Triptiek van de verleden tijd in je persoonlijk leven

tijd2

De tijd als het element waarin onze existentie zich ontvouwt; de tijd als ritme, gestuurd door de biologische klok in onze hersenen: dat zijn twee vormen van tijd die we als individu ervaren, waar we ons persoonlijk toe moeten verhouden. In de derde lezing over tijd ging het over geschiedenis, en geschiedenis is niets anders dan een collectieve ervaring van tijd. Harry Jansen beschreef drie manieren waarop tijd in de geschiedschrijving ingezet wordt. Drie vormen die ook interessant zijn om toe te passen op je eigen leven. Daarom vandaag een dubbelpost op dit blog. Lees over de Triptiek van de verleden tijd in de historische wetenschap en hieronder over de Triptiek van de verleden tijd in je persoonlijk leven.

1. Golvende tijd: Rise and Fall
‘Jaaa, the Rise and Fall of Miriam Rasch!’ riep ik na afloop van de lezing in de kroeg. Soms zit je in de lift, soms gaat alles in het leven bergafwaarts. Sommige mensen hebben het over cycli van zeven jaar (The Seven Year Itch, maar ook is dit idee gebaseerd op de biologische celvernieuwing die elke zeven jaar voltooid zou zijn). Ik geloof daar niet zo in, maar dat je leven in een golvende beweging gaat, herken ik wel. Tijd wordt in dit geval dus gedefinieerd in positief, opgaand en negatief, neergaand. Wat heeft dat eigenlijk met tijd te maken? Ik denk dat het vooral een andere manier is om tijd in je persoonlijke leven te meten. Zoals je kunt zeggen: dat was vóór Pietje en ná het ontslag.

In deze vorm van tijd zit ook herhaling, een soort eeuwige wederkeer. Het is een cyclische structuur. Kijk bijvoorbeeld naar je schooltijd: je begint op de basisschool helemaal onderaan en na zes jaar zit je in de hoogste klas. King of the school. Vervolgens mag je helemaal opnieuw beginnen in de brugklas. Ben je eindelijk een stoere eindexamenkandidaat, begint de ellende weer van voren af aan als eerstejaars op de universiteit. Je eerste baan, je tweede baan, enzovoort, enzovoort. De liefde? I rest my case.

2. Gefaseerde tijd: Generaties
De gefaseerde tijd is niet een cyclus, maar een opeenstapeling van levensfeiten. Je komt als kindje ter wereld met misschien een paar aangeboren eigenschappen, maar met een zee van tijd voor je. Meteen begint het: je bent een zuigeling, dan een dreumes, peuter, kleuter et cetera et cetera, ik ken alle officiële benamingen voor de verschillende levensstadia niet. Je bewandelt de trap omhoog en misschien doe je aan het eind van je leven weer een paar stappen naar beneden. Wijsheid komt met de jaren is de lijfspreuk.

Sommige mensen hebben een haast ergerniswekkend talent voor het leven deze tijdvorm. Ze vinden hun (al dan niet) grote liefde bij wie ze de rest van hun leven blijven. Ze kiezen de juiste studie, rollen in een interessante baan, dan volgen huwelijk, huis en kind, en nog een kind, en een groter huis. Pas als ze zelf tegen de middelbare leeftijd lopen begint het leven met een beetje drama te strooien, de hoogbejaarde ouders sterven een zachte dood, ze krijgen een beetje last van ouderdomskwaaltjes, wat fijn is, want anders is er niets om over te klagen, de kinderen zijn het huis uit, er komen kleinkinderen, het testament wordt opgemaakt, de hond gaat dood en het bejaardenhuis wacht. Bah.

3. Durende tijd: Herinneringen
Ooit, toen ik nog toneelspeelster wilde worden, las ik een interview met een beroemd acteur, die vertelde hoe hij tranen acteerde. Hij had een theelepeltje dat zo geladen was met herinneringen en emoties uit zijn kindertijd, dat hij het maar tevoorschijn hoefde te halen om de tranen in zijn ogen te doen opwellen. Hij bracht het verleden tastbaar terug in het heden, op een zintuiglijke manier – een historische sensatie, zij het individueel. Dat wilde ik ook!

Later, toen ik allang geen toneelspeelster meer wilde worden, bleef mijn fascinatie voor zulke persoonlijke historische sensaties bestaan. Niet voor niets ben ik nu Proustiaan. Proust, die de tijd als duur meer nog dan Bergson aan de mensen heeft gegeven, in al haar zintuiglijkheid. De tijd als duur ervaar je vooral in de ‘onvrijwillige herinnering’. Een geur, een bepaalde lichtinval, een object – bijvoorbeeld een theelepeltje – brengt je een herinnering te binnen. Nee, heftiger: transporteert je, lichaam, geest en al, terug de tijd in, terwijl je toch in het heden blijft. Met andere woorden: heden en verleden bestaan tegelijkertijd. Conclusie: op zulke momenten ben je onsterfelijk. (Dat denken de acteurs misschien ook op zo’n moment.)

Deze tijd is niet cyclisch en ook niet opbouwend, maar gefragmenteerd. Alle drie de vormen van tijd zijn interessante instrumenten om over je leven na te denken, om andere accenten te leggen en verbanden duidelijk te maken. Maar de tijd als duur, die gefragmenteerd is en je kan overvallen op momenten dat je er het minst op bedacht bent (of waar je je zoals de acteur in kunt trainen), bevalt mij het best. Ze past bij de onbetrouwbare verteller die het toeval willens en wetens ont-toevalt.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *