Op de rand van verlatenheid, dreiging, hoop en schaduw: abandoned images

L’année dernière à Marienbad is zo’n Franse film uit begin jaren zestig met bloedmooie acteurs en een onduidelijke verhaallijn. Experiment in de kunst heeft veel te maken met tijd, misschien omdat tijd raakt aan alle aspecten van kunst. Een verhaal ontvouwt zich in de tijd, maar niet altijd – of misschien wel nooit – rechtlijnig. Om tijd te ervaren heb je je geheugen nodig, maar het geheugen is onbetrouwbaar. Ieder mens heeft zijn eigen geheugen. Tijd heeft ook te maken met perspectief, je kunt een verhaal steeds opnieuw vertellen in een ander perspectief en het zal steeds anders zijn. Tijd kromt, in de natuurkunde en in het leven. Dat op de voorgrond plaatsen is wat gebeurt in experimentele kunst.

1.Marienbad_schaduwen
De mensen hebben schaduwen, maar de ruimte niet

Wat mij vooral interesseert in de beeldende kunst, ook in L’année dernière à Marienbad, is niet het moment dat de tijd kromt of vervormt, niet de meerdere perspectieven of het onbetrouwbare geheugen, maar de tijd die stilstaat. Dat is nu precies wat in literatuur niet kan. (Haast niet kan.) Abandoned images. Ik weet niet waar ik die term vandaan heb, maar die woorden zijn precies wat ik bedoel. Ook deze film wordt daarmee gespeeld. Hoe vaak wens je niet dat je tijd stil kon zetten, niet per se omdat het moment zo mooi is, maar om je ervan te vergewissen dat je geheugen je niet in de steek laat. Of op zijn minst de tijd langzamer te laten lopen, om je meer tijd te gunnen om de gebeurtenissen in je op te nemen. Soms gaat de tijd opeens vanzelf heel langzaam, maar dat is meestal een teken van verveling.

2.marienbad

Abandoned images. Misschien komt het door de samenvoeging van ‘verlaten’, wat een menselijke aanwezigheid suggereert die er niet meer is, met ‘beeld’, een ding dat is losgezongen van de mens, los van de mens bestaat. Het is de uitdrukking van de afwezigheid en daardoor des te meer van de aanwezigheid. Dat wat er ooit was en nu voorgoed voorbij is, zonder boe of ba opgegaan in een verleden dat niet bestaat. Het duidelijkst is dat in de foto van het verlaten feest.

3.abandoned_image

Alles is stil en in de stilte hoor je wat er is geweest. Je hoort terwijl je kijkt dat wat er niet meer is. Dat kan alleen in de beeldende kunst. Nee, niet alleen in de beeldende kunst.

‘Ik legde mijn koffer op een van de tafeltjes. Ze waren allemaal leeg. Ik klapte in mijn handen. Geen antwoord. Ik keek in de aangrenzende zaal, die groter en lichter was. Deze was naar buiten toe open, een groot venster of een loggia bood uitzicht op het mij reeds bekende landschap dat met al zijn diepe droefenis en berusting in de omranding van het kozijn een treurmemento werd. Op de tafelkleden zag ik de restjes van een pas genoten maaltijd, ontkurkte fessen en half leeggedronken glaasjes. Hier en daar lagen zelfs nog fooitjes die het personeel niet had opgepakt. Ik liep terug naar het buffet en bekeek de taartjes en pasteitjes. Ze zagen er uitermate appetijtelijk uit. Ik vroeg me af of het betaamde jezelf te bedienen. Ik voelde een enorme gulzigheid opkomen. Vooral een bepaald soort zandgebakje met appelmarmelade deed me watertanden. Ik wilde al een van die gebakjes met het zilveren schepje oplichten, toen ik iemands aanwezigheid achter me voelde. Het kamermeisje was op stille pantoffels binnengekomen en beroerde met haar vingers mijn schouders. ‘De dokter kan u ontvangen,’ zei ze terwijl ze haar nagels bekeek.’ Uit: Bruno Schulz, ‘Sanatorium Clepsydra’ (Verzameld werk)

4.Shining
Overlook Hotel

Of zie je dat wat er gaat komen? Is dit niet een verlaten feest maar de voorafschaduwing van iets veel ergers? Dat wat weggaat kan terugkomen. Ook al bestaat het verleden niet, de toekomst komt eraan. De toekomst bestaat ook niet, volgens dezelfde regels. Maar het heden verandert, daarin verdwijnen niet alleen dingen, maar komen dingen ook tot stand.

5.bosrand

Abandoned images zijn een samenballing van de angst dat alles is verdwenen en de angst voor wat er nog gaat komen. Of de hoop dat alles is verdwenen en de hoop op wat er komen gaat. Nee, dat laatste is niet waar. Er is altijd dreiging, de dreiging van wat schuilgaat in de toekomst. Sommige mensen putten hoop uit die dreiging. De meeste mensen zijn er bang voor. Wat zie je in de bosrand?

‘De bosrand is een topos van het sprookje, daar eindigt het werkelijke en begint het wonderlijke. [En op die overgang staat alles, ook de tijd, stil.] Het levende bos van In de ban van de ring. Het bewegende bos van Macbeth (dat een nepbos is, maar als je in Schotland naar de bossen op de heuvels kijkt, begrijp je dat dat niet uitmaakt). De rand van het bos is als een huid: zowel deel van het lichaam als de grens van het lichaam, waarbinnen onzichtbare, onbegrijpelijke en intense dingen gebeuren. … Als we de huid opensnijden en er binnen gaan komt iets heel anders tevoorschijn dan wat achter de ongeschonden rand leefde. Een dood, bloedend systeem. … In het bos van dit gedachtekunstwerk vind je een open plek (‘open plek in het bos’ drie letters – tra) die als een uitgestrekte bedstee is, met wuivend gras, veldbloemen en konijnen. Je ziet die plek niet, maar uit alles spreekt dat hij er is, onvindbaar maar aanwezig.’ (Gedachtekunst: De bosrand)

6.bloed
Overlook Hotel

Het bloed dat schuilgaat en zich een weg naar buiten perst. The Shining speelt in een verlaten hotel, waar de tijd stil lijkt te staan. Wat verlaten is kan altijd terugkomen en met wat voor kracht… Die kracht toont zich in de film juist in het stille, vertraagd afgedraaide beeld en eigenlijk nog meer in de filmstill. Ik krijg hier rillingen van (hoewel dat misschien ook komt door de herinnering aan het verloop van de film). Dit plaatje is zowel het vervolg op een abandoned image als zelf een abandoned image. Eerst zien we een ruimte, die de adem inhoudt (de adem van de mensen die er ooit nog rondliepen). Dan is er het bloed dat met geweld de ruimte inneemt. Hier is die beweging – hop – stilgezet. Nu is de beweging verlaten.

Riget

‘Perhaps their arrogance became too pronounced, and their persistent denial of the spiritual. For it is as if the cold and damp have returned. Tiny signs of fatigue are appearing in the solid, modern edifice. No living person knows it yet, but the gateway to the Kingdom is opening once again.’ (Riget)

7.Mondriaan
Compositie met twee lijnen

Ook dit is een abandoned image. Maar verlaten waardoor? ‘Mondriaan, zei Kounellis, heeft de schaduw uit de schilderkunst verwijderd.’ (Rudi Fuchs in De Groene Amsterdammer) Opeens valt het op dat de beelden allemaal plat, bijna zonder schaduw zijn, zoals die eerste uit L’année dernière à Marienbad. Komt hier nog wel iets áán, op ons toe, vanuit de niet-bestaande toekomst? Rudi Fuchs schrijft: ‘Zoals de lijnen nu verschoven zijn, suggereren ze een soort openvouwen van ruimte (of wit licht), als bij het openen van een boek.’

‘Het witte vlak dringt zich naar voren, en trekt zich tegelijkertijd terug. Het beweegt. De lijnen en gekleurde vlakken langs de rand lijken door het witte vlak te worden weggedrukt. Het witte vlak eist alle aandacht op, plaatst zich ten koste van de rest in het middelpunt. Hoeveel schilderijen zijn er waarbij het middelpunt een wit vlak is? De compositie biedt geen vast referentiepunt, je móet je verliezen in dat wegtrekkende wit. De lijnen en kleuren kunnen de blik niet vasthouden, steeds weer dringt het wit-dat-geen-wit-is zich op de voorgrond. Daar komt de duizeling vandaan. Het besef van leegte, het gevoel van verdrukking, en het verlangen je in de afgrond te storten, in plaats van erin te vallen. (Over Mondriaan, Compositie met rood, geel en blauw)

8.bergervisconti
Berger en Visconti

Mensen hebben schaduwen, maar zijn evengoed verlaten.

[Het format met foto’s en associaties heb ik gejat van This Recording, een weergaloos blog uit de VS)

Essay op Humanistisch Verbond punt nl

Op de website van het Humanistisch Verbond: Het beeld van schuld, wroeging en vergeving

De mannen in praten zacht en kalm, met een warme stem. Wat ze zeggen is minder warm en zeker niet geruststellend. Jonge soldaten die vochten in de Congolese burgeroorlog vertellen in de documentaire Weapon of War hoe ze vrouwen hebben verkracht. Zo, dat komt hard aan. Toch klinkt het in de mond van de zachtaardige (ex)soldaten als de gewoonste zaak van de wereld. In het leger gebeurt het evenzeer als in de milities, kort gezegd: iedereen doet het. Daarom blijft het ook in stand, als een van de vele manieren om oorlog te voeren. Het werkt als een machtsmiddel, gebruikt om de bevolking te onderdrukken. Het is voor de soldaten ook een manier om hun status te verhogen onder medestrijders. Als de oorlog voorbij is, gaan ze echter gebukt onder zwaar psychisch lijden, voortkomend uit wroeging.

Op de afgelopen editie van het Nederlands Film Festival won de documentaire Weapon of War een Gouden Kalf in de categorie beste korte documentaire. Het contrast tussen de rust van de jongens en dat wat ze vertellen maakt dan ook veel indruk. De film draait niet zozeer om het geweld, maar om het verzoeningsproces naderhand. Alleen al door de bijna fluisterende, zoekende manier waarop de mannen over hun gruweldaden vertellen geloof je direct dat zij spijt hebben en oprecht vergiffenis zoeken. Een ontroerend fragment is opgenomen tijdens een kerkdienst, geleid door legerkapitein Basima. Een aimabele man met pretoogjes, die met hart en ziel strijdt tegen de verkrachtingen. Maar let op: ook hij spreekt met zo’n zachte stem en een rustige verteltrant. En ook hij blijkt niet onschuldig. In de kerkdiensten die hij sinds zijn ommekeer leidt – sinds hij seksueel geweld heeft afgezworen – preekt hij openlijk over de verkrachtingen. In het kerkzaaltje zitten zowel vrouwen, onder wie vermoedelijk slachtoffers, als mannen, onder wie zeker daders. Een groepje soldaten zingt een lied. Met hun legerboots stappen ze de maat mee op de houten vloer. De zachte stemmen klinken in samenzang.

‘Wie zal ons vrede brengen
op dit Afrikaanse continent, vrienden
nu oorlog overal voorkomt’

De camera zwenkt door de zaal. Daar zitten de vrouwen. Ze kijken weg, naar de hoeken van het plafond of juist naar de vloer. Ze kijken door de mannen heen, verzonken in gedachten. Opeens zijn de schaamte en het verdriet voelbaar, als een grote olifant midden in de kamer. De vrouwen zijn niet vergeten wat aan dit lied vooraf is gegaan. Weapon of War houdt de herinnering in leven, maar werkt ook toe naar vergeving. Vergeven betekent zeker niet vergeten, maar is een noodzakelijk ritueel om in elk geval in het dagelijks leven verder te kunnen.

Vergeven is een woord dat even zacht en rustig klinkt als de stemmen van de Congolese vechters. Je zou bijna vergeten dat vergeving een reactie is op iets vreselijks. Een film die toont wat voorafgaat aan de periode van vergeving, waarin de stemmen van de mannen nog niet zijn verzacht door wroeging, is Pray the Devil Back to Hell. Deze documentaire vertelt ook het verhaal van mannen en vrouwen in een Afrikaanse burgeroorlog, een van de heftigste van het continent, onder een van de beruchtste dictators van onze tijd: het Liberia van Charles Taylor. Mannen en vrouwen staan hier, in het heetst van de strijd, lijnrecht tegenover elkaar. De oorlog duurt en duurt. Het is een mannenoorlog, waarin geen van de partijen ook maar iets wil toegeven, in feite omdat alle mannen azen op een belangrijke en goedbetaalde positie. Maar niet iedereen kan tegelijk de belangrijkste positie in het land bekleden. De vrouwen hebben pech: zij mogen onder erbarmelijke omstandigheden proberen een kostje bij elkaar te schrapen om hun kinderen te voeden. Nog los van de vraag hoe ze hun kinderen óp moeten voeden. Elke keer dat een jongen, hoe klein ook, de straat op gaat, loopt hij kans als kindsoldaat te worden ingelijfd bij een van de vechtende partijen. Het is niet een kwestie van leven, maar van overleven. Tot de vrouwen het zat zijn. Ze verzamelen zich op een grasveld midden in de hoofdstad Monrovia. Dag in dag uit komen ze daar bij elkaar. Ook in deze documentaire klinkt een lied. De vrouwen zingen, in een samenhang van zachte stemmen:

‘We want peace, no more war
we want peace, no more war’

Nu zijn het de mannen die je doen realiseren dat vrede nog ver weg is. De beelden van de soldaten – vaak nog kinderen – die met tientallen tegelijk op open jeeps door de straten rijden, automatische geweren in de hand en een totaal gefreakte, strakke drugsblik in de ogen, zijn onthutsend. Je kunt je maar al te goed voorstellen hoe die jonge mannen elkaar zullen ophitsen als ze in dorpen terreur komen zaaien en de vrouwen ‘voor het oprapen liggen’. Ook kun je je voorstellen hoe zij, veertien- vijftienjarigen onder de drugs en in de greep van een machtige leider, als de strijd gestreden is in elkaar zullen storten tot ze van wroeging alleen nog zacht en langzaam kunnen spreken.

De vrouwen krijgen het onmogelijke voor elkaar: ze dwingen met hun actie voor vrede af dat de strijdende partijen om de tafel gaan. Zelfs bij de vredesonderhandelingen organiseren ze hun ‘sit-ins’ en zingen ze hun lied. Het getouwtrek van de macho’s om de machtigste posities blijft zelfs aan de onderhandelingstafel gewoon doorgaan. Uiteindelijk wordt een akkoord bereikt en Charles Taylor opgepakt (hoewel niet voor zijn misdaden begaan in Liberia). Wie Weapon of War heeft gezien, weet echter dat er dan nog een heel lange weg te gaan is.

http://www.praythedevilbacktohell.com/
http://www.weaponofwar.nl/

Het onbehaaglijke van Angst

angst

Onlangs kreeg ik een nieuwe pincode. Aha! Kon ik weer eens het synesthesieverhaal checken. Zweefden er kleuren voor mijn ogen bij de cijfertjes? Jazeker. Nu ik dit weet, kan ik mijn pincode zelfs beter onthouden, omdat hij in één kleurenpalet aan mij verschijnt. Dat klinkt misschien nogal gestoord, maar sinds ik de documentaire Angst van Michiel van Erp zag, weet ik dat gek met cijfertjes nog een heel andere dimensie aan kan nemen.

De documentaire was onderdeel van de serie Encyclopedie van de angst, die ik deze maanden presenteer bij Studium Generale. ’t Hoogt in Utrecht was de locatie voor drie vertoningen, waarvan ik er eentje bijwoonde. In eerste instantie wilden we (of eigenlijk ik) drie films draaien, waarbij de studenten er één moest kiezen en de organisatie een soort marathon ervan kon maken. Naast de documentaire had ik gekozen voor The Blair Witch Project (angst voelen in de bioscoopzaal) en Das Leben der Anderen (leven in angst). Uiteindelijk bleef alleen Angst over, wat ik jammer vond. Een van de onderdelen van een reeks over angst had toch ook de ervaring van angst moeten zijn. Een soort empirisch experiment tussen alle wetenschappelijk-abstracte lezingen door. En een documentaire, dat is eigenlijk een soort lezing, dacht ik.

Gelukkig had ik het bij het verkeerde eind. Het kijken naar Angst levert ervaring genoeg en voldoende basale reacties om lekker te reflecteren.

Michiel van Erp volgt zes mensen die allemaal een angststoornis hebben: een man is bang om te vallen, een meisje is obsessief met douchen bezig uit angst dat anderen haar vies vinden, een ander heeft slaapangst. Laat ik het ronduit zeggen: ze haalden het bloed onder mijn nagels vandaan. Wat een zielenpietjes. ‘Pull yourself together man!’ wilde ik roepen tegen de gezichten op het scherm, die jankten, zenuwachtig knipperden of wezenloos voor zich uit staarden. Mijn geduld raakte al na een minuut of vijf op. En toen moest ik nog anderhalf uur.

Maar in dat anderhalve uur sloeg mijn stemming om. Hoe meer je van de hoofdpersonen te weten komt, hoe onbehaaglijker het wordt. Ik had te snel geoordeeld. Deze mensen hadden echt een probleem, dat hen allang boven het hoofd was gegroeid. Hun angst kroop onder mijn huid, kil, naar, eng.

Cijfertjes waren het breekpunt. Ik zie een kleurenwaaier als ik aan mijn pincode denk. Het meisje met een doucheobsessie zag in al haar handelingen cijfers en in alle cijfers een onheilspellende dan wel gelukbrengende symboliek. Vaker het eerste dan het laatste. Van een meisje dat last heeft van onzekerheid en misschien gewoon snakt naar aandacht, veranderde zij binnen één shot in iemand met een serieuze stoornis waar je je als kijker niets bij voor kunt stellen (vanaf 32.33 minuten) Het meisje gaat steeds sneller spreken: ‘Ik heb shampoo, dat doe ik in mijn hand. Ik tel de een, ik weet niet waarom en dan knijp ik twee keer, want het is met één hand knijpen, vijf vingers aan één hand is tien en tien is een goed getal en één is niks, terwijl twee bevestigt wat ik doe…’

Volg je het nog? Tegen zo iemand zeg je niet ‘Pull yourself together man!’

Met zeer gemengde gevoelens verliet ik de zaal. De documentaire had me met de neus op de feiten gedrukt: ik kan niet tegen zielenpietjes, vertrouw erop dat iedereen zichzelf kan redden, vertrouw erop dat zielenpietjes zich altijd aanstellen. Onaardige tiepje, ik.

Later moest ik terugdenken aan wat Damiaan Denys over de film had gezegd. Deze Vlaamse psychiater uit Amsterdam sprak eerder in de reeks over de allernieuwste behandeltechniek voor zwaar angstige patiënten. Heel dunne elektrodes worden operatief in de hersenen geplaatst en door schokjes te geven, kan de angst letterlijk worden uitgeschakeld. Mocht de batterij van de elektrode op gaan, dan komt binnen een paar seconden de angst weer terug. Denys had de film natuurlijk ook gezien (lang voordat ik hem zelf zou zien). Hij had er zijn bedenkingen bij, vertelde hij. Bedenkingen die voortkwamen uit een onbehaaglijk gevoel. Die mensen spelen allemaal theater. Ze kicken op de camera. Dat kan ook niet anders, waarom zou je als gestoorde in een documentaire willen optreden? Dit zijn mensen die in hun dagelijks leven liefst elke confrontatie uit de weg gaan. Waarom laten ze de camera dan toe in hun intieme leven, hun diepste gedachten en grootste angst? Dat theatrale aspect stoorde hem.

En inderdaad, tijdens het kijken was ook dat een onbehaaglijke onderstroom van de ervaring. Dat komt ook door de raamvertelling die de documentaire omlijst, verteld door Arthur Japin (groots op de affiche) – wiens angstige ervaringen geen geheim zijn. En het verhalende is maar één van de esthetische middelen die Van Erp gebruikt. Nu weet ik heus wel dat elke documentaire, ook die van 1Vandaag of Hart in Actie dit soort middelen gebruikt. Maar in combinatie met de uiterst pijnlijke, rock-bottom angstgevoelens van de hoofdpersoon, zet het poëtische gemijmer van Japin je aan het denken. Wie zijn die mensen? Kijk nog eens naar de poster: dat meisje achter de luxaflex is er het ergst aan toe van allemaal, ze heeft geen leven meer, kan niet slapen, niet alleen zijn, niet voor zichzelf zorgen. Daar staat ze dan op de affiche. Een prachtige, esthetische, nieuwsgierig makende affiche. Bekruipt me toch weer een onbehaaglijk gevoel.

Verliefd op een grizzly beer

grizzly_man

Naaktslakken die gezellig een dutje doen welterusten wensen: het bleek op vakantie een handige manier om met beesten om te gaan die eigenlijk je walging oproepen. Aan de andere kant van het spectrum vinden we Bamse, de poes met een crush op de laptop: hoe schattig! Maar hoe zit dat met beren? Niet teddyberen, maar levensechte grizzly beren? Kun je die ook welterusten wensen als ze een dutje gaan doen? Als je zegt dat zij een oogje op elkaar hebben, werkt dat dan? Of is dat domweg gevaarlijk?

Na het zien van de film Grizzly Man is er geen twijfel mogelijk: het is naïef en levensgevaarlijk. De film van Werner Herzog is grotendeels opgebouwd uit authentiek materiaal van Timothy Threadwell (zijn achternaam koos hij zelf, eigenlijk heette hij Dexter), afwisselend gemonteerd met interviews van bekenden en betrokkenen. Threadwell leefde jaren achtereen elke zomer tussen de beren in Alaska. Tot het op een zomer fout ging en hij samen met zijn vriendin door een agressieve grizzly werd aangevallen en opgepeuzeld. Hoewel het niet zo duidelijk naar voren komt, lijkt de dood van Threadwell niet eens erg toevallig: vriendin Amie was bang voor beren, terwijl zelfvertrouwen de eerste vereiste is. Ze bleven langer dan normaal in de wildernis en de weersomstandigheden beroofde de beren van hun gebruikelijke voedsel.

Dieren tegemoet treden als in een kinderboek: daarmee overwin je je angst voor grote beesten en je afkeer van smerige beesten. Bovendien doet het recht aan dieren in hun fundamentele andersheid, om het even filosofisch te formuleren. Juist door dieren aan te spreken alsof het mensen zijn, benadruk je dat je ze nooit zult kennen. Behalve in de zin dat je als mens ook een dier bent. Gelijken. Dat bedacht ik allemaal na de naaktslakkeninvasie op een Praagse camping.

Ben ik het nog steeds mee eens. Toch gaat het niet op voor alle dieren of voor alle gradaties van nabijheid, zo blijkt uit Grizzly Man. Timothy Threadwell geeft alle beren een naam, hij kent ze persoonlijkheden toe, hij is verliefd op ze, hij wil letterlijk een van hen worden.

Dat lukt uiteindelijk. De eerste stap zet hij als hij een van de vrouwtjesberen volgt en op een verse hoop poep stuit. Hij raakt de poep aan, alsof het een heilig reliek is. ‘Dit is in haar geweest, dit is haar,’ zegt hij. De blik in zijn ogen is als van een godsdienstwaanzinnige. Ten slotte eindigt hij zelf bijna als een hoopje poep. Een beer vreet hem op. Als bij de wolf in Roodkapje snijden de reddingswerkers de buik van het monster open, na hem met een kogelregen te hebben omgelegd. In de buik vinden ze half verteerde, half herkenbare resten van Threadwell en zijn lief. Eind slecht al slecht.

Een mooie gedachte wil dat dieren nog in het paradijs leven waar wij mensen uit verdreven zijn. Het paradijs bestaat gelijktijdig wel en niet. Het is geen plaats in de ruimte, maar een plaats in de tijd – de tijd van de dieren. Door dieren in je nabijheid te hebben, raak je aan het paradijs. Hoewel ik niet in het paradijs geloof, geloof ik wel in deze opvatting, vanwege de schoonheid. Het is de mooiste verklaring van wat dieren zijn.

Threadwell zocht ook een paradijs. Maar hij maakt van het paradijs een Disneyversie. De dieren zijn niet anders, ze zijn Disney. Hij wil ook niet echt een van hen zijn; hij wil leven in een wereld uit sprookjes, zoals geïnterpreteerd door Amerikanen, waar mensen geen mensen zijn en dieren geen dieren. In de Disneyfilm bestaat het gruwelijke uit de sprookjes niet. Wordt Roodkapje opgegeten? Ook in de opnames die Threadwell van zichzelf maakt zie je dat Amerikaanse Disneyvernis terug: hij is een showhost – dat zijn ook geen echte mensen.

Toch blijf ik sympathie voor Timothy Threadwell voelen – overwegend. Hij gaat zo ver dat je ten slotte vol onbegrip naar hem zit te kijken. In zijn verlangen naar eenwording, in zijn liefde die ziekelijk lijkt, in zijn emotionele uitbarstingen en overslaande stem. Maar ik herken iets van Bamse de verliefde poes en Slimey de Naaktslak. Iets van mezelf.

I’m Not There: Dylan de ontsnappingskunstenaar

avedon_dylan

Hij is overal: Bob Dylan. Tijd om eindelijk eens I’m Not There te kijken, een film ‘geïnspireerd op’ het leven en de muziek van de ontsnappingskunstenaar. Zelf heb ik eigenlijk niet veel met Dylan. Ik kan wel een beetje jaloers zijn op al die aanbidders (van Dylan mag je je hele leven fan zijn, alsof je elf of twaalf blijft) die zoveel schoonheid, wijdheid, mystiek, genot en geluk krijgen, alleen al van het feit dat hij bestaat. Niet veel is ook weer niet niets: boven mijn bureau hangt de fantastische foto van Richard Avedon. En ik ben gefascineerd door de mythische proporties, die hij zélf heeft opgeworpen, vanaf zijn vroegste jeugd. Niemand weet wie Dylan is, daarom houden mensen zo van hem. I’m Not There, inderdaad.

In de film krijgt Dylan gestalte door zes verschillende personages en acteurs (waaronder een vrouw en een donker jongetje), wier verhalen door elkaar geweven zijn en die samen precies de ontsnappingskunsten van de echte hoofdpersoon laten zien. Een heel mooie film, juist omdat de vorm samenvalt met de inhoud, waardoor weer helemaal niets ergens mee samenvalt. Het is de representatie van een gespiegeld leven, waarin het gespiegelde object verloren gaat. Wie is degene die voor de spiegel staat? Hij is er niet.

Ik heb me vaak verwonderd over een bepaald slag sterren (over het algemeen de grootste), die lijken te behoren tot een totaal ander ras, als een soort buitenaardse wezens. De ware uitblinkers staan zo ver van ons af, wij miezerig gepeupel, dat het bijna niet is voor te stellen hoe zij nog mensen kunnen zijn. Bij Bob Dylan, of de zes personages in I’m Not There, wordt duidelijk hoe dat komt. Hij is een mythe, een zelfgeschapen mythe. En alleen de goden kunnen van zichzelf een god maken. Ze lijken wel op mensen, maar horen eigenlijk thuis in een moderne versie van de Ilias.

Er zijn sterren die er op hameren dat ze altijd zichzelf zijn gebleven, met andere woorden: miezerig gepeupel. Mythische sterren zul je dat niet horen zeggen. Zij blijven nooit zichzelf, omdat dat zelf niet bestaat; ze blijven nooit dezelfde, omdat ze voor hun sterrendom al anders waren. De voorwaarde voor onsterfelijkheid: je verleden dood verklaren en jezelf opnieuw geboren laten worden. De woestijn in trekken en je ziel aan de duivel verkopen. Keer op keer.

Jammer genoeg haperde de dvd met I’m Not There in de laatste vijf minuten, waardoor ik het einde slechts in een paar stilstaande shots te zien kreeg. Je zou bijna denken dat het zo hoort, dat de hand van de duivel het einde bij zijn kladden greep om in kleine splintertjes uiteen te gooien. ‘Hier is niemand.’

De waanzin van 2 Many DJ’s

Ik ben wel wat gewend als het gaat om dansen, dat via springen, vasthouden, duwen richting boksen gaat. Soms beland je echter op een dansvloer die je volkomen opvreet om vervolgens uit te spugen zonder dat je begrijpt wat er eigenlijk is gebeurd. Beter!

Als opwarmertje voor 2 Many DJ’s gisteren in Tivoli, besloot ik de documentaire Part of the Weekend Never Dies te kijken, een registratie van de bizarre wereldtour die de De Waele-broertjes deden. Elke avond traden ze op als de liveband Soulwax Nite Versions, om vervolgens nog eens als 2 Many DJ’s met een dj-set de avond af te sluiten. Tussendoor traden bevriende bands en dj’s op, die in de documentaire ook aan het woord komen, maar eigenlijk niet zoveel boeiends te zeggen hebben.

De documentaire doet denken aan een andere muziekfilm over een dj-duo: A Cross the Universe van Justice. Ook die film is een registratie van een wereldtournee. In het geval van Justice is echter niet die tournee bizar, maar de film wel – wat hem interessanter maakt dan Part of the Weekend Never Dies.

Beide films zijn eigenlijk geen documentaire te noemen. Er wordt niets in onderzocht, het gaat vooral om de registratie. De pratende hoofden van de collega’s van 2 Many DJ’s lijken een soort excuus voor de rest van de film, want veel wijzer wordt je er niet van. En die rest van de film is precies waar de titel ook van spreekt: het deel van het weekend dat niet doodgaat. Dat betekent: de gebroeders De Waele die avond na avond het weekend vieren, welke dag het ook is, de feestende mensen die evenmin van ophouden weten, de drugs die door geen enkele wet beteugeld lijken te zijn. Het is één lange party, die duurt en duurt en af en toe van setting verandert: van Japan naar Zuid-Amerika naar Spanje, Parijs, New York. Tivoli, Utrecht.

Ook A Cross the Universe is één, aanhoudend feest, dat uiteindelijk totaal uit de hand loopt. Wat feit en wat fictie is, weten we niet. Er wordt getrouwd in Las Vegas, geschopt, geslagen, gebloed, geschoten, geneukt, gearresteerd en voortdurend: keihard gefeest. Waar eindigt het feest en begint de pijn, bestaat de grens tussen roes en realiteit nog? Het is een krankzinnige film. Het onsterfelijke weekend van 2 Many DJ’s verbleekt daarnaast tot een kinderpartijtje.

De films vertonen meer overeenkomsten. Zo is er het volstrekte gebrek aan pretentie dat uit de documentaires spreekt. Zowel de jongens van Justice als 2 Many DJ’s zijn volkomen authentiek. Gek genoeg uit zich dat juist doordat ze niet beweren dat ze zo normaal zijn gebleven, wat elke beroemdheid tegenwoordig uitkraamt. Ze willen seks, drugs en rock-’n-roll en dat krijgen ze ook. Dat is wel wat anders dan een Britney Spears die in háár documentaire niet verder komt dan de mededeling dat zij een heel gewoon meisje is met dezelfde behoeften als ieder ander. Deze jongens zijn niet aan een bizarre tour over de wereld begonnen om zichzelf te blijven en te doen wat je thuis op de bank ook kan doen. Integendeel: hier met die wijven! Een lijntje erachteraan en draaien maar!

Een andere overeenkomst is de keerzijde van deze eerlijkheid: de oppervlakkigheid van deze registratie van collectieve waanzin. Op een zeker moment gaat het irriteren. Mij althans. Hoewel ik zeker houd van een feestje (ik laat me graag door die dansvloer opvreten en uitspugen), gaat de mateloze gekte van dat partypubliek me tegenstaan. Het is een onuitputtelijk vat vol bezwete, ijlende, halfnaakte, strakstaande, kotsende, geile, vuilgebekte gosers en wijven dat daar wordt leeggegooid. Allemaal weten ze niet wat ze doen en staan ze als leden van de Pinkstergemeente in tongen te spreken en ongecontroleerde bewegingen te maken. Thuis op de bank gaat dat tegenstaan. Een beetje verdieping had misschien geen kwaad gekund, denk ik dan.

En dan sta je een paar uur later in de muil van de dansvloer op nog geen meter afstand van de De Waele-broertjes. Een van de bezwete, ijlende, hese, dronken en schaamteloze figuranten in het weekend zonder einde, deel van de meute die als een veelkoppig, agressief maar goedaardig wezen beweegt. Belachelijk om van een pretentieloze film pretenties te eisen! Dit is hoe het is.

Toch. De volgende dag denk ik terug aan de films, aan het optreden van vannacht, aan de meute en de afwezige pretenties. Als de film registreert hoe het is, wat heb je dan aan de film? Sla die over en stap meteen in het echte leven de dansvloer op. De grens tussen feest en pijn, tussen roes en realiteit mag vaag zijn, in een battle tussen feest en film zal de eerste altijd winnen. De film moet iets anders bieden dan een spiegel van de werkelijkheid. Die is lang niet zo mooi gezien van de bank als vanaf het hart van het veelkoppig wezen. Een beetje pretentie is gewenst. Ook daarom wint A Cross the Universe het van Part of the Weekend Never Dies. Neemt niet weg dat 2 Many DJ’’s live waanzinnig is, waanzinnig.

Kop, kop of munt?

Harvey_Dent_Dark_Knight

Ik had het al eerder over de ultieme filmengerd Anton Chigurh, die gewapend met een bizar luchtdrukapparaat en een muntje om te tossen (kop of munt? leven of opgeblazen worden?) dood en verderf zaait en vervolgens in het niets verdwijnt.

Het muntje is populair bij filmpersonages, blijkt nu. Harvey Dent, de ideale schoonzoon (dat zijn eigenlijk ook engerds) die in The Dark Knight zijn ondergang tegemoet gaat, maakt er ook gebruik van. Zijn munt is echter vals: geen kop en munt, maar twee koppen staan erop. Hij kan de keus dan ook overlaten aan de ongelukkige die tegenover hem staat. Harvey Dent zegt van tevoren: kop – je blijft leven, munt – je gaat eraan, zeg het maar. Er is echter helemaal geen sprake van twee opties, het is altijd kop, dus altijd het leven, het goede. Chigurh dwingt zijn slachtoffers zelf te kiezen wat kop en munt betekenen, zodat ze min of meer zelf verantwoordelijk worden voor de uitkomst van de ontmoeting. Als ze doodgaan, hebben ze het aan zichzelf te danken, Chigurh heeft ze immers een keus gegeven.

Chigurh gebruikt het muntje om verantwoordelijkheid af te schuiven, zou je kunnen zeggen, ware het niet dat zulk moreel besef absoluut geen plaats heeft in deze killer. Nee, het is gewoon een martelwerktuig in zijn vingers, een manier om de mensen bang te maken, te intimideren op een zeer vermakelijke manier (niet voor mij, voor hem). To flip a coin, in de Coen-film lijkt het te verwijzen naar de totale willekeur die het leven regeert. De totale willekeur van geweld, die geen verantwoording aflegt, zeker geen morele.

Het gemanipuleerde muntje uit de Batman-film is door zijn gemanipuleerdheid exact het tegenovergestelde. Dents meisje zucht als ze de dubbele kop ziet op verliefde toon ‘You create your own luck…’ Terwijl ze toch beter had kunnen weten. Een dubbele kop, dat kan uiteindelijk maar één ding betekenen: Harvey Dent is een Janus. Een man met twee gezichten. De ideale schoonzoon en een ridder van het duister. Zij zal het niet meemaken, maar Dent krijgt door een heel gecalculeerd gewelddadig spelletje van The Joker ook daadwerkelijk een januskop. Je eigen geluk creëren is onmogelijk, dat is wel duidelijk. Dent is ofwel de ideale schoonzoon, of de inslechte wraakzuchtige. Er is voor hem geen tussenweg. Hij heeft zijn spel met het geluk te ver doorgevoerd, te veel vertrouwd op zijn eigen creatie van geluk. Die heeft hem tegen zichzelf gekeerd, zodra de loop van de gebeurtenissen buiten zijn controle begon te geraken.

In de Batmanfilm wemelt het van morele spelletjes, afwegingen, zelfs het aloude dilemma of je iemand zal vermoorden als er een kans is dat hij jou vermoordt komt nog eens voorbij. The Joker mag een compleet waanzinnig personage zijn, dat voor de lol en voor het spelletje mensen afmaakt, hij is tegelijk uiterst rationeel en kan zelfs Batman eruit lullen. Dat is meer dan je van Chigurh kan zeggen. Beide schurken hebben gemeen dat niemand weet hoe ze zo zijn geworden, maar dat iedereen weet dat ze nooit zullen veranderen. In die zin zijn ze kop en munt, keerzijdes van dezelfde smerige, waardeloze, gekmakende medaille.

En waar blijven de good guys? Batman heeft doden op zijn geweten, is een gladjakker, moet vluchten en letterlijk zelf zijn wonden likken. De sheriff in No Country for Old Men geeft op: tegen het ultieme kwaad is hij niet bestand. De goeden overwinnen niet. Zelfs op superheroes kun je niet meer rekenen. Fijne feestdagen!

Burn After Reading

burn_after_reading_poster

Een vrouw die alles doet voor plastische chirurgie, een man die op zijn zeilboot bivakkeert nadat zijn vrouw hem het huis uit heeft gezet, een inbreker die zich verstopt in een kast in de slaapkamer, Russen met een accent en een snor, George Clooney als onverbeterlijke vrouwenverslinder. Wat hebben deze dingen gemeen? Het zijn enorme clichés en ze zitten allemaal in de nieuwe film van de Coen Brothers, Burn After Reading.

De broers, die toch tot mijn favoriete regisseurs behoren, hebben de plank deze keer misgeslagen. Het is duidelijk dat ze een spel willen spelen met clichés, zoals ze dat in bijna al hun films doen. (De personages gaan niet voor niets twee keer naar een ordinaire komedie, waar ze overdreven lachen met popcorn en cola in de hand.) Het zijn grootmeesters van de parodie, grootmeesters omdat ze het geparodieerde genre boven zichzelf uit laten stijgen en een heel nieuw type film creëren. Maar deze keer blijft het spel uit – en wat heb je dan: een platte lachfilm die niet grappig is.

Essentieel bij het spelen met clichés is de twist; door het een halve slag te draaien kan het volkomen origineel worden en daardoor commentaar leveren op het gewoonlijke gebruik. In Burn After Reading is de enige twist geweld. Het lijkt alsof de Coens steeds niet wisten wat ze met hun motief of verhaallijn aan moesten en het daarom maar kapot maken, letterlijk. Ik sprak ooit iemand die graag verhalen schreef, maar ze nooit tot een einde wist te brengen. Dus elk verhaal eindigde met een grote ontploffing. (En toen kwam er een olifant en die blies het verhaaltje uit!) Van de Coen Brothers mag je toch meer verwachten.

In de geniale film No Country for Old Men, die zij vorig jaar uitbrachten, gebeurt iets soortgelijks. Maar hierin staat de chaos van het geweld in dienst van het verhaal: het nietsontziende afbreken van alle leven ís het verhaal. De ultieme engerd Anton Chigurh (spreek uit Eeenton Chiguuuuurrrrrr) die als een bijna mythologische mensenduivel de dood toebrengt aan wie zo ongelukkig is hem tegen te komen is zelf de ontploffing. Hij verschijnt uit het niets en verdwijnt uit het niets, hij is het Niets. Dat is wat anders dan uit arren moede alle verhaallijntjes op niets uit te laten lopen.

The twist in the tale: kijk naar Roald Dahl hoe je dat aanpakt. Of naar het onheilspellende verhaal van Henry James, The Turn of the Screw. Als je een halfslag draait, verandert het hele verhaal in zijn negatief. Zijn die kindjes soms mensenduivels? Of de gouvernante? Waart er echt een geest rond, of spelen de kinderen een vuil spel met de geest van hun juf? (Daarom is het ook onvergeeflijk dat de vertaling De Onschuldigen heet. Je noemt Het Proces van Kafka toch ook niet De Onschuldige). In Burn After Reading ontbreekt de twist en turn: al wat rest zijn losse schroefjes die de film niet tot een eenheid smeden.

Ik ben bang dat de Coen Brothers er bij deze film op hebben vertrouwd dat hun naam voldoende was om een twist aan het cliché te geven. Je weet dat je alles moet zien als parodie, als een welbewuste keuze om het cliché in te zetten, simpelweg omdat hun naam op de credits staat. Maar dat is niet genoeg. Ze zijn lui geweest en daar word je als kijker ook lui van. Gapen bij een komedie betekent nooit veel goeds. Tijd om de categorische imperatief boven hun bed te hangen.

Boetekleed is verdwijnmantel

atonement

Filmpersonages zijn vaak goed of slecht, en als ze slecht zijn en toch de hoofdrol spelen, beschikken ze wel over een verleden of een goed gevoel voor humor, waardoor ze alsnog sympathiek overkomen. Ik heb nu kennisgemaakt met een personage dat zo naar is dat ze eigenlijk niet de hoofdrol in een film zou mogen krijgen.

Ik heb het over Briony Tallis uit het Oscarwinnende Atonement. Eerder las ik al het boek van Ian McEwan, waar ik ook zo mijn bedenkingen bij heb. Atonement (in vertaling Boetekleed) is een van die verhalen waarover het moeilijk spreken is, omdat er een verrassing in zit die je niet wil verklappen. Die verrassing is echter de grootste reden van mijn bedenkingen. Ik waarschuw dus alvast: ik ga de verrassing verklappen. Je kunt nu nog iets anders gaan doen.

Het verhaal van Atonement is gruwelijk. En dan heb ik het niet over de verwondingen van soldaten die tot in detail beschreven worden, maar over de makkelijk uitgesproken leugen die de plot in gang zet en de levens van alle betrokkenen ingrijpend verandert, in negatieve zin. De dertienjarige Briony Tallis beschuldigt de verse minnaar van haar zus, tevens huisvriend en beschermeling van haar vader, valselijk van verkrachting. Ze weet dat ze liegt en houdt voet bij stuk. ‘I saw him.’

Haar vastberadenheid maakt Briony onuitstaanbaar, ja, zeg maar gerust een kutkind. Het filmpersonage weet geen moment sympathie te wekken, ik ergerde mij groen en geel aan haar. Enig begrip voor haar daad zou een interessant dilemma in de kijker opwekken, maar die daad is door en door egoïstisch en buitenproportioneel. In het boek is de innerlijke wereld van het kind nog zo mooi en genuanceerd beschreven dat je je als lezer op een ongemakkelijke manier medeplichtig voelt. Je wordt volledig meegevoerd in Briony’s prepuberale wereld, vol niet herkende emoties en fantasieën, zodat je als vanzelf in de leugen belandt. In de film is het gewoon een kutkind.

Nou ja, zulke sterke gevoelens van afkeer bij een fictief personage bieden op zich al genoeg stof tot nadenken. Bovendien wordt Briony ouder en ze realiseert zich dat door haar leugen een onschuldig man in de gevangenis zit en haar zus haar grote liefde kwijt is. De Tweede Wereldoorlog breekt uit en ze probeert iets goed te maken door gewonde soldaten te verplegen, net als haar zus met wie ze geen contact meer heeft. De minnaar en ex-beschermeling vecht aan het front. Wat blijkt? Alles komt goed: ondanks de oorlog beleven zus en minnaar een gelukkig samenzijn. Briony vraagt vergiffenis, die ze niet krijgt. Weten dat zij ze niet voor eeuwig uiteen heeft gedreven, is echter al een hele troost.

Dan komt de verrassing. Ik kende hem al uit het boek: Briony heeft ook het einde verzonnen. Niks gelukkig samenzijn, de twee geliefden gaan beiden dood aan het begin van de oorlog. Briony, inmiddels gevierd schrijfster, geeft ze in een boek het geluk terug dat ze hen eerst ontnomen had. Het is haar manier om boete te doen. Boete doen door de lezer bij de neus te nemen: die had ik nog niet eerder gehoord.

In de film duurt deze ontknoping zo’n vijf minuten, in het boek tientallen bladzijden. Zeer ergerniswekkend, vergelijkbaar met ‘en toen werd hij wakker en bleek het allemaal een droom’. Die Briony speelt voor God door in te grijpen in deze levens en wil vergiffenis krijgen door precies hetzelfde te doen. Begrijpt ze niet dat ze die gedoemde minnaars met rust moet laten? Dat ze wel genoeg ellende heeft aangericht?

Ik ben de enige die er zo over denkt. Ik heb geen één negatieve recensie van het boek kunnen vinden. Wel van de film, maar de kritiek heeft dan geen betrekking op het verhaal van McEwan, maar op de presentatie in de film. Dat zet me aan het denken: hou ik er niet van als een auteur me om de tuin leidt? In de recensies heet het een briljante wending, een postmoderne ontknoping of een reflectie op metatekstueel niveau. Pft! Ik vind het een trucje. Een trucje dat niet werkt, omdat ik Briony nog steeds onuitstaanbaar vind.

Hieruit volgt een meer verontrustende vraag: ben ik te star om te vergeven? Kan iedereen het kreng uit het begin loslaten en de boete van de oudere Briony op waarde schatten? Iedereen, behalve ik? Of ziet niemand in dat de boetedoening van de bejaarde Briony gestoeld is op dezelfde bemoeizucht als die van de dertienjarige? Ben ik de enige die dit doorziet? Wie is hier blind?

Mag je iemand die openlijk het boetekleed aantrekt afwijzen? Zijn er vormen van boetedoening die niet voldoen? De film roept deze vragen niet op, denk ik, daarvoor moet je bij het boek zijn. Dat maakt de film middelmatig en het boek – toch – goed. Dat komt vooral door de ongeëvenaarde stijl van Ian McEwan, die een caleidoscopisch beeld van een feilbaar karakter weergeeft.

Maar lees liever Saturday, waarin je ook van die stijl kunt genieten en je emotionele betrokkenheid niet aan een kutkind hoeft te geven. Waarin écht verrassende plotwendingen de plaats innemen van trucjes, en mijmeringen over een ver verleden vervangen zijn door zeer diepgravende en intelligente overpeinzingen over de actualiteit.