Leesvoer

Verdichting
Column Radboud info 80, mei 2009

Op een van de eerste mooie dagen van het jaar kwam ik terug in mijn oude buurt, waarvandaan ik een jaar geleden verhuisde. Mijn oude huis staat aan de rand van de stad, slechts door een rustig, woekerend park gescheiden van de snelweg. Dat is met het nieuwe huis niet anders, alleen wordt de honderd meter tot de ring daar opgevuld door een drukke weg en een paar bedrijven. Een halve cirkel verbindt de oude en de nieuwe buurt – toch al gauw een half uur fietsen.

Zodra ik terug was in mijn oude buurt rook ik de lente. Hoewel saai en best lelijk, had die buurt één charme: het uitgestrekte park vol kniehoge grasvelden, appel- en eikenbomen, populieren en brede sloten. Als ik in mei mijn raam open zette, rook ik de bloemenweides. Dichter op de seizoenen kun je in de stad niet wonen. Nu kwamen alle knoppen uit, alsof de natuur zijn winterjas had uitgedaan en in een oogverblindende, kleurrijke en fladderende zomeroutfit de lente vierde.

Met de geur van seringen in mijn neus fietste ik weer terug langs de cirkel naar de andere kant van de stad, naar mijn nieuwe buurt. Ik miste het park zodra ik het de rug toekeerde. Vooruit, de buurt was saai, het huis was klein. Maar was dat uitzicht geen goud waard? Het goud van duizenden seringen? Ik dacht aan de wandelingen die ik maakte, en die me altijd op goede ideeën brachten. Als ik de knoppen uit zag komen moest ik zelf ook eruit. In zomerjas, dan met de jas open en uiteindelijk, als de bloesem alweer was verwaaid en de bomen steeds donkerder groen werden, zonder jas. De gedachten groeiden mee, verloren bij elke wandeling nutteloze ballast. Geen groei dus, maar verdichting, als van hete lucht tussen hoge bomen. Hoe moesten mijn gedachten fermenteren zonder park?

Ik was bijna thuis. Het was druk op straat, mensen zaten op stoeltjes naast hun voordeur, of leunden met een ijsje in de hand tegen de vensterbank. Keuvelende mannen liepen twee aan twee op en neer. Studenten zaten op de eerste verdieping met een boek in het raamkozijn. Ook hier kwam alles uit, de winterjas nonchalant over een arm, de mouwen opgestroopt. Het mensenpark vierde even oogverblindend en kleurrijk het begin van de lente als het overwoekerde park dat ik achter me had gelaten. Tussen de muurbloempjes in het raamkozijn en de bomende mannen aan de overkant lagen de goede ideeën op straat. Ik fladderde naar huis, niet oud of nieuw, maar gewoon – naar huis.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *