Lummelen of tijdverspilling I

‘Efficiënt op de bank liggen,’ wordt het in een artikel in Vrij Nederland genoemd. Oftewel: dagdromen, reflecteren, mijmeren, rust nemen, tijd geven. Je kunt ook zeggen: lummelen. Dinsdag hield Joke J. Hermsen bij Studium Generale een pleidooi voor een langzame toekomst, naar aanleiding van haar boek Stil de tijd. We moeten weer meer in verbinding komen met onze innerlijke tijd en losbreken uit de ketenen van de kloktijd. Juist omdat er in het regime van de klok geen tijd is (gek genoeg is er van kloktijd altijd te weinig) om na te denken, te herinneren, zelfkennis op te doen.

Nu ben ik helemaal vóór nadenken, herinneren en zelfreflectie. Maar ik ben allergisch voor lummelen. Wekelijks heb ik discussies over het ‘op de bank liggen’ wat in mijn ogen nooit efficiënt is. Zelf probeer ik wel eens overdag op de bank niets te doen, maar het lukt me nooit. Hoe kan dat?

Volgens mij is lummelen ook niet hetzelfde als ‘efficiënt op de bank liggen’. Want dat laatste behelst nog steeds een zekere activiteit: lezen (of tenminste bladeren in een boek), muziek luisteren of herinneringen ophalen. Ook dat laatste is een heel actieve gebeurtenis – lees Proust er maar op na. Het vereist misschien ontspanning om een herinnering tot je te laten komen – de sluisdeuren open te zetten zogezegd – aan de andere kant is er weer een grote inspanning voor nodig om de herinnering vast te houden. Dan mag het lijken op lummelen, er wordt hard gewerkt.

En toch: ik heb soms de wonderlijkste tijdervaringen, alsof ik buiten de tijd kom te staan of een sprong maak naar het verleden. Maar dan lig ik niet op de bank, dan zit ik op de fiets of ik sta voor het podium naar een band te kijken. Ook Proust, die weliswaar heel vaak in bed ligt (of op de bank hangt, maar dat klinkt zo ordinair), wordt toch juist door zijn spontane herinneringen overvallen op de ongemakkelijkste momenten: aan het ontbijt, aan de wandel, wachtend tot hij in de salon mag binnengaan.

Zou het niet juist nodig zijn om wel actief te zijn, maar zonder dat je erbij na hoeft te denken? Want dat is wat al deze gevallen gemeen lijken te hebben: fietsen over de weg die je elke dag fietst. Wachten. Naar een bandje kijken. Bladeren. Dan wordt de geest niet afgeleid door de vraag wat het lichaam moet gaan doen en kan het zich richten op zichzelf.

Blijft de vraag waarom ik zo allergisch ben voor ‘op de bank hangen’. Dat heeft te maken met een heel diepe eigenschap die ik onlangs bij mezelf heb ontdekt: mijn afkeer van verspilling. Maar daar moet ik het een andere keer over hebben.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *