Het zwarte gat is niet zwart

Wat gebeurt er als je een zwart gat in de mond neemt? Een intrigerende vraag die dichter Mustafa Stitou via een gedicht stelt aan het publiek bij de Studium Generale-avond over Zwarte gaten in natuurkunde en poëzie. Ook professor Herman Verlinde, als theoretisch fysicus sinds 1989 verbonden aan Princeton University en speciaal voor deze bijeenkomst naar Utrecht gekomen, wijst op het intrigerende dat uitgaat van ‘zwarte gaten’. Beiden schreven een bijdrage voor het themanummer van literair tijdschrift De Gids dat op deze avond werd gepresenteerd.

Het is misschien an unlikely couple, natuurkunde en poëzie. Een wetenschapper werkt weliswaar vanuit zijn fascinaties, het persoonlijke mag voor hem begin- noch eindpunt zijn. Voor de dichter is het zintuiglijke het uitgangspunt, zo stelde Jeroen van Dongen in zijn inleiding op het thema. Twee verschillende werelden, maar geen wereld van verschil. De poëzie zal zich ook moeten loszingen uit het zuiver persoonlijke en de waarneming, ook zintuiglijk, staat aan de basis van wetenschappelijke kennis. Beelden en metaforen zijn voor zowel natuurkundigen als dichters onmisbaar, zo bleek.

Zelfs een begrip als een ‘quark’ is eigenlijk een metafoor. Niemand heeft ooit een quark gezien of aangeraakt. Het is deel van een wiskundig model dat op dit moment de beste, meest accurate beschrijving vormt van de wereld op de allerkleinste schaal. Verlinde is een specialist op het gebied van de snaartheorie. Hij begon zijn lezing met de geschiedenis van het zwarte gat. Einsteins relativiteitstheorie veronderstelt het bestaan van zwarte gaten, maar pas veertig jaar geleden muntte John Wheeler de term. Het begrip van zwarte gaten is sindsdien goed op gang gekomen. Daarvoor is de relativiteitstheorie niet toereikend – op het niveau van de allerkleinste deeltjes gaat de voorspellende theorie van Einstein niet meer op. Om te beschrijven wat er op de ‘planckschaal’ gebeurt, is de kwantummechanica nodig. En, aldus Verlinde, daarvoor is de snaartheorie onmisbaar.

‘Is het mogelijk dat we zelf misschien zwarte gaten in ons lichaam meedragen?’ was een van de vragen uit het publiek. Dat lijkt vergezocht, maar in zijn lezing ging Verlinde nog veel verder. Daarmee liet hij zien dat de theoretische natuurkunde evengoed als de poëzie niet zonder verbeelding kan. ‘Stel je voor dat deze ruimte, de Aula, een zwart gat is. Wij zijn er allemaal in opgesloten en zullen er nooit meer uit kunnen. Op de horizon van het zwarte gat staat informatie geschreven over wat zich in het gat bevindt. Dus de muren van de Aula dragen piepkleinste deeltjes met informatie over ons bij zich.’ Het was een verontrustende gedachte om tot in de eeuwigheid in de Aula te zitten opgesloten, maar het gedachte-experiment zette zeker de verbeelding aan het werk. Verlinde ging nog een stap verder, want stel dat de informatie die op de muur is gecodeerd de werkelijkheid is en wij slechts nullen en enen? Leven we misschien in The Matrix?

Zet ook je verbeelding aan het werk en lees het artikel van Herman Verlinde en gedichten van Mustafa Stitou, Maria Barnas, Anne Vegter en anderen in het themanummer van De Gids, Het zwarte gat. Of kijk hier de hele avond terug. Meer over sterrenkunde vind je bij het programma Iets nieuws onder de zon.

[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *