Rotstukje

dolkstootlegende

Tweemaal sinds ik met dit blog begonnen ben, heb ik gedacht: ‘Oeh, hij heeft geluk dat ik zo’n beleefd en aardig meisje ben, anders had ik hem genadeloos door het slijk gehaald, voor altijd en eeuwig, met dank aan Google.’ Het is dat ik mezelf voor geen goud wil vergelijken met Heleen van Royen, maar de parallellen met haar column over de vrij foute uitspattingen van Rob Oudkerk drongen zich bij die gelegenheden aan me op. Maar ja, lief en aardig hè. Ik ben nu eenmaal niet zo goed in ruziemaken – in elk geval niet van het soort waarbij je elkaar uitmaakt voor rotte vis.

Aan de andere kant hebben degenen die zo lief en aardig door mij gespaard worden, dat ook vooral te danken aan mijn eigenbelang. Ik wil mezelf niet vergelijken met Heleen van Royen, maar krijg al helemaal stuipen bij het idee dat anderen dat doen. Bovendien ben ik wel zo pragmatisch dat het me heel onhandig lijkt om vijanden te hebben, ik probeer al mijn hele leven iedereen te vriend te houden (dus eigenlijk weet ik niet of het onhandig is, misschien toch een keer uitproberen).

Eigenlijk heb ik drie keer de ‘hij heeft geluk gehad-gedachte’ gedacht. De eerste keer speelde eigenbelang zeker een rol. Ik was op een zeer lullige manier op straat gezet bij mijn oude werk en had niets liever gedaan dan ze hier helemaal zwart te maken. Maar dat is niet zo handig als je met een uitkering in je nieuwe koophuis zit en heel hard op zoek moet naar een nieuwe baan. Mijn website en blog waren óók bedoeld om juist over te komen als een heel leuke, allergeschikste kandidaat voor die ene toffe vacature.

Eenmaal weer aan het werk, zakte het hele verhaal van dat lullige einde bij mijn vorige baan ergens ver weg in het geheugen, daar waar de minder leuke herinneringen liggen te verstoffen. Ik moest er nog wel aan denken toen ik mijn stukje schreef over verraad – want verraad is wat het was. Maar ik haalde mijn schouders op. Ik stond er inmiddels boven.

Tot het moment dat ik erachter kwam dat het allemaal nog veel erger was dan ik had geweten, erachter kwam dat er sprake was van dubbel verraad. Op mijn verjaardag sprak ik een oud-collega, die vertelde dat ‘de baas’, degene die er verantwoordelijk voor was dat na twee jaar mijn contract niet werd verlengd, had gezegd dat ‘dat een verkeerde keuze was geweest’. (Eigenlijk driedubbel verraad, want maanden eerder had ik al gehoord dat iemand anders wel dat vaste contract had gekregen dat mij zogenaamd met geen mogelijkheid geboden kon worden.)

Deze man, die tegenover mij had verklaard dat het ‘een kwestie was van optellen en aftrekken en dan kwam de Telegraaf Media Groep in de min uit’, ‘het heeft niets met jou persoonlijk te maken, alleen met cijfertjes’ – alsof je je beter voelt als je weet dat cijfers belangrijker zijn dan mensen – nou goed, hij dus, had nu even tussen neus en lippen door tegen een derde laten vallen dat hij een fout had gemaakt.

Ik vind dit een rotstukje worden. Waarom schrijf ik hierover, als ik dit al op mijn verjaardag heb gehoord? Dat is een goede vraag. Omdat het precies het geniepige aantoont van verraad: dat je het niet vergeet, dat je het niet vergeeft, dat het niet slijt en zo maar, opeens, in een wolk van stof opnieuw kan aanvallen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *