Naar wat voor orde leef je? Sociale, culturele en fysieke invloeden. De Nacht van Descartes I

Naar aanleiding van De Nacht van Descartes, over de rechterlijke macht (deel I). Lees ook deel II, Schakelbewijs: stof in de hoeken van de kamer en deel III, Waarheidsvinding als morele daad en deugd.

De orde in het recht kan heteronoom of autonoom van aard zijn. Een heteronome rechtsorde komt van buiten: god bijvoorbeeld, of erfopvolging. Autonomie in het recht wil zeggen dat je zelf wilt bepalen welke normen je volgt, of je überhaupt normen volgt. De orde ligt dan in elk mens zelf. Dit lijkt me ook van toepassing op het persoonlijke leven, los van wetten en gezag. Vroeger werd bepaald hoe je je leven leidde door een orde die van boven over de mens heerste. Tegenwoordig willen we zelf bepalen hoe we ons leven leiden, welke keuzes we maken en welke maatstaven belangrijk zijn.

Als je jezelf wilt leren kennen en begrijpen, is het goed om soms eens ‘over jezelf recht te spreken’. Met een blinddoek op en een weegschaal in de hand kijken naar de daden die je hebt gepleegd en een reconstructie maken hoe het zover heeft kunnen komen. Dan is het ook goed om te onderzoeken waar je eigen orde vandaan komt. Is die in hoofdzaak autonoom of heteronoom? Ik denk dat in deze tijd de autonome, ‘individuele’ orde meer bepaald wordt van buiten dan we misschien willen toegeven.

Eigenlijk weet iedereen dat natuurlijk. Je ouders, je vrienden, de omstandigheden waarin je leeft – dat heeft allemaal invloed op wie je bent en welke keuzes je maakt. Dat is vanzelfsprekend. Klein voorbeeld: zelfs als ik heel boos ben wil ik nooit van huis gaan zonder afscheid te nemen. Dat is echt iets wat ik van huis uit heb meegekregen. Ik kan niet begrijpen dat anderen dat niet hetzelfde voelen – stel dat je onder een auto komt! Het is mijn hoogst individuele normpje, maar die heb ik niet zelf bedacht, hij is me ingeprent door mijn moeder.

Niet alleen ouders en vrienden beïnvloeden je normatieve kader, ook boeken, films, televisieseries, eigenlijk alles wat je maar tot je neemt en tot een interesse uitgroeit (of juist niet). Ik moet bekennen dat ik me lange tijd liet leiden door romantische idealen over dichters en rocksterren. Dat doet elke jongere misschien, maar ik merk dat het gedroomde bestaan van vrijheid, rebellie en gevaarlijke ideeën nog steeds in mijn achterhoofd (of misschien eerder in mijn milt of alvleesklier) als een soort golvende beweging aan me trekt. Dat zou je in kaart moeten brengen, zoals dat ook in Zomergasten gebeurt – dat is eigenlijk een drie uur durend onderzoek naar de herkomst van je autonome innerlijke orde. Die dus, opnieuw, lang niet zo autonoom blijkt te zijn.

Ten slotte heb je ook nog de fysieke omstandigheden die inwerken op je autonomie. Lichamelijke omstandigheden als ziekte en gebrek (om het even ouderwets uit te drukken), en gewoon het feit dat je een mens bent met een menselijk gestel. Denk alleen al aan de onderzoeken die uitwijzen dat knappe mensen meer bereiken in het leven omdat ze knap zijn, of dat nu komt omdat ze meer goodwill van anderen krijgen of dat ze meer zelfvertrouwen hebben. (Overigens was mijn ervaring bij Literatuurwetenschap dat jonge, blonde, slanke meiden harder moesten werken om serieus te worden genomen als academica dan middelmatig uitziende jongemannen. Een frustratie die mijn orde zeker mede gevormd heeft.)

Er zijn wetenschappers die alle autonomie afwijzen en zeggen dat de vrije wil niet bestaat: we doen dingen voor we weten dat we ze doen, laat staan voordat we beslissen om het te doen. Onze hersenen zouden zo in elkaar zitten dat ze je voortdurend een idee voorschotelen van vrije wil en bewustzijn, maar eigenlijk is dat een illusie. In dat laatste geval is de orde noch autonoom, noch heteronoom te noemen. Want ook de vurende neuronen in mijn hersenen zijn nog altijd mijn vurende neuronen, of ik daar nou invloed op heb of niet. (In die onderzoeken staat altijd ‘bijna alle beslissingen’ of ‘vrijwel zeker alle handelingen’. Prima, één procent vrije wil is nog altijd een vrije wil en niet geen vrije wil.) Ik dwaal af.

Wellicht is het een mooi project: alle heteronome zaken in kaart brengen die je autonomie, persoonlijke ‘rechtsorde’ beïnvloeden. Dat moet dan op een paar niveaus gebeuren:

Sociaal: waar kom je vandaan, wie zijn je vrienden en waarom (in de – impliciete – keuze voor je vrienden vinden heteronomie en autonomie elkaar).
Cultureel: waar hou je van, waar liggen je interesses, welke idealen volg je en waarom.
Fysiek: hoe werken je fysieke eigenschappen mee of tegen? Zijn ze een beperkingen om het leven te leiden dat je wilt? Zijn de beperkingen misschien een aansporing om meer te maken van je leven?

Ik denk dat steeds hetzelfde zal blijken. De orde waarnaar mensen tegenwoordig leven is misschien wel individueel en hoogst particulier, maar niet autonoom. Anders zou er een leeg gat overblijven, gevuld met niets. Als je dat eenmaal beseft, kun je beter verdedigen waarom je precies je eigen keuze maakt en niet een andere. Maar het behoedt je voor de arrogantie die ook een beetje bij deze tijd hoort, waarin iedereen zijn eigen zogenaamd autonome orde boven die van alle anderen stelt. Als je inziet dat die ook berust op zaken buiten jezelf, kun je erover discussiëren, eraan twijfelen, hem beoordelen en resocialiseren. Met een blinddoek op en een weegschaal in de hand.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *