Metadromen

treinrails

Iemand hield me in een houdgreep in mijn bed. Met een kreet schoot ik los en werd wakker. Het was een droom. Nee wacht: het was een metadroom, want ik lag in een ander bed in een andere kamer en eigenlijk hield niemand me in een houdgreep, maar die niemand was er toch. Ik werd weer wakker, nu echt.

Iedereen heeft wel eens gedroomd dat ie bijna dood ging. Ik lag eens in mijn droom op treinrails, hing aan de perronrand en probeerde met alle macht mezelf omhoog te hijsen. In de verte zag ik een trein met een onthutsende snelheid op me afkomen. Ik was zo dichtbij het veilige perron, maar het lukte niet me te bewegen. Eerder ontglipte de perronrand me, nog even en ik moest hem laten gaan. Het is maar een droom, het is maar een droom, riep ik in mezelf, maar toch was ik bang. Ik riep het zo lang en hard tot ik wakker werd – net voor de trein over me heen zou denderen.

In een droom kun je niet doodgaan zegt men. Als je droomt dat je doodgaat, ga je ook echt dood. Dat zou ik na mijn minuten op de treinrails nog kunnen geloven. Het zou ook meteen verklaren waarom je zo bang bent in je droom, zelfs als je weet dat het een droom is. Toch is het een broodjeaapverhaal. Ik ben een keer doodgegaan in een droom. Ik kan niet controleren of het levensecht – doodsecht – was, maar zo voelde het wel. Of het voelde juist niet. Ik herinner me vagelijk een zeer verschrikkelijke toestand. Enkele maanden zat die toestand vers in mijn geheugen, inmiddels is de herinnering eraan versleten. Zelfs een terugkeer uit de dood is blijkbaar niet memorabel genoeg om je voorgoed bij te blijven.

Ik zou dit allemaal niet opschrijven (er bestaat immers een ongeschreven regel tégen blogs over dromen) als ik vanochtend na mijn metadroom en het ontwaken daaruit niet opnieuw was ingeslapen om in een metametadroom terecht te komen. Ik droomde namelijk dat ik dit stukje ging typen, over een metadroom, over bijna-doodgaan in je droom, over de mogelijkheid om echt dood te gaan in je droom en zelfs over het dromen over het schrijven van het stukje over het dromen over…

Mijn hele leven droom ik al levendig en ik heb ook nooit een probleem mijn dromen de volgende ochtend te herinneren. Ze hebben altijd een betekenis. Niet in de zin dat ze iets voorspellen of symbolisch verwijzen naar een of ander verborgen trauma. Het is vaak heel simpel: er zijn dingen die je bezighouden en die komen terug in je droom, vermengd met wat dan ‘dagrest’ heet. Ik vraag me vaak en graag af wat al die rare gebeurtenissen ’s nachts te betekenen hebben. Maar wat doe je met metadromen? Wat vertellen die? Deze vertelde me dat ik een stukje moest typen. Daar moet ik het maar mee doen en jullie ook.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *