Bewegen tussen Tao en Marx

kierkegaard_corsair

’Filosofen hebben de wereld slechts verschillend geïnterpreteerd; het komt er op aan haar te veranderen.’

Op het terras van Kafé België raakten we verzeild in een discussie met een man, die begon over antroposofie en eindigde met de vraag of onze voeten wel genoeg aandacht kregen. ‘Dit gesprek neemt een wending…’ begon ik en voor ik de zin had afgemaakt, stonden we al op om de man met zijn antroposofische voetmassages alleen te laten.

Toch zijn het juist zulke gesprekken waarin je heel snel tot de essentie van dingen kunt komen. Je kent elkaar niet, het is een spel, dus waarom zou je niet meteen de diepte in springen? En waarom zou je niet serieus antwoorden op persoonlijke vragen, als het toch maar een spel is?

Vooruit, eerst grappig doen. Dus wat is het doel van het leven? Doodgaan.

Opeens begreep ik waarom het taoïsme niets voor mij is. Ik weet weinig van de zin van het leven (die is er denk ik niet) of ‘het’ doel (is er ook niet). Mijn eigen doel van mijn leven kan ik wel benoemen: niet stilstaan, altijd vooruitgaan, zelfs als het leven je in z’n achteruit dwingt, me ontwikkelen en de wereld begrijpen. Nu is de wereld zo groot dat je haar nooit zult bedwingen, maar dat geeft niet. Het doel is op voorhand onbereikbaar, dat maakt het overzichtelijk en leuk.

Opeens schoot me het citaat van Karl Marx te binnen, dat in de imposante hal van de Berlijnse Humboldt Universität de studenten toewerpt:

Philosophen haben die Welt nur verschieden interpretiert; es kommt aber darauf an, sie zu verändern.

Het citaat stamt nog uit de Oost-Duitse tijd. Na de val van de muur mocht het niet verwijderd worden, omdat het monumentale gebouw inmiddels een beschermde status had gekregen. Ironie van de geschiedenis.

Mijn doel is verandering. Het doel van het taoïsme is niet verandering, eerder stilstand of regressie. De drang naar verandering is soms wel vervelend. Alsof het nooit goed genoeg is en je geen genoegen kunt nemen met weinig. (Het is natuurlijk ook nooit genoeg, objectief gezien).

In verschillende boeken wordt het een typisch westers, Amerikaans verschijnsel genoemd: altijd bezig met meer en beter, nooit tevreden. Of het zou een overblijfsel van het calvinisme zijn, een rigide arbeidsethos dat geen ruimte laat voor luiheid en pleziertjes. Tja. Het eerste klinkt mij te materialistisch in de oren, alsof het alleen maar gaat om het vergroten van bezit of macht. Terwijl het voor mij te maken heeft met het vergroten van immateriële zaken als inzicht en zelfkennis. Wat het calvinisme betreft: ik herken me wel in het arbeidsethos, aan de andere kant weet iedereen die mij kent dat ik mezelf geen pleziertje zal ontzeggen.

Je kunt het ook anders zien: de drang naar verandering als uiting van bescheidenheid. Ik vind mezelf ook lang nog niet goed genoeg en weet dat ik nog maar zo weinig weet en begrepen heb. Ik kan niet achterover leunen en het best vinden, dat zou namelijk een zelfoverschatting inhouden.

Het komt er dus op aan in beweging te blijven. Dat ik naar een boekje over taoïsme grijp, komt omdat ik ook wel eens moe ben van bewegen en verlang naar een beetje stilstand. Maar ik hoef er maar over te lezen en het begint alweer te kriebelen. Het is de Grote Onrust (waar misschien Marx een mooi Duits woord voor heeft?).

Wat ik wil is de Grote Onrust in toom houden zonder hem stil te leggen. Een rustige schil van dagelijks leven, om een innerlijke kern die constant in beweging blijft, groeit en ontwikkelt. Zonder materialisme na te streven en zonder calvinistisch te zijn. Ik zoek nog even verder en hou jullie op de hoogte.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *