Columns in Filosofie Magazine

Columns uit 2021 vind je hier en uit 2022 hier.

Onthouding (nr. 11/2023)

Op zoek naar een pauzeknop in wat leven heet, trok ik me een paar dagen terug in een klooster. Even de externe prikkels uitzetten en de blik naar binnen richten, rust en natuur opzoeken, en – ook niet onbelangrijk – verzorgd worden van dageraad tot lichten-uit. Soms heb je gewoon een rehab voor de geest nodig.

Niet-weten (nr. 10/2023)

Ik moet nú álles weten over het niet-weten! Ik hoorde het mezelf denken en moest gniffelen. Snel zette ik de ongerijmdheid online en prompt kreeg ik een tip voor een boek over onwetendheid. Lezen!

Over privilege (nr. 9/2023)

Is het een luxe om met ethiek bezig te zijn? Zoals het ook een voorrecht is om biologisch te eten of niet op sociale media te zitten? De meeste mensen kunnen zich zo’n kritische houding helemaal niet veroorloven, hoor ik vaak. Geen tijd voor reflectie, er moet eten op tafel komen. Erst kommt das Fressen, dann kommt die Moral.

Laten we kijken in plaats van reduceren (nr. 7-8/2023)

Zou het? Durven we eindelijk onze menselijke zelfobsessie af te leggen? Openen we ten langen leste onze ogen voor planetaire medebewoners, leren we de lessen van mos dat overal wil groeien, van de diepe tijd van het oerbos?

Tijd (nr. 6/2023)

‘Weer ging er een jaar voorbij, en daarin was ik precies een jaar ouder geworden,’ staat ergens bij Kierkegaard.

Nascholing (nr. 5/2023)

Op een nascholingsdag voor filosofiedocenten hield ik een praatje over de grens tussen mens en techniek, naar aanleiding van de publicatie van het nieuwe eindexamenonderwerp. Tussen de mens en zijn vertaling in data zit een gat, zei ik; er ontsnapt iets wat niet in nullen en enen te vangen is. Hoe kun je daar woorden aan geven? Omarm de vervreemding die ontstaat als je je eigen dataprofiel in ogenschouw neemt, hield ik de aanwezigen voor, juist daarin ligt onze autonomie besloten. Frictie moet niet weggeautomatiseerd worden, maar gevierd!

Ontlezing (nr. 4/2023)

De jeugd leest te weinig, ouders lezen nooit, studenten lezen niks. Als er al een boek ter hand wordt genomen is het stuiverwerk, een damesroman, of – godbetert – Engelstalig.

Niet liken [Filippica] (nr. 3/2023)

Het was een glorieus moment, die ochtend aan de ontbijttafel dat mijn vriend bekende, enigszins verwonderd: ‘Ik heb nog nooit van m’n leven een like gegeven.’ Ik moest grinniken, kreeg de slappe lach, wat allengs uitliep op een paniekaanval. Wat was mijn leven de afgelopen vijftien jaar anders geweest dan een lange parade van likes? ‘Mag ik dit op Twitter zetten?’ vroeg ik niettemin toen ik weer bijgekomen was.

Haar wereld was gekrompen tot haar huis (nr. 2/2023)

Mijn moeder was mijn trouwste lezer, tot mijn online krabbels aan toe. Soms noemde ik haar, in een tweet of in een column. Dat vond ze leuk. ‘Je mag altijd over me schrijven,’ zei ze, ‘als het maar de waarheid is.’ In aanmerking genomen dat zij en ik niet de makkelijkste geschiedenis hebben gehad, was dat het grootste blijk van vertrouwen dat ze me kon geven. Zo is het nu eenmaal als je je met schrijvers inlaat, vond ze; dat heb je te accepteren. En ze had zich natuurlijk niet zomaar met mij ingelaten, maar mij mede geproduceerd, me vrij nadrukkelijk tot schrijver ge-natured en ge-nurtured.

Gelukkig zijn (nr. 1/2023)

What makes me happy? Nou, liefde, gezondheid en het winnen van de loterij. Te algemeen? Goed dan: de eerste drie dropjes uit de zak, ­uitkatergeouwehoer op een festivalochtend, wandelen na geschreven te hebben. O, dat was te particulier?


Geplaatst

in

door