Charles Darwin: genie met de kracht van een aardverschuiving

Darwin

Charles Darwin staat in het hart van een van de grootste omwentelingen in de geschiedenis van de wetenschap: de paradigmawisseling van een zinvol en statisch universum naar een dynamische wereld waar natuurlijke selectie zorgt voor een evolutie van soorten. Hoe hij het principe van de natuurlijke selectie heeft kunnen ontdekken alleen door zijn waarneming is uitzonderlijk knap. Dat maakt van Darwin een genie: zijn beschrijving van de evolutietheorie – of zoals prof. Jelle Reumer prefereert te zeggen, evolutiekunde – is later door talloze onderzoeken bevestigd, op manieren waar Darwin nog geen weet van kon hebben.

Is Darwin dan de voorbeeldige wetenschapper die alle studenten van nu zouden moeten navolgen? Nou nee, Darwin als voorbeeld voor de jeugd, dat lijkt Jelle Reumer een buitengewoon slecht idee. ‘Darwin was een niksnut uit een bekakt milieu.’ Hij begint aan een studie geneeskunde, maar breekt die af. Uit arren moede kiest hij dan maar voor theologie. De enige graad die de grote evolutiebioloog ooit gehaald heeft, was een kandidaats in de godsdienstwetenschap. Belangrijker voor Darwin waren zijn hobby’s. Struinen door de velden, jagen, fossielen verzamelen, lezen over biologie en natuur, kortom dat waarmee hij later de wereld zou veranderen en waarin hij zou uitblinken.

Reumer concentreert zijn lezing rond het begrip paradigmawisseling. De wereld ná Darwin is anders dan voor het verschijnen van On the origin of species. De ideeën van evolutie zijn tegenwoordig algemene kennis. Het is het kader waarbinnen we de wereld begrijpen, de bril waar we door kijken. Darwin wist heel goed dat zijn onderzoek zo’n aardverschuiving teweeg zou brengen. Hij liet zijn uitwerking van de evolutietheorie dan ook twintig jaar liggen en had hij geen concurrentie gekregen van Wallace die hetzelfde had ontdekt, dan was de Origin misschien wel nooit verschenen.

Paradigmawisselingen hebben nu eenmaal een lange incubatietijd. Als het niet komt door de aarzeling van de wetenschapper zelf, zoals in het geval van Darwin, dan zijn er wel externe factoren. Reumer noemt een voorbeeld van vervolgonderzoek naar natuurlijke selectie door Kozo-Polyanski, gepubliceerd in het Russisch, en om die reden een halve eeuw (!) onopgemerkt gebleven. Maar zelfs als alles meewerkt, is de impact van een paradigmawisseling zo groot, dat het meestal decennia duurt voor een ontdekking gemeengoed is geworden. De mens houdt er niet van zijn zekerheden op te geven, aldus Reumer. Het genie van een groot wetenschapper schuilt erin om dat wél te durven, zich niet te laten weerhouden door de vrees om de wereld op z’n kop te zetten en de angst voor de reacties die dat kan opleveren.

Jelle Reumer werpt ook nog een blik in de toekomst, waar nog onbekende paradigmawisselingen staan te gebeuren die wij ons nu niet kunnen voorstellen. Letterlijk – we hebben er het kader nog niet voor. Neem het principe van symbiose: iedereen kent het beeld van de vogel die in de opengesperde bek van de krokodil voor levende tandenstoker speelt. De twee dieren hebben een symbiotische relatie. Ze blijven echter zichzelf, twee gescheiden organismes. Nieuw onderzoek legt een verdergaande symbiose bloot, waarin een gewerveld dier cellen van wier, dus een plant, in zich heeft opgenomen. Wat betekent dat voor de grens tussen plant en dier? (Zie ook het bericht op nu.nl: Plant kan in dierenlichaam leven.) Over een jaar of twintig misschien wel volkomen normaal. Wen maar vast aan het idee!

Kijk hier de lezing van Jelle Reumer over Darwin terug.

[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *