Voor iedereen die straf verdient

vvd_poster.jpg

‘De wereld gaat ten onder aan mensen zoals jij.’
‘Sorry, wat zeg je?’ Ik boog voorover. We stonden in een festivaltent op Dour, het was midden in de nacht en eigenlijk niet het moment om te praten.
‘De wereld gaat ten onder aan mensen zoals jij.’
Ik had het dus toch goed gehoord!
‘Pardon?’ De jongen was een vriend van vrienden van mij, we stonden met een hele groep op de camping. Ik kende hem niet, maar hij kende mij blijkbaar heel goed.
‘Ja, vreselijk, zoals jij bent. Daar gaat de wereld nou kapot aan.’
Ik glimlachte beleefd, want opeens wist ik toch niet meer zeker of ik het wel goed verstaan had of misschien een hele goede grap miste.
De jongen zag dit als een aanmoediging om door te gaan met zijn vakkundige analyse van mensen zoals ik, waar de wereld aan kapot gaat. ‘Ik heb wel het idee dat ik dit tegen jou kan zeggen. Dat waardeer ik dan toch wel. Ik denk dan ook dat je wel weet waar ik het over heb.’
Ik schudde van nee. Hij probeerde het nog eens uit te leggen, want ik was dan wel even abject als, zeg, de atoombom of een pandemische griep, maar tegelijk een redelijk figuur tegen wie je in alle redelijkheid kon zeggen wat je van haar vond.

Afgelopen Koninginnedag vertelde iemand me dat hij binnenkort rechter wordt. Voor een rechter is redelijkheid natuurlijk een belangrijke eigenschap.

Ik keek om me heen. Op Dour gebeuren rare dingen. Iets verderop stonden mijn vrienden bier te drinken. Een paar dansten op de muziek die het spreken bijna onmogelijk maakte. Bijna.
Een van de meisjes keek onze kant op. Ik wenkte haar, of ze kwam vanzelf, dat weet ik niet meer. Misschien keek ik zo verwilderd, zo atoombom- en pandemische griepachtig, zo alsof de wereld al dan niet aan mij ten onder zou gaan, dat ze even poolshoogte kwam nemen.
‘Hoe is het hier?’ vroeg ze.
Ik keek naar de jongen en knikte.
‘De wereld gaat gewoon ten onder aan mensen zoals zij.’ Hij wees naar mij.
Aan haar gezicht zag ik dat ik het al die tijd toch goed verstaan had. Hij herhaalde alle redelijke argumenten die hij tegen mijn persoon aan te voeren had.
Achter mijn rug hield ik met mijn linkerhand mijn rechterarm vast, want die begon richting zijn kaak te bewegen. Toch bleef ik opmerkelijk rustig voor iemand aan wie de wereld ten onder gaat. Ik was dan ook een redelijk figuur, zelfs midden in de nacht op het Dour-festival.
‘Dit hoef je niet te pikken, hoor,’ zei het meisje. Toen ze zag dat ik daarop had staan wachten en nu zou gaan slaan of mijn biertje over zijn hoofd leeggooien, pakte ze me vast en nam me mee naar de anderen.

Ik vertelde aan iedereen wat de toekomstige rechter (toen nog advocaat, geloof ik) had gezegd. En hoe veel geluk hij had dat ik zo’n redelijk figuur was, zelfs midden in de nacht op Dour. In gedachten spoog ik op hem.
De wereld! Gaat! Ten onder! Aan mensen waar ik! Op spuug!

De volgende ochtend vroeg ik me af of ik het me toch niet allemaal had verbeeld. Je weet het nooit op zulke gelegenheden, in een festivaltent, midden in de nacht, met zeer veel bier en decibellen.
Daar zat hij. Ik keek hem niet aan. Hij mij wel en hij bood zijn excuses aan. Dus toch! Dat ik niet meer precies weet wat hij voor excuus maakte, terwijl ik een dronken, nachtelijk, half overstemd gesprek jaren later nog woordelijk kan herinneren, zegt genoeg over hoe gemeend het over zal zijn gekomen.

‘Hij wordt rechter,’ hoorde ik dus laatst, op een Koninginnedagfeestje. Hij gaat recht spreken.
Op de fiets naar huis zag ik een grote reclameposter, van de VVD. ‘Voortaan voor iedereen die straf verdient: straf.’
Zou de rechter in spe VVD stemmen? vroeg ik me af. En zo ja, is dat dan goed of slecht? Welke straf heeft hij in gedachten voor mensen aan wie de wereld ten onder gaat?

Mooie overplakactie: hier.

Categorie├źnBlog

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *