Geheim

Denk eens terug aan de eerste keer dat je een geheim had. Uit de trommel een snoepje gepikt en niemand die het weet. Een wereld gaat open: de binnenwereld. Bij het begin van een nieuw decennium wil ik pleiten voor een herwaardering van het geheim.

Ik pleit niet voor leugens. Wat begint met liegen over een gepikt snoepje, waaiert uit tot gedachten en dromen die je met niemand deelt, omdat er geen woorden voor zijn. Of gewoon omdat je houdt van stilte. Tegenwoordig staan geheimen gelijk aan leugens. Je wilt iets niet prijsgeven? Dan zal je wel iets in je schild voeren. Een geheim is per definitie verdacht.

Wie herinnert zich nog het moment dat je beseft dat niet alleen jij, maar iedereen iets kan verzwijgen? De wereld is opeens bevolkt met geheimen. Je zou zelfs kunnen zeggen: de mens ís een geheim.

Als ik terugdenk aan de jaren nul, dan zie ik de ronde nul als een symbool van het decennium. Een extreme hang naar openheid werd ingesnoerd door extreme geslotenheid. Miljoenen mensen begonnen het jaar 2000 met de ontknoping van de realitysoap Big Brother. Die liet alles zien en alles horen en maakte sterren van gewone mensen. In de tien jaar die volgde, breidde de openheid zich uit naar internet, waar iedereen zich toont (ik ook), het nieuws, de straat. Tegelijkertijd timmerde extreme regulering het leven dicht, zowel openbaar als privé. Voor – of tegen – alles is een wet. E-mail- en telefoonverkeer wordt bewaard. Bodyscans op Schiphol, sneeuwbalterroristen en de vuurwerkbob sloten het decennium af.

Het vreemde is dat de openheid en geslotenheid geen tegengestelden zijn. Zoals een cirkel betaamt vullen ze elkaar aan. De regeltjes die alles dichttimmeren, lijken bedoeld om zoveel mogelijk openheid te creëren. We moeten met de billen bloot en niet alleen in de bodyscan.

Wie neemt geheimen nog serieus? Het geheim wordt in zijn bestaan ontkend: alleen dingen die uitgesproken worden of zichtbaar zijn, bestaan tegenwoordig nog. Toch hoef je maar even terug te denken aan het gepikte snoepje en het besef dat iedereen wel eens iets verzwegen heeft, om te weten dat er ook onuitgesproken en onzichtbare dingen zijn.

Geheimen zul je met een bodyscan niet aan het licht brengen. En dat hoeft ook niet, want geheimen zijn geen leugens en niet voorbehouden aan verdachten. Het zijn de ridders van de ziel. Ze vertellen dat je niemand door en door kunt kennen, ook niet jezelf. Ze verwijzen naar dat waarvan we weten dat het er is, maar wat niet aan de oppervlakte komt, noch in regeltjes te vangen is. De illusie van volledige openheid en geslotenheid prikken ze stilzwijgend lek. ‘Er is misschien wel niets dat een mens zozeer adelt als het bewaren van een geheim,’ schrijft Kierkegaard. Omdat de mens een geheim is. En menselijke tijden kunnen we goed gebruiken.

[verschenen als column in Radboud info 83, februari 2010]

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *