Over Kehlmann, Luiselli en Murakami in De Gids

gidsNu ook online te lezen: Leven na de dood!

Dubbelgangers, zombies, levende doden, het unheimliche en zo verder, op twee pagina’s in De Gids van september. Beginnend bij de beeldhouwwerken en foto’s van Medardo Rosso, via F van Daniel Kehlmann, De gewichtlozen van Valeria Luiselli naar De kleurloze Tsukuru Tazaki en zijn pelgrimsjaren van Haruki Murakami. Drie boeken van drie continenten waarin personages sterven en toch, vreemd genoeg, verder leven.

Lees hieronder of bij De Gids: Leven na de dood. “Over Kehlmann, Luiselli en Murakami in De Gids” verder lezen

Menselijk al te menselijk: de uncanny valley

Mooi begrip: uncanny valley. Opeens hoorde ik van twee kanten over dit fenomeen. Het geeft aan dat robots die te sterk op een mens lijken, enger zijn dan een robot die niets menselijks heeft. ‘Valley’ slaat op een dip in de gevoelsmatige waardering van de te menselijke robot – die is er een van afkeer, walging en angst. De uncanny valley is makkelijk voor te stellen: een zombie is griezeliger dan een lijk. Volgens dit artikel komt dat omdat de robot ons aan de dood doet denken, maar dat is te kort door de bocht. Zombies zijn zo eng omdat ze grenzen van categorieën overschrijden: ze zijn tegelijk dood en levend, tegelijk zoals wij zelf en totaal anders. Een lijk is een lijk – ooit worden wij dat ook, maar dan zijn we niet meer wie we nu zijn. Het gaat er dus niet om dat een zombie ons herinnert aan de dood, dat doet een lijk ook. Sterker nog: een lijk herinnert ons nog wel meer aan de dood dan een zombie.

Vroeger was ik dol op spookverhalen en later ook op alle theorievorming eromheen. Het fantastische heette dat in de literatuurwetenschap, wat betekent dat in het verhaal steeds onzekerheid is over de echtheid van de gebeurtenissen. Freud schreef er een beroemd essay over: Das Unheimliche. Nog steeds hoor je mensen wel zeggen dat ze een ‘unheimlich’ gevoel hebben, dat komt dus daar vandaan. Uncanny is de Engelse vertaling. Unheimlich is iets wat bekend lijkt, maar toch een ongemakkelijk, griezelig gevoel oproept, zonder dat meteen duidelijk is waarom. In de fantastische verhalen in het unheimliche vaak gethematiseerd: doordat bijvoorbeeld een personage heel echt lijkt, maar misschien een geest is. Misschien ja, maar misschien ook niet – wat de hoofdpersoon richting krankzinnigheid drijft. Of is die krankzinnigheid soms de reden dat hij spoken ziet? Je weet het niet, dat is precies het fantastische en unheimliche eraan. Geweldig leesvoer.

Nu is er dus zoiets als de uncanny valley. Een moderne vorm van het unheimliche, zou je denken, met al die robots, maar dat is niet zo. Al eerder had ik het over Der Sandmann, het verhaal waarop Freud zijn theorie van het unheimliche bouwde en dat dus de oervorm mag worden genoemd. Laat het in dat verhaal nou net gaan over een robot, die zo menselijk is dat de hoofdpersoon verliefd op haar wordt, zonder ooit van zijn ongemakkelijke gevoel af te komen. (Maar ja, voel je je niet altijd ongemakkelijk als je verliefd bent, dus het is misschien niet zo gek dat hij zich daar niet door van de wijs liet brengen.) Uiteindelijk drijft Nathanael niet richting krankzinnigheid, maar recht erin. Hij gaat aan het unheimliche ten onder.

Nu begrijp ik waar dat aan ligt: Olympia zit op het dieptepunt van de uncanny valley. Uit het artikel blijkt dat het allemaal niet duidelijk is of de uncanny valley wel bestaat. Toch zou ik beter het zekere voor het onzekere nemen en doen zoals Bamse: vallen als een blok voor iets wat lijkt op poes noch mens: de laptop.