Paradox van de laatbloeier

Opeens begreep ik het: ik ben een laatbloeier! Je hebt vroegrijpe types in allerlei soorten en maten. Bewust Jonge Moeders, Twintigjarige Talenten, Gepubliceerde Pubers. Nu kun je smalen dat ze misschien wel te vroeg pieken, maar dat is natuurlijk onzin. Het zijn vroegbloeiers die niet per se ook vroeg verwelken.

Ik ben dus een laatbloeier. Dat klinkt als iets wat je van jezelf allang weet, maar het is zo’n weetje dat op een gegeven moment bij je binnen moet komen.

De laatste tijd heb ik het erg druk, met werken en met alles wat er nog naast loopt. En dat gaat goed: ik heb gehoord dat ik op een veelgelezen site mag bloggen en er komt hoogstwaarschijnlijk een artikel van me in een van mijn favoriete tijdschriften. (Ik weid verder niet uit tot het ook echt zo ver is, excuus.) Trots op mezelf!

Toen dacht ik aan al die mensen die ik ken die tien jaar jonger zijn dan ik en allang op die sites bloggen en in die tijdschriften staan. Ik kan me met geen mogelijkheid voorstellen dat ik dat op die leeftijd had gedaan. (Hoewel ik van mijn vader eens een groot compliment kreeg. Hij had mijn essay voor de Radboudbeurs gelezen en zei ‘dat had ik nooit gekund op mijn vijfentwintigste.’ Dat hij Bruno Schulz vertaalde op zijn vijfentwintigste liet hij even buiten beschouwing.) Een laatbloeier dus!

Wat is een laatbloeier? Het begrip komt uit de plantkunde: een laatbloeier is een bloem die later opkomt dan andere. In het algemeen vertoont een laatbloeier als persoon bepaalde eigenschappen op een later moment dan gemiddeld.

Interessanter is de vraag waarom de een een laatbloeier is en de ander gemiddeld. Ik denk dat het – zoals alles – te maken heeft met nature en nurture. Je hebt aanleg om je snel of minder snel te ontwikkelen, lichamelijk en geestelijk. Ook omgekeerd: als ik het heb over vroegrijpe types zie je waarschijnlijk van die tienjarige meisjes met borstjes en een pruillip voor je. Je weet haast zeker dat die meisjes snel van alles met jongens doen, wat de rest van de klas dan ongelooflijk vies vindt. Op de middelbare school hebben ze al een serieuze relatie, terwijl mensen als ik nog maar wat aanklooiden.

En die nurture? Om je gemiddeld te ontwikkelen en dus noch vroegrijp noch laatbloeiend te zijn, is vooral vrijheid nodig, de afwezigheid van remmingen. In de zin van ziekte, mishandeling, pesten. Kinderen die te jong te veel meemaken, kunnen zich niet op zo’n vrije manier ontwikkelen en moeten eerst over hun jeugdtrauma’s heen komen voor ze kunnen bloeien. Dat is paradoxaal, want kinderen die door nare ervaringen pas laat kunnen bloeien, zijn vaak juist eerder volwassen. Ze zijn misschien niet vroeg rijp, maar wel vroeg wijs.

Op mezelf zijn beide van toepassing. Als lange dunne slungel (ben ik nog steeds wel een beetje) met alleen een paardenstaart als meisjesachtig kenmerk, had ik wel een enorme belangstelling voor jongens, maar durfde ik er niets mee te doen. Mijn platonische liefdes zijn talloos en eindeloos en begonnen in groep vijf.

Daarnaast heb ik pas de laatste jaren het idee dat ik mezelf ben geworden. Toevallig sprak ik onlangs met een jongen die ik ken van vroeger (geen platonische liefde), die precies hetzelfde zei. Te vaak was ik alleen maar bezig obstakels uit de weg te ruimen en kwam er van bloeien niets.

Nu dan misschien. Voordeel: ik zie er jonger uit dan ik ben – in tegenstelling tot die vroegrijpe types waarvan er eerlijk gezegd toch wel al een paar verlept zijn. Laat bloeien en toch vroeg wijs: sommige paradoxen bevallen me wel.

Categorie├źnBlog

3 antwoorden op “Paradox van de laatbloeier”

  1. Herkenbaar:
    ‘Te vaak was ik alleen maar bezig obstakels uit de weg te ruimen en kwam er van bloeien niets.’

    Groet, Tara

  2. Ben ook een laatbloeier. Op mijn 40ste begon ik de zin van het leven pas in te zien. Heb God ontdekt. Toen begon ik echt te leven. Herken me in je beschrijving. Ik zie er ook jonger uit dan ik ben. Inmiddels 58. Drie huwelijken en twee eigen kinderen. 4 pleegkinderen van Jeugdzorg en veel geestelijke kinderen die ik begeleid vanuit mijn roeping. Psycholoog, theoloog en predikant.

  3. Ik ben carriere gericht omdat ik niet veel mocht van mijn ouders, gaven me weinig begrip, zelfvertrouwen en nodige hulp die ik nodig had.

    Dus denken mensen dat ik een laatbloeier ben, terwijl ik gewoon controle over mijn leven wil, en niet afhankelijk wil zijn van iemand, dus ik snap niet waarom mensen altijd zo raar doen dat ik geen vriend heb.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *