Recensies in NRC Handelsblad: René ten Bos, Michel Dijkstra, beste boeken 2021

Recensie NRC, 7 oktober 2021: In Intimiteit en onthechting voert filosoof Michel Dijkstra vier kunstenaars op bij wie kunst voortdurend uitdrukking geeft aan hun persoonlijke obsessies. Hun gemene deler: een mystieke inslag.

Levenskunst is je eigen ego loslaten

Recensie NRC, 29 juli 2021: Hoe geef je uitdrukking aan dat wat niet in de modellen of zintuiglijke ervaring past? Filosoof René ten Bos schreef een boek over ‘het weer’. (Over Meteosofie)

Ten Bos benadert de kwalijke relatie tussen mens en natuur met zwarte humor

De vijf favoriete boeken uit 2021 van 26 NRC-recensenten

  • Jan Oegema: Rilke en de wijsheid. De kunstenaar als leraar Een diepzinnig en ontroerend boek-als-een-vriend over wat het betekent om te leren, laten leren en geleerd te krijgen. Prometheus, 272 blz. € 24,99
  • Rolando Vázquez: Vistas of Modernity. Decolonial Aesthesis and the End of the Contemporary Belangrijk essay over de politiek van representatie in de kunsten en in alledag, dat hopelijk snel in het Nederlands vertaald wordt. Mondriaanfonds, 184 blz. € 16,99
  • Virginia Woolf & Merve Emre: The Annotated Mrs. Dalloway Het oeuvre van Virginia Woolf is een doorlopende ode aan de zintuiglijkheid en was (niet alleen) voor mij een vluchtheuvel in dit jaar van sociale afstand en digitale overmaat. W.W. Norton, 320 blz. € 35,99
  • Jeanette Winterson: Twaalf bytes. Heden en toekomst van kunstmatige intelligentie Grappig, feministisch, belezen, op de hoogte, en naar mijn zin net iets te optimistisch, waardoor deze essays voortdurend de geest prikkelen. Vert. Arthur Wevers. Atlas Contact, 352 blz. €24,99
  • Karl Ove Knausgård: De morgenster Knausgård probeert gewoon weer het onmogelijke – een bekering tot het geloof beschrijven, het leven na de dood – en komt er nog mee weg ook. Vert. Marin Mars. De Geus, 666 blz. € 25,99

Koortsdroom: Essay in Tirade

Verschenen in Tirade 485 (2021)

Koortsdroom

In de krant las ik over een onderzoek naar patiënten die ook maanden na een coronabesmetting nog last houden: ‘Uit de Britse gegevens kwamen twee groepen van hardnekkige klachten naar voren: een groep met luchtwegklachten (benauwdheid, reukverlies, hoest, keelpijn) en daarnaast vermoeidheid, hoofdpijn. De andere groep heeft ook maag- en darmklachten, hartkloppingen, cognitieve klachten en blijvende koorts.’ (NRC, 12 december 2020)

Meteen had ik zin om Dostojevski te herlezen.

“Koortsdroom: Essay in Tirade” verder lezen

Knausgård – De morgenster. Acht overwegingen, geen spoilers

Ambities zijn Karl Ove Knausgård nooit vreemd geweest. Wilde hij met Mijn strijd minutieus een mensenleven – het zijne – beschrijven, zijn nieuwe roman De morgenster (vertaald door Marin Mars) is een poging door te dringen in de dood. Vanaf de zondeval, toen de mens zo nodig moest weten van goed en kwaad, hoort het bewustzijn van de dood bij ons. Wat als de dood ons wordt afgenomen? Knausgård glorieert met een onderhuidse spanning die mij zelfs bij de tweede keer lezen achtervolgde tot in mijn dromen. Acht overwegingen, geen spoilers.

Lees veder bij Athenaeum: Knausgård glorieert in De morgenster. Acht overwegingen, geen spoilers

Rebecca Solnit – Orwell’s Roses, recensie

Rebecca Solnit, befaamd en bekroond essayist, las op jonge leeftijd George Orwell: 1984 en Animal Farm natuurlijk, later ook zijn essays en fait divers. Naar een column over het planten van bomen blijft ze haar hele leven terugkeren. Orwell wordt een intellectuele vriend, een gelijkgezinde, een dode die nooit anders is geweest dan levend. Met Orwell’s Roses legt ze een getuigenis van deze vriendschap af. Deels biografie, deels ode, deels een maatschappijkritisch onderzoek naar de deplorabele staat van onze wereld, maar altijd: een echt Solnit-essay.

Lees verder bij Athenaeum: Orwell als intellectuele vriend

De geheime tuin: Een essay in Revisor

Voor het zomernummer van de Revisor schreef ik een essay over The Secret Garden (De geheime tuin), mijn eigen tuin en filosofische tuinen.

Wilde tuinen, gedeelde landschappen

Lange tijd heb ik geleefd met Het Landschap. Een droombeeld, op twee manieren: het is er vooral ’s nachts, en het is waar alles goedkomt. Als ik Het Landschap voor me zie, zie ik gras dat vooroverbuigt onder zijn eigen gewicht en verderop, maar niet al te ver, een bomenrij. Meer niet. Er zijn verschillende schakeringen groen en de zon schijnt.

En ikzelf? Ik maak geen deel uit van Het Landschap. Ik wil er graag naartoe, het lijkt de bron van mijn verlangen, maar het staat op afstand. Ík sta op afstand. Ik kan er niet in.

Het tienjarige weesmeisje Mary uit De geheime tuin, het kinderboek van Frances Hodgson Burnett uit 1911, kan wanneer ze maar wil De Geheime Tuin binnengaan, ook al is de ommuurde plek op het landgoed van haar oom verboden terrein. Na de dood van haar ouders is ze uit gekoloniseerd India overgebracht naar Yorkshire. Haar oom geeft net zo weinig om haar als haar ouders deden. Hij is zelf diep in rouw nadat zijn vrouw is overleden (zoveel doden!).

Die tuin ís zijn vrouw. Dus is de toegangsdeur gesloten, de sleutel begraven en de poort overgroeid met klimop. Totdat Mary vriendschap sluit met een roodborstje, dat haar de weg wijst naar de ingang. De tuin, zelf halfdood, biedt de verwaarloosde en ongeliefde Mary een schuilplaats. Ze brengen elkaar weer tot leven, de weestuin en het weeskind.

‘De Geheime Tuin. Ze hield van die naam en ze hield nog meer van het gevoel dat niemand wist waar ze zat als ze binnen de mooie oude muren was.’ Als ik het boek herlees – in mijn kindertijd was het een van mijn ultieme favorieten – herken ik direct de aantrekkingskracht van de naamgeving. De naam, aangeduid door hoofdletters, door jou bedacht en door jou gegeven, zorgt voor een intieme relatie. Niemand kan tussen jullie komen.

Komen de hoofdletters van Het Landschap daar soms vandaan? Is dat niet mijn plek ‘als in sprookje ver van de wereld’? Hier ben je veilig, zegt Het Landschap, zelfs al heb je geen sleutel en lukt het niet om binnen te komen.

Lees verder in de Revisor!

Slechtskijken, verder niets

‘Wanneer ik langdurig naar een vast punt op de muur staar, kan het gebeuren dat ik niet meer weet wie of waar ik ben.’

Max Blecher, Avonturen in de alledaagse onwerkelijkheid

***

Het toeval wil dat tussen de West-Kruiskade en de Nieuwe Binnenweg in het oude westen van Rotterdam twee mensen een voordeur delen die beiden zeggen dat zij voorgoed zijn veranderd door het lezen van de zeven delen van Op zoek naar de verloren tijd van Marcel Proust.

De onderbuurman zegt: ‘Proust heeft mij voorgoed veranderd, want ik kijk nu anders naar de wereld.’

De bovenbuurvrouw zegt, iets minder eloquent: ‘Proust heeft mij voorgoed veranderd, want toen ik het uit had heb ik mijn leven overhoop gegooid.’

Als de onderbuurman aan de bovenbuurvrouw uitlegt dat ‘Proust’ voor hem gaat over waarneming, begrijpt zij dat dat voor haar ook opgaat. Het overhoop gooien van haar leven volgde namelijk op het inzicht dat haar waarneming ván dat leven al die tijd verstoord was geweest. De onderbuurman, die iets ouder is dan de bovenbuurvrouw, vond het blijkbaar niet nodig om zijn leven naar aanleiding van het uitlezen van Op zoek naar de verloren tijd overhoop te gooien.

“Slechtskijken, verder niets” verder lezen

Tegen transparantie

‘Why do I feel there is a secret I carry in my body like an embryo, speechless and unformed, beyond knowing?’

Siri Hustvedt, The Blazing World

Stel dat je iemand, gewoon zomaar iemand, een camera om de nek hangt. Ze leeft haar leven, beweegt zich door de wereld, ontmoet vrienden en vreemden. De camera legt alles vast. Zal zij op den duur geen geheimen meer hebben? Er is bewijs van waar ze is en met wie, van wat ze zegt en hoort. Haar gedrag wordt transparant. Ze zal niet meer kunnen liegen over wat ze doet en heeft gedaan (al kan ze nog wel bedriegen). De video-opname van al haar bewegingen en gesprekken zal, mits lang genoeg gecontinueerd, een onbetwistbaar beeld geven van wie zij is. Of niet?

“Tegen transparantie” verder lezen

Een berg van data

         1.

9 februari 1998 was een maandag. Ik herinner me die dag nog goed; hoe ik ’s middags in mijn lichtsuède jas de straat uit liep – de Lange Nieuwstraat in Utrecht, sinds kort míjn straat – om boodschappen te doen. Bij de Albert Heijn op de Twijnstraat werd ik opgewacht door een medewerker achter een statafel. Of ik niet iets nieuws wilde proberen, een makkelijke manier om korting te krijgen op boodschappen. Dat wilde ik wel. Ik woonde net een paar maanden op mezelf en probeerde zo goed en zo kwaad als het ging met 850 gulden per maand een huishouden te voeren. Ik kocht alleen het hoognodige plus snoep. Met mijn mandje liep ik dagelijks door de winkel te hoofdrekenen om bij de kassa niet voor verrassingen te staan.

“Een berg van data” verder lezen

De overvloed van Annie Dillard – recensie Athenaeum

Schrijven is kijken. Als je maar lang genoeg kijkt, komt er misschien iets van het mysterie in beeld. Schrijven is dat wat je ziet te boek stellen. De overvloed vastleggen, naar de titel van de verzameling essays van Annie Dillard (The Abundance, vertaald door Henny Corver), waarin de lezer deelgenoot wordt gemaakt van dat mysterie van het kijken. Analytische scherpte en extatische overgave gaan daarbij samen op.

Lees verder op Athenaeum: Het zesde zintuig van Annie Dillard

Frictie: Ethiek in tijden van dataïsme – online presentatie 6 mei 2020

Wees welkom bij de feestelijke online launch van Frictie: Ethiek in tijden van dataïsme op 6 mei 2020 om 17.00 uur. Ik ga in gesprek met Nikki Dekker en Dirk Vis over de vraag wat niet in data te vertalen is, onder de bezielende begeleiding van DIGIDOPAMINE (Harm Hofmans en Nadine Roestenburg). Luister, denk, chat en proost mee!

Bestel alvast een exemplaar bij de lokale boekhandel, bijvoorbeeld Athenaeum. Rotterdammers kunnen een gesigneerd exemplaar reserveren bij Van Gennep en dat ophalen of per fiets laten bezorgen. In de tussentijd luister je hier naar de bijbehorende Spotify-playlist en lees je hier een fragment 🙂

(Wees gerust, het boek is niet zo dik als het plaatje doet vermoeden.)