrevenswaardig omdat in die ervaring iets als het goede leven werkelijkheid wordt. ‘Geluk,’ durft Maarten van Buuren het zelfs te noemen. En bovendien ontvankelijkheid, waarin kennis en oplossingen zich aandienen zonder dat je ook maar hoeft na te denken.

Daarmee is nog niet gezegd wat ‘doen door niet te doen’ eigenlijk inhoudt. Is het gewoon een soort ‘go with the flow’, waarbij je alle regels afwerpt om op zoek te gaan naar je kern, liefst achteroverhangend en genietend van het nietsdoen? Dat klinkt wel erg gemakzuchtig. Ten onrechte, zegt Van Buuren, want wu wei duidt op een zorgrelatie. Zorg voor een ander – denk bijvoorbeeld aan de opvoeding van een kind, waarbij stimuleren belangrijker is dan verbieden. Juist door te veel regels in te stellen, zal het kind ontaarden. Hetzelfde geldt bij de zorgrelatie voor jezelf. Harmonie met de dao bereik je door steeds verder terug te gaan en steeds meer regels en obstakels af te leggen, tot je de ‘oorspronkelijke leegte’ bereikt.

Dit zal voor veel mensen ver van hun bed klinken. Kan het taoïsme wel een moraal voor onze tijd zijn? Staat er niet te veel techniek en afleiding tussen het individu en de wereld? Is het volgen van de natuurlijke orde nog wel een optie in onze door en door gemedieerde werkelijkheid? Een andere vraag kan zijn of in onze tijd het teruggaan tot de leegte, door het afleggen van alle grenzen en beperkingen niet automatisch leidt tot een extatische volheid.

In de volgende lezingen over Levenskunst: deugden en ondeugden zullen dit soort vragen ongetwijfeld terugkomen. De volgende keer, op woensdag 9 november, gaat het over Aristoteles. De lezing van Maarten van Buuren kijk je hier terug: Wu wei: doen door niet te doen.

[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]

Lees ook mijn persoonlijke overweging bij ‘doen door niet te doen’: Actie is altijd beter dan geen actie.

Bewegen tussen Tao en Marx

kierkegaard_corsair

’Filosofen hebben de wereld slechts verschillend geïnterpreteerd; het komt er op aan haar te veranderen.’

Op het terras van Kafé België raakten we verzeild in een discussie met een man, die begon over antroposofie en eindigde met de vraag of onze voeten wel genoeg aandacht kregen. ‘Dit gesprek neemt een wending…’ begon ik en voor ik de zin had afgemaakt, stonden we al op om de man met zijn antroposofische voetmassages alleen te laten.

Toch zijn het juist zulke gesprekken waarin je heel snel tot de essentie van dingen kunt komen. Je kent elkaar niet, het is een spel, dus waarom zou je niet meteen de diepte in springen? En waarom zou je niet serieus antwoorden op persoonlijke vragen, als het toch maar een spel is?

Vooruit, eerst grappig doen. Dus wat is het doel van het leven? Doodgaan.

Opeens begreep ik waarom het taoïsme niets voor mij is. Ik weet weinig van de zin van het leven (die is er denk ik niet) of ‘het’ doel (is er ook niet). Mijn eigen doel van mijn leven kan ik wel benoemen: niet stilstaan, altijd vooruitgaan, zelfs als het leven je in z’n achteruit dwingt, me ontwikkelen en de wereld begrijpen. Nu is de wereld zo groot dat je haar nooit zult bedwingen, maar dat geeft niet. Het doel is op voorhand onbereikbaar, dat maakt het overzichtelijk en leuk.

Opeens schoot me het citaat van Karl Marx te binnen, dat in de imposante hal van de Berlijnse Humboldt Universität de studenten toewerpt:

Philosophen haben die Welt nur verschieden interpretiert; es kommt aber darauf an, sie zu verändern.

Het citaat stamt nog uit de Oost-Duitse tijd. Na de val van de muur mocht het niet verwijderd worden, omdat het monumentale gebouw inmiddels een beschermde status had gekregen. Ironie van de geschiedenis.

Mijn doel is verandering. Het doel van het taoïsme is niet verandering, eerder stilstand of regressie. De drang naar verandering is soms wel vervelend. Alsof het nooit goed genoeg is en je geen genoegen kunt nemen met weinig. (Het is natuurlijk ook nooit genoeg, objectief gezien).

In verschillende boeken wordt het een typisch westers, Amerikaans verschijnsel genoemd: altijd bezig met meer en beter, nooit tevreden. Of het zou een overblijfsel van het calvinisme zijn, een rigide arbeidsethos dat geen ruimte laat voor luiheid en pleziertjes. Tja. Het eerste klinkt mij te materialistisch in de oren, alsof het alleen maar gaat om het vergroten van bezit of macht. Terwijl het voor mij te maken heeft met het vergroten van immateriële zaken als inzicht en zelfkennis. Wat het calvinisme betreft: ik herken me wel in het arbeidsethos, aan de andere kant weet iedereen die mij kent dat ik mezelf geen pleziertje zal ontzeggen.

Je kunt het ook anders zien: de drang naar verandering als uiting van bescheidenheid. Ik vind mezelf ook lang nog niet goed genoeg en weet dat ik nog maar zo weinig weet en begrepen heb. Ik kan niet achterover leunen en het best vinden, dat zou namelijk een zelfoverschatting inhouden.

Het komt er dus op aan in beweging te blijven. Dat ik naar een boekje over taoïsme grijp, komt omdat ik ook wel eens moe ben van bewegen en verlang naar een beetje stilstand. Maar ik hoef er maar over te lezen en het begint alweer te kriebelen. Het is de Grote Onrust (waar misschien Marx een mooi Duits woord voor heeft?).

Wat ik wil is de Grote Onrust in toom houden zonder hem stil te leggen. Een rustige schil van dagelijks leven, om een innerlijke kern die constant in beweging blijft, groeit en ontwikkelt. Zonder materialisme na te streven en zonder calvinistisch te zijn. Ik zoek nog even verder en hou jullie op de hoogte.

Taoïsme en de wortel van het geluk

taoisme

Kluizenaarschap lijkt mij soms heel aantrekkelijk. Je terugtrekken in een grot, heel stil leven, zonder veel beweging en ophef, tot uiteindelijk zelfs de gedachten stilvallen. Of in een klooster, met een grote moestuin waar je ’s ochtends werkt om ’s avonds te kunnen eten. ’s Middags boeken lezen en elke nacht acht uur slaap. Jammer alleen dat het bruid-van-God-aspect erbij komt kijken.

Ik weet wel dat dagdromen als deze nooit verwerkelijkt zullen worden. Maar een klein beetje kluizenaar en een snufje kloosterling zou toch wel moeten kunnen in het dagelijkse, eenentwintigste-eeuwse leven? Op zoek naar inspiratie las ik (want ik ben zo iemand die een boek pakt als ze inspiratie zoekt, terwijl je ook gewoon zou kunnen beginnen met tomatenplantjes zaaien) een werkje over Taoïsme, van Patricia de Martelaere. Zij is een filosoof (was, moet ik zeggen, want ze overleed in 2009 op 51-jarige leeftijd) van de Westerse stempel, met een grote kennis van de Chinese taal en filosofie. Een goede inleider voor een onderwerp dat toch een beetje zweverig kan zijn – althans daar was ik bang voor.

Na lezing is me één ding duidelijk: ik ben geen taoïst en zal het nooit worden ook. Toch staan er in het boekje een aantal interessante noties die de gedachten scherpen over geluk en het streven naar een zuivere levensstijl.

Volmaakt geluk blijkt dus samen te vallen met de wortel van het leven zelf, en niet met een specifieke toestand die in het leven zou moeten worden bereikt.

Ik schreef eerder over mijn wensdroom om een wortel te worden. Wat gebeurt er als je lang genoeg in een grot leeft? Dan ga je eruit zien als een wortel. Of is het de wortel die voor de neus van de ezel hangt die de kar niet wil trekken? In bovenstaand citaat gaat het weer om een andere wortel: de wortel van het leven zelf. Het zijn associaties op hetzelfde woord met steeds een verschillende betekenis, maar al die betekenissen hebben (voor mij) met elkaar te maken en verwijzen naar elkaar (op een Derridiaanse wijze). De kluizenaar die door zijn ascetische leven eruit ziet als een wortel, wil ook niet een extern geluk bereiken door daar op productieve wijze aan te werken, zijn geluk verwijst naar de wortel van het leven. Het leven van voor de geboorte. Een beetje zweverig? Misschien wel een wortel die je voor je neus houdt?

Ondanks mijn bedenkingen moet ik ook wel toegeven dat er een kern van waarheid in zit. Wie kan het hier niet mee eens zijn:

Als het verlies van wat je gelukkig maakt de oorzaak wordt van ongeluk, dan is het duidelijk dat dergelijk geluk waardeloos is.

Deze opvatting van geluk is al wat minder zweverig, zelfs behoorlijk pragmatisch. Een toetssteen voor je eigen dromen en verlangens. Het klinkt heel eenvoudig: geluk moet ‘uit jezelf’ (of uit ‘het leven’) komen en niet gedefinieerd zijn door iets externs, iets wat je weer verliezen kunt. Klinkt eenvoudig, ja, maar is bijna onmogelijk te realiseren.

Hoe ziet dat taoïstische geluk er dan uit?

Ook hier weer moet ‘tevredenheid’ – net zoals ‘geluk’ – niet worden begrepen als een psychisch-emotionele respons (een soort ‘gevoel’), maar als een energetische toestand die mens als het ware ’installeert’ en dan vergeet. ’Door te beginnen met tevreden te zijn, en niets verstorends meer te ondergaan, wordt het mogelijk de tevredenheid te leren kennen van het vergeten wat tevredenheid is.’

Dat vind ik mooi: de tevredenheid die je hebt, als je vergeet wat het betekent om tevreden te zijn. Iedereen weet: als je je eenmaal bewust bent van je geluk, is het met het geluk snel gedaan. Maar iedereen weet ook: vergeten is niet iets wat je doet, het moet je overkomen. Je kunt niet willen vergeten, net als dat je niet niet aan een witte beer kunt denken. Het is de wortel die voor je neus hangt. Wat moet je ermee doen? Je omdraaien en terug lopen? De ogen sluiten?